GEOLOGISCHE TIJDLIJN


zie onder GEOLOGIE

Geological time

zie ook

http://marianuniversityscienceblog.files.wordpress.com/2010/02/age-of-earth.png  http://marianuniversityscienceblog.wordpress.com/2010/02/17/how-old-is-old/

  1. Origin of the Earth 4.6 billion years ago     
  2. Archean era
  3. Cryogenian period
  4. Ediacaran period
  5. Cambrian period
  6. Ordovician period
  7. Silurian period
  8. Devonian period
  9. Carboniferous period
  10. Permian period
  11. Triassic period
  12. Jurassic period
  13. Cretaceous period
  14. Palaeocene epoch
  15. Eocene epoch
  16. Oligocene epoch
  17. Miocene epoch
  18. Pliocene epoch
  19. Pleistocene epoch
  20. Holocene epoch
  21. Present day      

tijdschaal <– Document

timescale

Het is belangrijk dat als je verder gaat met het uitzoeken van de evolutie van allerlei organismen dat je weet in welk tijdvak je zit te zoeken

tijdschaal <—

Het Ordovicium

http://www.fossiel.net/forums/search.php

Ordovicium: het ontstaan van de eerste vissen

Ordovicium: ca. 500 tot 440 miljoen jaar geledenDeze periode is genoemd naar de volksstam van de Ordovices, die in Wales (engeland) leefde, in het gebied waar tegenwoordig de sedimenten uit het Ordovicium duidelijk zichtbaar zijn. De tijdperknaam ‘Ordovicium’ werd in 1879 ingevoerd als de periode tussen het Cambrium en het Siluur (die tot dan toe in elkaar overgingen), omdat de fauna in het Ordovicium een eigen, ander karakter had dan die van het Cambrium en het Siluur.
Aanblik van de aarde in het Ordovicium

Het continent Gondwana lag bij de Zuidpool. Het was er bitter koud en het land werd voor een groot deel overdekt met gletsjers.
Door bewegingen van de aardkort verplaatste het continent Avalonia zich verder in noordelijke richting over de aardbol. Omdat het continent richting de Tropen verhuisde, was het er minder koud dan op Gondwana.

Op het land kwamen vrijwel alleen schimmels en algen voor, samen met enkele eerste landplanten.

De atmosfeer in het Ordovicium

De samenstelling van de atmosfeer in het Ordovicium was vrijwel hetzelfde als in het Cambrium: de atmosfeer bestond voor ca. 15 % uit zuurstof en voor de rest voornamelijk uit koolstofdioxide en stikstof.

De temperatuur in het Ordovicium

In de loop van het Ordovicium werd de temperatuur op aarde lager. Aan het eind van dit tijdperk ontstond een ijstijd, waardoor veel soorten uitstierven. Tijdens deze ijstijd werd veel zeewater opgeslagen in de vorm van landijs. Het zeewater verdampte en sloeg neer op aarde in de vorm van sneuuw. Hierdoor werden dikke pakken sneeuw gevormd, waarvan het water niet meer terugkeerde naar zee. Hierdoor daalde de zeespiegel en kwamen veel kustgebieden droog te liggen.

Het leven in het Ordovicium

In de ondiepe zeeën ontwikkelde het leven zich verder. De trilobieten en de armpotigen uit het Cambrium werden door talrijke nieuwe groepen vervangen. Naast trilobieten kwamen vooral zeelelies, mosdiertjes, graptolieten en armpotigen voor.

De diergroepen (fyla) die gedurende het Cambrium waren ontstaan ontwikkelden zich verder en er ontstonden binnen de fyla allerlei variaties.

Aan het eind van het Ordovicium ontstonden de eerste vissen. De eerste vissen waren diertjes zonder kaken. Deze vissen zogen via een kleine mondopening kleine voedseldeeltjes van de modderige zeebodem op en zeefden deze met hun kieuwen uit het water. Om zich tegen grotere roofdieren – zoals zeeschorpioenen – te beschermen, schoten ze de modderbodem in. Als ze voorzien waren van een stevig pantser, was dat niet nodig. De meeste vertegenwoordigers van deze groep waren voorzien van een stevig pantser van beenplaten, waarmee ze zich ook tegen de roofzuchtige zeeschorpioenen konden beschermen.

Naast vrij zwevende algen ontwikkelden zich nu ook plantjes in zee. Zij vestigden zich in ondiepe zeeën, in de buurt van het land.
Kalkalgen vormden soms kleine, rifachtige structuren.

Het devoon In Nederland

359,2 – 416 miljoen jaar geleden

Reconstructie Bas Blankevoort, Naturalis

Een primitief maar divers zeeleven met onder andere koraalriffen. Zeeën gevuld met tal van vissoorten, waarvan vele nog tijdens het Devoon sneuvelen in een grote uitstervinggolf. Het leven maakt zich op voor de totale onderwerping van het land. Bericht uit het Devoon, een veelbewogen tijdvak in de geschiedenis van de aarde.

De wereld van het Devoon

Het Devoon is een relatief warme periode, waarin de continenten beginnen samen te klonteren tot twee supercontinenten: Gondwana en Euramerika. Dit leidde tot uitgebreide gebergtevorming, de zogenaamde Hercynische fase, die in het erop volgende Carboon zou leiden tot de vorming van het supercontinent Pangea. Het Devoon wordt ook wel het tijdperk van de vissen genoemd: de zeeën werden bevolkt door diverse groepen vissen. Eerst domineerden kaakloze vissen, maar in de loop van het Devoon begonnen de vissen met kaken te domineren.

Er waren ook uitgebreide en zeer diverse riffen, gedomineerd door koralen en armpotigen. In het Laat-Devoon, rond 374 miljoen jaar geleden, waren het met name deze riffen die sterk te lijden hadden van een van de grootste uitstervingsgolven. Dat uitsterven betekende ook, na een korte periode van bloei, het einde voor de meeste kaakloze vissen. Tijdens het Devoon ontwikkelden zich op het land de eerste bossen en zetten gewervelde dieren de eerste voorzichtige stapjes op het land. Uit de vissen evolueerden amfibieën.

Waar lag Nederland op de wereldbol?

Het microcontinent Avalonia, waar Nederland op lag, is in het Devoon met Balthica en Laurentia (het huidige Noord-Amerika en Groenland) samengeklonterd en vormde nu het continent Laurazië. Naar het noordwesten lag een gebergteketen, het Caledonische gebergte, waarvan nu nog resten in Schotland, Noorwegen en aan de oostkust van Amerika zijn terug te vinden. Nederland lag nog op het Zuidelijk Halfrond maar schoof noordwaarts, steeds dichter naar de evenaar.

Nederland in het Devoon

Midden Devoon

West-Nederland maakte deel uit van het Old Red Continent, dat liep tot aan Engeland en Amerika. Er heersten van tijd tot tijd woestijnachtige condities. De afzettingen op het continent werden, net als vele woestijnen vandaag de dag, gekenmerkt door de rode kleur van geoxideerd ijzer. In het Nederlandse deel van de Noordzee zijn gesteenten (rhyolitische lava’s) gevonden die wijzen op het voorkomen van vulkanen. In het uiterste zuidwesten van ons grondgebied ging het laagland over in het heuvelgebied van het Brabantmassief.

Laat Devoon.

Tijdens het Devoon raakte Nederland vanuit het oostzuidoosten steeds verder bedekt door ondiepe tropische zeeën met riffen. In de Ardennen en de Eifel zijn dergelijke riffen goed ontsloten. Ze werden gedomineerd door koralen, sponzen, armpotigen en zeelelies. In het Laat-Devoon veranderde het karakter van de zee in onze omgeving: uitgebreide rifmilieus verdwenen en modderige en zandige bodems kregen de overhand.

Klimaat

Het Devoon was relatief warm. In het Laat-Devoon koelde het gebied rond de Zuidpool sterk af en er ontwikkelden zich gletsjers. Kooldioxideconcentraties (CO2) waren hoog, maar de reeds onstane bossen ontrokken in toenemende mate deze kooldioxide aan de atmosfeer.

Leven

We hebben in Nederland geen fossielen uit het Devoon, maar in bijvoorbeeld de Ardennen en de Eifel komen zeer fossielrijke gesteenten voor die een goede indruk geven van het leven zoals dat ook in Nederland kan hebben bestaan.

In Maasgrind, maar ook in zwerfstenen afkomstig uit het noorden(morene en boulders ) , vinden we wel dergelijke fossielen.

Tijdens het Devoon kwam de flora op het land verder tot ontwikkeling. In de Ardennen en de Eifel kwamen waddengebieden voor met aan deze bijzondere omstandigheden aangepaste flora’s van kruidachtige planten (bijvoorbeeld lycofyten) of andere primitieve vaatplanten (bijvoorbeeldRhynia). Tegen het einde van het Devoon ontwikkelden zich lage, vrij open bossen met primitieve plantenassociaties waarin onder meer houtachtige planten stonden, zoals Moresnetia (een van de alleroudste zaadplanten in de wereld) en bomen (Archaeopteris).

De riffen in de Devonische zeeën werden gedomineerd door twee groepen primitieve koralen. Daarnaast kwamen er grote sponzen, mosdiertjes en zeelelies voor. Er leefde voorts een rijk zeeleven met veel soorten armpotigen (Brachiopoda), trilobieten, weekdieren, vissen en ammonieten (inktvissen).

Afzettingen en geofenomenen

Midden- en Laat-Devonische afzettingen liggen diep in onze ondergrond. Onder het westen van Nederland en de aangrenzende Noordzee zijn afzettingen van het Old Red Continent te vinden die tot de Banjaard Groep worden gerekend. Op deze landmassa lagen woestijnduinen, maar er konden na zware regenbuien overstromingen plaatsvinden en zich tijdelijke rivieren vormen. Deze laatste deponeerden de karakteristieke roodgeoxideerde zanden en conglomeraten die tegenwoordig tot de Tayport Formatie worden gerekend. Lokaal ontwikkelden zich vulkanen, zoals blijkt uit het voorkomen van lava (Buchan Formatie).

In de loop van het Devoon breidde de zee zich langzaam over Nederland uit. Een mengelmoes van zand, klei en kalkige afzettingen, waaronder riffen, vormde zich in de ondiepe tropische zee. Deze worden tot de Kyle Groep gerekend in het Nederlandse Noordzeegebied en tot de Heibaartkalksteen in zuidelijk Nederland. Helemaal aan het einde van het Devoon trok de zee zich terug en ontwikkelde zich een afwisselend pakket van continentale en ondiep-mariene zandsteen- en kleisteenlagen met lokaal dunne kalklagen die we kennen als Zandsteen van Condroz.

Delfstoffen

Uit boringen hebben we een redelijk beeld van de opbouw van de Devonische afzettingen, maar deze gesteenten liggen in Nederland te diep om rendabel delfstoffen uit te kunnen winnen.

Frank Wesselingh, Lars van den Hoek Ostende en Han van Konijnenburg, Naturalis

Het devoon in Belgie

http://geos.scientica.be/files/public/onderwijs/GVB/hoofdstuk%203.pdf

Periode: vanaf 408 Mj tot 367 Mj. Duur: 63 Mj

Systeem Serie Etage Ouderdom (Ma)
Carboon Mississippien Tournaisien jonger
Devoon Boven Famennien 359,2–374,5
Frasnien 374,5–385,3
Midden Givetien 385,3–391,8
Eifelien 391,8–397,5
Onder Emsien 397,5–407,0
Pragien 407,0–411,2
Lochkovien 411,2–416,0
Siluur Pridoli ouder
Indeling van het Devoon volgens de ICS.[1]

.

De wereld ten tijde van het Devoon

Het Devoon wordt door wetenschappers ook wel het tijdperk van de vissen genoemd. Stilaan verschijnen er in rivieren, binnenzeeën en zoutwatermeren allerlei verschillende levensvormen.

Het Devoon duurde 63 Mj, van 417 tot 345 Mj geleden. In deze periode bleef het aardse klimaat erg warm, door de formatie van nieuwe landmassa’s, ontstonden er uitgestrekte woestijnen en de continenten werden doorsneden door grote rivieren die afwaterden in grote binnenzeeën en meren met een rijk zoetwaterleven.

De zeespiegel was nog meer gestegen door het verder smelten van de poolkappen. Hierdoor konden zich langs de kuststroken grote koraalriffen ontwikkelen (een voorbeeld van zo een koraal is te bezichtigen op het fossiel strand bij het Devoon).

De binnenzeeën van het Devoon werden gedomineerd door predatoren.

De kaaklozen waren de eersten die het zoete water koloniseerden, maar al gauw werden ze gevolgd door de met kaken uitgeruste vijanden. Deze groep van vissen met kaken zou later uitgroeien tot wat nu kennen onder de vorm van haaien, longvissen, straalvinnigen en kwastvinnigen. Tot deze groepen behoorden actieve predators van niet minder dan 6 meter lengte.

Wat er zeker nog te vermelden is over het Devoon, is het feit dat Belgie een zeer belangerijke rol speelt i.v.m. de stratigrafie van dit tijdperk.

Er is veel werk verricht door Belgische paleontologen zoals André Dumont op gebied van de stratigrafie van het Devoon.

De Ardennen behoren samen met het Hünsruck-Leisteen massief (D) tot één van de belangerijkste plaatsen op de wereld voor het onderzoek van levensvormen uit deze periode.

1.1 HET BELGISCH DEVOON

Het belgisch devoon wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door de aanwezigheid van mariene formaties die rijk zijn aan verschillende soorten Trolobieten, Brachiopoden, Koralen e.d. Het was dan ook aan de hand van deze mariene levensvormen, dat geologen zoals A.Dumont een eerste onderverdeling voor het devoon maakten

File:Geology of the Rhenish Massif.png

De geologische situering van Devonische Gesteenten in Belgie en grensgebieden

Geological Map of the Rhenish Massif. Inset: position of Rhenish Massif in the Variscan orogeny

LIGGING VAN DE CONTINENTEN:

De ligging van de continenten ten tijde van het Devoon is zeer verschillend in vergelijking met Vandaag

Bestand:380 Ma plate tectonic reconstruction.png

onder_devoon02
Door het hoger worden van de temperatuur tijdens het Onder Devoon steeg het zeeniveau door het smelten van het landijs. Perioden van extreme droogte werden afgewisseld door perioden met zware regenval.De continenten Laurentia, Avalonia en Baltica vormden op de evenaar het Old Red Continent, een groot continent met een rood gekleurde bodem waaruit het Caledonische gebergte opkwam. Dit laatste gebeurde door het botsen van de continentale platen.
boven_devoon01
Tijdens het Boven Devoon daalde de zeespiegel waardoor veel planten en dieren op het land door gebrek aan water uitstierven en veel planten en dieren in zee door droogvallen van de zeeën. Gondwana en de Old Red Continent kwamen dichter bij elkaar te liggen.

Ligging van de Continenten in het Devoon.

Europa vinden we in het Devoon terug onder de Evenaar en is voor een groot deel bedekt met water en bezaaid met enkele kleine eilanden die deel uitmaken van een langwerpig stuk land dat zich uitstrekt van Engeland tot Portugal. DIt verklaard ook waarom in het V.K. enkel terrestrische afzettingen zijn gevonden en daarom ook ongeschikt was voor enige vorm van stratigrafische indeling van het Devoon.

1.3 STRATIGRAFISCHE INDELING VAN HET DEVOON.

Het Devoon kan net zoals alle andere geologische perioden, ingedeeld worden in verschillende series, etages en sub etages die onderling ook versvhillende formaties kunnen bezitten die op hun beurt verschillend zijn van land tot land.

Deze ingewikkelelde structuur kan het best weergegeven worden in Tafels of tabellen waarin de verschillende etages chronologisch worden beschreven of vernoemd (zie fig 1.4) aan de andere kant kan men ook de verschillende lagen gaan beschrijven en vermelden waar men ze kan tegenkomen (dit noemt men de type-localiteit).

Zoals ik reeds vermeld heb is het dankzij de zeer rijke mariene Devoon formaties, dat Belgie een prominente rol heeft gespeeld in de studie naar de verschillende geologische formaties in het Devoon

Thanville

http://www.fossiel.net/vindplaatsen/vindplaats.php?plaats=202

Trilobieten Bivalven Brachiopoden Koralen Sponzen

Hoofdzakelijk brachiopodenKlik hier voor meer info! (o.a. Spirifer, Atrypa), koralenKlik hier voor meer info! (zowel solitair als kleine kolonies), bivalvenKlik hier voor meer info! (zelden) en ook sponzenKlik hier voor meer info! (genus Receptaculites). Ook trilobietenKlik hier voor meer info! kunnen gevonden worden, maar die schijnen zeldzaam te zijn

TrilobietenKlik hier voor meer info! uit Thanville © Foto: R. Lausberg

thanville1vondsten
Vondsten van Thanville 1 © Foto: J. Luteyn

    http://www.cartage.org.lb/en/themes/sciences/paleontology/paleozoology/mesozoic/mesozoic.htm


The breakup of Pangaea. Image fromhttp://pubs.usgs.gov/publications/text/historical.html.

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to GEOLOGISCHE TIJDLIJN

  1. Pingback: IJSTIJDEN « Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: