soort- behoud / biodiversiteit


Problemen van soortbehoud

Dierentuinen zetten zich in toenemende mate in voor het behoud van bedreigde diersoorten.

Dierentuinen streven dat doel na, onder andere door met die diersoorten te fokken. Dat wil zeggen dat er zorgvuldig wordt getracht die dieren in optimale condities te brengen om zich voort te planten.

Ook wordt er op gelet dat de zich voortplantende ouders onverwant zijn, of althans zo min mogelijk verwant.

Er wordt geprobeerd alle gezonde dieren van de totale dierentuinpopulatie (in Nederland, in Europa of in de wereld) mee te laten doen in het fokprogramma en te voorkomen dat enkele dieren veel meer nakomelingen krijgen dan andere.

Af en toe komt er ‘vers bloed’ in de dierentuinpopulatie doordat de douane dieren in beslag neemt en bij dierentuinen onderbrengt.

Als vers bloed dringend noodzakelijk is in de dierentuinpopulatie, terwijl er geen dieren onderschept worden, is het denkbaar dat er in nauw overleg met natuurbeschermingsorganisaties enkele dieren uit het wild gevangen worden. Zo komen er af en toe een of twee neushoorns uit Nepal de populatie in gevangenschap versterken.

Soms worden de dieren daarna weer teruggezet, soms niet, soms ook wordt alleen sperma afgenomen. Waarom gebeurt dat eigenlijk? Om dat te verduidelijken is het nodig iets te weten van ‘hoe populaties werken’. Ik zal proberen hiervan in het kort zoveel uit de doeken te doen als nodig is om de rest van het verhaal te kunnen begrijpen.

Genen

Zoals vrij algemeen bekend is, heeft elk dier een heleboel erfelijke eigenschappen, die als code opgeslagen liggen in elke celkern. De code voor elke eigenschap heet een gen. En al die genen zijn in elke celkern in tweevoud aanwezig. Elke cel heeft dus een dubbel stel genen. Nu zijn die twee genen wel vrijwel gelijk maar meestal niet exact gelijk. Het tweetal genen kan dus een eigenschap (haarkleur, karakter, enzovoort) op twee manieren gestalte geven (blond/bruin of rustig/fel, om het maar even heel eenvoudig voor te stellen). Meestal echter overheerst een van deze twee genen en merken we weinig van ‘strijd’ tussen twee genen.

Een heleboel dieren van 챕챕n soort die onderling contact hebben en uit elkaar partners kiezen om zich mee voort te planten noemen we een populatie. Heeft een enkel dier dus voor elke eigenschap twee genen, een populatie kan voor elke eigenschap een heleboel genen hebben. Al die genen van een populatie bij elkaar noemen we een ‘genenpool’ (dat betekent zoiets als ‘een gemeenschappelijk bezit aan genen’). De genenpool van een populatie is een rijk bezit. Er kunnen codes bij zitten voor resistentie tegen ziektes, of voor kracht, of voor bestand-zijn-tegen-honger. Niet alle dieren uit de populatie hebben alle eigenschappen, maar er zijn er altijd wel enkele die zo’n eigenschap hebben. Zij hebben een grotere overlevingskans als de hele populatie onder druk komt te staan. Een bekend voorbeeld is resistentie tegen myxomatose bij konijnen. Niet veel konijnen kunnen tegen deze ziekte, maar als de epidemie komt, overleven er net genoeg konijnen om daarna weer een nieuwe populatie op te bouwen.

Variatie

In een kleine populatie is de variatie in de genenpool ook klein. Een kleine populatie is in principe dus kwetsbaarder dan een grote. Wanneer dieren zich voortplanten, gebeurt er iets merkwaardigs met de voortplantingscellen: Het aantal genen halveert! Dat is nodig opdat bij de versmelting van zaadcel en eicel weer een cel ontstaat met het normale, dubbele aantal genen. Het bijzondere is, dat er bij het halveren van het genenaantal niet te voorspellen is welke genen in welke combinaties in de nakomelingen terecht zullen komen. Als een dier maar 챕챕n nakomeling krijgt, gaat dus de helft van zijn genen verloren voor de volgende generaties. En als hij twee nakomelingen krijgt, is het onwaarschijnlijk dat de tweede nakomeling nu net die genen krijgt die de eerste niet had. Dus ook bij twee nakomelingen gaan er nogal wat genen verloren. Hoe minder nakomelingen, hoe meer genen verloren gaan voor de volgende generatie. In een grote populatie is dat niet zo’n probleem, want daar lopen vast nog wel meer dieren rond die de genen hebben, die bij dat ene dier verloren gaan. Als die andere zich voortplanten, is de kans groot dat ‘de genenpool toch goed gevuld blijft’. Toch zal in opeenvolgende generaties (vooral bij kleinere populaties) de genenpool verarmen. Weliswaar treden er af en toe mutaties (=veranderingen) op in de genen waardoor geheel nieuwe codes ontstaan (bijvoorbeeld reuzengroei, of – minder spectaculair – iets betere ogen). Die nieuwe genen houden het verlies aan genen in grote populaties wel in evenwicht. Het verdwijnen en verschijnen van genen in populaties is ook dringend nodig; het maakt dat de populatie kan veranderen als de omstandigheden zich wijzigen. Een veranderend klimaat bijvoorbeeld kan over de eeuwen heen veroorzaken dat de populatie zich aanpast. Dit mechanisme maakt op de zeer lange duur zelfs nieuwe soorten. Een nieuwe soort is eigenlijk niets anders dan een erg ver doorveranderde populatie.

Genen behouden

En nu willen we in dierentuinen ‘de soorten behouden’. Daarbij lopen we tegen grote problemen aan. Hierboven schreef ik dat dierentuinen hun best doen de omstandigheden voor voortplanting optimaal te maken. De dieren worden met allerlei zorg omringd. Voor een groot aantal soorten geldt inmiddels dat eenmaal geboren jongen goede kans hebben te blijven leven. Die soorten nemen dus in dierentuinen in aantal toe, tenzij we kunstmatig de voortplanting beperken. Voor andere soorten is het nog niet gelukt de omstandigheden optimaal te maken. En als het ons niet snel lukt de omstandigheden te optimaliseren zal de dierentuinpopulatie van die soorten uitsterven! In het wild is de situatie anders. Daar worden, gemiddeld over de populatie, net zoveel jongen groot als er ouderdieren zijn; per ouderpaar dus gemiddeld twee jongen. Er zijn daar mechanismen werkzaam die ervoor zorgen dat een populatie niet gemakkelijk uit zijn krachten groeit, maar ook niet zomaar uitsterft (tenzij de mens ingrijpt) ‘Optimaal’ is in het wild dus iets anders dan in de dierentuin. Een voorbeeld: In het wild heeft een gorilla die uitstekend voor haar jongen zorgt, de meeste kans dat ze ook volwassen worden. De eigenschap ‘goed voor je jongen zorgen’ is een belangrijke eigenschap om te behouden in de genenpool. In dierentuinen kwam het echter regelmatig voor dat een gorillamoeder die haar jongen kort na de geboorte in de steek liet, al snel weer zwanger raakte van de volgende. De dierentuin liet die jonge dieren echt niet dood gaan, maar bracht ze met de fles groot. Het voortplantingssucces van deze moeder was dus zeer groot, terwijl ze in de natuur misschien geen enkel jong tot volwassenheid zou hebben gebracht.

Wat ik maar zeggen wil, is dat in dierentuinen nogal sterk afwijkende omstandigheden heersen; dat we misschien wel bezig zijn een heel andere genenpool te cre챘ren dan in een wilde populatie. Als we dit lang genoeg volhielden, zouden we op den duur een nieuwe soort maken

Genenpool verarmt

Heel wat diersoorten planten zich in dierentuinen niet zo gemakkelijk voort als we wel zouden willen. Bij olifanten en ijsberen mogen we blij zijn als er weer eens een jong is.

Bij de Blijdorp-olifanten is dat jong tot nu toe steeds (3x) van Irma en Ramon geweest. Hun genen zijn dus wel redelijk doorgegeven aan de volgende generatie. Maar van een ‘goed gevulde genenpool’ is nog geen sprake!

Onze Amoerpanters hebben het heel goed gedaan; keer op keer wierp moeder panter een nest jongen. Maar vrijwel alle Amoerpanters in alle dierentuinen in de wereld zijn afkomstig van drie uit het wild gevangen dieren, plus een panter die waarschijnlijk niet uit het Amoergebied afkomstig was. Aangezien mutaties nogal zeldzaam zijn, is dus de variatie in de genenpool van de 100 Amoerpanters in gevangenschap waarschijnlijk kleiner dan die van die vier stamouders samen!

Populatie verzwakt

We kunnen proberen zoveel mogelijk rekening te houden met voorspelbare problemen.

Maar soms is de variatie na vele generaties dierentuindieren zo klein dat er echt sprake is van Inteelt oftewel verzwakking van de populatie.

Het betreft dan helaas vaak juist zeldzame diersoorten. Dat zijn soms de soorten waarvan ook de uitgangspopulatie al klein was. Of het zijn diersoorten waarvan al tientallen jaren geen ‘vers bloed’ meer uit het wild gehaald is. Deze inteeltsoorten zijn vaak tevens de soorten waarvan we juist zo graag willen dat dierentuinen ze kunnen behouden als zij in het wild dreigen uit te sterven.

Immers: dierentuinen willen graag ‘Ark van Noach’ zijn, in de hoop dat toekomstige generaties mensen verstandiger met hun natuur om zullen gaan. Onze dieren zouden dan weer terug kunnen naar hun natuurlijk biotoop.

Nee, die kans is klein. De genenpool verandert en de variatie verkleint. Blijdorp heeft dat aan de hand gehad met de witstaartgnoes. Die groep was genetisch zo verzwakt, dat we verbaasd stonden dat het laatste jong bleef leven (nu zijn er in Blijdorp geen witstaartgnoes meer). Ook bij de damagazellen is de variatie in de genenpool erg klein. Er zijn praktisch geen onverwante dieren meer te vinden in dierentuinen. En in het wild is het dier vrijwel uitgestorven.

Reddingsacties

Tegen de tijd dat een soort ook in het wild het punt van uitsterven nadert, worden er soms door een of enkele dierentuinen, in samenwerking met andere natuurbeschermingsorganisaties, reddingsacties op touw gezet. In die gevallen kunnen we tegenwoordig grijpen naar kunstmiddelen uit de veeteelt. Van de laatste exemplaren wordt bijvoorbeeld sperma ingevroren, of eicellen, en eventueel embryo’s. Via IVF (in vitro fertilisatie) kunnen eicellen bevrucht worden. De zeldzame embryo’s kunnen ge챦mplanteerd worden in draagmoeders van sterk verwante soorten. Lopen er nog enkele (te kleine) populaties rond, dan kan het sperma van de ene populatie gebruikt worden om vrouwtjes van een andere populatie kunstmatig te insemineren. En zo kan met kunst- en vliegwerk de totale populatie van de soort worden opgekrikt tot een weer redelijke hoeveelheid dieren. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de Przewalskipaarden. De genetische variatie van die opgekrikte populatie is overigens niet groter dan die van de uitgangspopulatie! Zo’n geringe genetische variatie ho챕ft niet erg te zijn. De variatie in erfelijke eigenschappen binnen de totale populatie jachtluipaarden is bijvoorbeeld heel klein. Een theorie daarvoor is, dat in een grijs verleden de jachtluipaarden vrijwel uitgestorven waren; er waren nog maar een paar dieren over. En die zouden de stamouders zijn van alle nu levende cheetahs, waardoor die genetisch allemaal sprekend op elkaar lijken. We zijn er niet bij geweest, maar het z처u zo gebeurd kunnen zijn. Zo’n verschijnsel noemen we een ‘genetische flessenhals’.

Ontsnapping

En dan is er in sommige gevallen nog een achterdeurtje, dat echter tot het laatst wordt dichtgehouden Hierboven beschreef ik dat populaties die lang genoeg van elkaar gescheiden zijn, kunnen veranderen in verschillende soorten. Maar voordat het zover is, is er sprake van ondersoorten. Van de tijger bestaan er verschillende ondersoorten, evenals van het penseelzwijn, en van de koolmees. Een enorm aantal diersoorten bestaat eigenlijk telkens uit enkele tot tientallen ondersoorten.

Er is een geleidelijke overgang van het begrip ‘populatie’ naar het begrip ‘soort’. Twee soorten kunnen niet vermengen; als er door kruising al nakomelingen komen, zijn die meestal steriel of anderszins niet in staat tot voortplanting (denk aan de muilezel!) Maar twee ondersoorten die nog niet te zeer van elkaar verschillen, kunnen vaak w챕l gezonde nakomelingen krijgen. En nog beter gaat het met geografische rassen van 챕챕n soort; die verschillen onderling weer minder dan ondersoorten. Biologen hebben een geweldige hekel aan dit vermengen; zij vinden dat ondersoorten raszuiver moeten blijven.

Genen mengen

Maar als een ondersoort dreigt uit te sterven wegens de te kleine variatie in de genenpool laten we uiteindelijk die principes varen. Wanneer je de resterende exemplaren van die ondersoort bijtijds kruist met een andere ondersoort blijven zijn genen althans grotendeels behouden; niet raszuiver maar toch… Wat eenmaal is uitgestorven krijg je in elk geval nooit meer terug. Nu is weliswaar de ondersoort uitgestorven maar zijn genen leven voort. Iets dergelijks is gebeurd met de Europese wisenten. De nu levende exemplaren zijn niet helemaal raszuiver. Er waren ooit twee ondersoorten (de laaglandwisent en de bergwisent) die inmiddels vermengd zijn geraakt.

Mocht ooit de Ark nog eens aan de grond lopen, en mochten de ‘bastaarden’ uit de dierentuinen worden teruggezet in de natuur, dan zal diezelfde natuur weer aan het selecteren gaan en zal er na verloop van tijd weer een ondersoort zijn ontstaan waarin misschien veel genen uit de oorspronkelijke genenpool terug te vinden zijn.

Maar in elk geval zijn die genen er dan tenminste nog!

zie ook

http://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Genetica


CREATIONISTEN TROEP

http://www.bloggen.be/evodisku/reageer.php?postID=9

Dieren paren bij voorkeur met hun familie

Deze creationist  heeft het   over inteelt 
In de wilde natuur zijn er juist heel veel mechanismen aanwezig die inteelt  bemoeilijken bij alle orgnaismen die zich sexueel voortplanten  ( =planten , dieren , schimmels en zelfs sommige eencelligen  )

Gebeurt inteelt  toch dan is zijn de  resulterende homozygoot aanwezige  nadeel-mutaties  de oorzaak van ofwel   spontane arbortus of vroegtijdig sterven ( meestal  voor of vlak na de geslachtsrijpheid ) …
Deze combinaties kunnen   dus snel afgevoerd uit de genenpool van de populaties  van de  opeenvolgende  generatie die ze bezit  en deelt

Het is zelfs in bepaalde gevallen ( bij voldoende groote van de populatie ) een snelle manier om van  lethale mutaties  af te raken …. Praat maar eens met fokkers en plantenveredelaars  ….Die gaan zelfs   gebruikt maken  van vooraf selekteren   ( uitwieden van  zoveel mogelijk schadelijke ( en ongewenste ) eigenschappen , vooraleer over te gaan tot verdere  inteelt  )

Genverlies
Alle dieren doen aan inteelt.ja ,en mensen ook
(in sommige  culturen  trouwt men zelfs  bij voorkeur onder neven en nichten   etc … Wat gebeurde er vroeger bij de adel ?–> over de gevolgen van incest in die kringen –>bloederziekte  )
Mensen  zijn ook nog eens  pedofiel , homofiel , incestueus , promiscue  etc …( over wat wil je het eigenlijk hebben ?) niets dierlijks is de mens vreemd … we ZIJN  gewoon dieren  ….
Doen daarom alle mensen dat allemaal   en ook nog eens  altijd  ?
doen daarom alle dieren ( ook van dezelfde soort ) dat  allemaal en  ook nog eens altijd ?
Doen daarom alle levende soorten dat allemaal en ook nog eens  altijd ?

Inteelt is slechts een van de vele  voorkomende gevallen ….
(er zijn zelfs zelfbevruchters( onder  planten bijvoorbeeld )
en er zijn soorten die zich parthenogenetisch ( maagdelijk)voortplanten
volgens sommige ” heilige boeken”  is er minstens  één vrouw   die dat heeft gedaan … ) 
Duiven (  de mannetjes  ; doffers  of “weduwnaars”  en   lange afstands wedvluchten ( na oefeningen en africhting )  organiseren op basis van kunstmatig “spelen op weduwnaarschap “ zoals de duivenmelkers dat noemen  ) keren zo vlug mogelijk terug naar het hok( ze werden door de melker van hun vrouwtjes gescheiden en ze worden zelfs aan een soort  “doping”   onderworpen  ) …
ze zijn nesttrouw (zoals veel vogels toch hun nest moeten terugvinden ) en  hun hormonen spelen op …(Verliefde mensenkinderen willen ook zo gauw mogelijk bij hun lief zijn … )
Ze worden bovendien  kunstmatig ( chemisch gestimuleerd )
En ze neuken bij aankomst  met hun vrouwtje ( en als die ondertussen weg is )met gelijk wat ,dat er op dat hok op dat ogenblik  aanwezig is ….
Ze lopen  gewoon oververhit   en ze zijn dolgedraaid  … 
DE situatie op zulke duivenhokken  is kompleet kunstmatig … en het gedrag van die duiven is kompleet gemanipuleerd door de mens ….  Niet tegenstaande dat alles zijn er ook velen van die duiven  die niet terugkeren … die zijn onderweg opge-eten of verongelukt … of ze gaan op hun lappen ( en/of  kwamen een ander knap duivinnetje tegen )en komen  soms een paar dagen nadien uitgeput  terug op het hok…

Ondertusen zijn dus veel post en reisduiven  verwilderd , en vormen een pest in veel steden Je kan ze dus wel degelijk in het wild  bezig zien ( van dicht bij zelf )
Let maar eens op de doffers: die maken alle duivinnen die ze tegenkomen het hof
Duiven-doffers  zijn erg  promiscu wanneer ze zonder wijfje zitten  of op de
zwier zijn .. net als mensen …

De populaties stadsduiven  zijn dan ook een soort “straatduiven” , zoals je ook straathonden
hebt … wat weg is zijn de rassen en de speciaal gekweekte kampioenrassen
wat in de plaats komt is een sterke , plastische  en  zeer gevarieerde genenpool met erg veel genetische  variatiemogelijkheden
voor de volgende generaties …

Voorbeelden  ;     ,alle ooievaars van Planckendael zijn familie van elkaar.

Mooiste voorbeeld is de reisduif.(=  Postduif  )

Reisduiven werden vroeger gehouden omdat ze steevast naar hun kot terugkeerden alsmede hun jongen  en die dus aldaar met hun familie paarden.                                                                                                  ( ze worden tegenwoordig nog steeds gehouden , selectief  gekweekt  en artificieel veredeld binnen  de  professionele duivenmelkerij )
Doffers die terugkeren op het hok en neuken met de broedende “moeder “zijn incestueus of zo ? … Nou misschien is dat wel zo in culturen  waar nichten en neven met elkaar trouwen

Neuken binnen de aangetrouwde familie is geen   biologische incest( misschien wel” wettelijk” )  of inteelt ( tenzij natuurlijk de aangetrouwde familie neven en nichten zijn  of zoiets ) … aub zeg …Schandalig dat jouw  vader met jouw moeder neukt,  he ?

Reisduiven zijn mutanten van de Rotsduif , het is bijgevolg een evidentie dat alle rotsduiven op een bepaalde richel hetzelfde gedrag vertonen ; terugkeren naar hun geboorteplaats om daar te kweken met hun directe familie.

Het zijn geen  Mutanten  ( er zullen wel mutaties voorkomen / en sommige duivenrassen zijn wel verkregen uit  spontane  mutanten  zoals dat  ook gebruikelijk is bij gekweekte katten , honden , en vooral planten  ) :maar al die rassen zijn terug versmolten tot een ondersoort

Reisduiven  /postduiven   zijn  gekweekte  tamme afstammelingen van de bijne  uitgestorven  wilde rotsduif(Columba livia )  die in het wild voorkomt op nog enkele britse eilanden … Verwilderde  post en reisduiven  vormen een  populatie  van de zogenaamde  Stadsduif ondersoort van de rotsduif  : Columba livia domestica wat een samensmelting is van allerlei ontsnapte gekweekte duivenrassen ; ( in het bijzonder reis / postduiven )

 Lijst van duivenrassen

Rotsduiven zijn inderdaad nestgebonden  en ze broeden zoals veel vogels  in kolonies Ook in duivenhokken is dat het geval  , maar daar is de situatie altijd kunstmatig

Het is niet zo dat de minderwaardige genen dan verdwijnen en vervangen worden door betere , inteelt leidt altijd tot een netto genenverlies!

Bij inteelt van geiten  bijvoorbeeld verliezen kleine populaties 6,25% witte genen , grote amper 0,0015% .

http://www.landgeit.nl/fokken/presentatie%20Landgeit%20door%20Jack%20Windig.pdf

Peter Scheele heeft dus toch gelijk , dieren verliezen permanent genen wat leidt tot devolutie.

Scheele en degeneratie

Degeneratie is een feit : Niemand  zal dit   afdingen
het is echter slechts de HELFT van het verhaal , dat door scheele wordt verteld
er is wel degelijk  aangroei  van het  genetisch kapitaal 

Ontkrachting van  sommige hoofdclaims van  P. SCHEELE  door M.Medema 
http://nadarwin.nl/Gtica/nieuwe-genen.html
http://nadarwin.nl/Gtica/rip.html

POLYPLOIDIE  , verdubbelingen van genen en zelfs van komplete genomen zijn een gewone  zaak bij, schimmels ,  planten bij  lagere dieren , bij  lagere vertebraten en nu ook al bij zoogdieren (o.m  een argentijnse rat )

Zie ook
GISTgenome duplication “ VERDUBBELEN IS DE SLEUTEL

Er bestaat  bovendien een soort natuurlijke “genetische manipulaties “door bijvoorbeeld  micro-organismen ( de meeste tot nu toe bekende  microben zijn pathogeen ; genenjagers zoals Craig venter beginnen nu op zoek te gaan naar andere  onbekende  en unieke genen  in de microwereld  aanwezig in   de enorme voorraden  niet pathogene  microben )
zie ook –> Memmo Schilthuizen ” het Mysterie der Mysterieen ”

De laterale gen-transfert  erg bekend uit de microbieele leefwereld en levenslaag
is ook  daardoor  mogelijk  bij hogere levensvormen ( net zoals muggen besmettingen kunnen overbrengen , zo kunnen  microben  vreemd genetisch materiaal  overbrengen )
Hoe dacht je dat kunstmatige  genetische manipulaties  mogelijk zouden zijn indien dat NIET mogelijk zou  zijn onder ondersteunende  natuurlijke voorwaarden ?
omstandigheden ….

Er zjn ook nog de spêculatieve ideeen  gebaseerd  op de  endosymbiosis hypothese  II( Lynn Margulis ) die weliswaar slechts  gedeeltelijk is geaccepteerd …

Degeneratie , uitsterving en inteelt  grijpt plaats onder kunstmatige en  kritieke  omstandigheden bij kleine geisoleerde populaties ( vroeger waren dat bij mensen ook populaties in afgezonderde  bergdorpjes , eilandjes
bewoners etc .. ) en bij bottleneck situaties  waarbij de populatie te klein is  om te overleven of niet tijdig van vers bloed wordt voorzien ( desnoods door bastaardering met zeer nauw verwante  soorten ….)

Het lijkt( door vergelijkend genoom onderzoek tussen mens , chimpansee en resus-aap ) erop dat dit bij de voorouders van de  mens en de chimp  is gebeurt

Overigens wordt  verondersteld  dat  de stamlijn  van de  mens ( een paar maal ?) door een bottleneck (juist groot genoeg om te overleven  als populatie )is  gekropen ;

Walvissenverhaal toch geen successtory

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/36632878/

Het onderzoeksobject, de grijze walvis 'Eschrichtius robustus', zakt elke elke winter af van Alaska richting de kust van Mexico om daar jongen te krijgen. Vroeger waren het aantal walvissen dat dit deed waarschijnlijk veel groter. [Foto: Geoff Shester].

Het onderzoeksobject, de grijze walvis ‘Eschrichtius robustus’, zakt elke elke winter af van Alaska richting de kust van Mexico om daar jongen te krijgen. Vroeger waren het aantal walvissen dat dit deed waarschijnlijk veel groter. [Foto: Geoff Shester].

Er zijn weer net zoveel grijze walvissen in de oostelijke Stille Oceaan als in de tijd voordat de mens op grote schaal op de dieren begon te jagen. Dat dacht men tenminste. Nieuw onderzoek wijst uit dat er veel meer dieren waren dan de huidige twintigduizend.

Het aantal grijze walvissen in de oostelijke Stille Oceaan zou rond het jaar 2000 zijn maximum hebben bereikt. Dat was de reden waarom er ineens een dip te zien is in de hoeveelheid dieren in die periode. Het ecosysteem zou niet meer dan het maximale aantal grijze walvissen aankunnen en de vermindering in getal werd gezien als bewijs voor het feit dat de grijze walvissen hun oorspronkelijke aantal hadden bereikt. Maar niks lijkt minder waar, als we het onderzoek van Elizabeth Alter van de Stanford Universiteit in Californie en haar collega’s mogen geloven tenminste.

Door DNA gegevens van de grijze walvissen te bestuderen, kwamen zij erachter dat het genetisch materiaal van de dieren veel gevarieerder is dan je op basis van twintigduizend exemplaren zou verwachten. Er moeten vroeger dus veel meer grijze walvissen zijn geweest, wel drie tot vijf keer zoveel, schrijven de onderzoekers in het tijdschrift PNAS.

Maar het lijkt erop alsof de oceaan vandaag de dag niet eens in staat is om een fractie van dit oorspronkelijke aantal aan te kunnen, vertelt een van de onderzoekers in een microdocu over zijn onderzoek. Volgens hem betekent dat ook dat de oceanen van nu niet meer hetzelfde soort leven kunnen ondersteunen als voor de opkomst van de commerci챘le walvisvangst. En dat komt allemaal door de klimaatveranderingen, want daardoor hebben de dieren niet meer genoeg te eten, vermoedt de marine bioloog.

Arianne Hinz

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/13146978/

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/14340058/

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/29609282/

Walvispopulatie toch niet zo florissant
 dinsdag 11 september 2007Het gaat niet goed met de grijze walvissen die leven in het oostelijk deel van de Grote Oceaan. De dieren vertonen ernstige ondervoedingsverschijnselen.Sinds het einde van de commerci챘le walvisjacht leek het voorspoedig te gaan met de grijze walvis die zich in de wateren westelijk van de kust van Canada en de VS bevindt.Het aantal van 20.000 walvissen was volgens de onderzoekers gelijk aan het aantal dat er voor de jacht zwom. Maar nieuwe cijfers wijzen er op dat er voor de jacht misschien wel veel meer walvissen waren.DNA
Na onderzoek naar het DNA van de dieren constateren wetenschappers nu dat er ooit meer dan 100.000 grijze walvissen in de Grote Oceaan zwommen.

Als er in het westelijk deel van de Pacific destijds 50.000 walvissen zwommen dan is een aantal van 50.000 in het oostelijk deel van de oceaan nog veel meer dan de 20.000 nu.

Uitsterven
De grijze walvis die voor de kust van Rusland leeft, in het westelijk deel van de Grote Oceaan, zit met een populatie van 120 dicht tegen uitsterven aan. Olie- en gaswinning bedreigen de walvis.

De huidige ondervoeding van de walvissen die leven in de buurt van de Verenigde Staten kan mogelijk te maken hebben met een gebrek aan voeding door verandering van het klimaat.

Eerder dachten onderzoekers dat de ondervoeding te maken had met een te grote populatie waardoor er te weinig voedsel was.

Nu denken onderzoekers van de Stanford University dat klimaatverandering de walvissen parten speelt. De populatie zou dan een stuk minder florissant zijn dan eerder werd gezegd.

 

Links:
BBC: Whale ‘success story’ questioned

DNA-bewijs voor een grote historische populatie grijze walvissen

Klimaatverandering bedreigt walvissen en dolfijnen

Lectrr: Honderd jaar oude harpoen in walvis

Zeeschildpad meest bedreigd door klimaatverandering

De zeeschildpad komt door de klimaatverandering het ergst in de verdringing. Ook de tijger, orang-oetan, de vogel bonte vliegenvanger en het koraal hebben veel last van de temperatuurstijging. De soorten staan dan ook in de top 5 van klimaatslachtoffers die het Wereld Natuur Fonds bekendmaakte.

Zeeschildpad


Volgens de natuurbeschermingsorganisatie kan de zeeschildpad zich niet goed meer voortplanten als het warmer wordt. De warme bodem waarin de eieren liggen, heeft een sekseveranderende invloed op de baby’s, waardoor onvoldoende mannetjes worden geboren. Ook verdwijnen de legstranden door de stijging van de zeespiegel.

Tijger


De tijger kampt vooral met verzilting van de grond in de delta van de Ganges in India en Bangladesh. Daardoor sterft vegetatie en verdwijnen de prooidieren. De tijger zoekt daarom in de dorpen naar voedsel. De bewoners zijn daar niet van gediend en maken jacht op de tijgers

De orang-oetang

  vindt door de extremere regenperiode minder vruchten.

*Koraal sterft af bij de kleinste temperatuurstijgingKoraal Zee  <–

De bonte vliegenvanger kan te weinig voedsel vinden voor zijn jongen. Door de warmere temperaturen komen de rupsen tevoorschijn voordat de vogel arriveert. Het eten voor de jonkies is bijna op als hij gaat nestelen. (anp/gb)

8 mei 2006
“Door klimaatverandering piekt het rupsenvoedsel van de bonte vliegenvanger steeds eerder in het voorjaar. In de bossen met een vroege voedselpiek worden de jongen van de bonte vliegenvanger nu te laat geboren,” stelt Christiaan Both  in het tijdschrift Nature van 4 mei.
En dat betekent slecht nieuws voor langeafstandstrekvogels.
In de afgelopen 17 jaar is de bonte vliegenvanger in ‘vroege bossen’ met 90% in aantal achteruitgegaan, terwijl hij op gunstige plekken hooguit licht (10%) hoefde in te leveren. 

De bonte vliegenvangers (Ficedula hypoleuca) zijn sinds half april weer terug in de Nederlandse bossen, de eerste zijn al aan de eileg begonnen. Ons klimaat wordt echter steeds warmer.
Daardoor lopen bomen eerder uit en komen bladetende rupsen eerder uit hun ei.
Maar de bonte vliegenvanger keert niet eerder terug van zijn ‘winterreces’ in West-Afrika.
Daarom moet deze trekvogel zich erg haasten met broeden, als hij na 4500 kilometer vliegen aankomt in West-Europa.
Gevolg is dat de jongen nu wel tien dagen eerder uit het ei kruipen dan rond 1985.
Maar: de rupsen, die de hoofdmaaltijd voor de jongen vormen, zijn wel zestien dagen vroeger.
Zo lopen de zangvogels toch een groot deel van de broodnodige rupsenpiek in het bos mis. Deze piek duurt namelijk maar zo’n twee weken. 

Vroege bossen
In ‘vroege’ Nederlandse bossen, waar de natuur vroeg op gang komt door bijvoorbeeld een rijkere bodem of oudere eiken, blijken de bonte vliegenvangers de klimaatgedreven hogere versnelling niet meer bij te kunnen benen.
Hun broedsucces is hier dramatisch gekelderd. Ondanks de grote haast bij het eieren leggen, zijn de vliegenvangers in die vroege bossen tegenwoordig domweg te laat terug uit Afrika om nog succesvol te kunnen broeden.
En dus verdwijnt de vliegenvanger uit dit soort bos

Christiaan Both en zijn collega-onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) onderzochten tien populaties verspreid over ons land.
Met broedgegevens uit bijna twintig jaar nestkastonderzoek door professionals en amateurvogelonderzoekers kunnen zij bewijzen, dat in de ‘vroege bossen’ de bonte vliegenvanger met wel 90% achteruit is gegaan of zelfs helemaal
verdwenen is als broedvogel. De rupsenpiek valt hier begin mei al. In ‘late bossen’ met de rupsenpiek na half mei zijn de aantallen vliegenvangers echter nauwelijks veranderd.

Maar Both voorspelt:
Als het nog warmer wordt, zullen ze ook hier verdwijnen. Dan komen ze ook hier namelijk te laat aan.”
Hij voegt toe:
“Waarschijnlijk is dit niet alleen een probleem voor bonte vliegenvangers, maar hebben alle insectenetende langeafstandstrekkers hiermee te maken.”
 Een verkeerde timing door klimaatverandering is waarschijnlijk een wijdverspreid fenomeen,
dat kan leiden tot de neergang van vogelpopulaties van vooral langeafstandstrekkers die broeden in de gematigde streken.
Voorspellen?
Waarom kunnen die vliegenvangers niet gewoon nog eerder gaan broeden als het warmer wordt?
Ecoloog Both en zijn collega’s denken dat dit vooral komt doordat bonte vliegenvangers vanuit Afrika slecht het voorjaar in hun Europese broedgebieden kunnen voorspellen.
Ze zouden daarvoor niet alleen op ruim 4500 kilometer afstand een voorspelling moeten doen wanneer het voorjaar begint, maar dit ook nog een maand vooruit moeten kunnen voorspellen.
Zoveel tijd kost het namelijk om vanuit Afrika hier naartoe te vliegen.

Direct aan de slag
Bonte vliegenvangers vertrekken dus nog altijd op dezelfde dag uit Afrika.
Toen het kouder was, kwamen de vliegenvangers precies op tijd aan om zelfs van de rupsen in de bossen met de vroegste rupsenpiek te profiteren.
In de bossen met een late rupsenpiek rustten de vogels vroeger een tijdje uit voordat ze gingen broeden.
Dat is er nu niet meer bij, ze moeten gelijk aan de slag (of beter gezegd: gelijk aan de leg). 
Dit voorjaar(2006)
De timing van de lente verschilt niet alleen van plek tot plek, maar ook van jaar tot jaar. Levert de late lente van 2006 de bonte vliegenvangers nog voordeel op, zoals sommigen beweren?
Both vindt het te vroeg om dat te zeggen. De komende dagen wordt het juist weer erg warm, en dan raken de ontwikkelingen in de natuur in een stroomversnelling.
Kortom: pas als over een week of drie de eieren uitkomen, weten we hoe het er dit voorjaar echt voorstaat voor deze zangvogel! 

 Broedend wijfje op het nest

 legsel

 kuikens

Meer informatie

http://www.nioo.knaw.nl/NEWS/CONTENT/persbericht.htm#030506

http://www.rug.nl/corporate/nieuws/nieuws


Artikel:
Climate change and population declines in a long-distance migratory bird. Christiaan Both, Sandra Bouwhuis, Kate Lessells & Marcel Visser, Nature, blz. 81-83, 4 mei 2006

http://www.ivnvechtplassen.org/ivn_vogels_park_bos/Bonte_Vliegenvanger_Ficedula-ypoleuca.html

30/12/08

 

°

Link –> …meer dan 20.000 dieren- en plantensoorten momenteel met uitsterven bedreigd (scientias) 

 

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: