GRONDLEGGERS GEOLOGIE


zie onder Geologie

ZESTIENDE  EEUW 

Throughout the early 1700’s, beliefs about fossils were still influenced heavily by Biblical tradition.

In 1726, Swiss naturalist Johann Scheuchzer (1672-1733) described one particularly large fossil,

“the bony skeleton of one of those infamous men whose sins brought upon the world the dire misfortune of the Deluge.” Scheuchzer named it Homo diluvii testis, or “Man, a witness of the Flood”.

This early on, comparative anatomy was not advanced enough to make a clear distinction, and the fossil was later discovered to be a giant fossilized salamander. 

Homo Diluvii Testis
Homo diluvii testis “Man, a witness of the flood”, as Scheuchzer so named the fossil. Donald R. Prothero, “Bringing Fossils to Life“, makes the following humorous observation, “Scheuchzer’s anatomical skills were not up to his Biblical knowledge, since it is actually the fossil of a giant salamander.”

belemnites

Illustration by Conrad Gesner from 1565 of bullet-shaped belemnites and crinoid columnals. These organisms resembled no known species to Renaissance Europe, Gesner included. They were presumed to be a product of falling stars due to the starlike pattern in some of the crinoids.

http://etb-darwin.blogspot.be/2012/03/fossils.html

Steno-his-time

Glossopetrae ,tong en donder – stenen  en het ontsta

an van de Paleontologie

http://www.evolutietheorie.ugent.be/node/181

NICOLAUS  STENO 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nicolaus_Steno

Nicolaus-Steno

FOSSIELEN EN DE GEBOORTE VAN DE PALEONTOLOGIE
Als er één dag moet uitgekozen worden om de geboorte van de paleontologie te dateren, dan is dat misschien wel de dag in 1666 waarop twee vissers een reusachtige haai vingen voor de kust van Livorno in Italië.

De plaatselijke hertog beval dat dit curiosum opgestuurd moest worden naar Niels Stensen (1638-1686), beter bekend als Steno.

Steno was een Deens anatoom die op dat moment werkzaam was in Firenze. Hij was bij het bestuderen van deze haai vooral getroffen door de opvallende gelijkenis tussen de haaientanden en ‘tongstenen’, driehoekige stukjes rots die al bekend waren in lang vervlogen tijden.

De dag van vandaag zouden de meeste mensen zich meteen afvragen of deze ‘tongstenen’ zeer grote versteende haaientanden zijn, maar in 1666 was zo’n veronderstelling een immense sprong vooruit. Slechts weinigen konden zich inbeelden hoe levende materie omgezet zou kunnen worden in steen, zelfs omhuld met massief rotsgesteente, vooral wanneer deze rots nog eens aangetroffen werd boven het niveau van de zeespiegel en de overblijfselen van een zeedier bevatte. Men dacht daarentegen dat fossielen uit de lucht gevallen waren , door de bliksem onstaan  of een ‘speelbal van de natuur’ waren, eigenaardige geometrische vormen die afgedrukt waren op de rotsen zelf.

Steno maakte deze sprong vooruit en verklaarde dat de ‘tongstenen’ afkomstig waren uit de muil  van haaien die ooit rondzwommen op onze aarde :

“Het is simpel. De glossopetrae lijken op haaientanden…omdat ze het simpelweg ook zijn. Ooit maakten ze deel uit van levende haaien en wanneer deze stierven, zijn ze bedolven geraakt onder modder en zand, dat nu droog en vast land is. Er zijn misschien verschillen tussen de haaientanden die ik heb onderzocht en de glossopetrae, maar fossielen kunnen veranderen qua chemische samenstelling maar hun vorm zal hetzelfde blijven.”

Robert Hooke en John Ray, ook wetenschappers uit die tijd, bevestigden dit ook.

Volgens de pro’s was het belangrijk om het  volgende te onthouden:

”  Haaientanden en andere fossielen zoals relatief jonge weekdieren en slangen zijn “gemakkelijke fossielen”. Hun gelijkenis met levende organismen is zeer sterk, terwijl andere fossielen totaal niet hetzelfde lijken als levende organismen.”

Steno toonde  als eerste aan hoe exact de “tong”stenen en de tanden wel op elkaar leken. Maar hij moest nog steeds een verklaring vinden hoe deze tanden konden omgezet worden in steen en vast kwamen te zitten in rotsen.

Naturalisten uit de tijd van Steno begonnen overtuigd te zijn dat materie samengesteld is uit verschillende combinaties van kleine ‘corpuscles’, iets wat we vandaag moleculen zouden noemen. Steno argumenteerde dat de ‘corpuscles’ in de tanden beetje bij beetje vervangen werden door ‘corpuscles’ van mineralen.

Tijdens dit graduele proces behielden de tanden hun algemene vorm terwijl ze van weefsel in gesteente veranderden.
haaientanden

Fig 1: Steno’s tekening van een haai hielp hem om te zien dat ‘tongstenen’ in realiteit fossiele haaientanden waren.

—> Het begrip ‘fossielen’ was destijds ook niet altijd even duidelijk, dit kon namelijk eender wat zijn dat afkomstig was van de Aarde.  Erts en kristallen bijvoorbeeld rekende men in de 17e eeuw ook bij de fossielen.

Steno begon  na het identificeren van de haaientanden met de tongstenen verder na te denken en kwam tot de volgende conclusie:

“….Een vast voorwerp (A) dat rondom een ander vast voorwerp (B)  wordt gevormd, zal uiteindelijk de vorm van (B) aannemen. Volgens mij zijn fossielen verhard vooraleer de rotsen, waarop ze te vinden zijn, gevormd waren. Dus eerst werden de fossielen hard, daarna zijn de rotsen gekomen, dat oorspronkelijk een vloeistof (water, modder, …) was maar uiteindelijk is verhard.”

Hij vervolgde:
“Het omgekeerde scenario lijkt me onmogelijk: fossielen die hard worden in een omgeving die al hard is. Dit zou de vorm van de fossielen veranderen en aangezien er gelijkenissen zijn tussen de fossielen van de haaientanden en de tanden van een levende haai, lijkt me dit onmogelijk.”

Hij voegt er aan toe dat langs de andere kant er veel mineralen zijn, zoals enkele soorten kristallen, het via het omgekeerde scenario doen. Deze werden pas gevormd nadat hun omgeving verhard was. Deze conclusie wordt gemaakt op basis van hun onregelmatigheden in hun structuur, die zich aangepast heeft aan zijn omgevende rotsstructuur.

STENO’S WET VAN SUPERPOSITIE

Hoe konden fossielen diep binnenin rotsen terechtkomen? Steno bestudeerde de kliffen en heuvels van Italië om tot het antwoord te komen.

Hij poneerde dat alle stenen en mineralen oorspronkelijk vloeibaar waren.

Lange tijd geleden dreven ze eerst op het oppervlak van de planeet maar gradueel rezen ze op uit de oceaan en vormden horizontale lagen. De nieuwe lagen kwamen zo telkens bovenop de oudere lagen te liggen. Gesmolten gesteente drong soms deze lagen binnen, bereikte de top en verspreidde zich zo zelf op zijn beurt als een nieuwe laag.

Naarmate de rotsformaties zich vormden, kwamen er resten van dieren in vast te zitten, zodat deze restanten omgezet werden in fossielen en diep in de lagen bewaard bleven. Die horizontale lagen vormen aldus een tijdreeks met de oudste lagen onderaan en de nieuwste lagen bovenaan, tenzij latere processen deze schikking eventueel verstoord hebben.= Het was de  eerste  formulering van het begrip :  geologische kolom 

Deze theorie  van steno  is zijn belangrijkste bijdrage tot de geologie. Later realiseerde de man zich  dat er wel enkele uitzonderingen zijn op zijn wet, bijvoorbeeld bij het ontstaan van grotten.

In 1667 gaf Nicolas Steno zijn ontslag, hij had genoeg van de wetenschap, tot grote teleurstelling van zijn collega’s. In 1675 werd hij priester.

°

Betekenis  van Steno 

Steno was niet de enige naturalist van zijn tijd die poneerde dat fossielen afkomstig waren van voorheen levende wezens. Andere aanhangers van deze visie waren bijvoorbeeld Leonardo da Vinci en reeds vemelde  Robert Hooke. Maar Steno trok de idee verder door.

Drawing  from  da Vinci’s notebooks,

Codex I.

da vinci Notebook

Baucon points out that it looks just like Paleodictyon, one of the most common and characteristic trace fossils of the area of Italy where da Vinci was working http://www.decodingtheheavens.com/blog/post/2010/10/14/The-Virgin-the-Madonna-and-Paleodictyon.aspx

17th century ammonoid fossils

Seventeenth century illustration of ammonoid fossils (Cornua ammonis, or “snake stones”) drawn by Robert Hooke, father of microscopy and paleontology in Britain, 1703).

http://etb-darwin.blogspot.be/2012/03/fossils.html

STENO  betoogde  vooral en voor het eerst dat fossielen ‘momentopnames’ waren van het leven op verschillende tijdstippen in de geschiedenis van de aarde en dat rotslagen slechts langzaamaan, na verloop van jaren gevormd werden.

Het waren deze twee feiten die de steunpilaren zouden vormen van de paleontologie en de geologie van de volgende eeuwen.

Fossielen worden tegenwoordig beschouwd als één van de belangrijkste aanwijzingen van hoe het leven op aarde zich ontwikkeld heeft gedurende de laatste vier miljard jaar.

bron ; 
Deze tekst werd overgenomen ( en door mij tsjok  aangevuld ) uit http://evolution.berkeley.edu/evolibrary/article/0_0_0/history_04 met toestemming van de copyrighthouders.

(Vertaler: Emmanuel Der Deyn)

http://plazilla.com/nicolas-steno-en-glossopetrae-de-vader-van-de-geologie

James Hutton

Jeroen de Baaij 28 september 2009

http://kunstvensters.com/2009/09/28/thats-an-egg/

  james hutton

Drawing done by James Hutton.

A drawing from James Hutton’s notebook.

Het was James Hutton die in de 18e eeuw het onderzoek heeft gedaan dat ten grondslag ligt aan de moderne geologie.

Hij bewees dat onze aarde uit verschillende lagen bestaat die door cycli van erosie en vernieuwing constant veranderen.

Hij stelde de theorie op dat stollingsgesteente als het langzaam afkoelt mineralen vormt. Bovendien realiseerde hij zich dat de aarde van binnen heet moest zijn en onder grote drukke moest staan. Als deze hete mineralen naar bovenkwamen door vulkanen zouden ze een nieuwe laag vormen en door erosie zouden deze lagen langzaam weer afbreken.


disharmonische aardlagen getekend (links) en in werkelijkheid (rechts)

 

Hutton haalde het bewijs voor zijn theorieën uit disharmonische aardlagen. Dit zijn plaatsen waar de normale ordening is verdwenen en bepaalde aardlagen zijn opgericht. De aardlagen liggen dan niet langer horizontaal, maar staan verticaal overeind. Hierover heen ontstaan dan weer nieuwe horizontale lagen van nieuw sediment.

CATASTROFISTEN  

1)

Abraham Gottlob Werner

  • Abraham Gottlob Werner was een Duits mineraloog en geoloog. Werner ontwikkelde een klassificatiesysteem voor mineralen en was de bedenker van het neptunisme, het idee dat alle gesteenten op Aarde in de zeeën en oceanen zijn ontstaan. Wikipedia
2)
Cuvier (Paleontologie  )
De Franse zoöloog Cuvier toonde overtuigend aan dat fossielen resten van uitgestorven levensvormen zijn die nu niet meer bestaan.
Georges Cuvier   cuvier
Ook toonde hij aan dat er in het verleden tal van diergroepen hebben bestaan die nu verdwenen zijn. Cuvier reconstrueerde de vorm van deze uitgestorven diersoorten op basis van de fossielen.
Cuvier wees iedere gedachte aan evolutie beslist van de hand.
Maar hij is wel  de grondlegger van de moderne paleontologie, en vooral van de vergelijkende  anatomie :  de wetenschappen  die de evolutie van het leven  systematisch onderzoeken
” Cuvier’s comparative anatomy,  was  effectivily  demonstrating how certain features; claws, sharp teeth, hooves and grinding teeth, were correlated. It is to Cuvier we owe the paleontological tradition to predict unknown anatomical structure, based on a comparison with anatomy of close relatives.
Cuvier also showed how bones from mastodonts and mammoths were in actuality, an extinct elephant-like species and explorers had discovered no species like them  “
Cuvier was een aanhanger van de geologische catastrofentheorie: uitgestorven dieren wijzen op globale catastrofen die in het verleden hebben plaatsgevonden.
Cuvier was er bovendien van overtuigd dat op elke catastrofe een nieuwe schepping volgde.
Zijn catastrofistische natuurvisie staat in schril contrast tot de transformistische visies van Buffon, Lamarck en Erasmus Darwin, en werd door de Britse geoloog Lyell op overtuigende wijze tegengesproken.
°
De geoloog Charles Lyell (1787-1875) is de grondlegger van de moderne geologie.
Hij ontdekte de trage, geleidelijke verandering van de aardkorst. Hij was, in tegenstelling tot Cuvier, geen catastrofist maar een uniformitarist.

Sir Charles Lyell. (Hulton Archive/Getty Images)

Hij was de grondlegger van het natuurwetenschappelijke uniformitarisme.
Deze visie is niet alleen van belang voor de geologie, maar in feite voor alle natuurwetenschappen.
Volgens zijn visie veranderen natuurwetten niet.
Ook de mate waarin natuurkrachten nu werken, of de sterkte van natuurkrachten, veranderd niet.
De processen die vorm geven aan de aardkorst zijn ook nooit veranderd….Zoals erosie of sedimentatie nu verloopt, verliepen deze processen ook in het verleden.
Volgens Lyell is er ook geen enkele noodzaak om catastrofen te veronderstellen: geleidelijk werkende natuurkrachten zoals tektoniek, sedimentatie en erosie volstaan om het huidige uiterlijk van de aardkorst te verklaren.

bron :

zie ook 
°
FATHER  OF MODERN  STRATYGRAPHY 
William “Strata” Smith (1769-1839),
employed by the English coal mining industry, developed the Principle of Biological Succession. This idea states that each period of earth history has its own unique assemblages of fossils. In essence Smith fathered the science of stratigraphy, the correlation of rock layers based on (among other things) their fossil contents(= GIDSFOSSIELEN .)
Drawings of fossils done by Smith.

Drawings of fossils

Smith drew as part of his studies of fossils and their correlation to rock layers.
Eerste geologische kaart van UK ... geboorte van de stratigraphy

Eerste geologische kaart van UK … geboorte van de stratigraphy

In 1815 Smith  created the first-ever nationwide geological map, showing the different rock strata across all of England, Wales, and parts of Scotland. 
°

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: