uitstervingen


Massa-extincties

Dit dossier geeft een korte inleiding over massa-extincties en verwijst door naar diepgaandere artikelen. De vijf massa-extincties uit het verleden en de huidige uitsterving komen aan bod.
Het leven op aarde is in de afgelopen 542 miljoen jaar flink getest. Tijdens maar liefst vijf perioden in de aardse geschiedenis stierven organismen massaal uit. Toch overleefden organismen deze massa-extincties. Niet elke groep overleefde echter deze uitstervingen, wat één van de redenen is waarom het leven op aarde zo anders was in het verleden. Denk bijvoorbeeld aan niet-vliegende dinosauriërs, de ammonieten en de trilobieten.
°
DE EERSTE OORZAAK :   KLIMAATVERANDERINGEN  ( met voornamelijk    de  trage doder  :  (plotselinge)  CO2 percentage schommelingen   in de  atmosfeer  ?
°
°  Mass extinction events and periods of coral reef regrowth
°
Figure 1: Timeline of mass extinction events. The five named vertical bars indicate mass extinction events. Black rectangles (drawn to scale) represent global reef gaps and brick-pattern shapes show times of prolific reef growth (Veron 2008). http://iod.ucsd.edu/courses/sio278/documents/veron_08_coral_reefs.pdf http://www.skepticalscience.com/Earths-five-mass-extinction-events.html
°
Saunders_reichow_2009_figure_1 Perioden van uitsterving vallen vaak samen met ( de tweede oorzaak ? ) grootschalig vulkanisme in de laatste 300 miljoen jaar. // Afbeelding: © Saunders & Reichow 2009
°

Wat is een massa-extinctie?

°

Een massa-extinctie is een periode waarin relatief veel organismen uitsterven.

Bij fossiele organismen sterft slechts 0,4-1,8 soorten per miljoen jaar uit normaal gesproken, ook wel de achtergrondextinctie geheten.

Tijdens perioden van massa-extinctie sterft een veelvoud aan soorten uit totdat minimaal 75% van de soorten op aarde is uitgestorven in honderdduizenden tot miljoenen jaren. Dit klinkt als een lange periode, maar geologisch gezien is dit snel. De geschiedenis van het leven op aarde beslaat immers zo’n 3,8 miljard jaar (=3800 miljoen jaar).

Op familieniveau zou het om minimaal 15% moeten gaan. Het uitroeien van hele families, met daarin geslachten die weer verder onderverdeeld zijn in diverse soorten, is namelijk veel moeilijker dan het uitroeien van soorten.

°

Bij massa-extincties krijgen zowel organismen op het land als in het water en ook flora én fauna te maken met de uitsterving. Deze massa-uitstervingen zijn terug te vinden op vele plaatsen ter wereld. Om die grens van 75% te bereiken, kan bijna geen groep organismen ontkomen aan de catastrofe.

°

MID CAMBRIAN EXTINCTION  

Vulkaanuitbarsting Australië verantwoordelijk voor massa-extinctie

 

mid cambrian extinction 140530124327-large

Glass House Mountains National Park in Australia.

A Curtin University researcher has shown that ancient volcanic eruptions in Australia 510 million years ago significantly affected the climate, causing the first known mass extinction in the history of complex life.
Credit: © jovannig / Fotolia

 

Australia’s deadly eruptions were reason for the first mass extinction

May 30, 2014  //Curtin University
Summary:
Ancient volcanic eruptions in Australia 510 million years ago significantly affected the climate, causing the first known mass extinction in the history of complex life. Scientists used radioactive dating techniques to precisely measure the age of the eruptions of the Kalkarindji volcanic province.
F. Jourdan, K. Hodges, B. Sell, U. Schaltegger, M. T. D. Wingate, L. Z. Evins, U. Soderlund, P. W. Haines, D. Phillips, T. Blenkinsop. High-precision dating of the Kalkarindji large igneous province, Australia, and synchrony with the Early-Middle Cambrian (Stage 4-5) extinction

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/05/140530124327.htm

 

 

 

Vulkaanuitbarsting Australië verantwoordelijk voor massa-extinctie

Vulkaanuitbarstingen in Australië 510 miljoen jaar geleden hadden een groot effect op het klimaat en zorgden voor de eerste massale uitstervingsgolf in de geschiedenis van complex leven

Dat schrijven wetenschappers van de Curtin University uit het Australische Perth deze week in het tijdschrift Geology.

Door het toepassen van radioactieve dateringstechnieken, konden de onderzoekers de precieze leeftijd van het zogenaamde vloedbasalt in de provincie Kalkarindji berekenen

Vloedbasalt is het gevolg van een grootschalige vulkanische uitbarsting of reeks van uitbarstingen waarbij grote stukken land door basaltlava bedekt worden. Zo ontstonden vulkanische vlakten, bedekt met basalt.

Basalt

De onderzoekers konden bewijzen dat het basalt tezelfdertijd als de vroeg-midden cambrische uitstervingsgolf, zo’n 510-511 miljoen jaar geleden, was gevormd.

Dit was de eerste uitstervingsgolf  waarbij zo’n vijftig procent van complex, meercellig leven werd uitgeroeid.

In die periode veranderde het klimaat snel en verdween veel zuurstof uit de oceanen. Hoe dat precies kwam, was tot nog toe onbekend. De wetenschappers denken hiermee een stukje van die puzzel opgelost te hebben.

De snelle en grote veranderingen van het klimaat veroorzaakt door de uitbarstingen maakte het moeilijk voor veel soorten om te overleven, waarschijnlijk omdat ze zich niet snel genoeg konden aanpassen.

Door: NU.nl/Krijn Soeteman

 

 

Massa-extincties uit het verleden

°

761px-platystrophia_ordovician_indiana_mark_wilson Een Ordovicische brachiopode (armpotige). Afbeelding: © Mark Wilson

De oudste van de vijf  grote  massa-extincties ( waarbij de  midden cambrische  ( zie hierboven ) niet is meegerekend  omdat we niet  eht weten  in te schatten welk percentage van de toen (verondersteld) aanwezige soorten  uitstierf )is de eind Ordovicische massa-extinctie rond 445 miljoen jaar geleden. Vooral de organismen in de oceaan kregen te maken met de uitsterving, want het land was nog maar nauwelijks bewoond. Ongeveer 86% van de organismen stierf uit. Opvallend genoeg stierven geen grote diergroepen helemaal uit. De grote oorzaak is redelijk goed bekend: een ijstijd die de zeespiegel flink deed dalen. Na de ijstijd steeg de zeespiegel weer.

Dunkleosteus_skull_australia_late_devoon_bron_cas_liber De roofvis _Dunkleosteus_ uit het Laat Devoon. Afbeelding: © Cas Liber

Aan het einde van de Devoon periode, zo’n 375 miljoen jaar geleden, was het wederom crisis op aarde, want ongeveer 75% van het leven stierf uit. Slachtoffers waren bijvoorbeeld de koraal- en sponsriffen, hoewel de koralen en sponzen niet helemaal uitstierven. Er zijn vele oorzaken genoemd waarom zoveel organismen uitstierven in deze periode, maar waarschijnlijk spelen planten de hoofdrol.

688px-kainops_invius_lateral_and_ventral_lower_devonian_oklahoma_by_moussa_direct_ltd Trilobieten stierven uit rond de Perm/Trias grens. Afbeelding: © Moussa Direct Ltd. De zwaarste beproeving kende het leven echter rond 250 miljoen jaar geleden tijdens de Perm/Trias massa-extinctie. In de oceaan stierf 96% van het leven uit, terwijl op het land zo’n 70% van de gewervelden het leven liet. Door deze massa-extinctie stierven onder meer trilobieten en rugosa en tabulate koralen compleet uit. De waarschijnlijk belangrijkste oorzaken zijn grootschalig vulkanisme in Siberië en het vrijkomen van grote hoeveelheden van het broeikasgas methaan.

Zaadvaren Een fossiele zaadvaren uit de Late Trias van Duitsland. Afbeelding: © Nina Bonis Gaan we nog iets dichter naar het verleden toe, dan komen we uit bij de eind Trias massa-extinctie zo’n 200 miljoen jaar geleden. In deze periode stierf 80% van het leven uit. Conodonten (resten van lancetvisachtigen) en conulariden stierven helemaal uit. De reden voor de uitsterving is niet goed begrepen: wederom zijn grootschalig vulkanisme en methaan kandidaten.

 

°

Vrijgekomen methaan leidde tot massa-extinctie

 °
22 juli 2011 r 
°

Vrijgekomen methaan kan de klimaatverandering in een stroomversnelling brengen en leiden tot een massa-extinctie, zo blijkt.

Zo’n 200 miljoen jaar geleden veranderde het klimaat sterk. Er kwam extreem veel koolstof in de atmosfeer terecht, waardoor de oceanen verzuurden en naar schatting de helft van alle soorten uitstierf.

°

Onderzoekers dachten altijd dat de massa-extinctie het gevolg was van broeikasgassen die vrijkwamen doordat vele vulkanen uitbarstten.

°

Methaan …….Maar nieuw onderzoek toont aan dat vulkaanuitbarstingen niet de belangrijkste oorzaak van de massa-extinctie waren. De onderzoekers bestudeerden fossiele planten en ontdekten dat ten tijde van de massa-extinctie enorme hoeveelheden methaan zijn vrijgekomen.

Ook vonden ze bewijzen dat de aarde in die tijd enorm opwarmde.

°

Versterkt

“Het vrijkomen van CO2 door vulkaanuitbarstingen heeft de oceanen waarschijnlijk genoeg opgewarmd om het broeikasgas methaan uit de bodem los te laten,” legt onderzoeker Micha Ruhl uit. “Hierdoor ontstond een versterkend effect met als gevolg een klimaatopwarming die vele soorten planten en dieren niet overleven.”

Kettingreactie Koolstof is dus niet alleen een probleem op zichzelf, maar kan ook een kettingreactie veroorzaken.

En dat is informatie waar we anno 2011 iets mee kunnen. “De mensheid zorgt momenteel voor het vele malen sneller vrijkomen van broeikasgassen dan de vulkanen in de periode van massa-extinctie. Als de huidige temperatuur van de oceanen hierdoor over een grenswaarde gaat, komt de stabiliteit van het methaan in de zeebodem weer in gevaar. Hierdoor kan de klimaatverandering plotseling enorm versnellen,” waarschuwen de onderzoekers.

Het onderzoek van de wetenschappers van de universiteit van Utrecht is verschenen in het blad Science. De foto hierboven laat één van de fossiele resten zien die de onderzoekers hebben onderzocht. Foto: Nina R. Bonis.

_Bronmateriaal: Persbericht Universiteit Utrecht.

°

60.000 jaar: zolang duurde het om bijna al het leven van de aardbodem te vegen

°

11 februari 2014  2
°

trilobiet Einde van de trilobieten

°

Zestigduizend jaar. Zolang duurde de massa-extinctie die aan het eind van het Perm( de perm trias grens )  plaatsvond. Dat blijkt uit nieuw onderzoek. En daarmee vond de massa-extinctie(geologisch ) in een oogwenk plaats: wetenschappers dachten altijd dat het zo’n tien keer langer duurde.

De massa-extinctie op het randje van het Perm (ongeveer 251 miljoen jaar geleden) is de grootste massa-extinctie waar onze planeet ooit mee te maken kreeg. Maar liefst 70 procent van het leven op het land en meer dan 96 procent van het leven in het water (waaronder de trilobieten, ) stierf uit. De oorzaak van de massa-extinctie is nog altijd onbekend.

-Sloeg een planetoïde op aarde in?

-Of was er sprake van enorme vulkaanuitbarstingen?

°

De duur van die Perm-Trias-massa-extinctie bepalen helpt de wetenschappers alvast bij hun poging om te reconstrueren wat er precies gebeurd is, zegt MIT-geochemicus Seth Burgess, hoofdauteur van de studie.

°

“Wat de massa-extinctie ook veroorzaakt heeft, het was erg snel; of de biosfeer bereikte een kritiek punt”, vertelt Burgess aan wetenschapsblad Live Science.

“Het is extreem belangrijk om een tijdlijn te hebben van de massa-extinctie, bijhorende gebeurtenissen en hun intervallen. Zo krijgen we een idee van hoe de biosfeer erop gereageerd heeft.”

°

Honderden geologen en wetenschappers trokken naar het Chinese Meishan om er gesteentes van voor, tijdens en na het Perm-tijdperk te verzamelen en onderzoeken. In het maritieme gesteente van Meishan, vermengd met vulkanisch as, zitten immers minuscule zirkoonmineralen, die precies gedateerd kunnen worden met geochemische technieken. Het gesteente bevat ook fossielresten, die het afsterven en herleven van leven op aarde aantonen. Broeikasgassen De nieuwe tijdlijn biedt ook een meer duidelijkheid over de milieuomstandigheden, gelinkt aan de massa-extinctie.

Bij vorige studies werd vastgesteld dat er een toename was van broeikasgassen. Uit de nieuwe studie van Burgess en zijn team blijkt dat die toename plots en erg intensief was.   Duur Wat we nu eindelijk wel weten, is hoelang de massa-extinctie duurde. In andere woorden: hoeveel jaren er nodig waren om bijna al het leven in zee en 70 procent van het leven op het land van de aardbodem te laten verdwijnen. Volgens onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology kostte het ongeveer 60.000 jaar. Ze hanteren daarbij een foutmarge van zo’n 48.000 jaar. Dat meldt het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

KOOLSTOFDIOXIDE

Tevens ontdekten de onderzoekers dat heel kort voor de massa-extinctie – zo’n 10.000 jaar – enorm veel koolstofdioxide in de oceanen belandde. Het suggereert dat de hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer rap toenam. Dat heeft waarschijnlijk geleid tot een verzuring van de oceaan en hogere watertemperaturen (wellicht zelfs 10 graden Celsius hoger). Mogelijk was die temperatuurstijging al genoeg om een groot deel van het leven in zee te doen verdwijnen.

Stenen …….Ze baseren hun conclusies op een onderzoek naar stenen en rotslagen   die getuigen van de overgang van het Perm naar het Trias. Een analyse van die stenen suggereerde eerder al dat de massa-extinctie korter dan 200.000 jaar duurde. Met behulp van veel nauwkeurige dateringsmethoden hebben de onderzoekers nu kunnen stellen dat de massa-extinctie slechts 60.000 jaar in beslag nam.

Dat lijkt misschien een enorme periode, maar op de geologische tijdschaal is het vrijwel niets. De cijfers verbazen de onderzoekers dan ook. Eerder werd gedacht dat de extinctie tien keer meer tijd kostte. Dat de extinctie in zo’n korte tijd werkelijkheid werd, kan ons mogelijk meer duidelijkheid geven over de oorzaak ervan.

Zo suggereert de snelle voortgang van de massa-extinctie dat deze veroorzaakt werd door ingrijpende en snelle veranderingen. “Hoe doodt je 96 procent van alles wat in de oceanen leeft in een periode van enkele tienduizenden jaren?” vraagt onderzoeker Sam Bowring zich hardop af.

°

“Het kan zijn dat een uitzonderlijke extinctie ook een uitzonderlijke verklaring nodig heeft.” Nu we beter weten hoe lang de massa-extinctie duurde, kunnen onderzoekers gaan kijken of bepaalde gebeurtenissen die mogelijk aanleiding gaven tot of bijdroegen aan de extinctie – bijvoorbeeld vulkaanuitbarstingen – daadwerkelijk in dat kleine tijdsbestek een rol speelden.

°

Aarde na tien miljoen jaar van grootste massa-extinctie hersteld

Geschreven op 29 mei 2012 om 14:31 uur door 0

Tien miljoen jaar. Zolang had de aarde 250 miljoen jaar geleden nodig om van de massa-extinctie die 90 procent van het leven op aarde wegveegde, te herstellen.

°

Daarmee duurde het herstel opvallend lang. Dat schrijven wetenschappers in het blad Nature Geoscience. Hun artikel vormt een goed onderbouwde reactie op eerdere onderzoeken waarin de tijd die de aarde nodig had om te herstellen, werd bestudeerd.

°

Crisis ….. De Perm-Trias-massa-extinctie vond ongeveer 251 miljoen jaar geleden plaats en was het resultaat van verschillende veranderingen. De aarde warmde op, de oceanen verzuurden en er ontstond een zuurstofgebrek in de oceanen.

Na de massa-extinctie was naar schatting slechts tien procent van de planten en dieren nog over. Daarmee gaat de massa-extinctie de boeken in als de grootste crisis die het leven op aarde ooit heeft meegemaakt.

Herstel  ……..En nu blijkt dus dat de aarde ook nog heel veel tijd nodig had om zich te herstellen. De reden voor die vertraging? De massa-extinctie vond 250 miljoen jaar geleden plaats, maar in de vijf of zes miljoen jaar die daarop volgde, kon de aarde zich niet herstellen. Simpelweg omdat het crisis bleef. In de vijf miljoen jaar na de massa-extinctie stak de rampspoed nog regelmatig de kop op en kreeg het leven – dat zich probeerde te herstellen – regelmatig klappen.

°

Pas na vijf miljoen jaar werden de omstandigheden weer echt normaal en konden ecosystemen zich ontwikkelen. Complexe ecosystemen haakten in elkaar en nieuwe groepen dieren en planten ontstonden. “We zien massa-extincties vaak als geheel negatieve gebeurtenissen, maar in het meest vernietigende geval herstelde het leven na vele miljoenen jaren toch en ontstonden nieuwe groepen,” stelt onderzoeker Michael Benton. Hij benadrukt dat het onderzoek ook implicaties heeft voor het moderne leven. “De redenen van de massa-extinctie – opwarming van de aarde, zure regen, verzuring van de oceanen – klinken ons heel vertrouwd in de oren. Misschien kunnen we iets van deze oude gebeurtenissen leren.”

°

De foto bovenaan dit artikel laat een zeelelie zien: één van de soorten die het na deze massa-extinctie bijzonder moeilijk had.

°

Bronmateriaal: 10 million years to recover from mass extinction” – Bris.ac.uk De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Alias Collections (via Wikimedia Commons).

°

°

Supervulkanen roeiden helft soorten op aarde uit

°

Door een enorme serie aan uitbarstingen door supervulkanen is 200 miljoen jaar geleden de helft van alle soorten op aarde uitgeroeid.

Foto: AFP

Dat blijkt uit onderzoek gepubliceerd in Science Magazine. De gebeurtenis staat bekend als de Trias-Jura-extinctie, die nu 201.564.000 jaar geleden plaatsvond. Een team onder leiding van Terrence J. Blackburn van het Massachusetts Institute of Technology (MIT)  besluit uit zijn studies  dat die mega-uitsterving kwam door een reeks van grote vulkaanuitbarstingen.

°

Dit idee leefde wel al onder wetenschappers, maar tot nu toe was er in de fossielen- en rotslagen nooit definitief bewijs voor te vinden. Blackburn en zijn team hebben het uitsterven en de uitbarstingen in tijd heel precies aan elkaar gelinkt, met een foutmarge van slechts een paar duizend jaar. Dat is een fractie vergeleken bij de miljoenen jaren waar geologen normaal mee werken.

°

De onderzoekers zagen over de hele wereld dat het moment dat veel soorten uit het fossielenbestand verdwijnen, overeen kwam met het moment dat er veel versteende lava in de rotslagen is te vinden.

°

Fossielen en rotslagen zijn voor wetenschappers goede manieren om te bepalen hoe de aarde en het leven er vroeger uitzagen. De dieren zijn waarschijnlijk uitgestorven door de klimaatveranderingen die uitbarstingen van supervulkanen met zich meebrengen.

°

Eerst ontstond door  o.a. de grote  uitstoot  zwavel in de atmosfeer een  lange winter. Daardoor stierven al veel beesten uit. Daarna veranderde het  opwarmend klimaat waarschijnlijk zo snel dat de meeste  ovrlevende dieren geen kans hadden om zich aan te passen.  archosauriers waaronder ook de eerste dino’s  vaarden  wel bij het warmere klimaat en groeiden zo uit tot de dominante groepen  van het reptielen tijdperk .

°

De uitbarstingen moeten een ‘absolute hel van een schouwspel’ zijn geweest, zegt mede-auteur Dennis Kent van de Columbia-universiteit.

°

De resultaten van het onderzoek kunnen een historische parallel zijn met de huidige door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde, stelt Kent. “Het laat zien hoe een abrupte toename van koolstofdioxide sneller kan gaan dan het tempo waarmee kwetsbare soorten zich daarop kunnen aanpassen.De erupties zorgden ervoor dat de aarde, uiteindelijk  heet  werd. Hierbij stierven planten en dieren, die plaats maakten voor met name dinosauriërs.

°

Deze laatsten stierven vervolgens zo’n 65 miljoen jaar geleden uit, mogelijk ook door een samenkomen van   vulkaanuitbarstingen en  meteorietinslagen.* (*waaronder vooral  de asteroide inslag die  de Xichulub krater veroorzaakte )(–>  zie hieronder   krijt tertiair(KT) grens ) 

°

Voor het onderzoek analyseerden de wetenschappers stukken steen uit Nova Scotia (Canada), Marokko   en uit de buurt van New Jersey. Deze kwamen allen van een ooit samengevoegd continent. De uitbarstingen begonnen 200 miljoen jaar geleden in Marokko, 3000 jaar later gevolgd door erupties in Nova Scotia.

°

In New Jersey vond 13000 jaar later iets soortgelijks plaats. Afzettingen die ouder zijn dan de uitbarstingen bevatten fossielen van de Trias-tijd. In hogere lagen zijn die verdwenen. Onder de verdwenen soorten zijn aalachtige vissen, vroege krokodillen en drie hagedissen.  

°

Vergelijkbaar  …..“Op bepaalde manieren lijkt het einde van die periode op vandaag de dag”, stelt hoofdonderzoeker Terrence Blackburn van het Massachusetts Institute of Technology. “Veel inzicht in de toekomstige impact van verdubbeling van koolstofdioxide op de mondiale temperatuur, zuurheid van de oceanen en het leven op aarde kunnen verbeterd worden door geologisch onderzoek.”

Door: NU.nl/Joost Nederpelt

 
T-rex _Tyrannosaurus rex_ overleefde de Krijt-Tertiair grens heel even. Afbeelding: © GNU

°

De bekendste uitsterving is de Krijt-Tertiair massa-extinctie. Wie heeft er namelijk niet van de uitsterving van de op het land levende dinosauriërs gehoord.

°

Ook onder meer ammonieten en pterosauriërs overleefden de periode van uitsterving niet. Iets meer dan 75% van de soorten op aarde stierf uit. De oorzaken lijken redelijk duidelijk: enerzijds een inslag van een hemellichaam bij Mexico en anderzijds vulkanisme in India ……..en uiteraard  zijn er ook  studies die een van die oorzaken als  hoofdoorzaak poneren 

°

http://www.nu.nl/wetenschap/2621064/planetoide-niet-oorzaak-uitsterven-dinosauriers.html

.

REACTIES  

°

Doordravende  Reacties geplukt van Nu jij  op het  artikel / supervulkanen 

http://www.nu.nl/wetenschap/3376977/ supervulkanen-roeiden-helft-soorten-aarde.html

°

Hier zitten  Evolutie-ontkenners en klimaat-‘sceptici’ bij elkaar! : Zowel ontkenners van de globale opwarming als fundamentalistische gelovigen zijn  hier  present  en broederlijk v erenigd in het wensdenken en het ontkennen van feiten    

°

bron    http://www.nujij.nl/wetenschap/supervulkanen-roeiden-helft-soorten-op-aarde-uit.22207924.lynkx?pageStart=1

°

Voor de zielige heren en dames  anti-wetenschappers  ; 

°

  1. Dankzij wetenschap werkt: mijn auto, mijn mobiel, mijn internet, mijn GPS, het vliegtuig waar ik soms in zit, mijn USB-stick, de MRI-scanner ga zo maar door. Niemand die zich afvraagt of de wetenschappers die dat bedachten ongelijk hebben… want het werkt.
  2. Ga er maar vanuit dat het voortschrijdend inzicht van de overige wetenschappers ook tot een steeds nauwkeuriger representatie van de werkelijkheid leidt. 

°

  1. Quote uit het artikel  :  …….                                                                                                    “De resultaten van het onderzoek kunnen een historische parallel zijn met de huidige door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde, stelt Kent.”

°

eerste reacties  : Over  nog wat   meer  co2 uitstoot gesproken ….bedenk  ook  dat er dagelijks op deze planeet ongeveer 150 vulkanen uitbarsten en in china sommige kolenmijnen al 100 jaar branden zonder nog ooit gedoofd te kunnen worden.

°

  1. Genoeg soorten zijn de laatste 100 jaar uitgestorven. Dat gaat nog wel ff zo door. Dus zou  het me niks verbazen als inderdaad minstens de helft verdwijnt.
  2. Praktische alle grote uitstervingsgolven zijn door plotselinge ( in  geologische termen en gecorreleerd aan  verschillende  snelheden van aanpassingsvermogen binnen en van toepassing op het geheel aan   levende organismen  ) klimaat veranderingen veroorzaakt.
  3. Laatste keer dat CO2 concentraties zo hoog waren als nu was 15 miljoen jaar geleden. __stelde men in 2009 http://www.sciencedaily.com/releases/2009/10/091

°

Verduidelijking  bij 1.   : ………resultaten van het onderzoek  zijn ( en kunnen nog steeds  ) afgeleid (worden )  uit    gevonden  geologische  sporen 

°  

deCO2 liep sterk op rondom de grens Triassic–Jurassic wat samen viel met de grote uitstervingsgolf.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11807542 http://www.pnas.org/content/early/2010/03/15/100

en dit zijn andere  relevante feiten 

°

CO2 en andere niet condenseerbare gassen zijn de belangrijkste schakels die het (aardse )broeikas effect veroorzaken en  vervolgens in stand houden. http://www.sciencemag.org/content/330/6002/356.a

DE  “klimaatscepticus    concludeert uit het artikel ” één  goeie vulkaan uitbarsting doet meer dan 100 jaar technische revolutie . ”

  1. Vergeleken met de mens: is de co2 uitstoot van vulkanen  , verwaarloosbaar  ……“The 35-gigaton projected anthropogenic CO2 emission for 2010 is about 80 to 270 times larger than the respective maximum and minimum annual global volcanic CO2 emission estimates.” http://volcanoes.usgs.gov/hazards/gas/climate.php                                                               –                                                                                                                                                        Iedere 12.5 uur stoten wij zoveel  CO2 uit als Mt Pinatubo – de grootste eruptie in onze tijd. M.a.w. we zouden zo’n 700 Mt Pinatubo erupties per jaar moeten hebben om de hoeveelheid te bereiken die de mens uitstoot. Omgerekend naar de hoeveelheid magma die vrijkwam bij Pinatubo komt dat neer op zo’n 8 super erupties per jaar (meerdere malen Yellowstone). http://www.agu.org/pubs/pdf/2011EO240001.pdf
  2. De uitbarsting van Pinatubo zorgde overigens slechts voor een nauwelijks waarneembaar dipje in de temperatuur begin jaren 90. 
  3. 74.000 v.C. supervulkaan Mt. Toba (Sumatra) barst uit: 1000 jaar ijstijd en India en Pakistaan onder een laag as van 5 meter!! Desastreus voor de homo sapiens mensheid die net op weg was van Afrika naar Azië.
  4. Miljoenen  Tonnen zwavel, die vermengd met regen aldus zure regen veroorzaakt zullen hebben, met  enorme verbranding van de plaatselijke natuur, die naast de eveneens aanwezige CO2  uitstoot van de vulkaan  en die ook veel dieren en planten verbrande …zodat de overlevenden nog zeer weinig voedsel vonden
  5. Normaal gesproken wordt het kouder door zo’n supervulkaanuitbarsting. hoe is dat te rijmen met opwarmen  ? ……                                                                                            °                                                                                                                                                    Het gaat om de globale opwarming van de planeet en niet om plaatselijke effecten  …het stilvallen van de golfstroom is  bijvoorbeeld  zo’n  mogelijk   gevolg van  seizoensgebonden   smeltend ijs aan de polen ( veroorzaakt door de effectieve globale klimaatopwarming ) dat de temperatuur in west europa gevoelig zal  doen dalen …Terwijl we hier zitten te bibberen en te kankeren  over het uitblijven van de lente , stijgt de globale temperatuur van de planeet   en de afsmelting van de  ijskappen  nog steeds  ….

    1. Er is op het ogenblik  één   supervulkaan op land, die zit onder Yellowstone. De anderen zitten onder zee. Een grote vulkaan ( bijvoorbeeld  mt Toba ) is nog geen supervulkaan  . Supervulkanen hebben ook geen kegel/berg. Een super vulkaan-caldera  is een heel grote pijp met magma onder het oppervlak. Als die uitbarst liggen  de meeste continenten onder meters shit  ( en niet slechts één  lokaal  subcontinent  )
      1. Yellowstone barst ongeveer om de 600.000 jaar uit, en de laatste keer was 640.000 jaar geleden.
        1. Californië is ook al ongeveer 10 jaar over tijd met zijn 30 jaarlijkse aardbeving. Staat volgens mij ook op springen
          1. Ja zou best kunnen. En die tijden hoeven niet perse zo veraf te zijn hoor. Bijkomend feit is wel dat er bodemstijgingen zijn gemeten in Yellowstone, wat kan wijzen op oplopende druk daaronder. Maar waarschijnlijk  gebeurd er niks zolang wij nog leven.Anders is het  that’s all folks
            1. yellowrock  is tientallen kilometers groot met een meer erboven op met bossen. Toch stijgt de druk er flink onder en word het water warmer. 
  1. Op korte termijn hebben vulkaan uitbarstingen (1.*)  een afkoelende werking. Niet zozeer door de as, omdat die snel uitregent, maar vooral door de uitstoot van SO2 die in de lucht aerosolen vormt. …..Maar dat veroorzaakt dan wel weer een toename  van  zure regen ….roet en stof (en as en zwavelverbindingen, ik denk aan sulfide) weerkaatsen zonlicht. dus eerst daling temp. en toename van de verzuring Als er vele supervulkanen uitbarsten zal er eerst voor jaren een vulkanische winter ontstaan. maar ruim hierna zullen de uitgestoten co2 hun werk doen als broeikasgas.
  2. Waar komt anders   die voortschrijdende verzuring van de oceanen vandaan ….Toch niet alleen maar en aanhoudend door de CO2 want die lost juist minder goed op in een warmere vloeistof.   Warmer water kan minder CO2 bevatten. -Je glas cola verliest bij hogere temperatuur ook sneller de bubbels.                                                                        http://members.multimania.nl/brieneoord/aqua/eve    …  In dit geheel   is  inderdaad   ook de uitgestoten hoeveelheid zwaveloxide een deel- oorzaak
    1. verzuring van de oceanen   treed toch wel  ook  op  door de CO2. Heel simpel: de verzuring gaat sneller ( het verzuringseffect (veranderingen in de ph ) van co2 ) dan de verminderde oplosbaarheid. 
    2. de optie is namelijk dat  partiele dampdruk ook meewerkt  aan de oplossing van CO2 in oceaanwater  en wat dit  allemaal doet met het aantal vrije waterstof ionen, de pH waarde enz. , het is dan  ook een complexe chemie,
    3. Lees hier meer over die chemie: http://www.skepticalscience.com/Mackie_OA_not_OK … http://www.skepticalscience.com/Mackie_OA_not_OK …  en geschreven door professionals in oceaan chemie.En een algemeen overzicht: http://www.skepticalscience.com/ocean-acidificat …
    4. Eén van de dingen waar de auteur hierboven geen rekening mee lijkt te houden   is het zogenaamde ( cola glas ) argument( dat oceanen juist CO2 zouden moeten uitstoten maar dit wordt verhinderd door de partiele dampdruk http://www.skepticalscience.com/Mackie_OA_not_OK_post_10.html
    5. Houd vooral ook rekening met het feit dat wij enorm veel extra CO2 in de lucht hebben gebracht zonder (!) de oceanen al te veel gelijktijdig op te warmen.zie verder op http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_van_Henry
      1.  kennelijk werkt het uitgassen door de opwarming nog niet zo sterk als het extra in de zee geraken van CO2 door de concentratiestijging van 40% in de atmosfeer .
    6. voor diegene die zich niet wil inlezen in dit (best wel lastige) onderwerp: kijk eens wat de nationale wetenschappelijke academies van over de hele wereld er van vinden:    http://www.interacademies.net/10878/13951.aspx
    7. Maar wat er ook van zij   ;   De verzuring van de oceanen is een feit.“Verzuring van de oceanen door meer koolzuur is duidelijk niet meer  aan de orde.” Het is nml een feit.
      1. in feite zijn de effecten hiervan al duidelijk zichtbaar en heeft bijvoorbeeld de amerikaanse oester industrie er al volop mee te maken: http://www.alaskajournal.com/Alaska-Journal-of-C …het is niet iets voor een wazige toekomst, het is iets van nu.

      Voor wat betreft het bovenste gedeelte van de oceaan is dat volledig aan de mens te wijten. 

      1. 1) Sinds ca 1850 is de concentratie CO2 in de atmosfeer met ca 40% toegenomen van 280 naar 390 ppm. Daarbij is de oceaan SST bijna 1 graad gestegen. Die kleine stijging in SST’s kan nooit de grote CO2 stijging tot gevolg hebben. De historie van de aarde toont dat ruimschoots aan (bijv. ijskernboringen i.c.m. komen en gaan van ijstijden).2) Isotopen verhoudingen verraden dat de toenamen van CO2 in de atmosfeer van fossiele aard is en dus niet uit de oceanen kan komen.3) Het zuurstofgehalte is afgenomen evenredig met de toename van CO2 wat een sterke aanwijzing is dat de toename van CO2 door verbranding van koolstof komt en niet door uitgassing van de oceanen.4) De boekhouding (IEA) van de verbranding van fossiele brandstoffen maakt duidelijk dat er twee keer zoveel fossiele koolstof zijn verbrand dan is toegenomen in de atmosfeer. Die andere helft moet dus opgenomen zijn door planten en de oceanen.En voilá, de oceanen verzuren meetbaar door opname van de waargenomen toegenomen partiele CO2 dampdruk in de atmosfeer. Het verhaal klopt als een bus.
      2.  Toename en afname van CO2 in de atmosfeer en in het water is van alle tijden. Industrialisatie echter niet. wat denk de ontkenner  dat er met onze fossiele brandstoffen gebeurt Dat dat om de een of andere magische reden niet tot een CO2 toename leidt?
  1. * )Op  langere geologische tijdschaal speelt de uitstoot van broeikasgassen door vulkanen wel degelijk een rol. Meer info: http://volcanoes.usgs.gov/hazards/gas/climate.php

°

“Broeikaseffect is niets anders dan een mooi woord voor regelmatig terugkerende natuurlijk patroon.”

°

Thans wordt dat echter versterkt – komt door de industrialisatie – ook een regelmatig terugkerend patroon zeker  ?

°

Klimatologen gebruiken voor hun modellen ook de input vanuit de geologie. Ze hebben bij  hun modellen -constructie ook  vooraf kennis nodig van de cycli die de Aarde heeft gekend, en informatie over de mogelijke sturende factoren in die cycli. Het is mede dank zij de geologische kennis dat we nu met enige zekerheid kunnen zeggen dat de opwarming die de Aarde nu meemaakt niet geheel vanuit natuurlijke factoren verklaard kan worden

°CREA en Co 

°

1a   Crea’s en co beweren af en toe dat : “wetenschap produceert steeds meer onverklaarbare ontdekkingen”

Het hele doel van de collectieve onderneming die wetenschap noemt is het produceren van (provisionele) verklaringen onhafhankelijk van individueel wensdenken en fantaseren , en gebaseerd op (her)aantoonbare , (her en op- en be-)zoekbare,(her) onderzoekbare sporen van gebeurtenissen als resultaten van natuurlijke oorzaken . Dat is wat wetenschappers   ontdekken en vervolgens ontwikkelen  : methodisch naturalistische verklaringen. en  elke nieuwe ontdekking roept nieuwe vragen op ….. Dat wist Newton al …

°

Verdere(testbare of hoogstwaarschijnlijke ) oplossingen en modellen zoeken  ,mede voor de nieuwe vragen( en dito ontdekking van sporen ), is dus de boodschap en een van de manieren waarop de wetenschappelijke kennis toeneemt door vervolgonderzoek  

°

Gelovigen en creationisten hebben het zonder twijfel over iets anders.: ze introduceren bovennatuurlijke oorzaken als de hoofdoorzaak … maar dat  zijn definitief niet falsifeerbaar noch eenduidig kenbaar gehouden opties   … de enige aangedragen “sporen” ervan zijn heilige geschriften ( vol zogenaamde getuigenissen ) die bijvoorbeeld evengoed uit de grote duim van de prehistorische woestijn bewoners kunnen gezogen zijn of louter onbetrouwbaar zijn door de werking van een falend menselijk geheugen dat graag het ontbrekende aan een ooit beleefde   perceptie opnieuw invult dmv o.a. wensdenken ....

°

Een prehistorische fopspeen biedt soelaas ?

1b // Van alle vermelde gebeurtenissen zijn wetenschappelijk aantoonbare sporen teruggevonden: dat zijn  bovendien tegenwoordig ook nieuwe ontdekkingen die het oudere begrip(  buiten elke redelijke twijfel  aan hun geldigheid )  verbeteren of zelfs omturnen Siberië, beter gezegt heel Siberië was één grote superplume. Terug kijken in de geologische tijd kun je b.v. doen door aardlagen of ijsboor kernen te analyseren.  

°

2.…..Er zijn goede redenen om aan te nemen dat een dergelijke reeks geologische verschijnselen, aardbevingen en vulkanische uitbarstingen ieder moment wéér zou kunnen optreden. ( alleen al omdat “universalisme ” van de aan die processen ten grondslag liggende wetmatigheden een goede( en hoogstwaarschijnlijk juiste , althans buiten alle redelijke twijfel ) parsimone voorstelling van zaken is ) D

De continenten drijven op de magma en bewegen.mee. ; het beweegt wel.(maar niet noodzakelijk erg snel naar menselijke maatstaven

°

Aardbevingen zijn daar een gevolg van. Over 20 miljoen jaar is de Straat van Gibraltar weer dicht en zal de Middellandse zee weer uitdrogen tot een zoutmeer. Daarom is ook Zuid Spanje een aardbevingsgebied en zijn huizen daar er ook op gebouwd. In geologische tijden verandert er dus veel. IJsland is in feite een opborrelende klomp magma. De Sint Andreas breuk is een gevaarlijk aardbevingsgebied waar twee stukken langs elkaar schuren. Op die plaatsen kan wel eens een nieuwe vulkaan ontstaan.  Een verschuiving van de binnen de aarde bestaande magmastromen of nog dieper in de kern kan de korst doen nog meer doen verschuiven of breken waardoor een supervulkaan kan ontstaan. Een gebied waar dat nog steeds wordt gevreesd is Yellowstone Parc. De inslag van een flinke ruimterots op aarde kan dit trouwens ook veroorzaken. Feitelijk is het binnenste van de Aarde, samen met haar korst, net als de atmosfeer, een chaotisch stelsel, en kan een(relatief op die schaal) “klein “voorval een enorme afwijking van de norm tot gevolg hebben.

°

Een oorzaak van onze klimaatveranderingen bevindt zich onder de aardkorst

°

Geschreven op 20 maart 2013 om 18:30 uur door 15

lagen Niet alleen boven de aardkorst zijn oorzaken te vinden van onze klimaatveranderingen.

Zo ontdekken wetenschappers nu dat de cyclische activiteiten van de aarde ook een steentje bijdragen aan de opwarmende aarde en stijgende zeespiegel.

Als het om verandering van de zeespiegel gaat of de opwarming van de aarde, praten we al snel over CO2-uitstoot van de industrie. We denken na over oplossingen om de effecten ervan tegen te gaan. Goed dat we dat doen, maar er zijn ook effecten die wij nooit zullen kunnen veranderen: de cyclische activiteit ónder het aardoppervlak. De stijging van de zeespiegel en de opwarming van de aarde zijn gedeeltelijk gevolgen van deze cyclische activiteit. Dat schrijven onderzoekers van de New York University en Ottawa Carleton University na een analyse van geologische studies.

°

Analyse  …….De auteurs Michael Rampino en Andreas Prokoph bekeken de lange termijn schommelingen van het wereldwijde klimaat, de diversiteit van zeeorganismen en de veranderende zeespiegel. Met de analyse die gepubliceerd staat in Eos, wilden zij een gemeenschappelijke oorzaak ontdekken voor deze veranderingen.

°
Mantelpluimen zijn de opwaartse stromingen van gesteente in de aardmantel, de laag onder de aardkorst die het grootste deel van het volume van de aarde bevat.

°

Mantelpluimen ……..Afgelopen jaren ontdekten de onderzoekers al dat mantelpluimen die het aardoppervlak bereiken van grote invloed zijn op de uitbarsting van LIP’s (Large Igneous Province), een soort vulkanische vlakte van gevormd gesteente door de stolling van magma.

°

Mantelpluimen lijken regelmatige cycli te tonen,” vertelt Rampino over de analyse. Hiermee suggereert het onderzoek dat de mantelpluimen samengaan met de cyclische veranderingen van het aardoppervlakte.

°

Klimaatveranderingen

°

Hoe beïnvloeden die mantelpluimen dan ons klimaat? Rampino en Prokoph beschrijven de kettingreactie: de mantelpluimen duwen tegen de aardkorst waardoor het water tegen de continenten drukt en onze zeespiegel stijgt.

°

De neerslag van vulkanische activiteit produceert extra CO2 wat leidt tot een warmer klimaat. Wat diep in de aarde gebeurt, heeft zo dus zijn invloed op het aardoppervlak en ons veranderende klimaat.

°

Verschil is wel dat de veranderingen die de aarde zelf veroorzaakt, heel geleidelijk verlopen en verspreidt plaatsvinden over perioden tussen de 60 miljoen en 140 miljoen jaar. Dat is nogal een verschil met de menselijke activiteiten die nog geen één miljoen jaar bezig zijn.

°

WIST U DAT…

°

Een superuitbarsting zoals 250, 200, 160, 120, 80 en 60 miljoen jaar geleden hoeven we misschien niet direct te verwachten, maar er zijn aanwijzingen dat tektonische activiteiten en resulterende vulkaanuitbarstingen alweer aan een (mogelijke) periodieke opmars zijn begonnen. Problemen en  sommige  vermeende (voorlopige) oplossing  op een rijtje

° 

  1. zure regen( in onze  huidige tijd )   JA, dat is tegenwoordig  zogoed als opgelost  . Door goed beleid (vermindering van de menselijke zwaveluitstoot —> zwavelvrije benzine )  zijn de zuurwaardes in regen weer wat normaler geworden  . Aangetoond door metingen.Maar de  vroeger  door zure regen  aangetaste wortels van bomen  zijn niet meteen  allemaal genezen... bossen sterven nog altijd  ( ook door nieuwe  bedreigingen waaronder ontbossingen en de daaruit volgende bodemerosie  )Zure regen is, althans in NL, de laatste jaren met 50% afgenomen. Het probleem is dus  hier minder acuut.Met name rookgasfilters bij elektriciteitscentrales en katalysatoren in auto’s hebben de uitstoot van zwaveldioxide drastisch doen afnemen. In landen zoals China en Rusland, waar veel kolen worden gestookt( en in Ierland waar nog altijd met turf en zwavelige pitch  wordt gestookt)  en  filtering van  rookgassen vaak afwezig is, is zure regen nog altijd een wezenlijk probleem..
  2. Het gat in de ozonlaag is daarentegen nog wel een probleem. Het gat in de ozonlaag is er ook nog. Doordat in het verdrag van Montreal (1987) de productie van CFK’s en andere stoffen aan banden werd gelegd, is de verdere afbraak van de ozonlaag vrijwel tot stilstand gekomen. Maar het probleem is nog niet echt opgelost
  3. Ook de opwarming van de aarde is aangetoond met metingen, die metingen zijn gemiddeldes over de hele wereld: Dus niet de temperaturen hier. Het hogedrukgebied wat voor de huidige lage temperaturen zorgt pleit zelfs voor opwarming, omdat de normale depressies met warmere temperaturen niet meer tot noord west europa  komen….en dat allemaal   zonder te stellen  dat de mens hier verantwoordelijk voor is (of de mens dat nu is of niet, doet niets af aan het feit dat het klimaat aan het veranderen *is*) 
  4. Tsja, maar dit alles speelt zich niet af in uw achtertuin en al helemaal niet binnen het denkraam van velen . Mondiaal denken is  nml  nog tamelijk lastig. 

°

Hedendaagse uitstervingen

Extinctdodobird Een tekening van de dodo.

Ook vandaag de dag sterven organismen uit, en veel sneller dan normaal is. Recentelijk waren de zoogdieren en amfibieën nog in het nieuws. Ook veel soorten van andere diergroepen zijn bedreigd. Toch zijn er ten opzichte van een massa-extinctie nog maar weinig soorten uitgestorven met ca. 1%. Echter, als de snelheid van uitsterving zo doorgaat, kunnen we de ‘status’ massa-extinctie bereiken in honderden tot enkele duizenden jaren.

Bronnen:

Geen enkele diersoort heeft het eeuwige leven. Eigenlijk is uitsterven een vrij normaal proces.(*)

°

In de geschiedenis van de aarde zijn er diverse perioden geweest waarop een groot deel van de levende dieren in korte tijd dood ging.

Aan het einde van het Ordovicium (444 mj BP), laat Devoon (364 mj BP) en aan het einde Perm (250 mj BP) stierf 70 tot 90% van de bestaande fauna uit. Meest bekend is echter het uitsterven van drie van de groepen saurischianen en pterosauriers 65 mj jaar gelden, aan het einde van het Krijt”(**) (*)

°

Volgens vele ( voor het merendeel ook creationistische ) biologen is dat het gevolg van een (toevallige ) combinatie van specialiserering en genetische erosie of genetische verarming en verlies aan variatie

°

Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij bottle neck-toestanden waarbij het aantal fertiele individuen van een populatie onder het minimum aantal individuen duikt ( = reden ook waarom de Adam en Eva mythe een natuurwetenschappelijke onmogelijkheid is ….)

°

Dat sluit echter ook niet uit dat andere (elders gelokaliseerde) populaties van diezelfde stamsoort ( = ondersoorten en rassen ) wel degelijk andere genetische kenmerken en mogelijkheden kunnen gaan vertonen en dus verder kunnen gaan ( stap voor stap ) op het evolutionaire pad ( wat uiteindelijk kan leiden tot een nieuwe soort ) die uiteindelijk ook de uitgestorven neefjes kan gaan vervangen ….

°

Impliciet moet je ( als creationist ) uitgaan van de onveranderlijkheid ( in de zin van uitbreiding of toename van het genetische materiaal ) van “baranomen “ waarbinnen slechts genetische degeneratie kan optreden ( …. door de toenemende opeenhoping van mutaties en het uitblijven van de aanvoer van nieuwe genetische informatie ) Uiteraard is dat allemaal gebaseerd op het creationistische stroman onderscheid macro en micro evolutie; en nog afgezien van het feit of dat dergelijke(niet gedefinieerde ) baranomen ( op soort ? genus ? familie ? niveau ) bestaan, of op een degelijke manier de legitieme classificatie en taxonomie ( waaronder ook de fylogenetica ) als de “betere ” aanpak kunnen vervangen ….

°

Ook de claims dat er alleen maar fnuikende mutaties voorkomen en/ of het verwerpen van de optie dat neutrale mutaties ( en zelfs uitgeschakelde gentische info ) ook kunnen dienen als voorraadkamers voor de aanmaak van nieuwe functies , en de onhoudbaarheid van de stelling dat er geen nieuwe genetische info kan onstaan … zijn ook serieuze tegenwerpingen tegen de creationistische suggesties die slechts de hen ondersteunende “feiten” aanhalen en biovendien niet zelf onderzoek doen naar de houdbaarheid van hun “theorieeen, ” (**)

°

Dinododer : September 2011

°

De WISE-missie van NASA verklaart de eerder verdachte Baptistina asteroïdefamilie (BAF) onschuldig aan het doen uitsterven van de dinosaurussen. De inslag van een asteroïde op aarde, ongeveer 65 miljoen jaar geleden, heeft dit waarschijnlijk veroorzaakt.

°

Baptistina werd enige tijd geleden als de boosdoeners-familie aangewezen, maar volgens nieuwe berekeningen is een dergelijke bewuste brok slechts zo’n vijftien miljoen jaar geleden ingeslagen. De “ware “( kosmologische ) asteroide – dader is dus nog altijd spoorloos.

°

KOSMOLOGISCHE OORZAAK ?

°

Supernova’s in verband gebracht met uitstervingsgolven

11 oktober 2011

°

Exploderende sterren en botsingen van zwarte gaten kunnen een grote hoeveelheid gammastraling verspreiden. Ook voor Aards leven kan dit effect hebben, zo denkt een Amerikaanse sterrenkundige. Bij grote kosmische explosies komt veel straling vrij. Deze kan lange afstanden afleggen binnen sterrenstelsels en zo ook onze planeet bereiken. Alhoewel de oorspronkelijke stralingsgolf al binnen een seconde voorbij kan zijn, is het mogelijk dat de effecten voor langere tijd voelbaar blijven.

°

Lachgas,…..De kosmische straling kan bij botsing met gassen in de atmosfeer namelijk zuurstof- en stikstofatomen vrijmaken, die vervolgens binden en lachgas vormen. Wanneer plots een grote hoeveelheid van dit gas ontstaat, kan dat de ozonlaag voor een duur van weken of maanden aantasten.

°

Het leven aan het aardoppervlak zou dan veel schade kunnen oplopen door uv-straling van onze eigen zon – en mogelijk kan dit zelfs uitstervingsgolven verklaren.

°

Deze theorie werd gisteren door een sterrenkundige geopperd tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Geological Society of America. ( * )

°

Sceptisch ……Gebaseerd op observaties van ver weg gelegen sterrenstelsels zouden zulke vernietigende explosies naar schatting eens in de 100 miljoen jaar voorkomen. “Ik werk met paleontologen om correlaties te vinden met uitstervingsgolven, maar zij zijn sceptisch”, zegt Brian Thomas, van Washburn Universtiteit uit Kansas.Voor sterrenkundigen klinkt dit echter plausibel.” Thomas hoopt bewijs voor zijn theorie (¨** )te vinden in gesteentelagen uit de tijd van grote massa-extincties – door daarin te zoeken naar een bepaald ijzerisotoop dat met kosmische straling in verband kan worden gebracht. (* )

°

Oud nieuws. ….. Lijkt een beetje ver gezocht maar dit was een aantal jaren geleden al eens geopperd , maar het blijft interessante materie… Er is trouwens nog niks officieel gepubliceerd…Ook vroeger niet Het is ook in dit artikel slechts een verslag van een gissing ( in goede richting ? ) die amper wat beter onderbouwd wordt dan vroeger .

°

( **) Wel weer een interesante hypothese . Maar omdat er nog niet genoeg (sluitend en falsifeerbaar )onderzoek is gedaan blijft het voorlopig slechts dat ; een aanzet tot een beter onderbouwde hypothese

°

Michio Kaku http://nl.wikipedia.org/wiki/Michio_Kaku Heeft hierover een paar jaar geleden al in een documentaire over het heelal een dergelijke theorie uitgelegd en die link uitvoerig ten tonele gebracht..

°

David Raup http://www.nrcboeken.nl/recensie/de-achterkant-van-de-evolutie-paleontoloog-davis-raup-over-massa-uitstervingen http://www.xead.nl/het-ware-co-probleem-dat-niet-verteld-word http://we.vub.ac.be/newsflash/pdf/NW&T-Dec-05.pdf NW&T-Dec-05.pdf

°

Uitsterven vóór de grote klap

°

Mantelpluim vol zoutzuur fataal voor natuur

Door: Arnout Jaspers http://en.wikipedia.org/wiki/Siberian_Traps http://palaeo.gly.bris.ac.uk/palaeofiles/permian/siberiantraps.html

°

Het basaltpakket dat 252 miljoen jaar geleden een flink deel van Siberië bedolf.

°

Massaal uitsterven van dier- en plantensoorten valt vaak samen met een periode van intens vulkanisme op aarde.

°

Gek genoeg legden ze al het loodje voor het vulkanisme goed op gang kwam.

°

Recycling van oude oceaanbodem zou de oplossing van het mysterie zijn. Siberian Traps 3    Siberian Traps http://www.le.ac.uk/gl/images/SiberianTraps.jpg http://www.revista-informare.ro/art/2/supervulcani-25.gif Siberian Traps 2 Siberian Traps 4 http://i251.photobucket.com/albums/gg311/johnnyrook1/SiberianTraps2008_kotuy_river.jpg http://i251.photobucket.com/albums/gg311/johnnyrook1/SiberiaTraps2008_cliffs.jpg

Event flow chart based on one constructed by (P.B.Wignall 2000)

°

Siberian Traps : Het basaltpakket dat 252 miljoen jaar geleden een flink deel van Siberië bedolf LIP’s heten ze, Large Igneous Provinces.

Het zijn enorme paketten gestold basalt, resultaat van een serie vulkaanuitbarstingen die alles wat wij mensen hebben meegemaakt ver overtreffen. De grootste op land bedekt een aanzienlijk deel van Siberië en heeft een volume van enkele miljoenen kubieke kilometers.

°

De enorme hoeveelheden gassen (CO2, opwarmend, SO2, koelend, veroorzaakt zure regen) die uit het stollende basalt ontsnapten zouden ingrijpende effecten hebben op de atmosfeer en de oceaan en zo een uitstervingsgolf veroorzaken.

°

De Deccan Traps, een LIP in India, vormen nog steeds een serieuze concurrent van de meteoriet-inslagtheorie om te verklaren hoe de dinosauriërs uitstierven. Toch vertoont de theorie rafelranden. Een LIP ontstaat in ongeveer een miljoen jaar tijd. Schattingen van de hoeveelheid uitgestoten gassen (op basis van tegenwoordige vulkanen die basalt uitstoten) leveren toch niet genoeg gas per jaar op om het mondiale milieu ernstig te verstoren. De gassen verdwijnen immers ook weer vrij snel uit het milieu doordat ze worden opgenomen door gesteenten of in sediment terecht komen.

°

Bij nauwkeurige datering van diverse uitstervingsgolven, bleek bovendien dat de slachting al had plaatsgevonden voordat de afzetting van basalt goed op gang kwam.

Het Siberische basaltpakket, bijvoorbeeld, ontstond tussen 252 en 251 miljoen jaar geleden, maar de massale Perm-Trias uitsterving had 400.000 jaar daarvoor al plaatsgevonden.

°

In Nature van deze week komt een team van Russische geologen onder leiding van de broers Sobolev met een mogelijke verklaring.

°

Ook zij gaan er vanuit dat een LIP zich vormt wanneer een mantelpluim – een bel heet materiaal van honderden kilometers diep uit de aarde – opstijgt en door de aardkorst heen breekt. In de oude theorie bestaat de mantelpluim uit relatief licht vloeibaar basalt uit de mantel, dat arm is aan gas omdat het nooit eerder aan het aardoppervlak geweest is.

°

De Sobolevs concluderen echter, op grond van een groot aantal gesteentemonsters uit het gebied, dat het basalt voor circa 15 gewichtsprocent bestaat uit oude oceaanbodem, die ooit via oceaantroggen naar de mantel is afgezonken. Dit heeft als consequentie, dat het basalt zwaarder is en meer gas bevat. Volgens een computermodel op basis van deze gegevens, komt juist al dit gas in een vrij korte periode vrij voordat het basalt zelf aan de oppervlakte uitvloeit.

°

Dit soort mantelpluim, berekenden de Sobolevs, produceert in korte tijd ruim tienduizend miljard ton zoutzuurgas (Hcl), voldoende om ‘een dodelijke instabiliteit van de ozon-laag’ te veroorzaken. Sommige LIPs hebben een grote uitstervingsgolf op hun geweten, andere niet. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen, of het gehalte aan gerecycelde oceaanbodem uit de onderliggende mantelpluim hierbij het verschil gemaakt heeft.

°

http://academic.emporia.edu/aberjame/student/kaczor1/rk.htm Linking mantle plumes, large igneous provinces and environmental catastrophes, Nature, 15 september

°De grote uitstervingsgolven

°

<klik /

Het leven op aarde is bepaald niet altijd in opgaande lijn gegaan. Iedereen kent het lot van de Dinosauriërs die met vele andere dieren en planten aan het einde van het Krijt (dit is zo’n 75 miljoen jaar geleden) uitstierven. Maar de aarde heeft heel wat meer uitstervingsgolven gekend.

de bovenstaande  figuur (welke is gemaakt naar gegevens van een artikel uit de ‘National Geographic’ van febr. 1999) brengt dat goed in beeld. Op de horizontale as is de tijd in miljoenen jaren weergegeven (vanaf -600 mjj tot heden). Op de verticale as is de biodiversiteit (gemeten in aantallen toen levende families) uitgezet. De eerste grote uitstervingsgolf was in het Ordovidicum (1), 440 mjj jaren geleden, toen een kwart van alle families het loodje legden. Met name de Trilobieten leden veel schade maar overleefden toch de ramp.

 

°

Paleontologisch onderzoek brengt nieuwe inzichten in

oeroude klimaatgordels

(10-08-2010)
°
De hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer gedurende het laat-Ordovicium (460-445 miljoen jaar geleden) was veel lager dan wat paleontologen tot hiertoe steeds veronderstelden. Bovendien bestaan er verrassende overeenkomsten tussen de oeroude klimaatgordels en de huidige. Dat blijkt uit een studie van UGent-wetenschappers die op 9 augustus op de website van het tijdschrift ‘Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA’ werd gepubliceerd.
°
Met de resultaten van dit onderzoek wordt opnieuw een belangrijk stuk inzicht verworven in de geschiedenis van onze aarde. De studie laat tevens toe beter te begrijpen hoe een strenge ijstijd kon voorkomen op het eind van het Ordovicium.

°

Broeikasgassen tijdens de ijstijden

°

Wetenschappers hebben lange tijd verondersteld dat het klimaat op aarde in het verre verleden sterk verschilde van hoe we het vandaag kennen, onder andere door de grotere hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer. Men schatte zelfs de concentraties koolstofdioxide tot meer dan twintig keer hoger dan die we nu kennen. Het is echter aartsmoeilijk om zo ver in het verleden dergelijke inschattingen te maken. Daarenboven zat men met een vervelende paradox: uitgerekend tijdens deze periode vond een intense glaciatie plaats. De uiterst strenge ijstijd zorgde zelfs voor één van de grootste massa-extincties in de geschiedenis van het leven op de planeet. Een dergelijke ijstijd valt moeilijk te rijmen met het hoog ingeschatte niveau aan broeikasgassen.

°

Reconstructie van klimaatgordels

_

Een internationaal team wetenschappers, waar drie UGent-onderzoekers deel van uitmaakten, heeft de klimaatgordels in het laat-Ordovicium gereconstrueerd aan de hand van de verpreidingspatronen van een mysterieuze groep fossielen: de Chitinozoa. Deze kleine fossielen, niet groter dan 1mm, waren hoogstwaarschijnlijk de eikapsels van een gedeelte van het plankton in het Ordovicium.

Het verspreidingspatroon dat de wetenschappers ontdekt hebben, legde de positie van de toenmalige klimaatgordels bloot, met onder andere een polair front tussen de koude polaire watermassa’s en de meer gematigde op lagere breedteligging.

De positie van deze klimaatgordels veranderde naarmate de aarde afkoelde en de ijstijd van start ging. Hierbij volgden ze hetzelfde patroon als we in de huidige periode in de oceanen zien optreden bij de aanpassing van de interglaciale naar glaciale fasen van de ijstijd waarin de aarde zich momenteel nog steeds in bevindt. Dit modern ogende patroon in de klimaatgordels suggereerde dat de hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer tijdens het Ordovicium onmogelijk zo hoog kon zijn geweest als algemeen werd aangenomen.

De nieuwe interpretatie spreekt van een vijftal keer de huidige pre-industriële waardes van koolstofdioxide. Dat lijkt nog altijd hoog, maar voor het Ordovicium gelden echter andere maatstaven dan vandaag. In dat verre verleden scheen de zon immers nog niet zo stralend en warmde ze de aarde dus ook minder op.

°

Niets nieuws onder de zon

°

Dat de oeroude oceanen op een ‘moderne’ manier reageren op klimaatsveranderingen onderstreept de stabiliteit van de processen die het klimaat op aarde regelen. De onderzoeksresultaten suggereren aldus ook dat de impact van de mens op de broeikasgassen als een nog markanter fenomeen beschouwd moet worden dan eerder gedacht.

°

Internationaal team onderzoekers

Het team wetenschappers dat de klimaatgordels reconstrueerde, was internationaal samengesteld. Het bestond uit vier Belgen en werd geleid door dr. Thijs Vandenbroucke, voormalig UGent-wetenschapper en momenteel verbonden aan de Universiteit van Lille1. De paper met de resultaten van het onderzoek verscheen op 9 augustus 2010 op de website van het multidisciplinaire vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA. Het onderzoek kwam tot stand met de steun van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen.

°

Info

°

Polar front shift and atmospheric CO2 during the glacial maximum of the Early Paleozoic Icehouse. – Vandenbroucke, T.R.A., Armstrong, H.A., Williams, M., Paris, F., Zalasiewicz, J.A., Sabbe, K., Nolvak, J., Challands, T.J., Verniers, J. & Servais, T. 2010. – In: Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA. doi/10.1073/pnas.1003220107

°

De tweede uitstervingsgolf was in het Devoon (2) (-370 mjj) en trof vooral de vissen en de koraaldieren. De meest rampzalige uitstervingsgolf vond plaats aan het einde van het Perm (3) (-250 mjj) toen maar liefst de helft van de families (waaronder veel insecten) uitstierven! De vierde ramp gebeurde in het Trias (4) (-210 mjj) toen vooral de reptielen en de primitieve zoogdieren flinke klappen opliepen. De vijfde en voorlaatste uitstervingsgolf was niet de grootste maar wel de meest bekende en vond plaats in het Krijt (5) (-65mjj). Zoals vermeld stierven de Dinosauriërs toen volledig uit en werd hun plaats ingenomen door nieuwe zoogdiersoorten. Van die vijfde uitstervingsgolf kennen we de vermoedelijke oorzaak: hoge vulkanische activiteit van de aarde in combinatie met de toevallige inslag van een reuzenmeteoriet die het klimaat van de aarde tijdelijk diepgaand beinvloedde.

°

Volgens recent onderzoek (Peters en Foote in ‘Nature’, maart 2002) is de teruggang in het aantal soorten en families overigens ten dele schijnbaar doordat er – door bepaalde geologische oorzaken – juist in perioden als het Trias in de collecties minder fossielen voor handen zijn

°°

Van de zesde uitstervingsgolf is de oorzaak met zekerheid bekend: de mens. Reeds 50.000 jaar geleden hebben de voorouders van de Australische Aboriginals een einde gemaakt aan veel loopvogelsoorten en reuzenkangeroes. Het verstorende effect van de mens heeft echter pas de laatste eeuwen dramatische vormen aangenomen.

°

Op lange termijn komt, volgens het genoemde artikel, zelfs ca 50% van alle planten- en dierensoorten in de gevarenzone, een situatie die zich sinds 250 miljoen jaar niet meer heeft voorgedaan! http://denieuwsgier.blogspot.be/2010/01/het-ware-co-probleem-dat-niet-verteld.html

°

De toename van CO² in de atmosfeer en het grote gevaar dat daarmee gepaard gaat

° Over uitsterven gesproken:

65 miljoen jaar geleden verdwenen de dinosaurussen van de aardbodem. Maar lang daarvoor gebeurde nog iets veel radicalers. Toen stierven bijna alle diersoorten op aarde uit. En ze keerden miljoenen jaren lang niet terug. Wat gebeurde er? De oplossing van het raadsel is meteen een waarschuwing aan de wereld van nu. Paleontologen spreken over een ‘onverhoedse gasaanval’ en een daarmee gepaard gaande ‘ellendige verstikkingsdood’. Zulke omschrijvingen kom je niet vaak tegen in publicaties van wetenschappers die zich bezighouden met de beschrijving van fossiele overblijfselen uit de voorgeschiedenis. Maar andere omschrijvingen zijn gewoon niet krachtig genoeg. Er vond namelijk een verschrikkelijke ramp plaats in het verleden. Meer dan 96% van alle diersoorten op aarde stierf op een gegeven moment uit. Nu zijn massale uitstervingen wel vaker voorgekomen in de aardse geschiedenis. Een heel bekend voorbeeld is natuurlijk die van de dinosauriërs. Toen die van de aardbodem verdwenen werd hun plaats echter snel weer ingenomen door nieuwe diersoorten. Maar in dit geval bleef de aarde tien tot vijfentwintig miljoen jaar een desolate wereld.

Doug Erwin, van het Smithsonian Institute in Washington, noemde het dan ook ooit ‘de moeder van alle massale uitstervingen’. Het gebeurde 250 miljoen jaar geleden. In grote, dampende moerassen aan de kusten gonsde het van de insecten. Ze waren een gemakkelijke prooi voor varkensgrote amfibieën. Op hun beurt vormen die weer voedsel voor krokodilachtige reptielen.

Meer landinwaarts, in drogere woestijngebieden, leefden zoogdierachtige reptielen. Sommige ervan waren net als echte zoogdieren behaard. Anderen waren alleen door hun manier van voortbeweging te onderscheiden van de reptielen. In plaats van over de grond te schuifelen liepen zij rechtop. Hun poten waren direct onder hun lichamen geplaatst.

Ook in de ondiepe zeeën langs de kust krioelde het van leven. Zeelelies hechtten zich met meterslange stelen aan de zeebodem vast en wuifde met hun lange armen plankton naar zich toe. Over de met mosselachtige schelpen en koralen bezaaide zeebodem kropen slakken. Door het water schoten inktvisachtige ‘ammonieten’ en ‘nautiloïden’. Maar het meest opvallend waren de vele trilobieten: geleedpotige dieren, die nog het meest leken op de tegenwoordige degenkrabben.

°

Toen, tijdens de overgang van het Perm (280 tot 250 miljoen jaar geleden) naar het Trias (250 tot 200 miljoen jaar geleden) verdween nagenoeg al het leven in de zeeën. Trilobieten stierven volledig uit, tezamen met grote groepen mosselachtigen, zeelelies en koralen. Op het land verdwenen 23 families van dieren. Daaronder bevonden zich vijftien van de twintig families van zoogdierachtige reptielen. Er was geen plaats waar de dieren zich konden schuilhouden voor de rampzalige gebeurtenis. Zowel grote als zeer kleine dieren stierven uit.

°

NW&T-Dec-05.pdf

°

Wat zou er zijn gebeurd, 250 miljoen jaar geleden?

Een inslag van een komeet of een anders rotsblok uit de ruimte -zoals 65 miljoen jaar geleden bij de plotselinge uitsterving van de dinosaurussen- kan het niet zijn geweest. Net als bij die laatste gebeurtenis zouden in de aardlagen dan allerlei aanwijzingen te vinden moeten zijn. Zoals glasbolletjes die tijdens een inslag ontstaan en ver rondom de inslagkrater worden uitgeworpen. Maar ook roetdeeltjes van bosbranden die na de inslag gaan woeden. Bij de overgang van het Perm baar het Trias ontbreken daarvan alle sporen. Bovendien ging het massale uitsterven 250 miljoen jaar geleden veel geleidelijker.

°

Het proces duurde tien- tot misschien wel honderdduizenden jaren. “Het massale uitsterven aan het einde van het Perm heeft de paleontologie lange tijd voor raadsels gesteld,” zegt Paul Wignail, lector in de paleontologie aan de universiteit van Leeds in Engeland. “Omdat zowel op het land als in zee het leven gelijktijdig uitstierf, hield dit waarschijnlijk verband met de vorming van het zogenaamde supercontinent. De wereld zag er namelijk heel anders uit, 250 miljoen jaar geleden.

°

Wignal vertelt hoe er die tijd twee grote landmassa’s waren op aarde. In het noorden had je Laurazië, in het zuiden was er Gondwanaland. In het Perm botsten die op elkaar en ontstond één supercontinent: Pangea.

°

“Pangea had een noordelijke uitloper,” vervolgt Wignall. “Rond de evenaar waren die van elkaar gescheiden door een warme, tropische binnenzee. Baaien van de binnenzee droogden van tijd tot tijd uit. Het verdampende water liet grote hoeveelheden zoutafzettingen achter” . Zulke dikke lagen zout zijn nu onder andere te vinden onder de bodem van de Noordzee. Meer landinwaarts moet het toen ook zeer heet en droog geweest zijn. Op veel plaatsen kan woestijnzand uit die tijd aangetroffen worden. Er zijn allerlei theorieën over de massale uitsterving naar voren gebracht die te maken hadden met het uitdrogen van de binnenzee. Sommige geologen dachten dat het zoutgehalte van het water de oorzaak van alles was. De zoutafzettingen bevatten namelijk 10% of meer van het zoutgehalte van de huidige oceanen. Dat verlaagde het zoutgehalte in de oceanen vermoedelijk sterk. Maar zulke zoutafzettingen kun je ook in rotsen uit het Trias en het Jura-tijdvak aantreffen. Toen vonden geen massale uitstervingen plaats.

°

“Ook is weleens geopperd dat het planktongehalte tijdens het Perm over de hele wereld afnam en dat dit de dieren trof die daarvan leefden. Maar er zijn geen aanwijzingen gevonden voor hoe een dergelijke planktoncrisis zou zijn ontstaan. Bovendien: Waarom stierven dan ook op het land dieren uit, die zich niet met plankton voedden? Er moet dus een catastrofe hebben plaatsgevonden die zowel het leven in zee als op het land onmogelijk maakte.”

°

De laatste jaren, aldus Wignall, is er over de hele wereld onderzoek uitgevoerd om te proberen dit raadsel op te lossen.

°

William Holser, van de universiteit van Oregon, en Mordeckai Margaritz, va het Weizmann Instituut in Israël, hebben bijvoorbeeld het voorkomen van koolstof onderzocht in gesteenten uit het bewuste tijdvak. Koolstofatomen zijn er in twee stabiele vormen: koolstof-12 met twaalf protonen en neutronen in de atoomkern, en koolstof-13 met dertien van zulke deeltjes in de kern. Omdat deze twee vormen verschillende massa’s hebben, nemen ze niet aan dezelfde scheikundige reacties deel. Levende wezens nemen nagenoeg uitsluitend de lichtere vorm van koolstof op. Als het leven floreert op aarde, blijft er dus veel meer van de zwaardere vorm over in de atmosfeer en in het water. Wat Holster en Mordeckai vonden, was een enorme toename in koolstof-12 in de periode van de massale uitsterving. De enig mogelijke manier waarop dat kan zijn gebeurd is vergassing van grote hoeveelheden kolen en de oxidatie van zwarte schalie (een afzettingsgesteente van afgestorven planten en dieren) aan het aardoppervlak.

°

“Dat is waar de botsing van de twee enorme landmassa’s om de hoek komt kijken,” vervolgt Wilgnall. “Uit eerdere onderzoekingen weten we al dat het zeeniveau daardoor met 200 meter daalde en de kustlijnen daardoor soms wel 200 kilometer verder in zee kwamen te liggen. Daardoor werden grote hoeveelheden grote hoeveelheden van het continentale plat blootgesteld aan erosie en oxydatie (verbinding van een stof met zuurstof) Juist in die ondiepe gebieden was tevoren zeer veel koolstofhoudend materiaal afgezet door het leven zelf. Nu lag dat open en bloot aan het oppervlak en oxideerde tot kooldioxide (CO²). Daarbij werd zoveel zuurstof aan de atmosfeer onttrokken dat op het land de meeste dieren stikten.”

°

“Ook in het zeewater na het zuurstofgehalte zeer sterk af. Op de overgang van het Perm naar het Trias vind je in de vroegere zeebodem veel pyrietkristallen. Pyriet is ijzersulfide, een verbinden van ijzer met zwavel. Het kan alleen in zuurstofarm water ontstaan. In zuurstofrijk water oxideert zwavel namelijk tot sulfaten, waardoor heel andere mineralen ontstaan.” De massale uitsterving bij de overgang van het Perm naar het Trias blijkt dus een gevolg geweest te zijn van een verstikkingsdood. Door de toename van CO² in de atmosfeer nam de hoeveelheid voor ademhaling beschikbare zuurstof af, waardoor uitsluiten dieren uitstierven en niet de planten. Waarom de zeespiegel zo sterk daalde in die periode is nog een onopgelost raadsel. Wellicht werd het hele supercontinent (Pangea) door de botsing van de beide landmassa’s omhooggestuwd. Of er vormden zich nog onbekende ijsmassa’s op de polen. Als dat zo was, dan moeten die snel daarna zijn afgesmolten. Door de enorme toename van de hoeveelheid CO² in de atmosfeer ontstond namelijk een zeer sterk broeikaseffect. Direct na de massale uitsterving steeg het zeeniveau tot boven zijn gemiddelde waarde. Na de verstikkingsdood kwam het dierlijk leven maar tergend langzaam wer op gang. “Pas na vijfentwintig miljoen jaar vinden we in het midden-Trias weer slakken,” zegt Wignall. “Zulke diergroepen, die ogenschijnlijk uit de dood opstonden, hebben we ‘Lazarus-taxa’ genoemd, naar het Bijbelse personage waarvan men zegt dat Jezus hem opwekte uit de doden. Koralen en zeelelies waren ook zulke Lazarus-taxa. Bijna waren ze volledig van de aardbodem weggevaagd.” “Wie geïnteresseerd is in parallellen, moet de wereld van vandaag eens vergelijken met die van 250 miljoen jaar geleden,” besluit Wignall “. Door de ontbossing van de regenwouden en het opstoken van steeds meer fossiele brandstoffen jagen we nu ook steeds meer koolstofdioxide de atmosfeer in. Weliswaar hebben we nu meer zuurstof in de dampkring als in het Perm, dus op korte termijn dreigt er geen nieuwe verstikkingsdood. Maar toch moeten we de huidige toename van CO² in de atmosfeer angstvallig in de gaten houden. Laten we er in Godsnaam niet zelf voor zorgen dat er opnieuw zo’n levenloze periode ontstaat als 250 miljoen jaar geleden.”

Literatuur: Rick Gore, Extinctions; National Geographic, juni 1989 Paul Wignall, The day the world nearly died; New Scientist, 25 januari 1992
 

De moeder aller uitstervingsgolven: Hoe geisers de trilobieten doodbubbelden

Tetrade van een wolfsklauwachtige, de plantensoort die na de ecologische crisis aan het eind van het Perm de planeet koloniseerde. De sporen zitten met de kiemopeningen naar elkaar toegekeerd, waardoor de spermatozoïden veel minder gemakkelijk naar buiten kunnen komen. Vermoedelijk plantten de aldus gemuteerde wolfsklauwachtigen zich daardoor voornamelijk aseksueel voort.
Tetrade van een wolfsklauwachtige, de plantensoort die na de ecologische crisis aan het eind van het Perm de planeet koloniseerde. De sporen zitten met de kiemopeningen naar elkaar toegekeerd, waardoor de spermatozoïden veel minder gemakkelijk naar buiten kunnen komen. Vermoedelijk plantten de aldus gemuteerde wolfsklauwachtigen zich daardoor voornamelijk aseksueel voort

en nog bestaande wolfsklauwachtige is de Roos van Jericho, bijgenaamd de ‘resurrection plant’. Op de voorgrond het plantje in droge omstandigheden. Giet er wat water bij, en het plantje herrijst als een fenix uit de as. De wolfsklauwachtigen in het Perm konden trouwens veel groter worden, soms tot wel meters hoog. Een reusachtig gat in de ozonlaag heeft ervoor gezorgd dat 250 miljoen jaar geleden bijna al het leven op aarde het loodje legde. Door de intense ultraviolette straling traden grootschalige mutaties op waar het leven niet tegen bestand was. De sporen daarvan zijn te vinden in stuifmeelkorrels diep in de aardkorst op Groenland. “Stel je één groot Yellowstone Park voor,” zegt Henk Visscher. “Maar dan écht groot: zo’n vijf miljoen vierkante kilometer. Vol sissende geisers, borrelende heetwaterputten en stoomfonteinen.” Zo zag Siberië er volgens de hoogleraar palynologie uit aan het eind van het tijdperk het Perm, zo’n 250 miljoen jaar geleden. Visscher is op zoek naar een verklaring voor de grootste massasterfte op aarde. Op de grens van het Perm en het Trias verdween namelijk 90 procent van al het leven op aarde. De emeritus hoogleraar denkt dat de spuitende geisers en heetwaterbronnen in Siberië daar een rol bij hebben gespeeld. “Het opmerkelijke van deze uitsterfgolf is vooral dat-ie zo lang heeft aangehouden,” legt Visscher uit. “Het duurde vier miljoen jáár voordat de natuur weer een beetje hersteld was. Er moet dus iets aan de hand zijn geweest dat heel erg lang duurde.” Vulkaanuitbarstingen, een supernova-explosie in de buurt van ons melkwegstelsel of een meteoriet zoals bijvoorbeeld de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden op hun hoofd kregen, acht Visscher daarom eigenlijk uitgesloten. “Dat soort rampen duurt, geologisch gezien, maar even. ’t Is zo voorbij.” In het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences poneert Visscher deze week met een aantal andere Utrechtse onderzoekers een eigen hypothese. Het leven op aarde is wellicht verdwenen omdat het beschermende laagje om onze planeet, de ozonlaag, langdurig beschadigd is geraakt door de uitstoot van CFK-achtige gassen en dampen uit de Siberische geisers. Daardoor kreeg de schadelijke UV-straling van de zon vrij spel, en, niet bestand tegen de schade die dat aan hun erfelijk materiaal berokkende, legden veel organismen het loodje. Het bewijs? Oeroude stuifmeelkorrels en pollen uit de Groenlandse bodem, tevoorschijn gehaald door Visschers promovendus Cindy Looy. Aan die minuscule fossieltjes op de grens van het Perm en het Trias zijn de tekenen van mutaties in het erfelijk materiaal goed te zien, legt Visscher uit. “Ze zijn opvallend groot, of eigenaardig gevormd. Ook hun omhulsel ziet er vaak anders uit.” En het meest opmerkelijke: ze komen vaak voor in klontertjes van vier, of tetrades. “Dat duidt erop dat het rijpingsproces van het pollen niet goed is afgerond. Wij denken dat dat een genetische oorzaak heeft. Een mutatie, ja.” Het pollen dat de Utrechtenaren bestudeerden, is voornamelijk afkomstig van wolfsklauwachtigen, het plantje dat na de ecologische crisis in het Perm in groten getale het aardoppervlak koloniseerde. Een nog bestaande variant van de soort is de Roos van Jericho – de ‘resurrection plant’ of wederopstandingsplant – een woestijnplantje dat onder allerberoerdste omstandigheden toch stand weet te houden. “Het voordeel van planten is dat ze niet weglopen,” vertelt Visscher. Het meeste onderzoek naar de gevolgen van de crisis aan het eind van het Perm gebeurt aan organismes die in zee leefden. “Maar als je die ineens niet meer terugvindt in je sedimentlagen, weet je niet of ze gewoon zijn weggezwommen omdat de omstandigheden ineens wat minder ideaal zijn, of dat ze daadwerkelijk zijn uitgestorven.” Het idee dat wereldwijd optredende mutaties een rol speelden bij de ecologische crisis aan het eind van het Perm is niet nieuw. In de jaren vijftig van de vorige eeuw opperde de Duitse paleontoloog Otto Schindewald dat kosmische straling wellicht de boosdoener was. Vast staat dat er aan het eind van de Perm iets ongewoons gebeurde in Siberië. Daar spuwde de aarde 250 miljoen jaar geleden haar ingewanden naar buiten in de ‘Siberian Traps’, een gebied tien keer zo groot als Frankrijk. De immense basaltvlaktes getuigen van de werkelijk gigantische lavastromen die het gebied hebben geteisterd. Maar vulkaangassen die de ozonlaag kunnen beschadigen – zwavelverbindingen en chloorverbindingen – reiken óf niet ver genoeg in de atmosfeer, óf hebben maar een zeer kortdurend effect. Visscher zoekt het daarom dieper in de Siberische grond. Daar heersen de ideale omstandigheden voor de productie van enorme hoeveelheden chemische verbindingen die de ozonlaag aan kunnen tasten, zogeheten organohalogenen. Dat zijn een soort natuurlijke CFK’s, bestaande uit een koolwaterstofketen met een halogeenatoom eraan, zoals chloor, broom of fluor. Onder de Siberian Traps zijn alle ingrediënten te vinden voor deze verbindingen. De grootste steenkoolafzettingen op aarde liggen er, en uitgestrekte chloorhoudende zoutlagen uit het Cambrium. Visscher speculeert dat gloeiend heet water, aangedreven door het loeihete gesteente eromheen, de chemische motor was achter de vorming van gigantische hoeveelheden organohalogenen. Het gloeiend hete water, mét daarin de natuurlijke CFK’s, moet uit alle kieren en gaten in de Siberische bodem gesproeid hebben. Net als de geisers in het Yellowstone Park. En het afkoelingsproces van ondergronds gesteente, ja, dat kan wél heel lang duren, betoogt Visscher. Veel langer dan de bovengrondse vulkaanuitbarstingen in ieder geval. Er moet nog behoorlijk gerekend worden aan het voorstel, geeft Visscher ruimhartig toe. “Maar juist door zo’n concept te lanceren, raken andere onderzoekers geïnteresseerd en kan er aan een kwantitatieve onderbouwing worden gewerkt.” Het enige probleem dat Visscher écht dwars zit, is dat de ‘moeder aller uitsterfgolven’ zo’n beroerd imago heeft. Het ontbreekt in het scenario aan spectaculaire ingrediënten, zoals een reusachtige meteorietinslag, of het uitsterven van grote dieren zoals de tot de verbeelding sprekende dinosauriërs. “Ja, alle brachiopodes [een schelpdiertje, red.] en de trilobieten verdwenen, maar wie ligt daar nu wakker van?” (Jacqueline de Vree ) Zo’n 250 miljoen jaar geleden vormden de continenten met elkaar het supercontinent Pangea. De tetrades van de wolfsklauwachtigen zijn niet alleen in Groenland gevonden, maar over de hele wereld. Op het kaartje staan de voornaamste vindplaatsen. (Jacqueline De vree ) Henk Visscher et al: Environmental mutagenesis during the end-Permian ecological crisis, in: PNAS, 26 juli 2004 http://finstofeet.com/2012/08/02/permian-apocalypse/

Bacteriën veroorzaakten grootste massa-extinctie die ooit op aarde plaatsvond

trilobiet uitgestorven Eindelijk kunnen onderzoekers met overtuiging vaststellen wie de grootste massa-extinctie die ooit op aarde plaatsvond, veroorzaakte. En de schuldige is…een methaan producerende bacterie. Ongeveer 252 miljoen jaar geleden verdween zo’n negentig procent van alle soorten op aarde. Deze Perm-Trias-massa-extinctie gaat daarmee de boeken in als de grootste die de aarde ooit doormaakte. Maar de belangrijkste vraag – wie of wat veroorzaakte deze massa-extinctie – bleef lang onbeantwoord. Wetenschappers konden het maar niet eens worden: waren het ruimtestenen die de aarde raakten? Vulkanen? Branden? Bacteriën Onderzoekers van Massachusetts Institute of Technology komen met de oplossing. Het waren bacteriën! Om het iets nauwkeuriger uit te drukken: bacteriën uit het geslacht Methanosarcina. De bacteriën produceren methaan. Floreren Volgens de onderzoekers begonnen deze bacteriën kort voor de massa-extinctie te floreren en enorme hoeveelheden methaan in de atmosfeer te pompen. Daardoor veranderde het klimaat. Het plotselinge succes van de bacteriën zou het resultaat zijn van een nieuwe vaardigheid en vulkanisme. De bacteriën leerden om organisch koolstof te gebruiken – iets wat voldoende voorhanden was. Daarnaast kregen ze hulp van vulkanen: die barstten in die tijd veelvuldig uit en produceerden nikkel, een stofje dat de bacteriën gebruiken om te groeien. Drie bewijzen De onderzoekers baseren hun conclusies op drie bewijzen. Ten eerste ontdekten ze dat de hoeveelheid koolstofdioxide in de oceanen tegen het tijd van de massa-extinctie exponentieel toenam. Daarnaast toont genetisch onderzoek aan dat de Methanosarcina in die tijd veranderden: de bacteriën leerden om heel snel methaan te produceren. Door deze aanpassing kon de bacterie heel snel groeien, terwijl deze organisch koolstof consumeerde. Sedimenten tonen ten slotte aan dat de hoeveelheid nikkel – een stofje dat de bacteriën tevens nodig hadden om te groeien – in deze periode plotseling toenam. Maar hoe weten we zo zeker dat bacteriën resulteerden in een toename van koolstofbevattende stoffen en dus een ander klimaat en dus een massa-extinctie? Vulkanen kunnen toch net zo goed de boosdoener zijn?   “Een snelle toename van koolstofdioxide afkomstig van een vulkaan zou gevolgd worden door een geleidelijke afname,” legt onderzoeker Gregory Fournier uit. “We zien het tegenovergestelde: een snelle, continue toename. Dat wijst op een microbiële expansie.”

NOTEER
–> Broei kasgassen  ; waaronder  Co2 en vooral  methaan ( als versnellende tegenkoppelings-factor ) toename  ,  zijn de  hoofdoorzaken van  klimaat verandering mechanismen 
Methanen   perm extinction 1

MIT professor of geophysics Daniel Rothman stands next to part of the Xiakou formation in China. His right hand rests on the layer that marks the time of the end-Permian mass extinction event. Samples from this formation provided evidence for large amounts of nickel that were spewed from volcanic activity at this time, 252 million years ago. (Photo courtesy of Daniel Rothman/MIT)

Permian triassic boundary at Meishan, China
A photo of the permian triassic boundary at Meishan, China. This photo shows the limestone beds in between the volcanic ash beds that the researchers were able to date. (Photo : Shuzhong Shen/ MIT )
http://www.natureworldnews.com/articles/6484/20140401/mit-study-shows-methane-producing-microbes-behind-end-permian-extinction.htm

° Mensen komen, soorten gaan 31-10-2006 Hans Jongkind

De afgelopen 600 miljoen jaar zijn er veel gebeurtenissen geweest, die nog al wat invloed hadden op het dierenleven.
Zo verdwenen aan het eind van het Perm (250 miljoen jaar geleden) meer dan 75% van alle diersoorten. Die gebeurtenissen kun je indelen in klein of groot met alle gradaties daar tussenin. Zo’n groot evenement was er ook aan het einde van het krijt (65 miljoen jaar geleden), waarbij grote landdieren, zoals de dinosaurussen op de aardbodem verdwenen.
Of het meteorietinslag in Yucatan was, of vulkanisme in India, kan allebei.
Kleinere catastrophes zijn b.v. ondergelopen eilanden of delen van continenten waarbij maar een klein gedeelte van de landbewoners ten ondergaat.
Er kan ook een scheiding in leefgebied optreden waardoor soorten zich van elkaar vervreemden en hun eigen ontwikkelingsweg gaan, zoals bij het openbreken van het supercontinent Pangea.
Een vrij recente middelgrote is de uitbarsting van de Toba vulkaan op Sumatra (70.000 jaar geleden). Dat meertje is het overblijfsel van die uitbarsting.
Daarna trad een 1000 jaar lange koude periode op, die zoals Ambrose veronderstelt alle menselijke vormen in azië en europa aan hun eindje bracht. Gelukkig voor ons bleef de afrikaanse tak in leven, waardoor een tweede “Out of Afrika” mogelijk was.
Het zijn vooral de klimaatsveranderingen als gevolg van zo’n grote natuurramp, die het grote sterven veroorzaken. Na zo’n vervelende gebeurtenis is er voor de toevallig overgeblevenen een groot leeg veld ontstaan, een concurrentvrije ruimte.
Daar vindt door mutaties (veranderingen in de erfelijke eigenschappen) een wildgroei plaats van nieuwe soorten.
Iedereen kan in het begin na niet teveel strijd nog wel een plaatsje( niche ) vinden.
Dan wordt het voller (de “soorten”explosie) en treedt concurrentie op van de bestaande vormen om de reeds gevulde plekken
.Dit is de periode waarin de selectie optreedt.
Wanneer de strijd gestreden is treedt een periode van stabilisatie op waarin maar weinig gebeurt.
Een belangrijke vertegenwoordiger van deze theorie voor het ontstaan van de nieuwe soorten was Stephen Gould met zijn “punctuated equilibrium” hypothese (Blognote #9).Interessant is natuurlijk de stabilisatieperiode.
De geneticus Kimura (Blognote #9) is de grondlegger van de “neutral theory” over die stasisperiode.
Het selectiemechanisme dat daar optreedt is er vooral op uit om de bestaande vormen te handhaven op moleculair niveau.
De selectie is daar als een waakhond die ervoor zorgt, dat de door mutatie ontstane afwijkende vormen worden geëlimineerd.
Natuurlijke selectie is meer een “editor” dan een “creator”, meer een zeef dan een beeldhouwer.
Er is dus na verloop van tijd als de”Lebensraum” wat beperkt wordt een tendens tot het verwijderen van door mutaties afwijkende individuen.
Individuen met neutrale mutaties, waarbij het DNA wel is veranderd, maar niet op essentiële plaatsen, blijven voortbestaan.
Echte fundamentele nieuwe mutaties krijgen geen kans.
Die worden weg-gehomogeniseerd in de grote populatie.
De neutrale theorie wordt op veel punten ondersteund door moleculair biologische waarnemingen. Er is dus in die periode tussen de catastrophes, na een aanvankeleijke soortenuitbreiding in de vrije ruimte een stabilisering van de geselecteerde bestaande vormen.
Geen evolutie van soorten in die periode maar een sterk streven naar conservatisme:
Lekker hetzelfde.

Literatuur
Een mooi overzichtsartikel gevonden over moleculair biologisch onderzoek van de cichliden uit Darwin’s hofvijver en andere afrikaanse meren, van Salzburger, Naturwissenschaften 91, 277-290 2004, tgv de 100e verjaardag van Ernst Mayr (die een jaar later overleed).
Prachtig artikel over evolutie en stasis over 500.000 jaar cichliden-leven. Ik ben benieuwd hoe alles eruit gaat zien nadat de nijlbaars vrijwel alles heeft opgegeten en de paar overlevende cichliden gaan muteren in het vrije veld.
Verder wijdt Futuyma (weliswaar in mijn oude druk van 1986, maar zoveel kan er niet veranderd zijn ) in hoofdstuk 8 (bldz 219-249) uit over alle mogelijkheden van “speciation” .
Meer mogelijkheden zijn te vinden in het recentere Keywords in Evolutionary biology van Keller&Lloyd uit 1992.
Tenslotte is er nog de literatuur via het weblog van de “bibliotheek” van S.J. Gould
www.stephanjaygould.org/library.html Daarin zijn artikelen van Jablonsky over Macro-evolution in the 21st Century(1997) en Mass extinctions and macroevolution (2005) heel illustratief.
Ook een artikel van Mayr :Speciational evolution or punctuated equilibria uit 1992, is de moeite waard.
Blognote #9
De erudiet Stephen Gould, was een fantastisch brein, hoewel hij er toch een enkele keer er flink naast zat.
Het prachtige boek “Wondertful life” over de Burgess shale werd terecht becritiseerd door Conway Morris in “the Crucible of Creation”.
Het beste boek van hem vond ik “Eight little Piggies” waarin oa. “punctuated equilibrium” en de “neutral theory” van Kimura voortreffelijk werden behandeld.
Toch is er veel kritiek op zijn “punctuated equilibrium” theorie door de gradualisten zoals Dennett ( Darwins Dangerous Idea) en Dawkins ( Climbing Mount Improbable).
Beide theorie챘n gaan waarschijnlijk hand in hand zoals Futuyama (Evolutionary Biology) aangeeft. Voor mij is het 90% Gould en 10% Dennett&Dawkins.
Een mooie afscheidsschets voor Gould is geschreven door Lewontin en Levins in Monthly Review. Die bijdrage “Stephen Jay Gould: What does it mean to be a Radical”,en vele andere mooie science verhalen zijn verschenen in “The Best American Science Writing 2003”. Deze verhalen zijn verzameld door Oliver Sacks en bij Donner in de Ramsj te krijgen voor een habbekrats.Kimura is van een heel ander kaliber.
Ik kwam hem via Gould op het spoor en is heel goed te begrijpen door een kort stukje in Keywords in Evolutionary Biology(Harvard University Press).
Hij wordt in elk handboek over populatiegenetica aangehaald.
°

‘Crisissoorten’ * bloeiden (letterlijk) bij massa-uitsterving op einde Trias (* Blooming  “extinction  crisis ” ….disaster – species ) disaster crisis species triassic -jura <—Pdf

1 Maart 2007, jaargang 9 nr. 3 artikel 781

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon Faculteit Aardwetenschappen Universiteit van Silezië
http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=781
Op de grens tussen Trias en Jura trad een massauitsterving op waarvan de oorzaak nog niet echt duidelijk is.
De twee meest aangehangen hypotheses gaan uit van hetzij
*een ernstige verstoring van het ecologisch evenwicht door het uitvloeien van zeer grote hoeveelheden basalt,

*of van een verstoring van de natuur door het vrijkomen van grote hoeveelheden CO2 door het uiteenvallen van gashydraten 781a Micrhystridium microspinosum, een ‘crisissoort’ https://tsjok45.wordpress.com/2012/11/09/uitstervingen/781a/ Acritarchs_Prasinophytes_Micropal_2012[1] Wat de precieze oorzaak ook moge zijn, bekend is dat er tijdens de massauitsterving een zeer hoge CO2concentratie in de atmosfeer aanwezig was, en dat er een abnormale verhouding was tussen de koolstofisotopen C-12 en C-13. De koolstofcyclus was dus duidelijk in de war, en het leven reageerde daarop. *Onderzoek van microfossielen uit mariene gesteenten in Engeland, die de grens Trias/Jura omvatten, geven een interessant inzicht in verschijnselen die met de massauitsterving verband houden. Zo blijkt dat soorten nannoplankton met een kalkskeletje voor een deel uitstierven, en voor een ander deel misvormde skeletjes hadden. Daarentegen waren er echter ook profiteurs van het gebeuren: bepaalde soorten groenalgen, die een wand hebben van organisch materiaal, hadden van de nieuwe omstandigheden niets te lijden. Integendeel, ze bloeiden helemaal op. Letterlijk, want er was sprake van algenbloei op grote schaal, zoals die ook in Nederland bij bijzondere omstandigheden (langdurige warmte waardoor veel zuurstof uit het water verdwijnt) wel in meren en plassen optreedt. In een enkel geval bleken deze ‘crisissoorten’ zelfs meer dan 70% van de onderzochte microfossielen uit te maken. 781b Pleurozonaria wetzelii, eveneens een ‘crisissoort’ https://tsjok45.wordpress.com/2012/11/09/uitstervingen/781b/ De omstandigheden waaronder deze ‘fossiele algenbloei’ optrad zijn de onderzoekers op verschillende manieren nagegaan, onder meer door onderzoek van de verhouding tussen zuurstofisotopen, en door het bepalen van de verhouding tussen de concentraties magnesium en calcium, en die van strontium en calcium in de schalen van oesters. Het onderzoek wijst erop dat in het onderzochte gebied, dat destijds een ondiep zeebekken vormde, een gelaagdheid in het water optrad als gevolg van verschillen in zoutgehalte. Mede daardoor ontstond in de zee een gebrek aan zuurstof, waardoor veel soorten uitstierven. Volgens de onderzoekers bestaat er in diverse opzichten een grote gelijkenis met de (veel grotere) massauitsterving die plaatsvond op de grens tussen Perm en Trias. ook toen was er sprake van vergelijkbare (uitzonderlijke) verhoudingen tussen de koolstofisotopen, er trad ook een gebrek aan zuurstof in zee op, plankton met kalkschaaltjes werd er zwaar door getroffen, maar ook waren er ‘crisissoorten’ bij de groenalgen die tot grote bloei kwamen. 781c Enkele coccolithophoriden uit het bovenste Trias van Oostenrijk, alle uitgestorven op de Trias/Jura-grens (foto Paul Brown) https://tsjok45.wordpress.com/2012/11/09/uitstervingen/781c/#comment-2994 Mede omdat ook bij de P/T-grens sprake was van een hoge concentratie CO2 in de atmosfeer, suggereren de onderzoekers dat de plotselinge sterke uitbreiding van dit soort organismen wel eens een verschijnsel zou kunnen zijn dat een direct gevolg is voor een dergelijk hoge koolzuurgasconcentratie in zowel de atmosfeer als de oceaan.

Referenties:

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Bas van de Schootbrugge, Institut für Geologie und Paläontologie, Johann Wolfgang Goethe Universität, Frankfurt (Duitsland). °

woensdag 30 mei 2012 door

Uitsterving niet door methaanscheet?

We gaan 200 miljoen jaar terug in de tijd. Het leven op aarde onderging een zware crisis, want driekwart van alle soorten op aarde overleefde de beruchte Trias-Jura-grens niet. Hoe dat nu precies kwam is onderwerp van een levendig wetenschappelijk debat. De nieuwste resultaten komen uit Denemarken…

Brandend_methaanijs_usgs

Methaan brandt prima als het vrijkomt uit zeebodemijs. USGS

Eind vorig jaar leek de puzzel opgelost. Een onderzoeksteam onder leiding van de Nederlander Micha Ruhl (destijds Universiteit Utrecht, nu Universiteit van Kopenhagen) stelde dat de massa-uitsterving rond de Trias-Jura-overgang zo’n 200 miljoen jaar geleden was veroorzaakt door het massaal vrijkomen van methaan en niet zozeer door grootschalig vulkanisme. Door de methaanscheet stierf 76 procent van alle soorten op aarde uit. Nieuw onderzoek van Sofie Lindström (Geologische Dienst Denemarken en Groenland) en collega’s trekt dit in twijfel. De onderzoekers vertellen hierover in het juninummer van Geology.

Denemarken

Lindström en collega’s bestudeerden gesteenten uit Denemarken. “Het Deense bekken bevat één van de meest uitgestrekte en complete opeenvolgingen van zee- of mariene afzettingen van de Trias-Jura-overgang voor zover we weten”, vertelt Lindström aan Kennislink. In datzelfde bekken worden ook land- of terrestrische afzettingen gevonden van deze grens. “We wilden de terrestrische en mariene signalen rondom de overgang met elkaar vergelijken.” De gesteenten bij het Deense Stenlille zijn daar ideaal voor. Bregnesporer Twee van de meest voorkomende sporen van varens tijdens de crisis van de vegetatie net voor de methaanscheet. Links: Deltoidospora toralis; rechts Polypodiisporites polymicroforatus. Afbeelding: © Sofie Lindström

Eerder

De studie van Ruhl en collega’s liet zien dat de massa-extinctie samenviel met een zeer negatieve waarde van isotopen van koolstof (de verhouding van C-13 / C-12 ten opzichte van een standaard). Er is namelijk veel meer C-12 te vinden dan C-13 in de gesteenten, wat zou duiden op het massaal vrijkomen van methaan van de zeebodem. Lindström: “Maar onze studie laat duidelijk zien dat de veranderingen op zowel het land als in de oceaan eerder begonnen. Onze studie toont ook aan dat de vegetatie zich herstelde gedurende de zeer negatieve waarden van de koolstofisotopen, terwijl het leven in de oceaan het nog steeds moeilijk had.” Dat lijkt haaks te staan op de bevindingen van Ruhl en collega’s. Lindström: “De uitstoot van methaan in de atmosfeer gedurende de negatieve koolstofwaarden kan daarom niet de oorzaak zijn van de massa-uitsterving. We zetten geen vraagtekens bij de uitstoot van methaan, maar we denken dat uit onze gegevens blijkt dat het scenario [van de uitsterving] ingewikkelder was.” In het wetenschappelijke artikel stellen ze dat de uitsterving mogelijk begon als gevolg van gassen (zoals koolstofdioxide, zwaveldioxide of waterstoffluoride) die vrijkwamen bij het grootschalige vulkanisme dat voornamelijk plaatsvond in de regio waar de Amerika’s van Afrika uit elkaar bewogen. Tanner_fig_5

Bepaald geen klein oppervlak werd bedolven onder overstromingen van lava gedurende enkele miljoenen jaren rondom de Trias-Jura grens. Lawrence Tanner

Debat

Ruhl heeft zijn twijfels over de bevindingen van Lindström en collega’s: “Er zijn heel veel studies naar de veranderingen in vegetatie wereldwijd in dit tijdperk en die laten allemaal zien dat vegetatieverandering plaatsvindt tijdens de massa-extinctie. Dit is de enige studie waar deze verandering mogelijk al eerder plaatsvindt. Mogelijk is dit een lokale verandering [in Denemarken] die niets te maken heeft met wereldwijde klimaatverandering door vulkanisch CO2.” Lindström bestrijdt dit: “De veranderingen in de vegetatie die we in de Stenlille-opeenvolging zien, zijn ook gevonden in opeenvolgingen van de Trias/Jura overgang in Zweden en in Noord- en Zuid-Duitsland. Vergelijkbare veranderingen met een toename van varens en verwanten zijn ook bekend uit gesteenten uit Hongarije, Luxemburg, Frankrijk, Spanje en zelfs in de Oostenrijkse gesteenten die Ruhl en collega’s bestudeerd hebben.” In Engeland zijn de veranderingen minder zichtbaar, maar dat zou komen omdat een gedeelte van de tijd hier mist.

 Samplelocation_austria

Samplelocation_austria

Een beeld van een bestudeerde ontsluiting van eind-Trias-gesteente in Oostenrijk van een eerdere studie./Foto  Micha Ruhl

Lindström vindt verder dat er te weinig studies zijn die de mariene en terrestrische afzettingen afkomstig van dezelfde plaats vergelijken. “Afzettingen van Noord-Amerika zijn marien zonder enig terrestrisch signaal of omgekeerd. Er zijn heel weinig bestudeerde afzettingen van het zuidelijk halfrond. Meer werk is nodig voordat we kunnen vertellen of het signaal globaal is of niet.” “Het is vooralsnog het meest voor de hand liggend dat het vulkanisme het vrijkomen van methaan tot gevolg had en dat dit leidde tot de uitstervingen in zee en veranderingen in ecosystemen op het land,” besluit Ruhl.

Zie ook:

Meer over massa-uitstervingen op Wetenschap24:

vrijdag 26 oktober 2012

Dodelijke hitte rond de evenaar

In het Vroeg-Trias, 250 miljoen jaar geleden, leefden nauwelijks dieren of planten rond de evenaar. Niet op het land en niet in de oceaan. Waarom? Vijf miljoen jaar stress door enorme hitte tot meer dan 40 °C na de grootste massa-uitsterving ooit.

Eieren bakken op je autokap. Dat kan alleen als het erg warm is. En dat was het in het begin van het Trias zo’n 250 miljoen jaar geleden. Dat was met name zo in gebieden rond de evenaar, waar veel organismen op het land én in de zee niet konden leven. Yadong Sun (China University of Geosciences en University of Leeds) en collega’s verhalen hierover in Science.

Warm

Temperaturen van het oppervlaktewater rezen in het Vroeg-Trias tot maar liefst zo’n 40°C, zo bleek uit onderzoek aan conodonten (lancetvisachtigen). Op het land kon het nog warmer worden. Die 40°C was circa twee miljoen jaar na de grootste massa-extinctie uit de aardse geschiedenis, de Perm-Trias massa-extinctie, waarschijnlijk veroorzaakt door massaal vulkanisme in Siberië waarbij veel broeikasgassen vrijkwamen. Maar ook in andere delen van het Vroeg-Trias was het ongelofelijk warm met een gemiddelde temperatuur van boven de 30°C. Dat is aanmerkelijk warmer dan de temperaturen rond de evenaar van nu met 25-30°C. Saunders_reichow_figure_5_small

Voor de temperatuursreconstructies maakten de wetenschappers gebruik van gesteenten uit China, die 250 miljoen jaar geleden de zeebodem vormden rond de evenaar. Vulkanisch Siberië lag al in het noorden. Andy Saunders, University of Leicester
Ichthyosaur_hharder Ichthyosaurussen, net als veel andere dieren en planten nauwelijks te vinden rond de evenaar in de Vroeg-Trias. Afbeelding: © Heinrich Harder

Gevolgen

Een deel van de organismen in Vroeg-Trias vond de hitte maar niets: in de oceanen rond de evenaar kwamen nauwelijks vissen, ichthyosaurussen en kalkalgen voor. Ten zuiden en noorden daarvan juist wel. Daarentegen hebben mollusken weinig last van de hitte evenals cyanobacteriën of blauwalgen. Op het land kwamen viervoeters nauwelijks voor tussen 30 °N en 40 °Z, terwijl ze daar wel veel voorkwamen in de opvolgende Midden- en Laat-Trias-perioden. Opvallend is ook dat er nauwelijks steenkool te vinden is uit het Vroeg-Trias: het was te warm voor planten en moerassen, waaruit uiteindelijk steenkool kan ontstaan. Bij temperaturen boven 35°C halen planten meer adem dan dat ze fotosynthetiseren, en boven de 40°C kan bijna geen plant leven. Beesten die wel in de hitte konden overleven rond de evenaar, zoals veel ongewervelden, moesten zich aanpassen en werden kleiner. Ook het feit dat er weinig zuurstof aanwezig was in veel delen van de oceaan hielp niet, maar de hogere temperaturen blijken de belangrijkste rol te spelen in het verdwergen.

Zaadvaren

Planten kwamen nauwelijks voor rond de evenaar. Nina Bonis

De dodelijke hitte hield 5 miljoen jaar aan voordat veel organismen de evenaar weer konden veroveren. Ook al was de Perm-Trias massa-extinctie al lang voorbij. Of de hoge temperaturen zo lang konden blijven bestaan door voortdurend vulkanisme in Siberië blijft nog onduidelijk.

Heden

Het wordt al decennia warmer op aarde, en we zien organismen al migreren richting de polen, ook in Nederland. Als het warmer blijft worden, zal dat steeds vaker gebeuren voor organismen die dat kunnen. Voor wie dat niet lukt, ligt uitsterven op de loer. In de nabije toekomst zullen de temperaturen echter niet zo hoog oplopen zoals in het Vroeg-Trias. Maar wie weet over vele honderden tot duizenden jaren?

Bronnen:

Meer op Kennislink over de Trias en klimaatverandering:

Meer op Wetenschap24 over dit nieuws:

° trias jura ° Derde oorzaak  : KOSMISCH ONGELUK   Uitstervingsgolf met “DINO”DODER ?

Duistere doder
Wat leidde 250 miljoen jaar geleden tot grote sterfte op onze planeet?Ongeveer 65 miljoen jaar geleden stierven de dinosaurussen uit.Veeldeskundigen leggen de verantwoordelijkheid daarvoor bij de inslag van een 10 tot 20 kilometer grote komeet of planetoïde. Daardoor werden stof- en rookwolken de lucht in geslingerd, waarna onze planeet verduisterde en het klimaat veranderde.De verweerde Chicxulub-krater op het Mexicaanse schiereiland Yucatan zou nog een litteken van die catastrofe zijn. Hij is 200 kilometer groot en ligt een stuk onder water.Veel vroeger nog vond de Great Dying plaats: ongeveer 250 miljoen jaar geleden leidde de grootste massa-extinctie uit de geschiedenis van de aarde tot de verdwijning van 90 procent van het leven in het water, en 70 procent van de gewervelde dieren en de planten op het land.De laatste drie jaar groeide het vermoeden dat ook toen een komeet of planetoïde aan de basis lag. Een kosmisch projectiel, zo groot als bij de dino’s, sloeg in nabij het huidige Australië ,en zette een reeks gebeurtenissen in gang die het klimaat veranderden en nefast waren voor bijna alle leven op de aarde.Of liep het anders?Twee onderzoeksteams uit Australië en de Verenigde Staten denken van wel.Ze vonden in Australië, China en Zuid-Afrika aanwijzingen dat de massale verdwijning van leven te wijten was aan een broeikaseffect, het gevolg van vulkaanuitbarstingen.Hoge temperaturen en zuurstoftekort werden de meeste levende organismen hier fataal.De onderzoekers vonden geen overtuigende sporen van een plotse catastrofe zoals een inslag. ‘Maar dat er geen bewijs is, impliceert nog niet dat er géén inslag plaatsvond’, menen critici. Volgens Peter Ward van de Universiteit van Washington in Seattle was de massale sterfte in ieder geval ‘de grootste catastrofe in de geschiedenis van de aarde en zeker de grootste ramp die het leven op onze planeet ooit trof’. B.A./Knack – 02-02-2005

Astronomen vinden oorsprong van dinosaurus-killerasteroïde

(update )5 september 2007

(Belga) De killerasteroïde die de dinosauriërs zou hebben uitgeroeid, werd waarschijnlijk door een kosmische botsing in de richting van de aarde gestuurd.
Amerikaanse astronomen hebben het puin van de crash in de asteroïdengordel ontdekt.
Dat staat in het Britse vakblad Nature.

Het lot van de dinosauriërs werd 100 miljoen jaar voor hun uitsterven bezegeld. Toen botste een brokstuk van 60 kilometer groot aan 11.000 kilometer per uur tegen een 170 kilometer grote asteroïde. De botsing gebeurde tussen Mars en Jupiter. Als gevolg daarvan ontstond 160 miljoen jaar geleden een asteroïdenregen, die 100 miljoen jaar aanhield. Vijfenzestig miljoen jaar geleden sloeg dan een vijftien kilometer grote asteroïde op de aarde in, die volgens de gangbare theorie tot het uitsterven van de dinosaurussen heeft geleid. De 200 kilometer grote krater van die inslag is tot op vandaag aantoonbaar op het Mexicaanse schiereiland Yucatan. Regelmatig rijst echter twijfel over het feit of die inslag werkelijk de reuzenhagedissen van de aardbodem heeft doen verdwijnen. (SIJ) http://nl.wikipedia.org/wiki/Krijt-Paleogeengrens

Nieuwe dinosaurusfossielen wijzen op plotselinge uitsterving 20 januari 2009 Recent gevonden fossielen in Rusland doen vermoeden dat dinosaurussen in korte tijd massaal zijn uitgestorven, waarschijnlijk als gevolg van een meteorietinslag. Dat schrijven Belgische wetenschappers in een nieuwe studie. De paleontologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen bestudeerden fossielen uit het noordoosten van Rusland, die vermoedelijk 68 tot 65 miljoen jaar oud zijn. Ze vonden bewijzen voor de aanwezigheid van een grote hoeveelheid verschillende soorten dinosaurussen in die periode. Herbivoren zoals de hadrosaurus leefden naast tweepotige carnivoren zoals de velociraptor. Grote ramp Die grote verscheidenheid aan soorten wijst er volgens de wetenschappers op dat de dieren plotseling zijn uitgestorven door een grote ramp, zo meldt het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Over het algemeen wordt aangenomen dat een meteorietinslag op het Mexicaanse schiereiland Yucatán 66 miljoen jaar geleden een grote rol heeft gespeeld bij de uitsterving van de dinosaurussen. Een grote krater vormt het geologische bewijs voor die gebeurtenis. Voorouders Niet alle wetenschappers geloven echter dat de dinosaurussen alleen door die meteorietinslag zijn verdwenen. Voorouders van de huidige zoogdieren en vogels moeten de ramp namelijk wel hebben overleefd. Sommige paleontologen vermoeden dan ook dat veel dinosaurussen al aan het uitsterven waren voor de meteorietinslag, mogelijk door afkoeling van het klimaat. De studie van de Belgische onderzoekers bewijst echter dat de meeste soorten dinosaurussen vlak voor de inslag in Yucatán nog aanwezig waren. “We hebben geen aanwijzingen gevonden dat de biodiversiteit van dinosaurussen aan het afnemen was voor de inslag”, zo schrijft hoofdonderzoeker Pascal Godefroit. Of daarmee ook definitief bewezen is dat dinosaurussen allemaal vanwege dezelfde oorzaak uitstierven is nog maar de vraag. “De aanwezigheid van deze dinosaurussoorten komt zeker overeen met de theorie van een plotselinge uitsterving”, zo verklaart de gerenommeerde Australische paleontoloog Tom Rich in Nature. “Het is echter nog geen onweerlegbaar bewijs.” © NU.nl/Dennis Rijnvis Dinosaurussen waren veel beter bestand tegen de koude dan aanvankelijk gedacht. Sommige wetenschappers vermoeden dat de dino’s uitgestorven zijn door dalende temperaturen, maar een nieuwe studie spreekt die stelling tegen. Op basis van gevonden fossielen geloven paleontologen dat dinosaurussen tot op 1.600 kilometer van de Noordpool leefden. Mogelijk is een klimaatverandering de dieren niet fataal geweest. Pooldino’s De wereld was in de tijd van de dinosaurussen natuurlijk een stuk warmer dan vandaag en de continenten waren nog volop in beweging. Zo lag het noorden van Rusland slechts op een duizendtal kilometer van de poolgebieden. Daar hebben paleontologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen fossielen gevonden van dinosaurussoorten als de Triceratops en zelfs de Tyrannosaurus Rex. De gemiddelde temperatuur moet er ongeveer 10 graden Celsius geweest zijn. Er zijn ook resten van eieren gevonden, een bewijs dat deze pooldino’s zich in koude omstandigheden konden voortplanten. Klimaatverandering Er is al veel gespeculeerd over hoe en waarom dinosaurussen zijn uitgestorven. Een populaire theorie heeft te maken met een klimaatverandering. Dinosaurussen werden altijd gezien als een tropische diersoort en een daling van de temperatuur kon hen vlug fataal worden. De ontdekking van fossielen nabij de poolgebieden bewijst echter dat dino’s zich wel degelijk konden aanpassen aan koudere omstandigheden. Er werden geen fossielen van schildpadden, krokodillen en hagedissen gevonden, omdat de poolgebieden voor hen mogelijk wel te koud waren. Meteoriet Voor deze ontdekking waren de meest noordelijke resten van dinosaurussen in Alaska gevonden, maar wetenschappers vermoedden dat de dieren in de winter naar het zuiden migreerden. Volgens professor Pascal Godefroit en zijn team zou het wel eens kunnen dat de dino’s het hele jaar door in de koude omgeving verbleven. Godefroit gelooft eerder dat een meteoriet de dino’s fataal is geworden. Het zonlicht werd geblokkeerd, planten groeiden niet meer en de voedselketen werd brutaal onderbroken. “Zelfs de pooldino’s, die het gewend waren om in moeilijke omstandigheden voedsel te zoeken, zullen het na een tijdje lastig hebben gekregen.” (gb) 26/01/09 http://www.natuurwetenschappen.be/ http://www.nature.com/news/2009/090119/full/news.2009.40.html#B1

Berg plet trilobieten 13-05-2004 Geologen vinden weer rokende meteoorkrater

Video

Bekijk de Noorderlicht-aflevering De staart van de duivel, 14 maart 2002 (smalband) Noorderlicht – De staart van de duivel 2002 (RealPlayer, 25 min.) De Amsterdamse geoloog en paleontoloog Jan Smit reisde eind 2001 af naar het Mexicaanse schiereiland Yucàtan. Nabij het huidige vissersplaatsje Chicxulub stortte hier vijfenzestig miljoen jaar geleden een meteoriet neer, die catastrofale gevolgen voor het leven op aarde had – meer dan zeventig procent van alle plant- en diersoorten stierven uit, waaronder de dinosauriërs.

Links

Lees ook: “Krateroorlog – ‘Dino’s overleefden de meteoor'”, Noorderlicht nieuwsbericht 1 maart 2004 Lees ook: “Heilige krater – Kwam het christendom uit de lucht vallen?” (28 juni 2003) Medio november 2001 vetrok Jan Smit naar Yucatan om boringen te doen in de krater die de meteoriet achterliet. Lees hier zijn dagboek dat hij voor Noorderlicht bijhield. Lees ook: “Kaboem! – Gat in de Noordzee”, Noorderlicht nieuwsbericht, 1 augustus 2002. Lees ook: “Twin towers trilobiet – Fossiel met zonneklep” (19 sept 2003) http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/17559601/ Precies tien jaar na de ontdekking van de meteoorkrater die de dinosauriërs vernietigde, hebben geologen nog een kolossale inslagkrater gevonden, voor de kust van Australië ditmaal. Het was dus toch een reuzenmeteoor die 251 miljoen jaar geleden haast al het leven van de aarde vaagde. Het staat nu zo goed als vast: de dinosauriërs zijn niet de enigen die massaal uitstierven door een meteoorinslag. Haast tweehonderd miljoen jaar eerder, in het tijdperk van de trilobieten, werd de aarde getroffen door een nog veel groter onheil. Om onduidelijke redenen verdween toen plotsklaps 90 tot 95 procent van al het leven. Ook dat kwam door een reusachtig grote meteoriet, melden Amerikaanse en Australische geologen vandaag op de website van het blad Science. Dat werd al langer vermoed, maar ditmaal hebben de geologen sterk bewijs: een vergane meteoorkrater op de bodem van de zee. De krater moet ergens tussen de 245 en de 255 miljoen jaar geleden zijn ontstaan, vlakbij het huidige Australië. Het is de tweede keer dat er een reusachtige inslagkrater op aarde wordt gevonden. De vorige keer was in april 1994. Toen brachten satellietbeelden de ‘dinosauruskrater’ van Chicxulub aan het licht, kilometers diep begraven onder het Mexicaanse schiereiland Yucatàn. De nieuw ontdekte krater is ongeveer net zo groot: tweehonderd kilometer wijd, en zes tot zeven kilometer diep. Van buitenaf herken je hem nauwelijks, want de krater is door de miljoenen jaren heen bedekt geraakt door drie kilometer slib en rots. Het enige wat je ziet, is een soort ophoging van de zeebodem, die bekend staat onder de naam ‘Bedout’. Al acht jaar geleden opperden geologen dat die verhoging misschien het restant is van een prehistorische meteoorkrater. Nader onderzoek lijkt dat vermoeden te bevestigen. De geologen zetten de boor in de zeebodem en trokken twee kilometerslange kolommen grond omhoog. Uit de boorkernen blijkt zonneklaar dat de verhoging ooit het toneel was van een verschrikkelijke ramp. Zo vonden de onderzoekers een dikke laag gestold gesteente, vol glaskorreltjes en mineralen die alleen onder extreem hoge druk kunnen ontstaan. Duidelijk bewijs dat de aardkorst ter plaatse ooit verschrikkelijk werd samengestampt en verhit. Ook andere gegevens doen vermoeden dat de zeebodem bij Bedout een enorme optater heeft gekregen. De diepere aardkorst is er gebobbeld, de aardlagen erboven zitten geknakt. Echt zichtbaar werd de krater toen de onderzoekers de zwaartekrachtkaart beter bekeken (zie illustratie): daarop zie je de vage contouren van een krater, net als bij Chicxulub. Toch zijn sommige andere onderzoekers skeptisch. Zo zou de vorm van de Bedout-hoogte duiden op iets anders dan een meteoorkrater. Bovendien blijft het vreemd dat het eind van het trilobietentijdperk niet in de aardlagen is te herkennen aan een dun laagje van het ruimte-element iridium. Een laagje van dat op aarde zeldzame element zit wel in de aardlaag die het einde van het dinosaurustijdperk markeert. Maar daar staat tegenover dat er ter hoogte van de trilobietenramp in de grond wel degelijk andere stoffen gevonden die duiden op een meteoorinslag. Zoals gedeukte zandkorreltjes (‘schokkwarts’) en fullerenen, een ongewoon soort koolstof. Hoe groot de meteoriet in kwestie precies is geweest, is lastig te zeggen. Het zal al snel een rotsblok zijn geweest zo groot als een berg, met een doorsnede van een kilometer of tien. Waarschijnlijk heeft de inslag het aardse klimaat op tilt gegooid. De atmosfeer zal in brand hebben gestaan, waarna de zon jaren achtereen aan het zicht werd onttrokken door roet en rook. Wellicht brak er een ijstijd uit, een soort voorhistorische nucleaire winter. Misschien was het voedselgebrek of zuurstoftekort dat het leven de das omdeed – niemand die het weet. Zeer opvallend is wel dat er tegelijk met de inslag een ongekend grote vulkaanuitbarsting was in het huidige Siberië – precies aan de andere kant van de planeet. Toen 65 miljoen jaar geleden de meteoriet van Chicxulub insloeg, knapte er ook een supervulkaan open aan de tegenover gelegen zijde van de aarde, in het huidige India. Het kan haast niet anders of het een heeft met het ander te maken, schrijven de onderzoekers. “Een meteoorinslag kan zo’n vulkanische gebeurtenis wellicht ontketenen.” De vulkaanuitbarsting in Siberië maakte de ramp in elk geval compleet: nog meer roet, nog meer gifgassen in de atmosfeer. Want denk bij ‘vulkaanuitbarsting’ niet aan een pruttelend bergje waaruit wat lava omhoog spettert. Bij de supererupties van 65 en 251 miljoen jaar geleden knapte er een compleet, ondergronds magmameer open. Honderden jaren achtereen braakte de planeet honderdduizenden kubieke kilometers lava. In zowel India als Siberië is het resultaat nog altijd zichtbaar, in de vorm van twee uitgestrekte bergketens gemaakt van vulkaangesteente. Maarten Keulemans L. Becker, R. Poreda, A. Basu, K. Pope et al: “Bedout: a possible end-permian impact crater offshore of northwestern Australia.” In: Science Express, 10.1126/science.1093925 (2004) Sluit dit venster De plek van de inslag (geel). Ten tijde van de ramp zat Australië samen met de andere continenten aaneengeklonken tot het oercontinent Gondwana. Sluit dit venster “Schokgesmolten” mineraalkorreltjes uit de zeebodem: dergelijke korreltjes worden alleen onder extreme temperatuur en druk gevormd en zijn kenmerkend voor meteoorinslagen. (Becker et al., Science) Sluit dit venster Zwaartekrachtkaart van de kraters van Chicxulub (boven) en van Bedout (onder). Door de meteoorinslag is zwaar en licht gesteente anders gaan zitten, waardoor het zwaartekrachtveld rond de krater een heel klein beetje is vervormd. De krater van Bedout is moeilijker te herkennen, omdat hij drie keer zo oud is als de Chicxulub-krater. (Becker et al., Science ) *

Astronomen vinden oorsprong van dinosaurus-killerasteroïde

(update )5 september 2007

<– klik

(Belga) De killerasteroïde die de dinosauriërs zou hebben uitgeroeid, werd waarschijnlijk door een kosmische botsing in de richting van de aarde gestuurd. Amerikaanse astronomen hebben het puin van de crash in de asteroïdengordel ontdekt. Dat staat in het Britse vakblad Nature.

Het lot van de dinosauriërs werd 100 miljoen jaar voor hun uitsterven bezegeld. Toen botste een brokstuk van 60 kilometer groot aan 11.000 kilometer per uur tegen een 170 kilometer grote asteroïde. De botsing gebeurde tussen Mars en Jupiter. Als gevolg daarvan ontstond 160 miljoen jaar geleden een asteroïdenregen, die 100 miljoen jaar aanhield. Vijfenzestig miljoen jaar geleden sloeg dan een vijftien kilometer grote asteroïde op de aarde in, die volgens de gangbare theorie tot het uitsterven van de dinosaurussen heeft geleid. De 200 kilometer grote krater van die inslag is tot op vandaag aantoonbaar op het Mexicaanse schiereiland Yucatan. Regelmatig rijst echter twijfel over het feit of die inslag werkelijk de reuzenhagedissen van de aardbodem heeft doen verdwijnen. (SIJ)

Nieuwe dinosaurusfossielen wijzen op plotselinge uitsterving  20 januari 2009 Recent gevonden fossielen in Rusland doen vermoeden dat dinosaurussen in korte tijd massaal zijn uitgestorven, waarschijnlijk als gevolg van een meteorietinslag. Dat schrijven Belgische wetenschappers in een nieuwe studie. De paleontologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen bestudeerden fossielen uit het noordoosten van Rusland, die vermoedelijk 68 tot 65 miljoen jaar oud zijn. Ze vonden bewijzen voor de aanwezigheid van een grote hoeveelheid verschillende soorten dinosaurussen in die periode. Herbivoren zoals de hadrosaurus leefden naast tweepotige carnivoren zoals de velociraptor. Grote ramp Die grote verscheidenheid aan soorten wijst er volgens de wetenschappers op dat de dieren plotseling zijn uitgestorven door een grote ramp, zo meldt het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Over het algemeen wordt aangenomen dat een meteorietinslag op het Mexicaanse schiereiland Yucatán 66 miljoen jaar geleden een grote rol heeft gespeeld bij de uitsterving van de dinosaurussen. Een grote krater vormt het geologische bewijs voor die gebeurtenis. Voorouders Niet alle wetenschappers geloven echter dat de dinosaurussen alleen door die meteorietinslag zijn verdwenen. Voorouders van de huidige zoogdieren en vogels moeten de ramp namelijk wel hebben overleefd. Sommige paleontologen vermoeden dan ook dat veel dinosaurussen al aan het uitsterven waren voor de meteorietinslag, mogelijk door afkoeling van het klimaat. De studie van de Belgische onderzoekers bewijst echter dat de meeste soorten dinosaurussen vlak voor de inslag in Yucatán nog aanwezig waren. “We hebben geen aanwijzingen gevonden dat de biodiversiteit van dinosaurussen aan het afnemen was voor de inslag”, zo schrijft hoofdonderzoeker Pascal Godefroit. Of daarmee ook definitief bewezen is dat dinosaurussen allemaal vanwege dezelfde oorzaak uitstierven is nog maar de vraag. “De aanwezigheid van deze dinosaurussoorten komt zeker overeen met de theorie van een plotselinge uitsterving”, zo verklaart de gerenommeerde Australische paleontoloog Tom Rich in Nature. “Het is echter nog geen onweerlegbaar bewijs.” © NU.nl/Dennis Rijnvis Dinosaurussen waren veel beter bestand tegen de koude dan aanvankelijk gedacht.  Sommige wetenschappers vermoeden dat de dino’s uitgestorven zijn door dalende temperaturen, maar een nieuwe studie spreekt die stelling tegen. Op basis van gevonden fossielen geloven paleontologen dat dinosaurussen tot op 1.600 kilometer van de Noordpool leefden. Mogelijk is een klimaatverandering de dieren niet fataal geweest. Pooldino’s De wereld was in de tijd van de dinosaurussen natuurlijk een stuk warmer dan vandaag en de continenten waren nog volop in beweging. Zo lag het noorden van Rusland slechts op een duizendtal kilometer van de poolgebieden. Daar hebben paleontologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen fossielen gevonden van dinosaurussoorten als de Triceratops en zelfs de Tyrannosaurus Rex. De gemiddelde temperatuur moet er ongeveer 10 graden Celsius geweest zijn. Er zijn ook resten van eieren gevonden, een bewijs dat deze pooldino’s zich in koude omstandigheden konden voortplanten. Klimaatverandering Er is al veel gespeculeerd over hoe en waarom dinosaurussen zijn uitgestorven. Een populaire theorie heeft te maken met een klimaatverandering. Dinosaurussen werden altijd gezien als een tropische diersoort en een daling van de temperatuur kon hen vlug fataal worden. De ontdekking van fossielen nabij de poolgebieden bewijst echter dat dino’s zich wel degelijk konden aanpassen aan koudere omstandigheden. Er werden geen fossielen van schildpadden, krokodillen en hagedissen gevonden, omdat de poolgebieden voor hen mogelijk wel te koud waren. Meteoriet Voor deze ontdekking waren de meest noordelijke resten van dinosaurussen in Alaska gevonden, maar wetenschappers vermoedden dat de dieren in de winter naar het zuiden migreerden. Volgens professor Pascal Godefroit en zijn team zou het wel eens kunnen dat de dino’s het hele jaar door in de koude omgeving verbleven. Godefroit gelooft eerder dat een meteoriet de dino’s fataal is geworden. Het zonlicht werd geblokkeerd, planten groeiden niet meer en de voedselketen werd brutaal onderbroken. “Zelfs de pooldino’s, die het gewend waren om in moeilijke omstandigheden voedsel te zoeken, zullen het na een tijdje lastig hebben gekregen.” (gb) 26/01/09 http://www.natuurwetenschappen.be/ http://www.nature.com/news/2009/090119/full/news.2009.40.html#B1 UPDATE 

Nieuw bewijs in dino-moordzaak

Stierven de dinosauriërs nu wel of niet uit door de inslag van een meteoriet? De meningen zijn nog altijd verdeeld, maar verbeterde dateringsmethoden ondersteunen de inslagtheorie.

De aanhangers van de inslagtheorie deden deze week goede zaken. Volgens deze wetenschappers zou de inslag van een enorme meteoriet aan het einde van hetKrijt tijdperk, zo’n 66 miljoen jaar geleden, de dino’s de das om hebben gedaan. De meteorietinslag vond tegelijkertijd plaats met het begin van de uitstervingsgolf, schrijft een groep aardwetenschappers vandaag in Science, en daarmee is aan een belangrijke voorwaarde voor het inslagscenario voldaan. Het zou blijken uit nieuwe dateringen met verbeterde technieken, die nauwkeuriger zijn dan ooit tevoren.

Onrustig

Het was een woelige periode op aarde, tussen 68 en 65 miljoen jaar geleden. Het warme klimaat begon perioden van sterke afkoeling te vertonen. Bij India kwamen enorme massa’s magma naar het aardoppervlak, hetgeen gepaard ging met vulkaanuitbarstingen en het vrijkomen van grote hoeveelheden vulkaangassen. In Yucatán in Mexico sloeg een meteoriet in die een krater met een diameter van 180 kilometer achterliet. En veel planten en dieren, waaronder de op land levende dinosauriërs, stierven uit.

De oorzaak van deze uitstervingsgolf was de meteoriet, denken veel aardwetenschappers. Deze moet tsunami’s en aardbevingen veroorzaakt hebben, en heeft waarschijnlijk zoveel stof doen opwaaien dat het maandenlang donker is geweest. Deze theorie wordt echter door een kleine groep sceptici betwist.
Volgens deze wetenschappers zou de Chicxulubkrater in Yucatán pas ruim 180.000 jaar na het begin van de uitstervingsgolf zijn onstaan, waardoor de inslag natuurlijk niet de oorzaak van het verdwijnen van de dino’s geweest kan zijn.

Dateringen

Nieuwe dateringen van tektieten, kleine druppeltjes gesmolten gesteente die bij de inslag zijn ontstaan, en van vulkaanas uit aardlagen die vlak na de uitsterving zijn afgezet, wijzen nu echter uit dat dit niet klopt. De massa-uitsterving en de inslag van de Chicxulub-meteoriet vonden tegelijkertijd plaats. Het verschil valt althans binnen de meetfout, die met de nieuwe technieken kleiner is dan ooit. “Het is voor het eerst dat is aangetoond dat de inslag en het einde van het Krijt even oud zijn”, zegt Klaudia Kuiper, aardwetenschapper bij zowel de Universiteit Utrecht als de Vrije Universiteit Amsterdam, die meewerkte aan het onderzoek. *Asteroïde toch echt de laatste nagel aan de doodskist van de dino . Het  internationaal team van onderzoekers –  trekt die conclusie nadat het twee gebeurtenissen zeer nauwkeurig dateerde. Het moment waarop de dinosaurussen uitstierven. En het moment waarop een flinke asteroïde of komeet op aarde insloeg. De twee data blijken zo dicht bij elkaar te liggen, dat de onderzoekers moeten concluderen dat de inslag uiteindelijk verantwoordelijk was voor het uitsterven van de dino.

 

Het idee dat een inslag de ondergang van de dinosaurus veroorzaakte, ontstond in 1980. Maar niet iedereen was overtuigd: onduidelijk bleef of de inslag nu net voor of net na het uitsterven van de dinosaurussen plaatsvond. De onderzoekers dateerden de inslag nu heel nauwkeurig en stellen dat deze ongeveer 66.038.000 jaar geleden plaatsvond. De foutmarge is beperkt: 11.000 jaar. Ter vergelijking: eerdere dateringen van deze gebeurtenis hanteerden een foutmarge van plus of minus één miljoen jaar. De nieuwe datering wijst erop dat de inslag samenviel met het moment in de geschiedenis waarna we geen fossiele resten meer van landdinosaurussen ( vogels uitgezonderd ) konden terugvinden. Dat wijst erop dat de twee gebeurtenissen – de inslag en het uitsterven van de dinosaurus – tegelijkertijd plaatsvonden. Klaudia

Klaudia Kuiper bij de Krijt-Tertiair grens bij Hell Creek, noordoost Montana (VS). De zwarte laag waar Kuiper recht tegenaan kijkt is de laag die de grens markeert. Daarna (in de gesteentewand: daarboven) waren de dino’s verdwenen. Klaudia Kuiper, VU Amsterdam

De klokken gelijk zetten

Het grootste probleem met dateringen in de geologie is dat de exacte ouderdom van materialen en processen vaak moeilijk te meten is. Elke meetmethode gebruikt een ander proces om de ouderdom te bepalen, zoals bijvoorbeeld de vervalsnelheid van radioactieve deeltjes, en elke meetmethode hanteert daarmee dus een ander soort klok. Wie zich tot één dateringsmethode beperkt kan vaak wel goed bepalen wat de volgorde van een reeks processen is, maar wanneer verschillende dateringsmethoden worden ingezet kunnen variaties in de gemeten ouderdommen ook ontstaan doordat de “klokken” van de meetmethoden niet gelijk lopen. Enkele jaren geleden is een groot project opgestart om de verschillende methoden aan elkaar te ijken, dus de klokken gelijk te zetten. Hierdoor is het mogelijk geworden te volgorde van gebeurtenissen uit de geologische geschiedenis nu wel te bepalen, ook als deze dicht bij elkaar liggen in de tijd

Laatste zetje

Het vulkanisme bij India, waarbij in totaal ongeveer 1.5 miljoen kubieke kilometer lava over het aardoppervlak uitstroomde en de Deccan Traps ontstonden, begon enkele honderdduizenden jaren voor de dinosauriërs het loodje legden, concludeerden de onderzoekers verder. Dit moet extra perioden van afkoeling veroorzaakt hebben, vanwege de uitstoot van stof dat de zon tegenhoudt. Het zou kunnen dat de dino’s hierdoor al behoorlijk verzwakt waren, en door de gevolgen van de komeetinslag het laatste zetje kregen waardoor ze van de aardbodem verdwenen. “Maar daarvoor hebben we dan eigenlijk weer geen bewijs”, nuanceert Jan Smit, hoogleraar event-stratigrafie aan de Vrije Universiteit, die ook meewerkte aan het onderzoek. “Dát is pure speculatie.” De onderzoekers stellen niet dat de inslag alleen verantwoordelijk was voor het uitsterven van de dino’s. Ze tonen enkel aan dat de inslag de dino’s – die wellicht door andere factoren al op het randje van de afgrond balanceerden – het laatste en fatale duwtje gaf. Zo weten we uit andere onderzoeken dat het klimaat in de miljoenen jaren voor de inslag flink kon schommelen( bij voorbeeld door vulkanisme ) : dan was het weer heel koud en dan was het weer heel warm op aarde. Hierdoor zouden verschillende soorten het al heel lastig hebben gehad, stellen de onderzoekers in het blad Science. “Deze aan de inslag voorafgaande gebeurtenissen maakten het wereldwijde ecosysteem veel gevoeliger voor zelfs relatief kleine prikkels, dus iets wat normaal gesproken(misschien ) een klein effect zou hebben gehad, bracht het ecosysteem nu in een hele nieuwe staat,” vertelt onderzoeker Willem Clemens…. De inslag was echter  geen  laatste druppel die de emmer deed overlopen  maar (waarschijnlijk ) veeleer  een ferme geut  …..

Bron :

Renne e.a., Time scales of critical events around the Cretaceous-Paleogene Boundary   Science (8 feb 2013) http://www.sciencemag.org/content/339/6120/684.abstract http://www.sciencemag.org/content/339/6120/684.figures-only Bronmateriaal:New evidence comet or asteroid impact was last straw for dinosaurs” – Berkeley.edu Paul Renne collecting volcanic ash samples in Montana. Team leader Paul Renne in Montana collecting a volcanic ash sample from a coal bed within a few centimeters of the dinosaur extinction horizon. Photo by Courtney Sprain. Paul Renne examining volcanic ash used to date the time of the dinosaur extinction. Renne examines a sample of hardened volcanic ash, called tuff, from the main extinction level where impact debris is found. Photo by Paul Renne Diagram of Yucatan peninsula and Chicxulub impact crater. A comet or asteroid impact 66 million years ago excavated a 110 mile-diameter crater, dubbed Chicxulub, centered off the coast of Mexico’s Yucatan peninsula. Courtesy of Wikipedia. RELATED INFORMATION

http://phys.org/news/2013-02-precise-dates-comet-asteroid-impact.html#jCp

Meer over het einde van het Krijt-tijdperk

°

 

INSLAGWINTER  : 

°

Decennialang donker en koud na de inslag die de dino’s uitroeide

°

* DE SLACHTOFFERS De meteorietinslag werd ongeveer de helft van alle dier- en plantensoorten op aarde fataal. De dinosaurussen zijn ongetwijfeld het meest bekende slachtoffer van deze verwoestende inslag. (1) 

inslagwinter

Onderzoekers hebben voor het eerst bewijs gevonden dat de inslag die 66 miljoen jaar geleden plaatsvond, gevolgd werd door een wereldwijde inslagwinter. De winter werd gekenmerkt door kou en duisternis en duurde enkele decennia.

°

Zo’n 66 miljoen jaar geleden sloeg een meteoriet op aarde in. Wetenschappers stelden dat de inslag langdurige gevolgen had voor de gehele planeet. Stof en aerosolen werden door de inslag de atmosfeer in geblazen, waardoor het zonlicht tijdelijk geblokkeerd werd. Het resultaat: een wereldwijde temperatuurdaling, die ook wel ‘inslagwinter’ wordt genoemd.

°

Bewijs Hoewel zo’n inslagwinter (3) een logisch gevolg van zo’n grote inslag lijkt, was er tot voor kort nog nooit bewijs gevonden dat die inslagwinter daadwerkelijk plaatsvond. Een nieuw onderzoek van de Universiteit Utrecht, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en de Vrije Universiteit Amsterdam bewijst nu echter voor het eerst dat er 66 miljoen jaar geleden inderdaad sprake was van een wereldwijde temperatuurdaling.

°

Texas  …… De onderzoekers vonden het bewijs in Texas, in gesteentes en marine sedimenten die stamden uit de tijd van de inslag. “De laag zand en schelpen die we vonden, is afkomstig van de tsunami’s die veroorzaakt werden door de meteorietinslag,” vertelt onderzoeker Johan Vellekoop. “Net boven de laag vonden we hoge concentraties iridium, afkomstig van de meteoriet zelf. Zo wisten we dat we op de goede plek aan het meten waren.”

°

Vetten …..De onderzoekers keken vervolgens naar bepaalde vetten van eencelligen die in de gesteentes bewaard waren gebleven. Aan de hand van die vetten konden ze de temperatuur dat het zeewater in de tijd dat deze eencelligen leefden, vaststellen. Uit dat onderzoek blijkt dat het zeewater direct na de inslag zeven graden Celsius afkoelde. “En dat is nog maar een minimale schatting: het was waarschijnlijk veel meer,” stelt onderzoeker Johan Vellekoop. “Door stormen zijn de sedimenten na de tsunami helemaal door elkaar gewoeld.”

°

Het onderzoek levert het eerste concrete bewijs voor de veronderstelde inslagwinter. (2)  Waarschijnlijk duurde de periode van kou en duisternis enkele decennia en deze moet één van de belangrijkste oorzaken zijn geweest voor de massa-extinctie die op de inslag volgde.

°

Bronmateriaal: Meteorietinslag veroorzaakte wereldwijde duisternis en kou” – UU.nl De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Danielm (via Wikimedia Commons).   °

Aarde vaker geraakt door mega-asteroïde dan gedachtAarde vaker geraakt door mega-asteroïde dan gedachtNieuw onderzoek wijst erop dat de aarde enkele miljarden jaren geleden zeker 70 keer een enorme asteroïde-inslag heeft…
Meteoriet die boven Rusland explodeerde, geanalyseerd: kans op herhaling lijkt groter dan gedachtMeteoriet die boven Rusland explodeerde, geanalyseerd: kans op herhaling lijkt groter dan gedachtWetenschappers hebben de meteoriet die in februari van dit jaar boven Tsjeljabinsk explodeerde grondig geanalyseerd en zo een…
°
Opmerkingen  kommentaren en aanvullingen 
°

(1)

°

Stamlijnen  van  Kleine  en opportunistische  non -specialistische theropoden ( die in extremere  meer dino-vijandige  uithoeken ,  omstandigheden en niches leefden ) die  vooraf al evolutionair een verenkleed (= broeden ? ) hadden verkregen , overleefden de inslag omdat zij hun eieren op een constante temperatuur konden houden.                    

°

Dat gaat ook voor de (meestal  kleine )  koudbloedige  andere reptielen op die hun eieren begroeven.( grote  overlevers als  krokodillen doen dat  ook nog altijd) 

°

–> Uiteraard  kregen warmbloedigen  (homoiterme  kleine zoogdieren en de overlevende dino’s bekend als vogels die overigens reeds  voorouderlijk waren  begonnen  met “broeden” om hun eieren warm te houden  ) 

°

–>Overigens ook een mooi bewijs dat er eerst  fysieke/ genetische veranderingen  ,( verspreid , geconsolideerd en  anders  geconfirmeerd  door  inteelt en kruisingen) ontstaan waardoor de “variatie  “binnen populaties van  organismen  , dat dient als handvat voor  natuurlijke  selectie en de  contingente filters, toeneemt   en  dieren vervolgens in een ( door  vrij abrupte catastrofes)veranderde omgeving kunnen overleven.

°

—> Ook een mooi bewijs dat een  sterk uitgebouwde biodiversiteit  beter in staat is om bij dergelijke uitstervingen  een uitweg te vinden  uit  planetaire  totale  ‘ het  dierlijk leven -bedreigende ‘ situatie(s)

°

Als het andersom was geweest, had er geen dier deze inslag overleefd.

°

(2) 

°

Het onderzoeksgebied is op slechts ca 1500 km van Yucatan, waar de meteoriet insloeg. Dit is erg dichtbij en dus is het onderzoek niet representatief voor de hele aarde. Bovendien hebben ze het over een temperatuurdaling van 7 graden C minimaal. Tijdens het Krijt was het echter veel warmer dan nu, op veel gebieden wel meer dan 10 graden in de gemiddelde temperaturen._

°

> Een daling van 7, 10 of zelfs 15 graden leidt dan niet tot “onleefbare” ijzige toestanden. 

°

(2b)  

°

>Ook valt er binnen enkele jaren al veel stof (aerosolen) uit de lucht, ook uit de stratosfeer bij explosies ed op veel kleinere schaal nu. Enz, enz …. 

°

Het blijkt  nml  dat de stratosfeer zich nu in enkele jaren al ontdoet van stofdeeltjes na grotere of kleinere vulkaan erupties in onze tijd.°

->Het schoonregenen van de atmosfeer is wél een exponentieel gebeuren met een constante factor per tijdseenheid. Dat zou bij dergelijke mega-explosies dan ook maar enkele jaren duren. Ook heeft de atmosfeer maar een beperkte capaciteit om stofdeeltjes vast te houden. Hierbij gaat het wel om hele kleine scherpe kristallen, ontstaan door snelle sublimatie van gesteenten, die bij de inslag verdampten. Vergelijkbaar met fijne vulkanische ‘as’. Het is dus niet gezond dit in te ademen. Maar ik  betwijfel dus toch of dieren daardoor (ook zeedieren) zo massaal kunnen uitsterven.

°

–> Ik vraag me dus af, of dit wel echt een “bewijs” is.

°

–> OK  ……  We schatten  slechts het  huidige  plaatje  in  van een incomplete puzzel. Elke keer weten we weer wat meer.   Dat is wetenschap  ….uitvinden en vervolgens  wegzuiveren   wat onjuist is  als verklaring   van gegeven  bekende en kontroleerbare   gegevens (alle beschikbare ) …..Het complete plaatje?… Slechts een kwestie van tijd. ? 

°

(2b)  

°

—-> Er staat in het artikel:“‘En dat ( 7 ° C  en bij uitbreiding   10 tot 15 graden ) is nog maar een minimale schatting: het was waarschijnlijk veel meer,‘ stelt onderzoeker Johan Vellekoop.“.

°

—> 7 graden kouder kan wel degelijk lokaal fataal zijn , het plaatselijke leven was er niet aan aangepast. //  Zie –> veel hedendaagse  toestanden   :  tropen <–> palmboomgrenzen // en  opmars  van  tropische   organismen  als exoten tijdens opwarmingsperiodes

°

* Bovendien = De dino’s leefden toen niet alleen in de toenmalige tropen, maar ook op hogere breedte waar het altijd al 7 graden koeler was dan in de tropen

°

—> Het gaat echter om al die verschillende dino’s van het late krijt …niet dus over Dé  “dinos “

°________________________________________________________________

°

1.- Gedurende  het krijt heerste overal op aarde bijna dezelfde temperatuur = ( dus ook aan de polen en op hogere breedtes …) http://www.euronet.nl/users/e_wesker/meteo/clim-ned.html

a) De positie van de continenten

In het midden van het Krijt tijdperk was de Aarde veel warmer dan nu. Dit o.a. kwam door de volgende factoren:

  • De posities van de continenten en de daaruit resulterende zeestromen.
  • Het hogere CO2 gehalte van de atmosfeer.

Links in het onderstaande plaatje wordt schematisch het patroon van zee stromen aangegeven in het midden Krijt. Warm water wordt zeer effectief naar de poolstreken gestuurd. Nergens op Aarde komen ijsmassa’s van enige betekenis voor. Tegenwoordig liggen de continenten anders. Op het zuidelijk halfrond liggen ze in een “icehouse configuratie”. Antarctica ligt, sinds het 30 miljoen jaar geleden los kwam te liggen in het Zuidpool gebied, in een soort van geïsoleerde diepvries. Rechts in het plaatje zie je schematisch de “icehouse configuratie”. green-vs-icehouse   Hieronder ter vergelijking de werkelijke continent en zeestroom posities tijdens het krijt tijdperk en in het heden   aarde-krijt

LateCret

https://www.humboldt.edu/natmus/lifeThroughTime/PlateMaps/Cretaceous/CretPlates.htm Verdeling van de “tropische planten groei ” ( indicator van de toenmalige biogeografische streken ) in het laat krijt   aoc_fig9_upchurch CRETACEOUS CLIMATE-OCEAN DYNAMICS: FUTURE DIRECTIONS FOR IODP Figure 5-9 (Upchurch et al.) Geologic data and climate model predictions of latest Cretaceous vegetation.   Op het einde van het krijt  (tot dan toe  een warme wereld ) kwam daar door de inslag een abrupt einde aan ( is de theorie ) en kwamen we  na  een  inslagwinter ( een kleine 65  miljoen jaar later )  uiteindelijk uit bij de huidige (gemengde ) toestand aarde-nu       ° Zo’n 3 miljoen jaar geleden vormden zich de eerste significante ijsmassa’s op het noordelijk halfrond. De atlantische golfstroom, die na het aaneen smelten van de Amerika’s aan belang won speelt waarschijnlijk een hoofdrol in het klimaat van Europa en Oostelijk Noord Amerika (en indirect ook de rest van de wereld). Het is dan ook daar waar zich de grootste ijsmassa’s afzetten tijdens glaciale perioden. Concluderend: De posititie van de continenten is zeer belangrijk voor het klimaat op aarde. Het betreft echter processen die zeer langzaam verlopen.Uiteraard kan de menselijke overbevolking   deze processen  op korte termijn  indirect versnellen zoals we nu meemaken )

°__________________________________________________________________ °

*–>  Er waren waarschijnlijk onder hen ( zeker de kleine snelle raptor voorouders van de vogels ) warmbloedige dieren…. moest wel want raptors –rovers “verloren ” erg veel lichaamswarmte door hun kleiner formaat waardoor ze ” koudere” niches niet aankonden , laat staan de veel energie verbruikende jacht zonder die voorziening konden volhouden  … het voordeel ligt dus voor de hand : Maar of ze een dergelijke plots intredende  inslagwinter( waardoor dus weinig tijd was voor hun stamlijn om zich  tijdig  evolutionair aan te passen )  konden   overleven  terwijl ze bij het kouder worden steeds meer moesten eten en dus ook meer moesten jagen terwijl er juist minder prooien waren ( die ook al bezweken aan die winter)

°

? ) —> “Het waren warmbloedige dieren.”  ?                                                                              Er  zijn daar aanwijzingen voor, maar (nog) geen sluitend bewijs!

°

* Duisternis en  koude –> Bij het grotendeels wegvallen van het zonlicht kregen ook planten een flinke dreun n. En dat heeft natuurlijk invloed op het gehele ecosysteem, waar ook ter wereld. Veel planten gaan dood door duisternis( en door koude ) . Omgevallen bomen ed zouden dan voor de dieren wel extra voedsel hebben kunnen leveren ….. Van belang is hoelang het geduurd heeft. De zaden van de planten gaan niet dood door duisternis of afkoeling.(integendeel = zo overleven veel plantenpopulaties de winter )  

°

(3)

°

Minstens  een    eeuwen aanslepende aanhoudende  duik in de ijskast komt overeen met de gegevens die laten zien dat de zeespiegel daalde na de inslag –> aangroei mondiaal landijs dus (terwijl in de periode voor de inslag de zeespiegel aan het stijgen was). Mooi dat er nu eindelijk bewijs voor is gevonden!

 

°

BAPTISTINA   familie  ?

Kosmische kettingbotsing

1 november 2007 Wij hebben ons bestaan indirect te danken aan een hevige botsing in de planetoïdengordel, 160 miljoen jaar geleden. Het grootste brokstuk van die botsing cirkelt nog steeds rond de zon. door 

Auguste Honoré Charlois was pas 25 jaar oud toen hij op dinsdag 9 september 1890 met de telescoop van de sterrenwacht van Nice twee nieuwe planetoïden ontdekte – kleine ‘mini-planeetjes’ die tussen de banen van Mars en Jupiter rond de zon cirkelen. Zwakke lichtstipjes waren het, die maar langzaam van plaats veranderden tussen de sterren. Charlois was inmiddels al een befaamd planetoïdenjager: sinds voorjaar 1887 had hij er niet minder dan elf ontdekt. Met de twee nieuwe exemplaren kwam het totaal aantal bekende planetoïden op 298. Charlois noemde de kleine hemellichamen Caecilia en Baptistina.

De ‘voorouder’ van de asteroïde Baptista wordt bij een botsting in fragmenten opgesplitst.

De Franse astronoom kon nooit bevroeden dat Baptistina – een rotsblok met een middellijn van pakweg veertig kilometer – ontstaan is bij een kosmische catastrofe die indirect het bestaan van de mens mogelijk had gemaakt. Die opmerkelijke conclusie trekken William Bottke, David Vokrouhlický en David Nesvorný in een spraakmakend artikel dat op 6 september 2007 gepubliceerd werd in Nature. Volgens de drie planeetonderzoekers is Baptistina het grootste overblijfsel van een hevige botsing die 160 miljoen jaar geleden plaatsvond in de planetoïdengordel. Een ander brokstuk van die botsing kwam bijna honderd miljoen jaar later op aarde terecht. Die inslag rekende af met de dinosaurussen, en maakte de weg vrij voor de opkomst van de zoogdieren, waaronder uiteindelijk Homo sapiens.

Kraters op Gaspra

William Bottke van het Southwest Research Institute in Boulder, Colorado, was helemaal niet op zoek naar de herkomst van het kosmische projectiel dat 65 miljoen jaar geleden, op de overgang van het Krijt en het Tertiair, een einde maakte aan de heerschappij van de dinosaurussen. Hij deed onderzoek aan de foto’s die de Amerikaanse ruimtesonde Galileo in oktober 1991 gemaakt had van de planetoïde Gaspra. Gaspra was de eerste planetoïde die in detail bestudeerd werd (Galileo vloog er op ruim 5000 kilometer afstand langs tijdens zijn reis naar de reuzenplaneet Jupiter), en er was iets raars aan de hand met de kraters op het oppervlak van het langgerekte rotsblok. Gaspra blijkt veel minder grote en veel meer kleine kraters te tellen dan je op statistische gronden zou verwachten. Bottke wilde weten waarom.

Planetoïde Gaspra.

Zijn eerste idee was dat Gaspra misschien ooit getroffen was door een kleiner hemellichaam. De brokstukjes die daarbij de ruimte in geworpen werden, konden na verloop van tijd weer op het oppervlak van de planetoïde zijn teruggevallen. Op die manier waren de talrijke kleine inslagkraters misschien ontstaan. Gedetailleerde computersimulaties lieten echter overduidelijk zien dat dit mechanisme niet werkt, aldus Bottke. Inslagpuin kan best weer op Gaspra terugvallen, zo bleek uit de simulaties, maar dat gebeurt dan wel met een heel geringe snelheid. Kraters worden op die manier niet gevormd. Bottkes Tsjechische collega’s David Vokrouhlický en David Nesvorný, eveneens verbonden aan het Southwest Research Institute, kwamen daarop met een ander idee. Zouden de kleine kraters op Gaspra niet ontstaan kunnen zijn door puin en gruis uit een nabijgelegen planetoïdenfamilie? Per slot van rekening beweegt Gaspra door hetzelfde deel van het zonnestelsel als de leden van de Baptistina-familie, aldus Vokrouhlický en Nesvorný. Planetoïdenfamilies zijn al sinds begin twintigste eeuw bekend. Het gaat om hemellichamen die in gelijkvormige banen om de zon draaien, met min of meer dezelfde omlooptijd, dezelfde baanexcentriciteit en dezelfde baanhelling. Die gelijkvormige banen kunnen overigens wel een verschillende oriëntatie hebben, en de planetoïden kunnen zich natuurlijk op elk denkbaar punt van hun baan ophouden, dus de leden van zo’n familie kunnen zich best op grote onderlinge afstanden bevinden. Maar de overeenkomst in de baaneigenschappen doet dan toch sterk vermoeden dat ze een gemeenschappelijke oorsprong hebben, en misschien ontstaan zijn als gevolg van een botsing. De Baptistina-familie is genoemd naar de planetoïde die in 1890 werd ontdekt door Auguste Charlois. Inmiddels zijn er een paar duizend leden van de familie bekend. De meeste zijn hooguit een paar kilometer groot en werden pas in de afgelopen decennia ontdekt; Baptistina zelf is met een middellijn van ca. veertig kilometer verreweg het grootste exemplaar. Als de Baptistina-familie ooit ontstaan is bij een kosmische botsing, zal daarbij ongetwijfeld ook veel gruis en puin zijn gevormd, en op die manier zouden de talrijke kleine inslagkraters op Gaspra ontstaan kunnen zijn.

Resonanties en het YORP-effect

Om de theorie te toetsen, brachten Bottke en zijn collega’s de baaneigenschappen van de leden van de Baptistina-familie in kaart. En daarbij viel al snel iets bijzonders op. Bepaalde combinaties van baaneigenschappen bleken ondervertegenwoordigd te zijn vergeleken met de verwachte statistische verdeling. Het was een beetje alsof je een paar duizend volwassen mannen opmeet, en ontdekt dat er vrijwel niemand bij zit met een lichaamslengte tussen 1,75 en 1,80 meter. Anders gezegd: een deel van de Baptistina-familie leek te ontbreken. Een potentiële verklaring voor die merkwaardige constatering was al snel gevonden. Sommige planetoïden in de Baptistina-familie bewegen in de buurt van een zogeheten resonantie met de planeten Mars en Jupiter: hun omlooptijd is vrijwel exact gelijk aan 2/7 van de omlooptijd van Jupiter, en 9/5 van de omlooptijd van Mars. Zulke gebieden zijn instabiel, doordat de planetoïden in een baanresonantie periodieke zwaartekrachtsstoringen van Mars en Jupiter ondervinden. Als gevolg daarvan worden ze in veel langgerektere banen gedirigeerd, waarbij ze ook door de binnendelen van het zonnestelsel kunnen bewegen. Dat niet alle leden van een planetoïdenfamilie precies dezelfde baaneigenschappen hebben, is gemakkelijk te begrijpen. De brokstukken van een botsing worden met iets verschillende snelheden in iets verschillende richtingen weggeslingerd, dus ze komen ook in iets verschillende banen om de zon terecht. Maar ook daarna treden en veranderingen in de baaneigenschappen op, voornamelijk als gevolg van zwaartekrachtsstoringen van de planeten, en onder invloed van het zonlicht. Met name planetoïden die kleiner zijn dan ca. veertig kilometer in middellijn hebben last van het zogeheten YORP-effect (genoemd naar de astronomen Yarkovsky, O’Keefe, Radzievskii en Paddack, die het effect voor het eerst beschreven). Het YORP-effect beïnvloedt de oriëntatie, de rotatiesnelheid en de baanbeweging van een klein object dat aan één kant door de zon wordt beschenen. Het hemellichaam krijgt daardoor een ongelijkmatige temperatuurverdeling, met als gevolg dat het in de ene richting wat meer infrarode (warmte-)straling uitzendt dan in de andere richting. Op die manier ontstaat een zeer gering ‘raket-effect’, waardoor de beweging van het hemellichaam wordt beïnvloed.

Zie ook:

 Baptistina-familie vrijgesproken van massa-extinctie ?

21 september 2011  8

Nieuw onderzoek wijst erop dat de asteroïdefamilie Baptistina de dino’s niet van de aarde veegde. Wetenschappers waren er lang van overtuigd dat leden van de asteroïdefamilie Baptistina de boosdoener waren. Eén van de leden zou in botsing zijn gekomen met een ander hemellichaam en in stukjes uiteen zijn gespat. Eén groot stuk haastte zich richting de aarde en sloeg ( honderd miljoen jaar na de botsing )  in. Het gevolg: een groot deel van het leven op aarde – waaronder de dinosaurussen – verdween. Vrij Maar nieuw onderzoek spreekt de Baptistina-familie vrij. De onderzoekers bestudeerden de familie met behulp van de WISE-telescoop. Ze ontdekten dat de familie waarschijnlijk niet op het juiste tijdstip op de juiste plaats was om de massa-extinctie te veroorzaken. Tijd Het lijkt erop dat de asteroïde tachtig miljoen jaar geleden uiteenspatte. Dat betekent dat brokstukken te weinig tijd hadden om op aarde te komen en de massa-extinctie te bewerkstelligen. ” ….The NEOWISE team measured the reflectivity and the size of about 120,000 asteroids in the main belt, including 1,056 members of the Baptistina family. The scientists calculated the original parent Baptistina asteroid actually broke up closer to 80 million years ago, half as long as originally proposed.(—> 160 milion years ago )   “ “Dit proces( waarbij het broktuk enkele  tientallen   tot honderden  miljoenen jaren  nodig  heeft   om in een goede positie te geraken  die kan resulteren in een inslag )  heeft normaal gesproken niet genoeg tijd gehad ” (om die positie te bereiken 15 miljoen jaar na de oorspronkelijke explosies en daaropvolgende  botsingen  in de asteroiden  gordel  , ) ” legt onderzoeker Amy Mainzer in een persbericht uit. De onderzoekers hopen nog te achterhalen welke asteroïde dan wel verantwoordelijk was voor de massa-extinctie. Het volledige onderzoek verschijnt in het blad Astrophysical Journal. Bronmateriaal: Asteroid family not guilty of dinosaur killing” – News.discovery.com De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA / JPL-Caltech. (1)—> Dino -massa-extinctie-theorie mbv de asteroiden uit de Baptistina-familie is een valide theorie, nu met behulp van de WISE-telescoop deels ontkracht. Daar is niets gokken aan, dat is wetenschap in werking. Vergeet dus niet dat de massa-extinctie met een asteroide nog steeds overeind staat! ° Slechts de asteroiden uit de Baptistina-familie zijn uitgesloten. Rest nu, zoals ook in het artikel te lezen valt, welke asteroidefamilie was ’t wel? ____________________________________________________________________________________ Alternatieve theorieen  :  _____________________________________________________________________________________

° DE MENS ALS OORZAAK VAN UITSTERVINGEN ? Uitsterven Noord-Amerikaanse megafauna zou zijn veroorzaakt door inslag van een komeet http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=138 Ongeveer 13.000 jaar geleden stierf een groot deel van de Noord-Amerikaanse grote zoogdieren (de zogeheten megafauna) uit. Tegelijk eindigde een daarvoor uitgebreide Clovis-cultuur (mogelijk bleven er fragmentarische stammen over), die bekend zijn vanwege het wijdverbreide voorkomen van hun kenmerkende stenen werktuigen. Een en ander wordt vaak geweten aan het begin van een ongeveer 1000 jaar durende koudeperiode, ook in West-Europa bekend als de Younger Dryas 825a Plaatselijk worden ‘mammoekerkhoven’ aangetroffent- 825bDe mastodont was een van de markante slachtoffers van de massauitsterving op het eind van het Pleistoceen 825c De wolharige neushoorn verdween plotseling van de aardbodem.

De oorzaak van de plotseling wereldwijde en aanzienlijke temperatuurdaling is onduidelijk, al wordt die wel toegeschreven aan een verandering van oceanische stromingspatronen. Onderzoekers van de Universiteit van Oregon opperen nu dat de verandering in het patroon van de oceanische stromen een gevolg was van de inslag van een hemellichaam, mogelijk een komeet (in tegenstelling tot een meteoriet niet bestaande uit metalen en/of gesteenten, maar uit ijs met wat gesteentegruis). Deze theorie, die in mei werd gepresenteerd op een bijeenkomst van de American Geophysical Union, is voor een groot deel gebaseerd op het voorkomen van een koolstofrijke laag die op ongeveer 50 plaatsen wordt aangetroffen waar de Clovis-cultuur nederzettingen had. Tot die plaatsen behoren zelfs locaties op een eiland voor de kust van California…..
825d 
°  
Een enorme bever (Castoroides ohioensis) maakte deel uit van de Amerikaanse megafauna
°

De inslag van de komeet (of de explosie daarvan in de dampkring) moet volgens de onderzoekers hebben plaatsgevonden even ten noorden van de grote meren op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada; dat gebied was toen nog bedekt door een grote ijskap. Die plaats wordt afgeleid uit de daar relatief hoge concentraties van extraterrestrisch materiaal in de bodem, en de afname daarvan naar de rondom gelegen gebieden. De gebeurtenis moet, onder meer vanwege de opgetreden schokgolven en waarschijnlijk ook overstromingen, hebben geleid tot een decimering van de populatie in de gebieden voor het ijs. Dat die gebieden inderdaad onder invloed van een inslag hebben gestaan, blijkt uit het voorkomen van kleine metallische bolletjes, kleine koolstofbolletjes, een verhoogde concentratie iridium en houtskool (mogelijk doordat de vegetatie in brand raakte) in de koolstofrijke laagjes. Die karakteristieken komen sterk overeen met die van bodems op de K/T-grens, toen overigens geen komeet maar een meteoriet moet zijn ingeslagen. Een inslagkrater, zoals die voor de K/T-grens wel is gevonden, is echter niet van de inslag van 13.000 jaar geleden bekend. Mocht een komeet in de atmosfeer zijn geëxplodeerd of in de landijskap zijn ingeslagen, dan is dat overigens ook geen wonder.

825e
Niet alle beren verdwenen aan het eind van het Pleistoceen
825f Critici van de inslaghypothese wijzen op de mens, die door jacht op grote zoogdieren (zoals blijkt uit deze fragmenten van een stenen pijlpunt in de huid van een mammoet) kan hebben bijgedragen aan snelle uitroeiing
Opmerkelijk is in ieder geval dat binnen korte tijd veel dieren uitstierven. Het gaat om het vrijwel gelijktijdig verdwijnen van 35 geslachten van dieren, waarvan zo’n 15 omstreeks 12.900 jaar geleden. Omdat soortgelijke uitstervingen elders in de wereld niet gelijktijdig optraden, moet de gebeurtenis weliswaar catastrofaal, maar niet wereldwijd catastrofaal zijn geweest. Lang niet alle wetenschappers die de lezing bijwoonden zijn echter overtuigd dat een inslag de directe of indirecte oorzaak van het verdwijnen van de megafauna was. Daarvoor zullen hardere bewijzen op tafel moeten komen.
Referenties:
  • Dalton, R. Blast in the past? Nature 447, p. 256-257.
  • Firestone, R.B., West, A., Kennett, J.P., Becker, L., Bunch, T.E., Revay, Z., Schultz, P.H., Belgya, T., Dickenson, O.J., Erlandson, J.M., Goodyear, A.C., Harris, R.S., Howard, G.A., Kennett, D.J., Kloosterman, J.B., Lechler, P., Montgomery, J., Poreda, R., Darrah, T., Que Hee, S.S., Smith, A.R., Stich, A., Wittke, J.H. & Wolbach, W.S., 2007. Evidence for an extraterrestrial impact event 12,900 years ago that contributed to megafaunal extinctions and the Younger Dryas Cooling. Abstracts American Geophysical Union 2007 Joint Assembly (Acapulco).
  • Kerr, R.A., 2007. Mammoth-killer impact gets mixed reception from earth scientists. Science 316, p. 1265-1265.

Uitstervingen door zeespiegelfluctuaties

Op vijf momenten in de geologische geschiedenis vond massale uitsterving plaats. Shanan Peters meldt in Nature dat het dalen en stijgen van de zeespiegel een enorme invloed heeft gehad op de bodems, dus op het leven erop en dus op de uitsterving ervan. Hij verwerpt andere oorzaken zoals de inslag van hemellichamen en grootschalige lavauitstroom echter niet.
Periodes van massale uitsterving (extincties) kenmerken de geologische geschiedenis. De oorzaak van uitsterven wordt gezocht in catastrofale gebeurtenissen zoals meteorietinslagen of gigantische lavauitstromingen. Een nieuwe studie van Shanan Peters (aardwetenschapper aan de University of Wisconsin-Madison) in Nature toont aan dat ook zeespiegelfluctuaties een belangrijke rol speelden. Deze zorgden voor verschillende bodemtypes (kalk- en zand/kleibodems) en dus voor een andere fauna.

Massa-extincties

Er zijn vijf grote perioden van uitsterving in de geologische geschiedenis: de Ordivicium-Siluur grens (444 miljoen jaar geleden), het Laat Devoon (380 miljoen), de Perm-Trias grens (250 miljoen), de Trias-Jura grens (200 miljoen) en de Krijt-Tertiair grens (66 miljoen). De bekendste is de Krijt-Tertiair massa-extinctie waarbij de dinosauriërs omkwamen; de grootste is de Perm-Trias grens waarbij 95% van alle zeeleven uitstierf. Waarschijnlijk leven we nu in massa-extinctie nummer zes, dit keer veroorzaakt door de mens.

Inslagen van hemellichamen verklaren slechts een deel van de vijf massa-extincties. Bron: NASA

Twee gesteentetypes

Niet al deze massa-extincties kunnen verklaard worden met gigantische lavauitstroom of inslagen van hemellichamen. Peters stelt dat zeespiegelschommelingen een cruciale factor zijn. Hij gebruikte daarvoor twee types gesteente van de vroegere zeebodem: kalkgesteente en siliciclastisch gesteente. De eerste bestaat voornamelijk uit samengepakte kalkskeletjes van micro-organismen; de laatste bestaat uit materiaal dat vanaf het land in de zee terecht is gekomen, zoals zand en klei. In zulk siliciclastisch gesteente wordt veel olie en gas gevonden.

De Deccan Traps in India bestaan uit gestolde basaltlava en zijn één verklaring voor de Krijt-Tertiair massa-extinctie. Bron: Creative Commons

Twee faunatypes

In de twee gesteentetypes van Peters kwamen twee soorten fauna’s voor: de oude of ‘Paleozoïsche’ fauna en de moderne fauna. De fauna’s bestaan voornamelijk uit bodemlevende organismen (schelp- en schaaldieren). De moderne fauna kwam vooral voor op siliciclastische bodems, terwijl de oude fauna vooral leefde op een kalkbodem. Omdat in de loop van de miljoenen jaren de kalkbodems afnamen ten koste van de siliciclastische bodems, werd de oude fauna vervangen door de moderne. Extincties van de oude fauna kwamen vooral voor bij een afname van de kalkbodem. Het omgekeerde geldt voor de moderne fauna: extinctie bij afname van siliciclastische bodems. Waar de gesteentetypes voorkomen, hangt vooral af van de hoogte van de zeespiegel. Die op zijn beurt weer wordt beïnvloed door ijstijden en plaattektoniek, het bewegen van aardplaten.

Zeespiegel, ijstijden en plaattektoniek

De ijstijden zorgen er namelijk voor dat ijs wordt opgeslagen op het land, waardoor de zeespiegel daalt. Hierdoor treedt meer erosie op en zal er meer siliciclastisch materiaal in de overgebleven oceanen terecht komen. Niet zo fijn voor de oude fauna dus. In tijden dat de aardplaten snel uiteen bewegen, heeft het nieuwgevormde gesteente bij de oceanische ruggen (onderzeese gebergten waar constant lava vanuit de diepe aarde stolt) minder tijd om af te koelen en dus zwaarder te worden. Hierdoor komt het gesteente ondieper te liggen en is er minder ruimte voor het oceaanwater zelf. De zeespiegel zal stijgen en het continent loopt onder. Zo onstaan veel ondiepe zeeën met kalkbodems, ideaal voor de moderne fauna’s. Laat nu de globale zeespiegel al 100 jaar aan het stijgen zijn met 2 mm per jaar. Lopen de continenten binnenkort weer onder?

Zandsteen (siliciclastisch) uit Duitsland en kalksteen uit Engeland. Bron: Creative Commons

Referentie:

Peters, S., 2008. Environmental determinants of extinction selectivity in the fossil record. Nature doi:10.1038/nature07032

Zie ook:

Attachment: NW&T-Dec-05.pdf
°
Uitstervingen   in het  JONG – DRYAS   / Einde LAATSTE IJSTIJD  
Trefwoorden 
woensdag 23 juni 2010 door

Bittere kou in de Jonge Dryas

Bijna dertienduizend jaar geleden werd het ineens vele graden kouder. De populairste mogelijke oorzaken zijn de explosie van één of meerdere kometen boven Noord-Amerika en een stortvloed van zoet water in de Noord-Atlantische Oceaan. De laatste jaren duiken er echter steeds meer theorieën op. De discussie is nog lang niet beslecht.

Koude perioden: we kennen de Kleine IJstijd (1400-1700) en de glacialen zelf, maar kennen we ook de Jonge Dryas? Het  Jonge Dryas, tussen 12.900 en 11.500 jaar geleden, staat bekend als een periode van kou net voor het begin van het Holoceen, de warme periode tussen glacialen in waarin we nu leven. Het begin en het eind van de Jonge Dryas waren zeer snel: jaren tot enkele tientallen jaren. De temperatuur daalde sterk in de Noord-Atlantische regio. In Groot-Brittannië was het gemiddeld 5°C kouder, terwijl de temperatuur op Groenland zelfs ongeveer 15°C lager was. Deze periode speelde mogelijk ook een rol in de uitsterving van grote beesten op het Noord-Amerikaanse continent. Deze megafauna bestond onder meer uit mammoeten en sabeltandtijgers. Wellicht nog belangrijker is dat sommige wetenschappers denken dat het begin van de landbouw samenviel met de Jonge Dryas. De plaats van origine van landbouw is het Midden-Oosten en Anatolië, het huidige Turkije.

Yd_temp

De temperatuur voor, tijdens en na de Jonge Dryas op basis van een ijskern genomen op Groenland.

De oorzaak van de uitstervingen en  koude  in het   Jonge Dryas is nog steeds een heetgebakerde discussie in de wetenschap. Afgelopen jaren kwamen er een aantal theorieën bij. Dit artikel zet de belangrijkste theorieën op een rijtje.

Zoetwater

De tot een paar jaar geleden bekendste verklaring was die van het (grotendeels) leeglopen van het Agassizmeer op Noord-Amerikaanse vasteland. Deze theorie werd al in 1976 voorgesteld. Dit Agassizmeer was veel groter dan de huidige meren op het Noord-Amerikaanse continent. Het water in dit meer was afkomstig van de Laurentide ijskap die zich langzaamaan terug trok na het laatste glaciaal. Het water kon niet via een rivier naar de oceaan stromen en hoopte zich dus op ten zuiden van de ijskap. Toen het water uiteindelijk wel vrijkwam, daalde het waterniveau van het meer snel. Eén theorie is dat het smeltwater doorbrak in het oosten. Via Lake Superior en via een rivier stroomde het water de Atlantische Oceaan in. Daar fungeerde het zoete, lichte water als een deksel op het relatief zware, zoute zeewater. De Golfstroom, de warme oceaanstroming vanaf de Caraïben die zorgt voor het milde klimaat in Europa, vertraagde hierdoor of was zelfs volledig geblokkeerd. Diepwater vormde zich dan ook niet tot nauwelijks meer nabij IJsland. Dit alles betekent dat er minder warmte naar Noord-Atlantische regio getransporteerd werd. Over de exacte route van afvoer van het smeltwater is echter onenigheid. Op de voorgestelde oostelijke route is geen enkel bewijs, zoals enorme keien, ravijnen/kloven en kenmerkende sedimenten, te vinden van een megavloed. Een andere route zou via de Mississippi rivier de Golf van Mexico in zijn. De zuurstofgehaltes in fossiele algjes laten echter geen verandering zien. Dan is er nog een mogelijke route naar het noorden toe, eventueel onder het landijs zelf. Hiervoor is sowieso weinig bewijs bewaard gebleven, behalve mogelijk enkele ravijnen.

Lake_routes

De voorgestelde routes van afvoer van het Agassizmeer bij het begin van de Jonge Dryas. Wallace Broecker

Kometen

Een belangrijke andere theorie kwam in 2007 aan het licht. Een grote groep wetenschappers meldde dat één of meer hemellichamen boven het Noord-Amerikaanse continent waren geëxplodeerd. Dit viel samen met de start van de Jonge Dryas. Op elf locaties in de VS en ééntje in België werden onder andere verhoogde concentraties aan houtskool, glasbolletjes, nanodiamantjes en iridium gevonden. Deze hoge iridiumconcentraties werden ook aangetroffen in het ijs op Groenland. Twee jaar later werden ook kleine diamantjes en hoge koolstofconcentraties gevonden in Californië.

Grafiek_pnas

De resultaten van onderzoek aan één van bodemprofielen met daarin bewaard de hier zwarte Jonge Dryas. YDB = het begin van de Jonge Dryas; Charcoal = houtskool, Ma. Spher. = magnetische microbolletjes, Ni = de concentratie van het element nikkel in deeltjes per miljoen; Mag. Grains = magnetische korreltjes, Ir = iridium, GL Carb. = glasachtig koolstof en Soot = roet. Richard Firestone

In datzelfde jaar kwamen er echter scheurtjes in deze theorie. Een ander team van wetenschappers onderzocht glasbolletjes en magnetische mineralen van zeven locaties in Noord-Amerika, waaronder twee van de locaties die in 2007 ook waren onderzocht. Resultaat? Geen enkel bewijs voor een bolide. Dit team keek echter niet naar alle bovengenoemde aanwijzingen die in 2007 wel werden onderzocht. Nog een tegenslag voor de komeettheorie komt van het onderzoek naar de verspreiding houtskool, dat massaal zou zijn gevormd door het verbranden van de vegetatie na de explosie. Toen eens nauwkeurig werd gekeken bleek dat het deel van Noord-Amerika dat niet onder het ijs lag niet op grote schaal verbrand was. Gloednieuw onderzoek dat dit jaar gepubliceerd werd, ondersteund wel weer de komeettheorie. Tijdens de explosie van een komeet boven Siberië in 1908 ontstond veel nitraat en ammonium, wat ook teruggevonden werd voor de Jonge Dryas.

Bolletjes

De sporen die zouden wijzen op een explosie van één of meerdere hemellichamen. Boven glasachtig koolstof, linksonder koolstofbolletjes en rechtsonder en -midden magnetische bolletjes. Alles is op micrometerschaal. Richard Firestone

De vraag is natuurlijk hoe exploderende kometen een koude periode van 1400 jaar kunnen veroorzaken. Mogelijk bracht de explosie zoveel warmte dat een deel van de ijskap versneld smolt, waardoor dit aan de eerste theorie gekoppeld kan worden. Alhoewel? Er waren wel meer koude perioden, zoals bijvoorbeeld de Oude Dryas. Het lijkt onwaarschijnlijk dat er elke keer een komeet op aarde kwam die kou veroorzaakte. Al met al is de komeettheorie nog lang niet geaccepteerd in wetenschappelijke kringen. Dat bleek ook weer uit onderzoek gepubliceerd in 2012.

Andere theorieën

Neerslag

Creative Commons

In de afgelopen tien jaar zijn er naast de twee belangrijkste theorieën ook andere geopperd. De meest recente uit 2009 stelt dat niet het water uit het Agassizmeer de Golfstroom afremde of blokkeerde, maar dat extra neerslag in de noordelijke Atlantische Oceaan hiervoor zorgde. Meer ijsbergen kwamen zo in deze oceaan terecht waardoor het snel afkoelde. Weer een andere stelt dat de windpatronen in de noordelijke Atlantische Oceaan veranderden door een temperatuursverandering in de tropen. Het resultaat was ook meer ijs in de Atlantische Oceaan. De laatste theorie heeft te maken met zowel de zon als met La Niña, een oceaan-atmosfeer fenomeen waarbij kouder water bij de evenaar in Stille Oceaan een wereldwijd koude periode veroorzaakt van meestal één of twee jaar. Een bepaalde stand van de zon ten opzichte van de aarde zorgde voor een kou in de Stille Oceaan in de Jonge Dryas. Dit werd nog eens versterkt door een lange periode van La Niña.

Slotsom

De vele mogelijke oorzaken die de laatste tien jaar genoemd zijn, laten zien dat het einde van de discussie nog lang niet nabij is. Sterker nog, in de afgelopen twee jaar verhevigde discussie. De resultaten zijn niet alleen belangrijk voor de wetenschap, maar mogelijk ook voor het toekomstige klimaat in Europa. Als er inderdaad een enorme bak zoetwater in de Atlantische Oceaan is beland en het daardoor kouder is geworden, dan is het scenario van kou ook mogelijk als het ijs op Groenland versnelt gaat smelten. Het kan ook zijn dat de wetenschappers de werkelijke oorzaak nog helemaal niet gevonden hebben. Geen enkele van de genoemde theorieën verklaart namelijk waarom de Jonge Dryas eerder op het zuidelijk halfrond lijkt te beginnen (of zelfs afwezig lijkt). Kortom: er breekt een spannende periode aan aangaande de discussie over de oorzaak (of oorzaken) en gevolgen van de Jonge Dryas.

Referenties:

Broucker, 2006. Was the Younger Dryas Triggered by a Flood? Science 312: 1146-1148. Engelse samenvatting Carlson, 2010. What Caused the Younger Dryas Cold Event? Geology 38: 383-384. Engels artikel Firestone et al., 2007. Evidence for an extraterrestrial impact 12,900 years ago that contributed to the megafaunal extinctions and the Younger Dryas cooling. PNAS 104 (21): 16016-16021. Engelse samenvatting Melott et al., 2010. Cometary airbursts and atmospheric chemistry: Tunguska and a candidate Younger Dryas event. Geology 38: 355-358. Engelse samenvatting Surovell et al., 2009. An independent evaluation of the Younger Dryas extraterrestrial impact hypothesis. PNAS 106 (43): 18155-18158. Engelse samenvatting http://www.dailygalaxy.com/my_weblog/2007/09/ice-age-extinct.html

http://www.kennislink.nl/publicaties/inslagtheorie-verder-onder-vuur
vrijdag 18 mei 2012  

Onderzoek aan Nederlandse bodem helpt mee

Een uitsterving van groot wild, hevige kou en de ondergang van de Clovis cultuur. Dit rampscenario voltrok zich in Noord-Amerika rond 12.900 jaar geleden. De explosie van één of meerdere hemellichamen zou dit allemaal verklaren…

Bittere kou heerste er van 12.900 tot 11.500 jaar geleden. En dat ondanks het feit dat het laatste glaciaal bijna ten einde was. Een mysterie dat lange tijd een groot aantal vragen opriep onder wetenschappers. Hoe begon deze periode die bekend staat als de Jonge Dryas periode? Waarom stierven grote herbivoren en hun rovers uit in Noord-Amerika? Waarom ging de Clovis cultuur teloor? In 2007 meenden een groep wetenschappers het antwoord te hebben. Een explosie boven Noord-Amerika van minimaal één hemellichaam moest het gedaan hebben. Het onderzoeksteam gebruikte tal van argumenten voor hun conclusie. Het ging om onder meer verhoogde concentraties van houtskool, roet, het element iridium, magnetische korrels en nanodiamantjes in bodemlagen van ~12.900 jaar oud van verschillende plaatsen in Noord-Amerika en ééntje in België. Maar onafhankelijk onderzoek van een Nederlands en een Amerikaans/Chileens onderzoeksteam brengt deze theorie verder aan het wankelen in het wetenschappelijke vakblad PNAS.

 Jeff_at_rio_salado
Jeffrey Pigati aan het werk op de Rio Salado locatie in de Atacama woestijn in Noord-Chili. Jeffrey Pigati

Bewijs?

Het Amerikaanse/Chileense team nam een deel van deze argumenten nog eens goed onder de loep, met name een studie aan bodemlagen gevormd door moerasafzettingen. Zes van de tien locaties van het oorspronkelijke onderzoek uit 2007 bevatten namelijk moerasafzettingen met daarin de ‘bewijzen’ voor de explosie(s) boven Noord-Amerika aan het begin van de Jonge Dryas. Het Amerikaanse/Chileense team onderzocht bodemlagen van verschillende ouderdom van dertien locaties in de V.S. en Chili. Niet alleen van het begin van de Jonge Dryas dus. Rio_salado_-_closeup

De bodemlagen rondom het begin van de Jonge Dryas in Chili. Jeffrey Pigati

Hoofdauteur Jeffrey Pigati van de Amerikaanse Geologische Dienst (USGS): “Onze gegevens laten zien dat de aanwijzingen waar we naar zochten – iridium, magnetische bolletjes en titanomagnetische bolletjes – niet gebruikt kunnen worden als bewijs voor een inslag als ze in combinatie worden gevonden met moerasafzettingen.” De aanwijzingen komen voor op tien van de dertien locaties en – nog belangrijker – ongeacht de leeftijd. Iridium en de bolletjes komen dus blijkbaar door een natuurlijke oorzaak in het moeras. De eventuele afwezigheid van nanodiamantjes – karakteristiek voor een inslag, zoals bijvoorbeeld lonsdaleite – zou het ultieme bewijs zijn tegen de inslagtheorie. “De rest van de aanwijzingen zijn allemaal gerelateerd aan vuur (houtskool, roet, etc.) maar dat hoeft natuurlijk niet per se door een grote inslag veroorzaakt te worden.” Helaas deed het team geen onderzoek naar nanodiamantjes vanwege gebrek aan geld en expertise. “Dat zou echter absoluut door een onafhankelijk iemand gedaan moeten worden.”

 L01k04_01_v2
Een veldfoto van de Usselo laag (donkere laag). ( foto = Annelies van Hoesel) ° DE LAAG VAN USSELO – ONTSTAAN DOOR BOSBRANDEN, VEROORZAAKT DOOR VULKAANUITBARSTINGEN IN DUITSLAND OF DOOR NEERGESTORTE VERBRANDE DELEN VAN EEN ONTPLOFTE KOMEET ? ÉÉN DING STAAT VAST; DE HITTE MOET ENORM ZIJN GEWEEST In 1946 werd een vreemd zwart laagje in de zandbodems van Nederland voor het eerst goed onderzocht en als een apart geologisch object beschouwd. Dit onderzoek werd verricht door de toenmalige directeur van het Rijksmuseum Twente in Enschede, Cornelis Hijszeler, in de buurt van het dorp Usselo. Het kreeg dan ook de naam ‘Laag van Usselo’ Dit laagje werd nadien over geheel Noord-Europa terug gevonden. En daar bleef het niet bij, ook in Noord-Amerika bleek dit laagje aanwezig te zijn. Het wordt daar ‘Clovis Layer’ genoemd. Deze op het Noordelijk halfrond op veel plaatsen voorkomende laag werd afgezet in de periode die Allerödtijd genoemd wordt. Het was een warme en natte periode die duurde van 13.900 – 12.850 jaar geleden. Het was een interstadiaal in de laatste Weichsel-ijstijd. Geologisch gezien lag deze periode ingeklemd tussen de koude perioden Oude Dryas en Jonge Dryas. De Laag van Usselo bevat veel verbrande houtskoolrestanten. Over het ontstaan van deze laag wordt verschillend gedacht. Werd vroeger alleen als oorzaak aangewezen de bosbranden, ontstaan door vulkaanuitbarstingen in Duistland, nu wordt ook gedacht aan een kosmische oorzaak, nl aan het op aarde neervallen van brandende brokstukken van een komeet. Hierdoor zouden overal bossen zijn gaan branden en mogelijk vulkanen tot uitbarsting zijn gekomen. De hitte moet enorm geweest zijn want in de Laag van Usselo worden naast houtskoolresten ook glasachtige bolletjes van gesmolten koolstof aangetroffen. Daarom moet er een temperatuur geheerst hebben van vierduizend (4000) graden of hoger. Ook worden er nog microscopische kleine diamantjes in aangetroffen. Dit laatste betekent dat er meer aan de hand geweest moet zijn dan wat gewone aardse bosbranden. De gevolgen voor het milieu in Noord-Europa en Noord-Amerika waren niet gering. Maar dat is een ander verhaal, waar het hier om gaat zijn die uitgestrekte brandhaarden en vooral die enorme hitte. Kan het zijn dat deze branden met die onvoorstelbare hitte, op het Drents keileemplateau de veroorzakers zijn geweest van de geel-bruin-roodverkleuring van enorme hoeveelheden vuursteen, die aan of dicht onder de oppervlakte lagen? ** Het spreekt vanzelf dat de artefacten die hiertussen aanwezig waren, voor een deel ook deze verkleuring ondergingen. Opvallend is dat veel van de door de wetenschap geclaimde echte Midden Paleolithen uit dit gebied nu juist die verkleuringen hebben, o.a. de vuistbijlen van Anderen, Wijnjeterp en Leemdijk DRIFTARTEFACTEN                     (hieronder ) De vuistbijl van Wijnjeterp (Hein van der Vliet in 1939). Geel en roodverkleurd. Mogelijk ontstaan door inwerking van vuur en of hitte tijdens de bosbranden in de Allerödtijd tussen 13.350 – 12.700 BC. Deze vuistbijl was de eerste van Noord-Nederland. Het is een losse vondst. Hij moet gerekend worden tot het verspoelde- of drift-Markkleebergien van 180.000 BP.

(hierboven) 
De vuistbijl van Anderen. Geel en roodverkleuring. Mogelijk ontstaan door inwerking van vuur en of hitte tijdens de bosbranden in de Allerödtijd tussen 13.350 – 12.700 BC. Om de driehoekvorm is hij ingedeeld bij het Moustérien van 50.000 BP. Het Moustérien komt echter niet zo ver noordelijk in Europa voor (zie Marie Soressi). Dit type artefact komt echter ook voor binnen de oudere cultuur van het Midden Acheul van het Markkleebergien. In de delta van Nederland komt gelijktijdig met het zuidelijke Moustérien het Micoquin voor. Die cultuur heeft in zijn laatste fase zijn verspreiding in Centraal Europa boven de Alpen. De vuistbijl van Anderen is een losse vondst en moet gerekend worden tot het verspoelde- of drift-Markkleebergien van 180.000 BP.

Stenen en artefacten die dieper onder de oppervlakte goed verpakt zaten in het dekzand en/of de keileem en keizanden van de Saale-ijstijd waren daardoor mogelijk ontsnapt aan deze kortstondige hitte. Voor het Midden Paleo zijn dat in het noorden van ons land de vondsten van bv Hoogersmilde, Hijken, Eemster en Schuilenburg. **Uitgevoerde proeven binnen de APAN met verschillende vuursteensoorten hebben aangetoond dat gele en bruine soorten bruin- en  roodverkleuren Meer info over de komeettheorie is o.a. te vinden op Youtube in de videoserie Comet Catastrofe 12.900 BP (= 10.900 BC) Het gaat in de serie om een door Amerikaanse wetenschappers gehouden persvoorlichting over het plotselinge uitsterven van grote pleistocene zoogdieren als mammoet en wolharige neushoorn zo rond 12.900 BP en over het gelijktijdig vedwijnen van de Cloviscultuur in Nrd. Amerika. Deze cultuurfase is afgedekt door een opvallend afgezet donker laagje in de bodem en komt erboven niet meer voor. De Amerikaanse wetenschappers noemen eenzelfde laagje in Europa, o.a. in België.(Lommel / Maatheide)  Dit is wat wij de ‘laag van Usselo’ noemen. De laag van Usselo wordt al jarenlang door de senior-geoloog Han Kloosterman onderzocht. Zijn bevindingen zijn gelijk aan die van de Amerikanen, de ‘Comet Catastrofe’ was ook de veroorzaker van deze laag. Hij beschouwt dit onderzoek als het belangrijkste dat hij ooit op geologisch gebied heeft verricht. Meer info over de komeettheorie is o.a. te vinden op Youtube in de videoserie Comet Catastrofe 12.900 BP (= 10.900 BC) Het gaat in de serie om een door Amerikaanse wetenschappers gehouden persvoorlichting over het plotselinge uitsterven van grote pleistocene zoogdieren als mammoet en wolharige neushoorn zo rond 12.900 BP en over het gelijktijdig vedwijnen van de Cloviscultuur in Nrd. Amerika. Deze cultuurfase is afgedekt door een opvallend afgezet donker laagje in de bodem en komt erboven niet meer voor. De Amerikaanse wetenschappers noemen eenzelfde laagje in Europa, o.a. in België. Dit is wat wij de ‘laag van Usselo’ noemen. De laag van Usselo wordt al jarenlang door de senior-geoloog Han Kloosterman onderzocht. Zijn bevindingen zijn gelijk aan die van de Amerikanen, de ‘Comet Catastrofe’ was ook de veroorzaker van deze laag. Hij beschouwt dit onderzoek als het belangrijkste dat hij ooit op geologisch gebied heeft verricht. http://www.destentor.nl/regio/ommen/spitten-in-varsen-naar-wereldprimeur-1.2761009 OPMERKING In mammoetslagtanden uit die periode zijn brandgaatjes en inslagbeschadigingen aangetroffen. Werden die veroorzaakt door de hete glasachtige bolletjes van gesmolten koolstof, of misschien door hete miniscule diamantjes? Beide komen voor in de laag boven de Cloviscultuurfase en in de laag van Usselo. Is het mogelijk dat de beroemde ‘putjes’ in windlak oppervakken van vuurstenen ook hierdoor zijn ontstaan? (KG) OPMERKING In mammoetslagtanden uit die periode zijn brandgaatjes en inslagbeschadigingen aangetroffen. Werden die veroorzaakt door de hete glasachtige bolletjes van gesmolten koolstof, of misschien door hete miniscule diamantjes? Beide komen voor in de laag boven de Cloviscultuurfase en in de laag van Usselo. Is het mogelijk dat de beroemde ‘putjes’ in windlak oppervakken van vuurstenen ook hierdoor zijn ontstaan? (KG)

Nederlands onderzoek

Exact dat deed een Nederlands onderzoeksteam van de universiteiten van Utrecht, Leiden en Groningen. Zij keken niet naar Noord-Amerika, Chili of België, maar naar de Nederlandse bodem. De Usselo bodemlaag bij Geldrop-Aalsterhut is precies de laag rondom het begin van de Jonge Dryas. Daarin zouden dus deze diamantjes kunnen zitten. Hoofdauteur en promovenda Annelies van Hoesel van de Universiteit Utrecht: “Met behulp van elektronenmicroscopie heb ik uiteindelijk enkele mogelijke nanodiamanten gevonden. Deze zijn echter van het gewone type, die je ook in je trouwring vindt, en dus niet karakteristiek bewijs voor een meteorietinslag.” Geen lonsdaleite dus. Bovendien blijken de gevonden nanodiamantjes twee eeuwen te jong te zijn; en dat geld ook voor de gevonden houtskool. Wederom geen bewijs voor de inslagtheorie dus.

Glass_with_diamonds

De ‘glasachtige koolstof’ waarin de Nederlandse diamanten gevonden zijn. Annelies van Hoesel

Onder vuur

Ook al eerder lag de inslagtheorie onder vuur. Mark Boslough van Sandia National Laboratories (New Mexico, VS) stelde in 2010 al dat de inslagtheorie natuurkundig en statistisch onmogelijk is. In 2009 kon een onderzoeksteam de geclaimde aanwijzingen niet terugvinden op oorspronkelijke locaties. “Met de huidige stand van het onderzoek acht ik het nu zeer onwaarschijnlijk dat er een meteorietinslag heeft plaatsgevonden die groot genoeg was om invloed te hebben op het klimaat en het uitsterven van de megafauna”, concludeert Van Hoesel.

Zie ook:

Meer over de inslagtheorie en de Clovis-cultuur op Wetenschap24:

en verder
http://nl.wikipedia.org/wiki/Aller%C3%B8d-interstadiaal http://en.wikipedia.org/wiki/Aller%C3%B8d_oscillation (Han Kloosterman ) http://www.bloggen.be/erfgoedlommel/archief.php? Op de foto ziet u van links naar rechts :  proffen archeologie, Marc De Bie en Douglas J. Kennett, de cineast Douglas Hamilton en Han Kloosterman. http://cosmictusk.com/ussello_horizon_jacqueline_gill_kloostermann_younger_dryas_boundary_impact/ http://www.falw.vu/~voom/dryas-NWT.pdf http://www.grenswetenschap.be/permalink.asp?grens=1609 UPDATES  =  2013  http://www.uc.edu/news/nr.aspx?id=17831 Research published in the Proceedings of the National Academy of Sciences finds evidence of a major cosmic event near the end of the Ice Age. The ensuing climate change forced many species to adapt or die. Carbon-spherule-image An environmental scanning electron microscope image of a carbon spherule from Sheriden Cave Lonsdaleite-hexagonal-diamond
An image of the X-ray diffraction pattern of lonsdaleite, or hexagonal diamond, from Sheriden Cave

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

9 Responses to uitstervingen

  1. Pingback: broeikasgassen / Notes B « Tsjok's blog

  2. Han Kloosterman zegt:

    Mijnheer Tsjok, het Nl/Be gedeelte heeft u wel wat erg oppervlakkig onderzocht.
    Annelies van Hoesel behoort nog tot de uniformitaristen die de Laag van Usselo een bodem noemen, wat het niet is.
    Het is triest om te lezen dat dat groepje onderzoekers a/d U.v.Utrecht niet in staat is om een sedimentlaag te onderscheiden v/e bodem.

    Han Kloosterman

  3. tsjok45 zegt:

    aan de heer
    Han KLOOSTERMAN

    Bedankt voor uw mijn nieuwsgierigheid wekkende reactie ….

    Maar vooraleer ik wat intensiever wat achtergronden ga lezen en vooral wat dieper begin te gaan graven naar de achtergronden van uw reactie ( aangaande de opmerkingen van die “geologen uit Utrecht ” over het Uvello laagje) …,moet ik toch eerst vragen uw aantijging ( bijvoorbeeld dat die nederlandse onderzoekers het “verschil ” niet kennen tussen dodem en sedimentlaag —en wél omdat de vermelde mensen “uniformitarist ” zijn ? ) wat nader te preciseren / te verhelderen, zonder daarbij persé gebruik te maken van een ” oubollige en op het verkeerde been zettende term( =uniformatiste(n) ” die nog slechts bij .creationisten in zwang is ….en hier(ook door u ) gebruikt als een soort stigma ( althans zo kwam het over ) ….als enige aangedragen argument ? ..

    “One liners ” zijn zeker niet mijn ding en gaan (indien ze niet worden toegelicht ) in de papiermand ….Meer Informatie- zoektochten “ondernemen ” en literatuur onderzoek doen zijn wel belangrijk , maar erg tijdrovend en ik ga me niet bezig houden met hopeloze tijdsverspillingen , wanneer u zelf toch al weet (mag ik veronderstellen ?) hoe de vork nu aan de steel zit …

    Maar goed :
    vooralsnog bezit u (na wat gezoek van mijnentwege op internet ) ___en tot mijn grote genoegen _____toch heelwat krediet , grote verdiensten en onbekend bent u ook al niet ( een artikel in PNAS , toch ? )

    Ik wil wel uit de doeken doen waar mijn eerste achterdocht vandaan komt …..
    http://www.universalis.fr/encyclopedie/uniformitarisme/3-la-methode-uniformitariste/
    Schrijft :
    …..« uniformitarisme » est totalement anachronique. Il ne peut désigner qu’une étape importante de la philosophie des sciences dans le débat entre les scientifiques sérieux et les irrationalistes. ……
    (ik heb vrij vertaald : )
    ….. De term “uniformitarisme “is kompleet anachronistisch …Het duidt nog slecht een belangrijke stap aan binnen de gechiedenis van de wetenschaps-filosofie .De term wordt alleen nog gebruikt binnen het debat tussen serieuse wetenschappers en irrationalsten….

    °Met andere woorden : het gebruik ,van het woordje “uniformitarist(en )” is (voor mij ) een verklikkertje —; een gidswoordje , dat meestal de “creationist” ( en soms een morosoof ) verraad ….

    LET WEL ; Ik zeg echter NIET dat u zo iemand bent

    Ik hoop dus dat mijn achterdochtig vermoeden niet waar is , en dat u eventueel ook nog wat nadere preciseringen kunt leveren ( naast de vele verhelderende teksten die al op het internet bereikbaar zijn ) en die uw hier nogal bondige opmerking wat duidelijker kunnen maken ….

    °

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Aller%C3%B8d-interstadiaal
    http://en.wikipedia.org/wiki/Aller%C3%B8d_oscillation

    Een paar tekstjes van uzelf ?
    http://cosmictusk.com/ussello_horizon_jacqueline_gill_kloostermann_younger_dryas_boundary_impact/

    http://www.falw.vu/~voom/dryas-NWT.pdf

    http://www.grenswetenschap.be/permalink.asp?grens=1609

    Groet

    °

    PS

    U bent =
    -http://www.velikovsky.info/Johan_B._Kloosterman(=alias “Han kloosterman” ) ?
    en u bent ” catastrofist ” – geoloog ?

    http://members.upc.nl/j.athmer/
    CATASTROPHIST GEOLOGY (21-02-2003)
    1931 Johan Bert Kloosterman, names variant Han
    Kloosterman, geologist
    De Boekenboom, Spuistraat 230
    1012 VV Amsterdam
    HOLLAND

    Catastrophist Geology 1975
    Contents Catastrophist Geology 1976-1978
    CATASTROPHIST GEOLOGY 2000
    The Fire Planet

    1999
    Early in 1999 I returned to Holland and to geology, working on the Usselo horizon, a charcoal layer of Alleroed age (13.000 years BP), and the catastrophe(s) that caused the end of the last Ice Age.

    – The Usselo horizon, a worldwide charcoal layer of Alleroed age. Symp. New Scenarios of Solar System Evolution, Univ. of Bergamo, Italy. 1999.
    2000
    – De laag van Usselo, de Wereldbrand en de Verdwijntruc. BRES 201: 63-74. 2000.

    Video ;
    http://spacecollective.org/nagash/6113/Han-Kloosterman-the-Dutch-Catastrophist-

    °
    Verder plaats ik hier nog wat achtergronden : over het uniformitarisme wat een historisch basisbegrip is , in de wetenschapsgeschiedenis en de moderne natuurwetenschap van de geologie mogelijk maakte ….

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Uniformitarianisme
    http://en.wikipedia.org/wiki/Uniformitarianism

    °
    Vooral YEC -creationisten ( in het bijzonder de aanhangers van zondvloed-geologie ) bestrijden ” uniformatisten ”
    dus ja ook iets van de creationisten :

    (vertaald in het Nederlands )CREATIONISTEN over Paleosolen:
    http://www.scheppingofevolutie.nl/index.php?
    url=art_paleosolen.htm

    • Han Kloosterman zegt:

      Heer Tsjok, een bodem bestaat gewoonlijk uit verschillende lagen, in de bodemkunde aangeduid met hoofdletters, A-B-C. Die gaan geleidelijk in elkaar over. De Usselo Laag evenwel bestaat uit slechts 1 duidelijke laag met meestal een duidelijk onder- en bovenoppervlak.
      Op plaatsen waar het zand eronder gebleekt is, kan dat aangezien worden voor een B-laag, door mensen die dat graag willen – maar ze hebben het mis.
      Het blijkt dat de laag duidelijk te onderscheiden is van het zand eronder en erboven, met granulometrische analyse.

      -Dat uniformitarisme oubollig is begrijp ik niet. U vertaalt uniformitarisme uit het Frans met “de term uniformitarisme”. wat de betekenis totaal verandert. En ja, ik gebruik het in denigrerende zin, zeg maar als scheldwoord. Het is zo stupide als’t maar kan.

      Als U me ervan verdenkt een christelijke fundamentalist te zijn, dan heeft U het lelijk mis. Ik ben zeer anticlericaal, en antipapist. Ik gruw ervan. Ik ben, vooral sinds de jaren 1970, sterk geinteresseerd in allerlei alternatieve ideeen, en verbeeld me een goede kritiek te hebben.
      In het jongste decennium is dat vooral geweest de Entanglement, op subatomisch
      niveau bewezen door Alain Aspect in de jaren 1980, en nu ook op MACROscopisch niveau.
      Dat slaat het hele voetstuk waarop de positivisten zichzelf plaatsten en plaatsen aan gruzelementen, en zou parapychologie toegang moeten verschaffen tot Nature en Science – als die mensen daar een beetje eerlijk waren.

      En nu . . . ja hoor, ik ben diluvialist, global-flooder, volgeling van fysici Peter Warlow (Londen) en Stig Flodmark (Stockholm). Warlow was Velikovskiaan, Flodmark. niet. Ik ook niet, maar wat had die man een lef! En omstreeks 1750 had Nicolas-Antoine Boul(l)ager het al gesnapt.

      Komt U ooit in Amsterdam? Laat het me vantevoren weten.

      Groeten,

      Han

      PS. goede wensen voor 2014.

      • tsjok45 zegt:

        Beste Han ,
        °Hartelijk dank voor de preciseringen

        ° inderdaad ,onzorgvuldige lezing (met inbegrip van een zoektocht naar een (vertaalde) quote uit context ) van een franstalig artikel , is eigenlijk uit den boze …een andere lezing ,
        http://nl.wikipedia.org/wiki/Uniformitarianisme …lijkt beter ?

        °Maar goed je gebruikt dus “uniformitarianisme “( is “uniformitarism” een verschrijving of een ander begrip ? ) als denigrerend woordje (in dit bijzondere geval waar de utrechtse geologen iets “uniformitarianistisch ” verklaren vanuit hun uniformitarianistische “trechter”visie ? ) …OK , maar wat is dan de andere verklaring ?

        ° De discussies ( in het historische verleden ) tussen “uniformitarianisme” (Leyell) en catastrofisten ” is datgene wat ik als anachronistisch ,meende te kunnen wegzetten ….Tegenwoordig gebruikt men de term “actualisme ” ( van J.Hutton ? ) omdat dit minder verwarring zaaiend zou zijn

        °
        Natuurlijk is het zo dat in de loop van de geologische geschiedenis (en de antecedenten van een geologisch verschijnsel -studie object )wel degelijk eenmalige en contingente(term van J. Gould) gebeurtenissen kunnen hebben plaatsgevonden ( met als zeer belangrijk voorbeeld het verschijnen van levende dingen ) …….. Maar je mag het actualistische punt ( dat “geologische processen uniform zijn door de tijd heen”) niet gaan gebruiken om “andere (natuurwetenschappelijk (verantwoorde/geldig volgens de wetenschappelijke methode ) onderbouwde ) verklaringen (anders dan eigen voorgestelde verklaringen )”meteen te verwerpen : is dat iets wat die Utrechtse mensen dan deden ?
        En is de ontkrachting van hun beweringen te herleiden tot ….dat ze “geen sedimentlaag(een diluvium laag ? of nog iets anders )van een bodem kunnen onderscheiden ” of ook nog (wat minder denigrerend en meer to the point ) ” een bodem bestaat gewoonlijk uit verschillende lagen, in de bodemkunde aangeduid met hoofdletters, A-B-C. Die gaan geleidelijk in elkaar over. De Usselo Laag evenwel bestaat uit slechts 1 duidelijke laag met meestal een duidelijk onder- en bovenoppervlak.
        Op plaatsen waar het zand eronder gebleekt is, kan dat aangezien worden voor een B-laag, door mensen die dat graag willen – maar ze hebben het mis. ” en waarvan ik wel degelijk akte heb genomen en wat ik als een goede bijdrage aan het ge-puzzel beschouw

        Maar eventjes terzijde en “off topic ”

        ALLERLEI ALTERNATIEVE IDEEEN ( ALS VERDERE INSPIRATIEBRON ? )

        1.- Subatomair entanglement : = http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwantumverstrengeling ?
        Quantummachanica en dergelijke gaat me finaal boven het petje …ik ben niet de enige …ik durf er dan ook geen verdere conclusies uit trekken en die dan generaliserend toepassen op kennistheoretisch gebied

        —;(de wetenschapsfilosofische termen ) positivisten en positivisme zijn allang door Popper behandeld … Maar ongenuanceerd postmodernisme en zeker “everything goes “(Feyerabend ) is(volgens mij) ook uit den boze ….beter is te stellen dat (natuur)wetenchappelijke verklaringen slechts tijdelijk geldig zijn voorzolang ze nog niet zijn onderuit gehaald en/of vervangbaar blijken door een betere natuurwetenschaqppelijke verklaring die uiteraard ook falsifeerbaar blijft ….

        —-Nicolas-Antoine Boul(l)ager ? = je bedoelde misschien Nicolas-Antoine Boulanger
        http://en.wikipedia.org/wiki/Nicolas_Antoine_Boulanger
        http://fr.wikipedia.org/wiki/Nicolas_Antoine_Boulanger

        Verder nog …
        –;Dat je “diluvialist” ( afgeleid van diluvium ? ) bent geloof ik graag : diluvium is immer de geologische term voor afzetting als gevolg van o.a. grote overstromingenen/of smeltende ijskappen …… http://en.wikipedia.org/wiki/Diluvium
        –;Meer moeite heb ik met “global flood ” ( tenzij je schommelingen in de globale gemiddelde zeespiegel bedoelde tengevolge van klimaatveranderingen ? )

        — ; Velikovsky ? dit zegt (voor mij althans ) genoeg
        http://nederlands.skepdic.com/dict_velikovsky.htm …maar gelukkig ben je daar geen volgeling van

        — Parapsychologie is (volgens mij) ook pseudoweten schap gebleken ….
        http://nederlands.skepdic.com/dict_parapsych.htm

        Groet
        en Ik wens U eveneens heel hartelijk het beste voor 2014

        PS
        U schreef ook :
        ” Komt U ooit in Amsterdam? Laat het me vantevoren weten. ”

        Zou ik zeker doen als het kon …. maar heilaas ben ik zeer slecht te been en zit dat er daarom niet direkt in … bovendien beschik ik niet meer over de nodige fysieke eigenschappen en het uithoudingsvermogen om nog verder dan een paar kilometers te reizen ( zelfs met mijn normale medicatie en de beperkingen opgelegd door de noodzakelijke hulp-apparatuur is mijn actieradius sterk ingekrompen ) …
        Maar toch bedankt voor de vriendelijke attentie ….

  4. Han Kloosterman zegt:

    Hallo Tsjok, van kneusje tot kneusje: .ook ik ben zeer slecht ter been.

    Uniformitarisme is (mijn) Nls voor Eng. uniformitarianism, dat al meer dan lang genoeg is. In Duitsland werd/wordt meer Aktualismus gebruikt, en ook in Frankrijk, actualisme.

    De European Sandbelt ligt sikkelvormig om Scandinavia heen, van Engeland naar N.Rusland, en is een aeolisch sediment: afgezet door de wind. De Laag van Usselo is onderdeel daarvan.

    Ik heb het helemaal niet over zeespiegelschommelingen, maar over plotselinge Wereldvloed(en), zoals begrepen door Boulanger, Warlow en Flodmark, teweeggebracht door de N-S instabiliteit van planeet Aarde.

    Als je Velikovsky aanvalt voel ik, geen Velikovskiaan, de neiging hem te verdedigen. Zeker als je de Skeptics erbij haalt, de Inquisitie v/h positivisme. Die zijn anti-empirisch, goed geconditioneerde ja-broers die geen onderzoek doen omdat ze al de antwoorden al kennen.

    Parapsychologie pseudoscience??? Dat is nieuw!. Heb je werkelijk nooit een telepathische ervaring gehad? Moeilijk voorstelbaar.

    Gr.,

    Han

    • tsjok45 zegt:

      Hallo Han ,

      Ooit telepathische ervaring gehad ? :
      hangt er natuurlijk vanaf wat je een telepathische ervaring noemt ….

      1.- Het vooraf raden van wat iemand “ongeveer ” gaat zeggen is geen telepathie –> dat heb ik regelmatig in gesprekken (althans met mensen met ongeveer dezelfde culturele achtergrond als ikzelf ), maar dat heb ik nog nooit gehad met een Portugees of een Spanjaard (alhoiewel ik heb slechts zeer oppervlakkige noties van die talen en ik spreek die gasten sporadisch )
      ….Een paar dagen geleden wenste een Turkse gentenaar me een ” zalige kerstboom” … dat is iets wat ik niet kon voorzien of raden ; ik had met die mens dus ook geen telepathisch contact of zo , gehad ?
      2.- Vooraf raden wanneer mijn echtgenote vandaag terug thuis gaat komen van haar jaarlijkse koorstige koopjesdag is ook al geen telepathie , maar een voorspelling met hoge waarschijnlijkheid ,op grond van wat elk jaar weer gebeurde en enige kennis van haar fysieke uithoudingsvermogens ….etc ….
      3.- en een iemand die hier de juiste volgorden van uitgelegde kaarten door iemand in New york , raad ?
      …Dat is toch veel te anecdotisch en oncontroleerbaar ( indien al niet stoelend op “broodje-aap” verhaaltjes van iemand die graag kredietwaardig wil worden/of blijven om een of andere meer persoonlijke reden : alhoewel ik geen complot-denker of zo ben ….zijn er toch nog allerlei “psychologisch ” ( en mercantiele ) mogelijkheden zat )
      De Honden van Ruppert Sheldrake misschien ?

      4.- Iemand die o.a. ESP als mogelijkheid oppert heeft de bewijslast …niet omgekeerd ….
      5.-Beter nog ; Kan jij me eens een telepatische boodschap sturen morgen tussen 16 en 18 u …. ….ik zal dan aan het st pietersstation in Gent vertoeven …en zend me maar een boodschap over iets wat ik beslist niet vooraf kon weten … Maar goed misschien heb jij geen telepatische zendvermogens …Ik ook niet voor zover ik weet ….maar doe toch maar eens je best ; want baat het niet , het schaadt ook niet

      Maar goed , ondertussen wel weer wat info verkregen over die Ucello laag en het grotere geheel van de aeolische zandafzettingen waarvan het een deel zou uitmaken … waarvoor ook mijn dank

      gr .

  5. Pingback: INHOUD G | Tsjok's blog

  6. Pingback: VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE C | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: