DD’S OVERZICHT en (oude )LINKS


INHOUD —-> https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/03/evodisku/

ANTI-CREATO ;

°

Antwoorden op  ABIOGENESIS CREATIONISME : 

abiogenesis slechts een evolutie-geloof   doc 

GATENKAAS  doc 

misvattingen over abiogenesis.docx (152.6 KB)  doc

Teach the controversy  doc  

°

MISVATTING  over de evolutietheorie

” De evolutietheorie kan het ontstaan van het leven niet verklaren  …” 
Klopt :  de evolutietheorie kan inderdaad niet verklaren hoe het leven hier op aarde ontstaan is.Maar evolutiebiologen proberen ook niet om dit mysterie op te lossen. Evolutie is het proces dat plaatsvindt wanneer het leven eenmaal aanwezig is.

Dus het ontstaan van het leven heeft geen impact op de validiteit van de evolutietheorie.

Er zijn uiteraard diverse hypothesen geformuleerd over het ontstaan van het leven, maar een allesomvattende theorie is VOORLOPIG  nog niet aan de orde.

°

ABIOGENESIS 

http://forum.credible.nl/viewtopic.php?t=6269

Abiogenese  door DetectedDestiny » 05 okt 2005

Onderstaande tekst heb ik na toestemming van de auteur in het Nederlands vertaald. De originele post is te vinden op het forum van Internet Infidels, geplaatst door Dr. GH. Ik heb zelf nog (lang) niet alle artikelen die hierin genoemd worden gelezen, maar aangezien abiogenese de laatste tijd vaak ter sprake kwam in het evolutietopic leek het mij interessant om deze informatie met andere users die daarin actief zijn te delen.
Ik open een nieuw topic omdat abiogenese geen onderdeel van de evolutietheorie is en het de overzichtelijkheid van de discussie ten goede komt om deze zaken gescheiden te houden.De eerste editie van Darwin’s “On the origin of species”maakt niet speciaal melding van het ontstaan van leven. In de conclusie van de 6e editie maakt hij echter een paar algemene opmerkingen hierover. Hij schreef:

Quote:

 ”Ik geloof dat dieren afstammen van maximaal vier of vijf voorouders en planten van een nog lager aantal.

Analogie zou me nog een step verder brengen, namelijk dat alle dieren en planten afstammen van één prototype. Maar analogie kan een misleidende gids zijn. Niettemin hebben alle levende dieren veel gemeen in hun chemische samenstelling, celstructuur, hun groeiwetten en hun kwetsbaarheid voor schadelijke invloeden.”

”Het is ongetwijfeld mogelijk, zoals Mr. G.H. Lewed voorgesteld heeft, dat bij het eerste ontstaan van leven er veel verschillende vormen evolueerden. Maar indien dit het geval is mogen we concluderen dat slechts een heel klein gedeelte gemodificeerde afstammelingen heeft nagelaten.”

”Auteurs die hoog in aanzien staan schijnen volledig tevreden te zijn met het standpunt dat iedere soort onafhankelijk geschapen is. Naar mijn mening past het beter bij wat wij weten over de wetten die door de Schepper opgelegd zijn aan de materie dat de productie en extinctie van de soorten op deze wereld – in heden en verleden – veroorzaakt wordt door indirecte oorzaken, zoals de oorzaken die geboorte en dood van een individu bepalen. Als ik alle organismen niet zie als speciale creaties, maar als lineaire afstammelingen van een paar organismen die leefden lang voordat de eerste laag Cambrisch sediment afgezet werd, schijnt het mij alsof ze in waarde toenemen.”

De laatste zin in de eerste editie, “Er is schoonheid in deze visie op het leven, met zijn verschillende krachten, in eerste instantie ingeblazen in enkele levensvormen, of zelfs in één; en dat terwijl deze planeet zijn baan om de zon draaide volgens de vaste wetten van de zwaartekracht, vanuit zo’n simpel begin eindeloze vormen, prachtig en wonderlijk om te zien, zich hebben geëvolueerd.” werd enigszins aangepast in de 6e editie om duidelijk aan te geven dat de “Schepper” verantwoordelijk was voor het onstaan van het leven. Sommige scholastieke studies beweren dat Darwin spijt gehad heeft van deze concessie aan zijn uitgevers.

Algemene boeken over het ontstaan van het leven starten vaak met een uitgebreide discussie over de historische theorieën over het leven. Beginnende met de Grieken en ons een weg werkend naar het heden zijn er drie belangrijke voorvallen te noemen: De uitvinding van de microscoop, de synthese van ureum en het experiment van Pasteur in 1862.

Alle vroege denkbeelden over het ontstaan van het leven kunnen gereduceerd worden tot een “generatio spontanea” idee, of het denkbeeld dat het leven door een bovennatuurlijke entiteit geschapen was. De uitvinding van, en verbeteringen aan, de microscoop tussen 1590 en 1674 veranderden voor altijd de blik van de mensheid op (de complexiteit van) het leven. Voor velen leek dit het idee van “generatio spontanea” te ondersteunen, omdat men dacht dat deze microscopische levensvormen de simpele ‘zaden’ voor complexer leven waren. Antonie van Leeuwenhoek’s ontdekking van sperma was een extra ondersteuning voor dit idee.

In die tijd heerste er ook het idee dat organisch materiaal van levende wezens totaal anders was dan inorganische of minerale stoffen. Dit concept stond bekend onder de noemer ‘vitalisme’, maar de onjuistheid hiervan werd in 1832 door Wühler bewezen toen hij ureum – een ‘levende’ stof – maakte uit simpele inorganische chemicaliën.

Het meest populaire argument dat creationisten aanhalen als tegenwerping wanneer het over modern abiogenese onderzoek gaat is dat Pasteur demonstreerde dat de “generatio spontanea” theorie onjuist is. Het moge echter duidelijk zijn dat Pasteur’s experimenten lieten zien dat complexe levensvormen niet spontaan ontstaan. Zijn experimenten hadden geen betrekking op het ontstaan van het leven zoals men dat tegenwoordig bedoelt.

De groeiende interesse in de zoektocht naar buitenaards leven heeft meer productief onderzoek naar het ontstaan van leven opgeleverd in de laatste 15 jaar dan dat er daarvoor in de hele geschiedenis verricht is. “The emergence of life on earth: A historical and scientific overview” door Iris Fry (2000, Rutgers University Press) is één van de beste populair-wetenschappelijke boeken over dit onderwerp. Hoewel het slechts 5 jaar oud is valt de 2e editie toch aan te bevelen om ook de recente ontwikkelingen bij te houden.

Er zijn erg veel specifieke onderwerpen in het onderzoek naar het ontstaan van leven en slechts weinig onderzoeksgroepen houden zich met meer dan een paar ervan bezig. De belangrijkste onderzoeksterreinen zijn naar mijn mening:

1) Samenstelling van de Hadean/vroeg-Archean atmosfeer

De belangrijkste referenties hier zijn:

Genda, Hidenori & Abe, Yutaka (2003) ”Survival of a proto-atmosphere through the stage of giant impacts: the mechanical aspects” Icarus 164, 149-162.

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0019103503001015

Holland, Heinrich D. (1984) ”The Chemical Evolution of the Atmoshphere and Oceans” Princeton Series in Geochemistry, Princeton University Press  (1)

Holland, Heinrich D. (1999) “When did the Earth’s atmosphere become oxic? A Reply.” The Geochemical News #100: 20-22 (see Ohmoto 1997)

Kasting, J. F., J. L. Siefert (2002) “Life and the Evolution of Earth’s Atmosphere” Science 296:1066

Pepin, R. O. (1997) ”Evolution of Earth’s Noble Gases: Consequences of Assuming Hydrodynamic Loss Driven by Giant Impact” Icarus 126, 148-156

(zie ook http://stonesnbones.blogspot.be/2008/12/origin-of-life-outline.html)

Er zijn nog enkele andere, maar door bovenstaande artikelen te lezen krijgt met een aardig beeld van het onderzoek. Het resultaat is dat er een reducerende atmosfeer was en een oceanisch systeem met hoog-reducerende oases.
Een recent artikel

Rosing, Minik T. and Robert Frei (2003) ”U-rich Archaean sea-floor sediments from Greenland – indications of >3700 Ma oxygenic photosynthesis” Earth and Planetary Science Letters, online 6 December 03

presenteert gegevens die erop wijzen dat er hele vroege oxiderende levensvormen in zee-bassins leefden die waarschijnlijk uitgeroeid zijn.

Dus, met een reducerende atmosfeer, een dunne, hete aardkorst en een rijke UV-straling kunnen we de volgende vraag stellen, namelijk

2) Wat was de bron voor “organische” moleculen?

2a) Aminozuren

Het klassieke artikel was natuurlijk dat van Stanley Miller uit 1953

Miller, Stanley L., (1953) “A Production of Amino Acids Under Possible Primitive Earth Conditions” Science vol. 117:528-529

Met nog enige extra informatie in:

Miller, Stanley, Harold C. Urey (1959) “Organic Compound Synthesis on the Primitive Earth” Science vol 139 Num 3370:254-251

Miller toonde aan dat een erg simpele opstelling die enkele van de belangrijkste aspecten van een jonge aarde simuleerde binnen korte tijd in staat was om o.a. aminozuren te produceren.

Dit resultaat is één van de meest herhaalde en geconfirmeerde experimenten ooit. Ondanks dit claimen creationisten regelmatig dat het ongeldig is. Jonathan Wells, een medewerker van het creationistische “Discovery Institute” beroemt zich erop het Miller Urey experiment ontkracht te hebben (evenals alle andere zaken die hij Darwinistische “iconen” noemt).

Maar de atmosfeer is niet de enige locatie voor synthese. Bijvoorbeeld in het water

Amend, J. P. , E. L. Shock (1998) “Energetics of Amino Acid Synthesis in Hydrothermal Ecosystems” Science Volume 281, number 5383, Issue of 11 Sep, pp. 1659-1662

Uit de ruimte

Blank, J.G. Gregory H. Miller, Michael J. Ahrens, Randall E. Winans (2001) “Experimental shock chemistry of aqueous amino acid solutions and the cometary delivery of prebiotic compounds” Origins of Life and Evolution of the Biosphere
31(1-2):15-51, Feb-Apr

Chyba, Christopher F., Paul J. Thomas, Leigh Brookshaw, Carl Sagan (1990) “Cometary Delivery of Organic Molecules to the Early Earth” Science Vol. 249:366-373

Engel, Michael H., Bartholomew Nagy (1982) “Distribution and Enantiomeric Composition of Amino Acids in the Murchison Meteorite” Nature 296, April 29, p. 838.

Matthews CN. (1992) ”Hydrogen cyanide polymerization: a preferred cosmochemical pathway.” J. Br. Interplanet Soc. 45(1):43-8

In oceaantroggen

Schoonen, Martin A. A., Yong Xu (2001) “Nitrogen Reduction Under Hydrothermal Vent Conditions: Implications for the Prebiotic Synthesis of C-H-O-N Compounds” Astrobiology 1:133-142

Mogelijkheden tot vorming van aminozuren zijn er dus genoeg op een abiotische aarde.

Maar er is meer nodig dan alleen aminozuren. Suikers, nucleïnezuren en lipiden zijn ook van belang. Hiermee komen we dus bij punt

2b) Suikers

Waarom hebben we suikers nodig? De belangrijkste reden hiervoor is dat zonder de vijf-koolstof suikermoleculen onze beginnende levensvorm geen ‘geheugen’ zoals RNA of DNA kan maken. De details hierover komen later, eerst behandelen we de vraag waar deze suikers zijn.

Weber AL. (1997) ”Prebiotic amino acid thioester synthesis: thiol-dependent amino acid synthesis from formose substrates (formaldehyde and glycolaldehyde) and ammonia.” Origins of Life and Evolution of the Biosphere 28: 259-270.

Cooper, George, Novelle Kimmich, Warren Belisle, Josh Sarinana, Katrina Brabham, Laurence Garrel (2001) ”Carbonaceous meteorites as a source of sugar-related organic compounds for the early Earth” Nature 414, 879 – 883 (20 Dec 2001) Letters to Nature

Cody, George D., Nabil Z. Boctor, Timothy R. Filley, Robert M. Hazen, James H. Scott, Anurag Sharma, Hatten S. Yoder Jr. (2000) “Primordial Carbonylated Iron-Sulfur Compounds and the Synthesis of Pyruvate” Science v.289 : 1337-1340

Sephton, Mark A. (2001) ”Meteoritics: Life’s sweet beginnings?” Nature 414, 857 – 858 (20 Dec ) News and Views

Ricardo, A., Carrigan, M. A., Olcott, A. N., Benner, S. A. (2004) “Borate Minerals Stabilize Ribose” Science January 9; 303: 196 (in Brevia)

Stanley Miller en collegae suggereren een eerdere vervanger voor suiker in

Lazcano, Antonio, Stanley L. Miller (1996) “The Origin and Early Evolution of Life: Prebiotic Chemistry, the Pre-RNA World, and Time” Cell vol 85:793-798

Nelson, K. E., M. Levy, S. L. Miller (2000) “Peptide nucleic acids rather than RNA may have been the first genetic molecule” PNAS-USA v.97, 3868-3871

Er zijn nog veel meer artikelen maar de belangrijkste boodschap hieruit is dat er suiker aanwezig was.

Vervolgens komen we bij

2c) Nucleïnezuren

Op aarde zijn er hiervan slechts vijf in gebruik. Er is een grote hoeveelheid creationistische boeken en websites die beweren dat er een groot stabiliteitsprobleem met de synthese van nucleïnezuren is. Dit is een mooie demonstratie van het kopiëergedrag van veel creationisten, want er zijn er slechts enkele met de kennis en opleiding om te begrijpen wat dit betekent. Niet één ervan heeft zelf onderzoek gedaan op de direct relevante terreinen. Hun beweringen zijn veelal terug te voeren op een legitieme wetenschapper, Robert Shapiro. Twee van zijn representatieve publicaties zijn

Shapiro, Robert (1986) “Origins: A Skeptics Guide to the Creation of Life on Earth” New York: Summit Books

Shapiro, Robert (1999) ”Prebiotic Cytosine Synthesis: A Critical Analysis and Implications for the Origin of Life.” Proceedings of the National Academy of Science 96 (8): 4396
*Side reactions make cytosine synthesis unlikely, but see Nelson et al (2001)

Het boek uit 1986 is erg verouderd en erg in trek bij creationisten.
Het artikel uit 1999 is ook beantwoord. Levy en Miller brengen ook een dergelijke kwestie onder het voetlicht in

Levy, M and Miller, S.L. (1998) ”The stability of the RNA bases: Implications for the origin of life” Proceedings of the National Academy of Science 95(14):7933–38

Maar, als echte wetenschappers beantwoorden ze de vragen  die ze zelf opwierpen
De volgende artikelen zijn een selectie uit het onderzoek naar de pre-biotische oorsprong van nucleïnezuren

 Fuller, W. D., Sanchez, R. A. & Orgel, L. E. (1972) ”Studies in prebiotic synthesis. VI. Synthesis of purine nucleosides.” Journal of Molecular Biology 67, 25-33

An efficient prebiotic synthesis of cytosine and uracil /MICHAEL P. ROBERTSON & STANLEY L. MILLER 1995 http://www.nature.com/nature/journal/v375/n6534/abs/375772a0.html. (1995) Nature 375, 772 – 774

Nelson K.E., Robertson M.P., Levy M, Miller S.L. (2001) ”Concentration by evaporation and the prebiotic synthesis of cytosine.” Orig Life Evol Biosph Jun;31(3):221-229

Verder zijn er ook nog aspecten van nucleïnezuur synthese te vinden in de eerder genoemde artikelen.
Ook nucleïnezuren zijn dus aanwezig. Dit brengt ons bij het volgende punt

2d) Lipiden

Lipiden zijn het materiaal van membranen, ze houden binnen wat binnen zit en de rest buiten. Vandaag de dag worden ze gemaakt door simpele cellen en naar boven toe door de voedselketen getransporteerd. Maar waar kwamen ze voor het eerst vandaan, 3,7 miljard jaar of daaromtrent geleden?

Een belangrijke bron ervan schijnen meteorieten geweest te zijn

Deamer, D. W. (1985) ”Boundary structures are formed by organic components of the Murchison carbonaceous chondrite.” Nature 317:792-794.

Deamer, D. W., and Pashley, R. M. (1989) ”Amphiphilic components of carbonaceous meteorites.” Orig. Life Evol. Biosphere 19:21-33.

Krishnamurthy, R., Pitsch, S. & Arrhenius, G. (1999) ”Mineral induced formation of pentose-2,4-bisphosphates.” Origins Life Evol. Biosph. 29, 139-152

Dworkin, Jason P., David W. Deamer, Scott A. Sandford, and Louis J. Allamandola (2001) “Self-assembling amphiphilic molecules: Synthesis in simulated interstellar/precometary ices” PNAS 98: 815-819

Pizzarello, Sandra, Yongsong Huang, Luann Becker, Robert J. Poreda, Ronald A. Nieman, George Cooper, Michael Williams (2001) “The Organic Content of the Tagish Lake Meteorite” Science, Vol. 293, Issue 5538, 2236-2239

Segré D., Ben-Eli D. Deamer D. and Lancet D. (2001) “The Lipid World” Origins Life Evol. Biosphere 31, 119-145

—->Nu dit alles aanwezig is, wat gebeurt er nu mee? Er worden complexe dingen gemaakt:

Martin M. Hanczyc, Shelly M. Fujikawa, and Jack W. Szostak (2003) ”Experimental Models of Primitive Cellular Compartments: Encapsulation, Growth, and Division” Science October 24; 302: 618-622 (in Reports)

D.W. Deamer (1997) “The First Living Systems – A Bioenergetic Perspective” Microbiology and Molecular Biology Reviews, 61(2): 239

Chakrabarti, A.C., R.R. Breaker, G.F. Joyce, & D.W. Deamer (1994) ”Production of RNA by a Polymerase Protein Encapsulated within Phospho-Lipid Vesicles” Journal of Molecular Evolution 39(6): 555-559

Khvorova A, Kwak YG, Tamkun M, Majerfeld I, Yarus M. (1999) ”RNAs that bind and change the permeability of phospholipid membranes.” Proceedings of the National Academy of Sciences 96:10649-10654

Yarus M. (1999) ”Boundaries for an RNA world.” Current Opinion in Chemical Biology 3:260-267.

Walter P, Keenan R, Scmitz U. (2000) ”SRP-Where the RNA and membrane worlds meet.” Science 287:1212-1213

Tot dusver hebben we dus aminozuren, ribose en/of andere vijf-koolstof suiker substituten (pentoses), membranen van lipiden die minerale deeltjes inkapselen en “organische” moleculen. Dit alles zonder benodigde ‘interventies’ en puur als resultaat van alledaagse chemie.

Maar er is meer nodig voordat er leven op aarde kan bestaan.

3) Formatie van complexe systemen

3a) Chiraliteit

Pasteur ontdekte dat de meeste aminozuren in twee vormen bestaan die geïdentificeerd kunnen worden aan de manier waarop ze licht breken. We noemen deze vormen L- (levo, links) en D- (dextro, rechts). Het interessante is dat leven op aarde enkel de L- vorm van aminozuren gebruikt en slechts heel sporadisch de D- vorm. Een oplossing van slechts één vorm wordt “chiraal” genoemd en een 50/50 mix van beide vormen heet een racemisch mengsel. De twee vormen (L- en D-) worden enantomeren genoemd.

De nucleïnezuren die eerder werden genoemd bestaan ook in twee vormen, maar in dit geval wordt enkel en alleen de D- vorm door aards leven gebruikt.

Creationisten presenteren dit graag als een diep mysterie dat zou moeten “bewijzen” dat ze gelijk hebben. Toch bestaan er enkele gevallen waarin beide vormen, links en rechts, in een levend organisme gebruikt worden. Het is zeldzaam maar het komt wel voor. Een voorbeeld is het eiwit Gramicidin A, dat 8 L-aminozuren, 6 D-aminozuren en één glycine (een aminozuur zonder chiraliteit) molecuul bevat.

Voordat we verder gaan moeten er nog enkele chemische basisbeginselen aan de uitleg toegevoegd worden. Ten eerste zullen L-aminozuren gedurende de tijd willekeurig veranderen in D-aminozuren en omgekeerd. Dit proces heet “racemisatie” omdat er uiteindelijk een 50/50 mengsel zal overblijven. De snelheid waarmee dit gebeurd hangt af van het aminozuur en de bijzonderheden van de omgeving. Het snelst gebeurt dit met losse aminozuren in heet water. In droge, koude omstandigheden waarbij de aminozuren aan elkaar vast zitten – of nog beter, aan een mineraal vastzitten – kan racemisatie erg langzaam gaan. Erg, erg langzaam.

Dit betekent dat als er ook maar een klein voordeel is voor de ene of voor de andere vorm de favoriete vorm uiteindelijk dominant zal worden. Dit voordeel komt uit een onverwachte hoek: de ruimte:

Cronin, J. R. & Pizzarello, S. (1999) ”Amino acid enantomer excesses in meteorites: Origin and significance.” Advances in Space Research 23(2): 293-299.

Service, RF (1999) ”Does life’s handedness come from within?” Science 286: 1282-1283.

Antonio Chrysostomou, T. M. Gledhill,1 François Ménard, J. H. Hough, Motohide Tamura and Jeremy Bailey (2000) “Polarimetry of young stellar objects -III. Circular polarimetry of OMC-1” Monthly Notices of the Royal Astronomical Society Volume 312 Issue 1 Page 103

Michael H. Engel and Bartholomew Nagy (1982) “Distribution and Enantiomeric Composition of Amino Acids in the Murchison Meteorite” Nature 296, April 29, p. 838.

Jeremy Bailey, Antonio Chrysostomou, J. H. Hough, T. M. Gledhill, Alan McCall, Stuart Clark, François Ménard, and Motohide Tamura (1998) ”Circular Polarization in Star- Formation Regions: Implications for Biomolecular
Homochirality”
Science 1998 July 31; 281: 672-674 (in Reports)

Chyba, Christopher F. (1997) “Origins of life: A left-handed Solar System?” Nature 389, 234- 235

Engel, M. H., S. A. Macko (1997) ”Isotopic evidence for extraterrestrial non- racemic amino acids in the Murchison meteorite.” Nature 389, 265 – 268 (18 Sep) Letters to Nature

Dat moet wat dat betreft voldoende zijn. De volgende vraag is of het voordeel van L-aminozuren geconserveerd kan worden in de formatie van ingewikkeldere moleculen, namelijk peptiden? Ja:

 Schmidt, J. G., Nielsen, P. E. & Orgel, L. E. (1997) ”Enantiomeric cross-inhibition in the synthesis of oligonucleotides on a nonchiral template.” J. Am. Chem. Soc. 119, 1494-1495

Saghatelion A, Yokobayashi Y, Soltani K, Ghadiri MR (2001) “A chiroselective peptide replicator” Nature 409: 797-51

Singleton, D A,& Vo, L K (2002) “Enantioselective Synthsis without Discrete Optically Active Additives” J. Am. Chem. Soc. 124, 10010-10011

Yao Shao, Ghosh I, Zutshi R, Chmielewski J. (1998) ”Selective amplification by auto- and cross-catalysis in a replicating peptide system.” Nature. Dec 3;396(6710):447-50

En er schijnen nog andere voordelen voor L-selectie te bestaan. Bijvoorbeeld

Hazen, R.M., T.R. Filley, and G.A. Goodfriend (2001) ”Selective adsorption of L- and D-amino acids on calcite: Implications for biochemical homochirality.” Proceedings of the National Academy of Sciences 98(May8):5487

Chiraliteit is dus blijkbaar niet zo’n groot probleem. Dit is heel anders dan de manier waarop creationisten dit presenteren. Zij citeren een paar verouderde artikelen en beweren op grond daarvan vervolgens onterecht dat chiraal leven onmogelijk is zonder bovennatuurlijk ingrijpen.

3b) Maar hoe zit het met de nucleïnezuren? Een nieuw artikel heeft recent de volgende stap beschreven:

Pizzarello, Sandra, Arthur L. Weber (2004) ”Prebiotic Amino Acids as Asymmetric Catalysts” Science Vol 303, Issue 5661:1151

Het blijkt dat het selectieve voordeel voor L-aminozuren de selectie van D-nucleïnezuren opdringt en de volledige reactie kan onder normale, natuurlijke omstandigheden verlopen.

We hebben nu dus alle onderdelen. Onze planeet is gevormd uit gigantische botsingen van planetoïden die onafhankelijk van elkaar chemische evolutie en verwering ondergaan hadden en die in de botsing veel van hun eigen atmosfeer bijdroegen aan de atmosfeer van de groeiende aarde. We hebben aminozuren, suikers, nucleïnezuren, lipiden en mineralen onder een zuurstofloze en reducerende atmosfeer en oceaan, met een dunne, hete aardkorst en een UV-rijke, koude zon. En onthoudt dat de maan destijds dichterbij stond en sneller rond de aarde draaide, wat gigantische getijdenwerking tot gevolg had in vergelijking met onze tijd.

3c) Zullen al deze onderdelen met elkaar combineren om complexere dingen te maken? Jazeker:

Ferris JP, Hill AR Jr, Liu R, and Orgel LE. (1996) ”Synthesis of long prebiotic
oligomers on mineral surfaces”
[see comments] Nature, 381, 59-61.
Lee DH, Granja JR, Martinez JA, Severin K, Ghadri MR. (1996) “A self-replicating peptide.”Nature Aug 8;382(6591):525-8A.C. Chakrabarti, R.R. Breaker, G.F. Joyce, & D.W. Deamer (1994) ”Production of RNA by a Polymerase Protein Encapsulated within Phospho-Lipid Vesicles”Journal of Molecular Evolution 39(6): 555-559Smith, J.V. (1998) ”Biochemical evolution. I. Polymerization on internal, organophilic silica surfaces of dealuminated zeolites and feldspars”Proceedings of the National Academy of Sciences 95(7): 3370-3375Smith, J.V., Arnold, F.P., Parsons, I., Lee, M.R. (1999) ”Biochemical evolution III: Polymerization on organophilic silica-rich surfaces, crystal-hemical modeling, formation of first cells, and geological clues”Proceedings of the National Academy of Sciences 96(7): 3479-3485Blochl, Elisabeth, Martin Keller, Gunter Wächtershäuser, Karl Otto Stetter (1992) “Reactions depending on iron sulfide and linking geochemistry with biochemistry”PNAS-USA v.89: 8117-8120Dyall, Sabrina D., Patricia J. Johnson (2000) “Origins of hydrogenosomes and mitochondria: evolution and organelle biogensis.”Current Opinion in Microbiology 3:404-411Huber, Claudia, Gunter Wächtershäuser (1998) “Peptides by Activation of Amino Acids with CO on (Ni,Fe)S Surfaces: Implications for the Origin of Life”Science v.281: 670-672Imai, E., Honda, H., Hatori, K., Brack, A. and Matsuno, K. (1999) “Elongation of oligopeptides in a simulated submarine hydrothermal system“Science 283(5403):831–833.Lee DH, Severin K, Yokobayashi Y, and Ghadiri MR (1997) ”Emergence of symbiosis in peptide self- replication through a hypercyclic network.”Nature, 390: 591-4Orgel LE. (2004) “Prebiotic chemistry and the origin of the RNA world.” Crit Rev Biochem Mol Biol. Mar-Apr;39(2):99-123Dworkin JP, Lazcano A, Miller SL (2003) “The roads to and from the RNA world.” Journal of Theoretical Biology May 7;222(1):127-34En nog één over het werk van Miller:

G. Schlesinger and S.L. Miller (1983) “Prebiotic synthesis in atmospheres containing CH4, CO, and CO2. I. amino acids.” Journal of Molecular Evolution 19:376

een paar (lees)links en referenties van artikelen over dit onderwerp:

http://noorderlicht.vpro.nl/wetenschap/index.shtml?3626936+4257491+14927660
http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/4104483.stm
http://www.siu.edu/~protocell/
http://www.theharbinger.org/articles/rel_sci/fox.html
http://www.talkorigins.org/faqs/abioprob/abioprob.html

Interview met Andrew Knoll

Powner et al.
2009 “Synthesis of activated pyrimidine ribonucleotides in prebiotically plausible conditions”, Nature 459, 239-242
http://www.nature.com/nature/journal…ture08013.html

Er zijn verschillende redenen waarom ik zoveel referenties heb gebruikt.

*Ten eerste is dat hoe wetenschap werkt, men bouwt op het werk van anderen.

*Ten tweede, binnen de wetenschap is het gebruikelijk om je bronnen duidelijk te vermelden. Iedereen kan de geciteerde artikelen nalezen. Als men wil kan men beargumenteren dat de artikelen iets anders zeggen dan hier naar voren gebracht is, of dat het artikel zelf ontkracht of weerlegd is door recentere informatie
.
*Ten derde, een veel voorkomende bewering van creationisten is dat er geen valide onderzoek naar het ontstaan van het leven plaatsvindt, of dat de bestaande onderzoeken niet verder komen. De referenties die hier gegeven zijn laten zien dat deze bewering niet op waarheid berust.
*Ten vierde, uitgezonderd enkele historische referenties zijn deze bronnen meestal minder dan 10 jaar, en soms zelfs slechts enkele maanden oud.
Dit in contrast met het selectieve gebruik van bronnen bij creationistische schrijvers als Jon Sarfati of Jon Wells, die slechts enkele gedateerde artikelen misbruiken om hun onzin een schijn van wetenschappelijkheid te verschaffen.
°
voorlopige  Conclusie  ;
– Uit bovenstaand verhaal blijkt wel duidelijk dat abiogenese niet zoiets eenvoudigs is als het willekeurig in elkaar vallen van een complete DNA streng waar je even een simpele kansberekening op loslaat.-Alle argumenten tégen abiogenese die op een dergelijke kansberekening berusten zijn dan ook volkomen uit de lucht gegrepen en alleen geschikt om mensen die werkelijk niets van het onderwerp begrepen hebben te misleiden.
————————————————————————————————————————————————–
Reacties =
1a)-zelfs al heb je alle bouwstenen voor leven bij elkaar, en op de juiste manier in elkaar gezet. Dan heb je nog steeds geen leven. Het blijft een dood klompje ‘wat dan ook’. Want voor zover ik weet is het in geen enkel onderzoek(t/m 2005 )  tot nu toe gelukt om een cel tot ‘leven’ te laten komen.
antwoordvan DD  ;
Iemand die de juiste ingrediënten bij elkaar mixt, de juiste temperatuur, even roeren en klaar!
Dat is nog niet gelukt. Maar wat ik  helemaal in het  begin van dit artikel   hoopte aan te geven is dat dit zo waarschijnlijk ook niet  zo  zal gebeuren.
Nee, als er iets duidelijk moet worden  dan is het wel dat het onderzoek naar abiogenese een puzzel met erg veel verschillende stukjes is. En op allerlei plaatsen wordt er hard aan die puzzel gewerkt, om stapje voor stapje een mogelijke route van niet-levend naar levend te ontwarren.
Maar het was toch juist de belangrijkste vraag om  te ontrafelen   ”  Hoe heeft het leven kunnen ontstaan.” Als alles er is (de ingredienten dus  –>zie artikel) maar nog steeds geen leven : dan mis je naar mijn idee niet een detail, maar juist het meest belangrijke onderdeel, waar de rest detail van is
DD : Inderdaad. En wat ik zeg is dat dit niet opgelost zal worden door een Dexter die in zijn lab even alle ingrediënten bij elkaar hutselt en kookt, maar dat het een onderzoeksgebied is dat in kleine stapjes opgelost zal worden. Dus als jij nog steeds op dr. Dexter zit te wachten kun je het wel opgeven.
Het onderzoek is ook nog niet af hè en het zit ook niet vast ofzo.
Dus de conclusie trekken dat leven onmogelijk langs natuurlijke weg kan ontstaan is nog steeds voorbarig.
* ; Net als  de ‘conclusie’ (misschien beter: vooringenomenheid) dat het mogelijk is dat leven via de natuurlijke weg kan ontstaan.
DD  = Het is noodzakelijk om zo’n vertrouwen te hebben wil men überhaupt verder komen. Dat heeft niets met vooringenomenheid te maken, maar met de wil tot vooruitgang in onze kennis en techniek.
*Stel dat er inderdaad iets ‘buitennatuurlijks’ nodig is om leven te doen ontstaan.
De wetenschap blijft zoeken naar natuurlijke wegen. Zolang deze weg niet gevonden wordt, zal men zeggen:
‘We hebben het nog niet gevonden’ (de aard van wetenschap is immers natuurlijk en materieel).
Als leven dus via een onnatuurlijke weg ontstaan is, kan de wetenschap daar moeilijk achter komen, omdat het blijft proberen via de natuurlijke weg.
*Totdat het de wetenschap wel lukt om het ontstaan van leven via de natuurlijke weg aan te tonen, is zij een beperkt instrument in deze kwestie. (Waarmee ik uiteraard niet wil zeggen dat de wetenschap deze zoektoch moet staken. Integendeel, de wetenschap moet er alles (binnen haar mogelijkheid) aan doen om aan te tonen hoe leven is ontstaan.)
DD  :  Huh? Pas als het graf gedolven is is de spade nuttig geworden? Het werk zelf is niet nuttig wil je zeggen?
 Het is toch logisch dat er eerst een weg van onderzoeken, proberen, fouten maken vooraf gaat aan elke wetenschappelijke verklaring.
Waarom zou dit de wetenschappelijke methode beperken?Het probleem van bovennatuurlijke “verklaringen” is dat mijn verklaring net zo goed is als die van mijn buurman. Of het nu een onzichtbare eenhoorn, roze olifant, spaghettimonster, de chaos, jahweh, of de boze bosgod geweest is kan niet worden onderzocht en al die verklaringen zijn dus even aannemelijk.
Dan liever een onderbouwd en testbaar verhaal dat nog niet af is maar wel veel beloften inhoudt voor de toekomst.
(Tsjok) Uiteraard houdt natuurwetenschap op wetenschap te zijn als  een bovennatuurlijke verklaring als valide methode wordt aanvaard
1b) Maar zelfs al heb je alle bouwstenen voor leven bij elkaar, en op de juiste manier in elkaar gezet.
Dan heb je nog steeds geen leven.En dat denk ik zo  omdat het wel geprobeerd is. Een cel werd compleet in elkaar gezet, daar hebben ze van alles mee gedaan, maar er gebeurde niets.
DD: Heb je daar meer informatie over?
2); En ook de argumentatie over de lipiden vind ik redelijk zwak.
Ze zijn hier gekomen via meteorieten…
Hoe kwamen ze op die meteorieten?
eerder leven dat daar al was?
maar hoe is dat dan begonnen?
Hoe is de eerste lipide ontstaan?
(verontschuldigingen als het in een van die artikelen staat, maar het klinkt iig niet heel erg overtuigt)
antwoord DD
Dat is toch een losstaand vraagstuk?
Abiogenese draait om de vraag hoe leven uit niet-levende moleculen heeft kunnen ontstaan.
Hoe die moleculen gevormd zijn is daarbij toch niet van belang, hooguit dat is aangetoond dat ze op de jonge aarde aanwezig waren.
– Ik geef toe dat dit richting de details gaat. Maar ook die lipiden moeten ergens ontstaan zijn. Het moet kortom mogelijk zijn dat er ‘spontaan’ lipiden ontstaan. Anders is een van de belangrijkste pijlers onder het verhaal verdwenen.
En om de een of andere reden zouden die lipiden wel op een meteoriet kunnen ontstaan, maar op de aarde niet ofzo.
-(Meteorieten )…. het lijkt erop dat zelfs de wetenschappers soms een stukje buitenaards ingrijpen nodig. Vandaar.
 PrstBuitenaards is wat anders dan bovennatuurlijk: .
En op de universele schaal van dingen is er meer buiten de aarde te vinden dan erop.
(Crea) –  Vind ik een vaag verhaal.

Wetenschappers   hebben nog steeds geen verklaring voor het ontstaan van die lipiden. Dus daarom wordt een meteoriet in het leven geroepen, maar dat is alleen maar het verplaatsen van het probleem, want hoe kwam die lipide op die meteoriet?
Prst…..Nog een puzzelstukje. Goeie vragen die op dit moment ongetwijfeld ook door wetenschappers gesteld worden. Op het moment dat blijkt dat dat absoluut niet kan dat lipiden van een meteoriet af kunnen komen kun je die hypothese verwerpen……
DD: … Misschien is  al  de discussie  alleen maar    het gevolg  van   datgene wat de theisten graag willen : God weer een stapje terug laten doen naar een nieuw gaatje?
-We  kunnen  allemaal    alleszins  tot de conclusie komen dat de abiogenese eigenlijk nog maar net in haar kinderschoenen staat. Er zijn vragen gesteld, mogelijkheden bekeken. Een aantal belangrijke (maar lang niet de belangrijkste) vragen zijn beantwoord. en dat was het.
Dan draait het naar mijn idee nog steeds om geloof.
(O;a.  ook   )Geloof dat het bewijs gevonden gaat worden dat leven spontaan kan ontstaan, of is het  het geloof dat daar meer voor nodig is, niet gelijkwaardig dan  . Omdat naar hoe jij het stelt de abiogenese nog lang niet ver genoeg is om echt zinnige dingen te kunnen zeggen over het ontstaan van het leven.
Black magician  : 
Wetenschapo draagt geen  oogkleppen  … Oogkleppen  voor wat?
Je spert toch in de wetenschap je ogen juist open om nieuwe dingen te ontdekken?
Er wordt zeker niet vanuit gegaan dat alles wat we niet zeker weten klopt. Je kunt alleen aannemen dat alles wat ruimschoots kan worden aangetoond klopt.
In tegenstelling tot religies waarbij er een vaststaande waarheid is die klopt en waar niet aan getornd kan worden, treedt de wetenschap de wereld juist tegemoet met een open vizier.
In principe kan alles, als je maar onomstotelijk kunt aantonen dat het kan.
( Crea ) Dat zou inderdaad ook zo moeten zijn. En in de meeste gevallen is dat volgens mij ook zo.
Maar als je er mee aan gaat komen dat bepaalde dingen nog onzeker zijn (de herkomst van lipiden, het daadwerkelijk gaan leven van cellen) maar dat de wetenschap die op een gegeven moment wel zal gaan aantonen, dat dat allemaal wel natuurlijk kan…. Vind ik dat toch een vorm van oogkleppen op.
Omdat het er heel sterk op lijkt dat je uitgaat van een enkele visie en dat je daarbij je vertrouwen (geloof) in de wetenschap stelt om dat allemaal goed te laten komen.
Ik bedoel :  het lijkt erop dat veel mensen hier ervan overtuigd zijn dat het leven op een natuurlijke wijze op een bepaald moment in een cel is gekomen, om zo het eerste levende wezen te zijn.
Dat terwijl er geen enkel bewijs voor is.
Dat noem ik een vorm van oogkleppen op hebben,
en ook een vorm van geloof in de wetenschap,
die verder gaat dan wat de wetenschap eigenlijk is.
DD :Over lipiden:
Alleen al uit de titels van de artikelen die genoemd worden bij het gedeelte over lipiden kun je afleiden hoe deze ontstaan zijn. Neem bijvoorbeeld “Mineral induced formation of pentose-2,4-bisphosphates” of “Self-assembling amphiphilic molecules: Synthesis in simulated interstellar/precometary ices”. Als je dan ook nog de moeite neemt het artikel zelf op te zoeken dan kom je onder andere de volgende passages tegen.
This paper presents the laboratory simulation of an interstellar ice mixture proven to produce amphiphilic vesicle-forming compounds similar to those found in primitive meteorites, such as the Murchison carbonaceous chondrite. Starting from a very simple, yet astrophysically relevant, ice mixture (water, methanol, ammonia, and carbon monoxide), a very complex mixture of compounds, including amphiphiles and fluorescent molecules, is generated on low temperature photolysis
Over oogkleppen:
Aannemen, vertrouwen of hopen dat er een natuurlijke verklaring voor het ontstaan van leven is, is juist het tegenovergestelde van oogkleppen op hebben.
Deze aanname levert namelijk allerlei mogelijke hypothesen op die vervolgens getest kunnen worden, waardoor toekomstig onderzoek gegenereerd wordt.
Als wetenschappers zich neer moeten leggen bij het idee dat er een bovennatuurlijke oorzaak voor het ontstaan van het leven is dan kunnen de laboratoria direct sluiten.
Er valt dan immers niets meer te onderzoeken.
Dát noem ik oogkleppen opzetten.
Tsjok : erger … het zijn science stoppers 
 Prst   Dat was het dan geachte heer  creato  ?
Wetenschappers   zijn er voorlopig nog niet klaar met hun onderzoeken  , hoor.
En er zijn nog aanwijzingen genoeg dat het leven volgens ons bekende natuurwetten kan zijn ontstaan.
Die moeten allemaal nog worden onderzocht voordat je ze kunt afschrijven.
(crea) –  Dan is het nog een heel eind ‘fietsen’ voor je bij bewijs bent. Ik bedoelde te zeggen dat de abiogenese nog lang niet ver genoeg is om met zekerheid dingen te kunnen zeggen over het de vraag of leven spontaan heeft kunnen ontstaan of niet.
Prst ; Dat er nog weinig zekerheden zijn hieromtrent is waar. Maar dat diskwalificeert natuurlijk niet de bevindingen die al gedaan zijn of de onderzoeken die op dit moment plaatsvinden. Dat het een grote puzzel is is duidelijk maar dat is geen reden om maar niet te puzzelen.
3-,Dat het leven vanzelf is ontstaan is mijn insziens overigens volstrekt onmogelijk.
Tsjok  ;   ook het zogenaamd “geschapene” , zit binnen de natuurwetten  dat  is namelijk   een  conditio sine qua non
4.- Het beroemde Miller experiment toonde in 1953 aan dat organische moleculen kunnen ontstaan in een levenloze omgeving. In dat experiment werd de vermoedelijke toestand van de vroege Aarde nagemaakt in een laboratorium.
Dat was een halve eeuw geleden. En wat hebben ze sindsdien ontdekt?
Dat het niet zo simpel is als het lijkt.
Leven kan niet uit toeval ontstaan.En wat is de huidige stand van zaken?   http://proto5.thinkquest.nl/~lle0446/artikelen/abiogenese.html
De huidige kennis biedt hooguit hypothesen over hoe abiogenesis plaats heeft kunnen vinden. Men kan wel al aminozuren en andere organische moleculen laten ontstaan door louter natuurlijke processen zoals Miller en Crick al deden.
Maar hoe deze zichzelf zouden moeten organiseren in ingewikkelder zichzelf in stand houdende (en nog moeilijker voorstelbaar: reproducerende) eenheden is nog volstrekt onduidelijk. Er zijn dus nog veel zaken onduidelijk en/of onbegrepen.
BIOGENETISCHE GRONDWET
Het meest populaire argument dat creationisten aanhalen als tegenwerping wanneer het over modern abiogenese onderzoek gaat is dat Pasteur demonstreerde dat de “generatio spontanea” theorie onjuist is.
Het moge echter duidelijk zijn dat Pasteur’s experimenten lieten zien dat complexe levensvormen niet spontaan ontstaan.
Zijn experimenten hadden geen betrekking op het ontstaan van het leven zoals men dat tegenwoordig bedoelt.
_Waarom  hadden de  experimenten van Pasteur  geen betrekking op het leven zoals men dat tegenwoordig bedoelt?
Omdat in pasteurs tijd, mensen dachten dat levende dingen vanzelf gegenereerd werden, tot de dag van vandaag( en zelfs bij aanwezigheid van een mogelijke schepper ) .(generatio spontanae )
Dus je zet brood neer en er word vanzelf schimmel op gegenereerd.
(Hetzelfde werd gedacht over hogere organismen als muizen.)Pasteur liet zien dat het enige wat er gebeurd was dat de kiemen voor schimmels, bacterien etc etc al aanwezig zijn en verder groeien.Wat wij vandaag de dag met ontstaan van leven bedoelen is natuurlijk het daadwerkelijke begin van leven, zo een 4 miljard jaar geleden.
 
 —————————————————————————————————————————————————

(1) What do “evolutionists today” think of Stanley Miller’s experiment? Do they
think it still holds much value in showing the creation of life?

_There has been a lot of discussion of the Miller/Urey experiment. For the last 10-15 years after the publication of Heinrich D. Holland’s 1984 book “The Chemical Evolution of the Atmoshphere and Oceans,” (Princeton Series in Geochemistry Princeton University Press), and “Origins: A Skeptics Guide to the Creation of Life on Earth” by Robert Shapiro (1986, New York: Summit Books)the creationists and scientists agreed that the Miller/Urey result was not significant (obviously for different reasons). The scientific argument was that the gas mixture used by Miller was too unlike that of the early Earth, either in the early Archaen or late Hadean, to have much relevance to the origin of life. There have been many revisions of this, particularly in the last few years.

OOL and creationists-ID-ers

http://pandasthumb.org/archives/2008/07/what-critics-of.html

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

5 Responses to DD’S OVERZICHT en (oude )LINKS

  1. tsjok45 zegt:

    Abiogenesis

    http://freethinkerperspective.blogspot.be/2012/06/abiogenesis.html
    When we look at cells we are amazed at their complexity, but we are slowly getting an understanding how cells work and how its components came about. We have found that a cell does not obey some magical realm but instead the laws of physics and chemistry. We understand how they make energy, how they replicate, how DNA/RNA codes for proteins that curl up to form enzymes that control what happens inside the cell. Many of these complicated processes can be recreated in the laboratory using simpler steps than found in nature. For example, DNA replication has many steps and many proteins and enzymes that are necessary to transcribe and transcript—we can replicate the same process without the need of proteins and enzymes but using only chemistry. We do not know everything about the cell but we have no reason to believe that something magical, mystical, supernatural, or spiritual is responsible for the operation of a cell. If cells work according to the laws of physics and chemistry, why should we assume that physics and chemistry are not also involved in how the first cells formed? If we study the components of a cell we can understand how they could have formed—we can already produce many of the molecules involved in cells easily. The idea that a cell is irreducibly complex is a statement based on ignorance on the understanding of a cell. There are many evidences and experiments conducted that refutes this argument—in my opinion, the best piece of evidence is the mitochondria and the chloroplast found in the animals and plants eukaryotic cells respectively. Science offers the best chance of explaining how life got started even if we don’t actually understand that process at present. Saying instead “God did it” is not an explanation since it is just an assertion of one’s personal opinion rather than evidence collected from actually studying a cell. When one takes the time to study the cell, its components in depth, and the research conducted in abiogenesis—it becomes obvious that through time the proto-cell (primitive form of archaic or prokaryote cell) came into existence through natural means (physics and chemistry). We can be extremely confident of this fact, but exactly how the proto-cell came to be is still unknown–in no way does that mean it did not occur because the evidence is overwhelming.

  2. tsjok45 zegt:

    nog een paar links

    *There seems to be mighty confusion for some when it comes to comprehending some basic premises in regards to a natural abiogenesis on earth.
    For example,
    some seem to conclude that since there is no concrete proof that it occurred naturally, that it is therefore impossible.
    These same individuals cannot however, give an explanation as to why not – preferring rather to accept a magical explanation – itself with no concrete proof.
    Nothing logical about a dual standard, or the need to accept a baseless causation.
    These same individuals seem stuck on the notion that only life can give rise to life.
    But when one considers life, or better, living organisms, what are they when they are broken all the way down to their basest elements?
    Nothing but lifeless chemicals!
    It would appear that the drawing boards will soon need to be revisited for these individuals.

    °

    http://www.wired.com/wiredscience/2009/05/ribonucleotides/

    At least Scientists have hypotheses, observations and experiments and seem to be able to show ( partially ) how some of the parts of life could have formed naturally.

    °
    From time to time one comes across research papers which summarise current thinking from simple chemicals to the first replicator through to the first cell.
    They make for a great read (kind of).

    DISCLAIMER
    I say “kind of” because they are generally long papers that are packed full of information and references to the various experiments.
    Besides, one needs to be a chemist to understand a lot of it.

  3. tsjok45 zegt:

    read ;

    _Iris Fry, 2000 “The Emergence of Life on Earth: A Historical and Scientific Overview” Rutgers University Press

    ….Only in the 20th Century did technology and the discovery of unanticipated life forms in extreme conditions allow a look at the chemical basis of life before complexity could emerge.There’s more than one surprise in this book for those who don’t know the lives of researchers such as Pasteur, Eigen or Oparin.

    The book starts with historical material, including the refutation of ancient “spontaneous generation” theories by Pasteur. We then get to the Darwinians. Haeckel in particular felt that inanimate matter made a transition to a living system in an evolutionary manner. In the 1920s, Oparin and Haldane speculated on the organic components and atmosphere that might have been present on the early Earth.

    And Fry tells us of the Urey-Miller experiment of 1953.

    Next we find out about the contributions of Sidney Fox, who suggested a model that started with abiotic material and then generated amino acids, condensed them to form “protenoids,” and then formed cell-like “microspheres.” This was a “protein-first approach.” That is contrasted with the “gene-first approach” and accompanying experiments by Spiegelman, Orgel, and Eigen.

    There is a discussion of the “RNA world” and whether or not there was a world of earlier self-replicators. And Fry gives arguments for and against the ideas of Freeman Dyson (with the emphasis on primitive cells), Stuart Kauffman (with the emphasis on “catalytic closure”) and Gunter Wachtershauser (with the emphasis on Iron Sulfide chemistry).

    Fry examines the roots of various proposals, their advances and their shortcomings.

    Trained in philosophy, but more than conversant in chemistry and biochemistry, Iris Fry offers a comprehensive and up-to-date look at the scientific work being done on life’s origins. She points out that it is ultimately a metaphysical matter, resting on faith–but on faith backed up by the splendid track record of scientific empiricism–that life evolved, most likely on Earth, from inanimate matter. But as you read on it becomes clear that the odds of life appearing otherwise appreciably diminish, and a picture, soberly stated and carefully argued, of a metabolic (pre-genetic) origin prior to genes subtly insinuates itself into your rational consciousness

    Was life’s beginning protein-based? Are amino acids the foundation or the product of life? Did RNA precede DNA or the reverse? Science proceeds on a step-by-step basis and Fry describes that halting, but useful process far better than most.

    Fry is at her best discussing the need to ask if life originated by a series of likely steps, by design, or by one or more unlikely steps. She makes it clear that long required sequences simply can’t form by pure chance.

    There must be some natural ordering (such as in snowflakes) as well as incremental improvement (in an evolutionary manner). And if we are left with some theories that require some incredible luck and some theories that do not require such luck, we’ll obviously prefer the latter. She discusses de Duve’s ideas here. It seems that a “scaffolding” approach is a good concept, while autocatalytic cycles may be needed almost by definition (of life).

    Among the modern thinkers on life’s origins, Fry provides the best summation available on the ideas of two men, Graham Cairns Smith and Gunther Wachtershauser. Both men have offered theories of chemical beginnings of life, the one suggesting clay crystals as replication models, the other utilising the iron-sulfur energy capacity of pyrite. These two concepts are united by Fry in light of the processes found associated with deep sea-floor vents.

    Fry’s final words deal with the likelihood of life (where the definition of life is first discussed.) on worlds other than Earth.

    The dispute over whether the Antarctic Martian meteorite exhibits organic residues serves to show how limited current information actually is on pre-life chemistry.

    More research, more examination and more questions need to be posed.

  4. Pingback: fundamentele natuurconstanten en moleculaire materie « Tsjok's blog

  5. Pingback: ABIOGENESIS UPDATES | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: