EVOLUTIESNELHEDEN


 

 

°
Evolutiesnelheid is niet voor elke soort hetzelfde.
°
1.-Wanneer een soort  goed is aangepast aan zijn milieu, dan hebben verdere mutaties( bij gelijkbliojvend millieu ) weinig nut en zal zijn (op het eerste zicht  zichtbare ) evolutie vrijwel tot stilstand komen.*—>  stasis   > STASIS en PE <–
*  Nieuwe  mutaties verhogen dus in dit geval de fitness van de afstamminglijn niet echt ….
Maar  “neutrale” mutaties’ (dwz geen schade  berokkenende  mutaties  in dit  stabiele millieu  ) zullen natuurlijk wel nog steeds plaats grijpen  …  die zijn immers alleen  afkomstig van mutagene  agens en staan niet onder selectie
°
2.- Indien echter een aantal individuen van die soort op een of andere manier in een ander milieu terechtkomt, wat in het verleden zo vaak is voorgekomen, dan zullen deze zich opnieuw moeten aanpassen. ….
Voor deze groep zijn adaptatieve  mutaties wel zinvol en zal er een snelle evolutie plaatsvinden.
Ze verhogen de fitness in het nieuwe millieu
maar dit  sluit natuurlijk niet uit  dat ook neutrale  mutaties    nog steeds plaats (kunnen ) grijpen
*
Adaptatieve veranderingen in een soort zijn het gevolg van veranderingen in het milieu.
*
Deze  adaptatieve veranderingen  zijn ook  naspeurbaar in hun weerslag en  conservatie  op  sequenties in het genoom
* 
maar ook de neutrale mutaties zijn naspeurbaar , ( in het junk  DNA bijvoorbeeld ,  of in bepaalde gen expressies  en gen produkten  )
 *
maw :  
neutrale  mutaties die plaats vinden in  bijvoorbeeld het junk DNA  zijn een “moleculaire klok “ die niet afhankelijk is van de adaptatieve   voordeel – mutaties als gevolg van  selectiedruk afkomstig uit  diverse millieuveranderingen
 °
Een “andere  klok”  zijn de  mutaties in het genetische materiaal van de endosymbionten zoals bijvoorbeeld  mitochondrieen …
°
Marx ;
….als je het gehele DNAgenomen   )  van verschillende soorten vergelijkt, zijn de moleculaire veranderingen en verschillen  grotendeels (>90%) in junk DNA gelokaliseerd  ofselectief zo goed als neutraal .
_
In dit voorbeeld ( zie ook de kommentaren op  creationist–> Hobrink  ) gaat het om de DNA-sequentie van
een eiwit dat  bij de huidige amfibieen en zoogdieren    nog dezelfde functie heeft en geen structurele veranderingen heeft ondergaan(sinds de  radiatie plaats had  in de laatste common ancestor  van beiden )   ten gevolge van selectiedruk, die stabiliserend heeft gewerkt op de functie van het eiwit.
Hoewel de selectie wel stabiliserend werkte op de functie van het eiwit, deed het dat niet op de DNA-sequentie van het eiwit, omdat er allerlei veranderingen mogelijk zijn die geen verlies van functie ten gevolg hebben.
De DNA-veranderingen hierin correleren dus niet met de uiterlijke veranderingen van het dier, omdat deze veranderingen geen invloed hebben op welke min of meer neutrale mutaties er in cytochroom C plaatsvinden.
De hoeveelheid van dergelijke neutrale mutaties dat voorkomt, wordt vrijwel geheel bepaald door de tijd die het dier in kwestie ondergaat, waarin mutaties plaats kunnen vinden die niet worden weggeselecteerd, omdat ze ondanks de stabiliserende selectie kunnen blijven voortbestaan dankzij hun neutraliteit
 °
Harvard University (2007, October 4). Beyond A ‘Speed Limit’ On Mutations, Species Risk ExtinctionScienceDaily. Retrieved January 4, 2010
Adapted from materials provided by Harvard University, via EurekAlert!, a service of AAAS.
 °
Evolutie gaat sneller dan gedacht
Een team Duitse en Amerikaanse wetenschappers heeft ontdekt dat genetische mutatie – het proces dat aan de basis ligt van evolutie – veel sneller gebeurt dan tot nu toe werd gedacht.1 per 143 miljoen
Het team bestudeerde de mutatie van genomen bij een bepaalde plant, de zandraket

Ze ontdekten dat het genoom, dus alle genen, van de plant gemiddeld één keer om de 143 miljoen generaties muteren.

“Terwijl de effecten op lange termijn van genoommutatie vrij goed gekend zijn, wisten we helemaal nog niet hoe vaak nieuwe mutaties voorkomen”, aldus projectleider Detlef Weigel van het Max Planck Institute.

Relatief kort
De ontdekking toont aan dat er voor vele plantensoorten, waarvan individuele planten duizenden zaden produceren per generatie, een volledige genoommutatie kan gebeuren binnen een relatief korte tijdspanne.

 “Evolutie openbaart zich na duizenden en niet na miljoenen jaren”, aldus Weigel.Dat tempo van genetische verandering verklaart hoe soorten zich zo snel kunnen aanpassen aan veranderende omstandighedenDe studie geeft het voorbeeld van zaden die al na een paar generaties resistent worden tegen bepaalde pesticiden.
(belga/edp)
01/01/10
Max-Planck-Gesellschaft (2010, January 3). Evolution caught in the act: Scientists measure how quickly genomes change. ScienceDaily. Retrieved January 4, 2010, from
Stephan Ossowski, Korbinian Schneeberger, José Ingnacio Lucas-Lledó, Norman Warthmann, Richard M. Clark, Ruth G. Shaw, Detlef Weigel and Michael Lynch. The Rate and Molecular Spectrum of Spontaneous Mutations in Arabidopsis thalianaScience, 2010; 327 (5961): 92 DOI: 10.1126/science.1180677
°

Hagedis in Florida evolueert in krap vijftien jaar tijd

roodkeelanolis

De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Andrea Westmoreland (viaWikimedia Commons).

°

Evolutie: een traag proces? Niet in Florida! Daar zijn hagedissen in reactie op de komst van een indringer in krap vijftien jaar tijd (oftewel twintig generaties) geëvolueerd. Hun tenen zijn nu groter, waardoor ze hoger kunnen klimmen.

De roodkeelanolis komt van oorsprong in het zuidoosten van de VS voor. Maar in de jaren vijftig kreeg de hagedis concurrentie. De Sagra s anolis – die van oorsprong op Cuba en de Bahama’s voorkomt – dook op in Florida. Waarschijnlijk was de hagedis samen met landbouwproducten vanuit Cuba naar de VS komen zetten. En daar beviel het de Sagra’s anolis wel: in rap tempo verspreidden de hagedissen zich over het zuidoostelijke deel van de VS.

Verandering
Wetenschappers hebben nu ontdekt dat de roodkeelanolis in korte tijd – waarschijnlijk in reactie op de komst van Sagra’s anolis – sterk veranderd is. Binnen enkele maanden na de komst van de Cubaanse hagedissen verhuisden de hagedissen die van oorsprong in het zuidoosten van de VS voorkwamen naar een hoger leefgebied: ze klommen hoger in bomen. En in een periode van vijftien jaar (twintig generaties) werden hun tenen groter. Grotere tenen betekent dat de hagedissen meer grip hebben en dus beter in staat zijn om te klimmen.

Heel snel
“We hadden wel voorspeld dat we een verandering zouden zien,” vertelt onderzoeker Yoel Stuart. “Maar de mate en snelheid waarmee ze evolueren is verrassend. Om het in het juiste perspectief te plaatsen: als de lengte van mensen zo snel veranderde als de tenen van deze hagedissen, dan zou de lengte van de gemiddelde Amerikaan van 1.75 meter in twintig generaties tijd toenemen tot 1.93 meter. Hoewel mensen langer leven dan hagedissen, zou dit in evolutionaire termen een heel snelle verandering zijn.”

De onderzoekers gaan ervan uit dat de verandering die ze bij de roodkeelanolis zien, het gevolg is van de competitie met Sagra’s anolis die in hetzelfde gebied leeft en op hetzelfde voedsel jaagt. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat de volwassen roodkeelanolissen en Sagra’s anolissen de jongen van de andere soort eten.

“Dus misschien is het wel zo dat je wanneer je een jonge hagedis bent snel hoger in de bomen moet klimmen om te voorkomen dat je wordt opgegeten. Misschien gaat dat beter als je grotere tenen hebt.

°

Oorspronkelijk onderzoek:

Campbell et al, 2014, Rapid evolution of a native species following invasion by a congener

http://www.sciencemag.org/content/346/6208/463.abstract

In recent years, biologists have increasingly recognized that evolutionary change can occur rapidly when natural selection is strong; thus, real-time studies of evolution can be used to test classic evolutionary hypotheses directly. One such hypothesis is that negative interactions between closely related species can drive phenotypic divergence. Such divergence is thought to be ubiquitous, though well-documented cases are surprisingly rare. On small islands in Florida, we found that the lizard Anolis carolinensis moved to higher perches following invasion by Anolis sagrei and, in response, adaptively evolved larger toepads after only 20 generations. These results illustrate that interspecific interactions between closely related species can drive evolutionary change on observable time scales.

Editor’s summary

Making adjustments for a new neighborhood

Competition between species drives the acquisition of diversity. Stuart et al. introduced a non-native anole lizard to natural experimental islands.

In response, the original inhabitants adopted higher perches in the trees, where the larger invader was at a disadvantage. Within about 3 years—or 20 generations—the shift led to inherited morphological changes in the native lizards, including their growing larger toepads.

 

°

Florida lizards evolve rapidly, within 15 years and 20 generations

Date:October 23, 2014
 Source:University of Texas at Austin
Summary:
Scientists working on islands in Florida have documented the rapid evolution of a native lizard species — in as little as 15 years — as a result of pressure from an invading lizard species, introduced from Cuba.

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141023142306.htm

The left hind foot of the green anole after evolution. Toe pad measurements were taken on the expanded scales at the end of the longest toe.
Credit: Yoel Stuart/U. of Texas at Austin
zie ook : 
 °
(INTERMEZZO) ___________________________________________________________________
“WAAROM  ZIE JE EVOLUTIE  NIET GEBEUREN VOOR JE OGEN ?  “
(1)  Zeggen dat levende dingen” niet evolueren op basis van wat je kunt waarnemen tijdens je leven ”  is hetzelfde als zeggen dat je jouw nagels niet kon zien groeien na het gedurende vijf minuten eens te hebben bekeken .”
(2) Alle soorten zijn constant aan het evolueren : de ene soort wat langzamer dan de andere. De mate van “verandering “hangt af van verschillende factoren, waaronder
  • *l.- De levensduur en de generatietijd van de species in kwestie .
  • *2).- De (wisselende ) selectie druk (afhankelijk van de omgeving)
  • *3).- De snelheid en de mate van seksuele selectie binnen de seksuele soort
  • * Ook (mogelijks ) op de mutatie snelheid                                                                                           °( Noot = Mutatie = erfelijk overdraagbare veranderingen ) ,
    : maar of die snelheid wel degelijk kan verschillen van soort tot soort ?( of specifiek erfelijk anders is vastgelegd per soort ?)                                                                                                             —>                                                                                                                                                                 Of zijn mutaties alleen maar afhankelijk van toeval ?                                                                   -°° (Noot ….Uiteraard zijn er verschillende vormen van mutaties (bijvoorbeeld dupliceerfouten en bovendien ook met inbegrip van nogal ingrijpende mutaties onstaan door mutagenen uit de omgeving( radioactieiteit , chemo-fysische mutagenen ) of zelfs van kosmische oorsprong (Bijvoorbeeld UV ))
  • Bacteriën evolueren vaak erg snel omdat beide factoren 1 en 2 erg sterk aanwezig zijn : Ze hebben een korte levensduur, snellevoortplanting / snelle generatie wissel / snelle en massale aangroei van hun populaties en staan onder sterke druk van voortdurend veranderende omgevingen. Bovendien kunnen veel ingrijpende mutaties gemakkelijker en langer aanwezig blijven in die populaties ( vooral meercelligen bezwijkend met hun hogere graad van organisatie veel sneller aan dergelijke mutaties : kanker is bijvoorbeeld meestal lethaal voor meercelligen organismen // bij bacterieen zijn dat alleen maar nieuwe genotypes (die eventueel kunnen gedijen in een andere ecologische omgeving en/of zelfstandig eigen kolonies gaan stichten ) Bovendien kennen ook bacterieen uitwisseling van genen ( en zelfs HGT ) met andere micro-organismen

    Haaien, aan de andere kant, evolueren heel langzaam, omdat ze een relatief lange levensduur bezitten en zijn bovendien uitgerust met een bijna perfecte pasvorm voor hun omgeving (omstandigheden in oceanen zijn vrij stabiel ) en (voor zover ik weet) hebben ze ook niet veel seksuele selectiedruk

    —–> Mensen zitten ergens tussenin. Onze levensduur is vrij lang, maar er is een sterke seksuele selectie.                                                                                                   Bovendien hebben mensen een begin gemaakt met het toenemend beheersen van de omgeving                                                                                                                                ( alhoewel de laatste tijd antropogene klimaatverandering ,beheer van de biosfeer en behoud van biodiversiteit (nog)niet zo best willen lukken )                                                                                                                                   en                                                                                                                                 artificieele selectie                                                                                                                   ( met misschien in de toekomst een genetisch “maakbare ” mens vooraf aangepast aan de nieuwe (onvermijdelijke ) veranderde omgevingen .…..

    Je kunt (in één generatie van mensen ) de evolutie van een groot aantal zeer kleine soorten “waarnemen” .—> “evolutie in actie “De verandering in subsoorten (aangepast aan bepaalde voedingswijzen ) van een aantal grotere soorten met snellere evolutiesnelheden is al herhaaldelijk historisch vastgesteld ( kroatische ruinehagedissen ) binnen één mensenleven ( = binnen het leven van de ontdekkers )
    zie bijvoorbeeld :

    http://www.amazon.com/The-Beak-Finch-Story-Evolution/dp/067973337X

     

    http://en.wikipedia.org/wiki/The_Beak_of_the_Finch

     

     

    Voor bacteriën en virussen kan het nog sneller dan dat ….dat is dan ook de hoofdreden waarom zo veel ziektekiemen resistent worden voor geneesmiddelen .

    –>Maar het gaat niet alleen om deevolutie van vermelde micro-organismen en replicatoren ....er zijn ook nog de insecticiden ,herbiciden en fungicides resistent geworden soorten van allerlei “ongedierte “en ” onkruiden “.

    (3) Het is hetzelfde als vragen: “Als het waar is dat de continenten uiteendrijven, hoe komt het dan dat ik het niet kan voelen?” of
    Als het waar is dat ik verouder , hoe komt het dan dat ik er hetzelfde uitzie als vorige week ?” (vergelijk maar eens een foto van jezelf als baby en die van jezelf vandaag )
    —–>De meest opvallende evolutie ( een proces ) gebeurt over lange periodes. ( af en toe vinden we een ” foto ” ( een oud fossiel , een bewaarde (geconserveerde )genetische eigenaardigeheid // die we kunnen vergelijken met hedendaags materiaal uit de geneste stamlijnen )

  • (4)  Gemakkelijk  rechtstreeks   merkbare evolutie werkt niet op de tijdschaal van het menselijk leven, of zelfs  niet op die van de menselijke geschiedenis.

    Het is  hetzelfde  als  (wanneer men dat dus  niet  gelooft ) een beetje  rondkijken vaop een klif en  dan  proberen om  van daaruit de continentale drift met je eigen ogen  te “zien  “.

    Bovendien  als we denken aan dinosaurussen, zijn we gewend geraakt aan timelapse -clips en grafieken die miljoenen jaren condenseren op één pagina…..Maar moesten  de (niet -aviale ) dinosaurussen hier nu, nog rond hebben gelopen   …. dan   zouden we ze evenmin sneller zien evolueren  dan onze moderne vogels en bloemen en vissen.                                                       Elke  levende (extante )soort om je heen is druk bezig met evolueren zoals ook ooit  trilobieten dat  deden ….Hun evolutie stopt definitief wanneer ze zijn uitgestorven ……                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        (uiteraard evolueren individuen niet ( die kennen een levensloop en die worden o.a.bestudeerd door de ontwikkelingsbiologie =development biologie ),opeenvolgende generaties van bevolkingsgroepen of populaties doen dat )

    —>  (Ter lering )  Er is minder(geologische ) tijd verlopen tussen de aanwezighed van de T. Rex en de mens, dan gedurende het tijdperk tussen stegosaurus en de opkomst van de T.Rex ….

    http://www.smithsonianmag.com/science-nature/on-dinosaur-time-65556840/?no-ist                                                        

    °
    Intermezzo
    __________________________________________________________________________________________________________________
    (Bijvoorbeeld,)
    Honden zijn geëvolueerd uit wolven (of wolf-achtige wezens) …..De oorspronkelijke ( grotere ) honden blijken niet zo veel verschillend ( op zijn minst morfologisch ) van de grijze wolven varianten en ecomorfen , die vanuit dergelijk stamlijn materiaal door mensen verder zijn gekweekt ( misschien zelfs verschillende keren ) en geselecteerd op allerlei (door de mens -)gewenste eigernschappen . Het gaat dus oospronkelijk om (morfologisch ) kleine verandering.
    En toch duurde het minstens 10.000 jaar voor de gedomesticeerde hond ( met al zijn varianten ) er was ! (1)

    (1)
    Ondertussen is proefondervindelijk aangetoond dat ook uit (zilver) vossen ( door artificieele selectie) tamme varianten kunnen worden
    gekweekt … die uiteindelijk ook nogal gewenste eigenschappen kunnen bezitten en zelfs de morfologie van huishonden-rassen kunnen vertonen
    ( een geval van artificieele convergente evolutie ? )                                                                                                                                                                                                                                        —–> The ancestors of the domestic dog were grey wolves, and like all wolves, lived in packs.                                                                        ——-> The sequencing of the dog genome, followed by the sequencing of the genome or parts of the genome of many dog breeds, have settled the issue that the ancestors of the domestic dog were grey wolves

  • http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/…                                                                                , and that domestication likely happened from 11 to 16000 years ago, before the advent of agriculture, and it probably happened in the Middle East, Europe, or East Asia.                                                                                                                                                                                                                                                                                      To my knowledge, the place of domestication is still hotly debated. More sequencing or genotyping, especially of fossil did our archeological findings, should eventually give us a better picture.Dogs did not exist before humans, and we subjected them to artificial selection, by breeding dogs that were not shy and were friendly to humans. Apparently, the “predisposition” to be domesticated is in the canids genome, as Belyaev proved, with his silver fox experiments                                                 http://cbsu.tc.cornell.edu/ccgr/…                                                                                       , where he selected and breed only gives foxes that as pups, approached humans and were friendly and not aggressive and with these behavioral characteristics, color coats found only in domestic dogs, as well as floppy ears in some cases, came along, probably because these physical characteristics co-segregate with friendliness and tameness.

    Current dog breeds are so different in size and shape because size in dogs is controlled by relatively few genes, the same with coat color and type of coat, and also the shape of the skull is pretty easily to manipulate through artificial selection (http://www.sciencedaily.com/rele…).

    Domestic dogs and us are a match for the ages, evolution made us both highly social species for whom living in tightly knit packs or social groups is key to survival. Among non -human animals, they are our closest companions and those that can understand us better than even or closest cousins, the chimpanzees                                                                                                        http://news.discovery.com/animal

    °

  • In feite zijn honden, pinguïns, groene bonen, bacteriën, apen, en mensen …… allemaal de huidige resultaten vaneen aantal open-ended evolutie -productielijnen die de hele tijd gestaag van generatie op generatie ( en stapjes na stapjes en vooral ook collectief )in de tijd reizen tot opeenvolgende populaties . Het is gewoon een (in het algemeen) langzaam proces( althans wat betreft de ietwat grotere / oppervlakkig waarneembare soorten ) -veel langzamer dan we kunnen waarnemen in onze levens. Laat staan dat we al(lemaal) de veranderingen in die opeenvolgende populaties kunnen ontwaren of duiden ….Best mogelijk dat er in de steentijd mensen waren die in potentie “goede voetballers ”
    waren ( alleen bestond er nog geen voetbal )…. Hetzelfde geld voor bacterieen die al resistent waren vooraleer de huidige antibiotica werden “uitgevonden ” … Wat niet wil zeggen dat de hudige niet- resistente bacterieen niet opnieuw kunnen muteren in resistentie bacterieen ….(of resistent worden door resitentie codes te importeren )
    Tenslotte is een antibioticum in essentie een product van de oude concurenten van de bacterieen : de schimmels ( en die bestaan ook al zeer lang ) ….http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.2143974

    ________________________________________________________

Bacterie uit 1915 resistent aan penicillineBelga

zo 09/11/2014 – 19:56 Luc De RoyGeleerden hebben de genetische code ontcijferd van een bacterie uit een staal van een soldaat die tijdens de Eerste Wereldoorlog overleden is aan dysenterie. Het blijkt dat de bacterie al resistent was aan penicilline en andere antibiotica, tientallen jaren voor die algemeen gebruikt werden. De ontdekking werpt een nieuw licht op de geschiedenis van resistentie tegen antibiotica, en kan nieuwe inzichten bieden om dysenterie te behandelen, een ziekte die jaarlijks honderdduizenden kinderen doodt in ontwikkelingslanden.

“Zelfs voor penicilline beschreven werd en op grote schaal gebruikt werd, was deze bacterie er al resistent tegen” zei Kate Baker van het Britse Wellcome Trust Sanger Institute, die aan het onderzoek werkte met collega’s van Public Health England. Het onderzoek is zaterdag gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet.

De genetische gegevens van de bacterie, Shigella flexneri, tonen hoe de ziektekiem de laatste honderd jaar veranderd is. Baker zei in een interview met Reuters dat het staal uit 1915 vergeleken werd met drie andere stalen: een uit Japan uit 1954, een uit Peking uit 1984 en nog een staal uit China, van een epidemie in 2002.

Uit de vergelijking blijkt dat Shigella gedurende die tijd tamelijk weinig veranderd is, maar de veranderingen die het ondergaan heeft, hebben het gevaarlijker en hardnekkiger gemaakt.

Serotype

De bacterie onderging ook wat men een “serotype conversie” noemt. Een serotype is een subtype van een (ziekteverwekkend) micro-organisme, op basis van de specifieke antigenen op het membraan van de cel. Door een ander serotype aan te nemen, kon de bacterie mensen die al besmet geweest waren en normaal gezien immuun zouden moeten zijn, opnieuw besmetten en ziek maken.

“Slechts twee procent van het genoom (het geheel van de genetische informatie) van Shigella is in de periode veranderd”, zei Baker, “maar de veranderingen die het ondergaan heeft, waren cruciaal om het te helpen ontsnappen aan antibiotica die we gebruiken om het te bevechten.”

Baker zei dat ze hoopte dat de bevindingen uiteindelijk haar team en andere geleerden kunnen helpen in de zoektocht naar een vaccin tegen Shigella; Dat zou meer dan welkom zijn, omdat er nog maar enkele antibiotica zijn waar de ziektekiem geen resistentie tegen ontwikkeld heeft.

Wimereux

Een ander lid van het team, Alison Mather, raakte geïntrigeerd door het 99 jaar oude staal van de stoelgang, het eerste in de Britse National Collection of Type Cultures, en besloot de soldaat op te sporen van wie het staal was. Ze had enkel een naam, Cable, als vertrekpunt.

Ze gebruikte de gegevens van Public Health England en de National Archives om het ziekenhuis te vinden waar het staal genomen werd, een hotel in het Franse kuststadje Wimereux, dat als veldhorspitaal gebruikt werd.

Daar ploegde ze door de archieven tot ze een aantekening vond voor soldaat Ernest Cable van het Second Battalion of the East Surrey Regiment. De aantekening meldde dat hij op 13 maart 1915 gestorven was aan dysenterie.

“Veel van de stalen waarmee we werken in bacteriële genomica, hebben een geschiedenis die we nooit zullen kennen”, zei Maher. “Ernest terugvinden en zijn verhaal leren kennen, gaf ons een kans om de mensen te herdenken die in de Eerste Wereldoorlog gevochten hebben, en om de nadruk te leggen op de zware last die besmettelijke ziekten in deze periode waren.”

 –> “Is evolutie gestopt (bijvoorbeeld bij de mens ) of is ze gewoon langzamer geworden ? “
Geen van beiden
° —->  Evolutie stopt wanneer er geen nieuwe generaties van replicatoren meer zijn
Evolutie binnen   de opeenvolgende  generaties populaties  van een soort stopt definitief wanneer de soort volledig is uitgestorven  (niet uitgestorven  aftakkingen van die soort kunnen natuurlijk  wel nog verder evolueren : bijvoorbeeld de vogels nadat de meeste dino’s waren verdwenen )

De evolutie snelheid is o.a. gerelateerd aan verandering in de omgeving.                                         Onder de invloed van menselijke activiteit en als gevolg van diens massale aanwezigheid als heerrsende soort op deze planeet , zijn de natuurlijke leefwerelden en omgevings-factoren van alle soorten ( inclusief de natuurlijke omgeving van de soort merns zelf ) nog nooit zo snel veranderd.

Volgens onderzoek van John Hawks is de menselijke evolutie zelfs versneld.
Antropoloog John Hawks schat dat positieve selectie in de afgelopen 5000 jaarin snelheid(minstens ) is verdubbeld ,dan gedurende gelijk welke andere evolutie periode binnen de soort homo sapiens . Zijn onderzoek is gebaseerd op de analyse van de internationale genetische gegevens die het bewijs van recente positieve selectie ondersteunen . De bevinding is waarschijnlijk een heroverweging van aannames over hoe evolutie werd versoepeld in de moderne mens.
” …..culturen die langzaam groeien zijn in het nadeel , maar de enorme groei van de menselijke bevolking heeft geleid tot veel meer genetische mutaties, en dus grotere variabiliteit waarop selectie kan inspoelen ” zegt Hawks. “En elke mutatie die voordelig is
kan mensen een kans geven om geselecteerd te worden en uiteindelijk te leiden tot fixatie in de genenpoel .
uiteindelijk leven we al een enkele duizenden jaren , in een (geologisch )bijzondere tijd
( = De nu beginnende vroege -periode van het antropogeen ( in de laatste laatste eeuwen tot vandaag ) is daarbij een opdoemende rem ? )
Een vaak aangehaald voorbeeld van menselijke  (microevolutionaire ) evolutiesnelheden = de lactose tolerantie die ongeveer 5000 jaar ontwikkelde om zich daarna langzaam verspreide binnen menselijke populaties. van(europese ) neolithische boeren …..Overigens hebben ook bepaalde herdersstammen in afrika hetzelfde verwezenlijkt , maar dan dmv andere “genetische coderingen ” dan bij de west en zuidwestelijke europese veeboeren
 http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141021125935.htm?utm_source=feedburner&utm_medium=email&utm_campaign=Feed:+sciencedaily/fossils_ruins/origin_of_life+(Origin+of+Life+News+–+ScienceDaily)
°
REACTIES  //  aanvullingen     (+    rethorisch   Creationistisch    geblaat  en/of  onwil    versus    overbodige    “discussies ” in de publieke arena   )…..  
 °
  • Evolutie is een blind proces. Mutaties ontstaan niet omdat organismen iets doen (zoals hoger klimmen). De natuurlijke variatie in teenlengte was al aanwezig, maar voordat de hagedissen omhoog klommen, was er nog geen selectie op en bleef de variatie behouden. Nadat de hagedissen zich verplaatsten, kwamen ze onder selectie. De genetische variaitie was reeds aanwezig. In technische termen noemt men dit “standing genetic variation”.
  • ……er is waarschijnlijk niet één enkele mutatie die verantwoordelijk is voor een verandering van gemiddelde teenlengte. Waarschijnlijk wordt teenlengte beinvloed door een aantal verschillende genen, elk waarvan een aantal verschillende allellen kent, zelfs nog voordat de indringer op het toneel verscheen. Het enige dat hier is gebeurd is dat de frequentie van verschillende allellen veranderde onder invloed van selectie.
  • De variatie in teenlengte 15 jaar geleden zal in de extremen ongetwijfeld het gemiddelde van nu hebben omvat. Het punt is dat zowel extremen als gemiddelden verschoven zijn.
  • Het is niet onderzocht of de invasieve soorten als gevolg van de interactie ook zijn veranderd. Goed mogelijk dat dat wel het geval is, of binnen nu en 30 jaar in ieder geval het geval zal zijn. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat de verandering in Anolis carolinensis geen negatieve impact had op A. sagrei, en dus geen adaptatie veroorzaakt.
  • Ik denk dat het voor de hand ligt dat de jongen met de langste tenen beter overleefden.
  • Evolutie onder druk van natuurlijke selectie kan razend snel gaan. Het wordt dan aanpassen of uitsterven.
  • Oorzaken van de fysieke veranderingen.

(genetisch gecodeerde )Variatie,   drift en selectie. Variatie introduceert bij tijden nieuwe allellen,(duplicaten van genenmet minieme veranderingen in de sequenties )  selectie en drift bepalen of en zoja hoe snel elk van deze allellen zich door de populatie verspreidt.

Avatar

Ik heb het originele artikel nog eens doorgenomen: …..daarin wordt er niet besproken of de verandering een nieuwe mutatie was of een verandering in genexpressie.

Hoewel ze stellen dat het GEEN  fenotypische plasticiteit is.

“In sum, alternative hypotheses of phenotypic plasticity, environmental heterogeneity, ecological sorting, nonrandom migration, and chance are not supported; our data suggest strongly that interactions with A. sagrei have led to evolution of adaptive toepad divergence in A. carolinensis”

Dit spreekt dan tegen veranderende genexpressie.

Ik vermoed dat het gewoon een veranderende selectiedruk is op reeds aanwezige variatie.

 

(WAT IS EVOLUTIE ? ) 

  • “Evolution is the change in the inherited characteristics of biological populations over successive generations. Evolutionary processes give rise to diversity at every level of biological organisation, including species, individual organisms and molecules such as DNA and proteins.”
  • .- Helena Curtis and N. Sue Barnes, Biology, 5th ed. 1989 Worth Publishers, p.974                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      “In feite kan evolutie precies gedefinieerd worden als elke verandering in de frequentie van allelen binnen een genenpoel van de ene generatie naar de volgende
  • – Douglas J. Futuyma in Evolutionary Biology, Sinauer Associates 1986                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               “In de meest brede betekenis staat evolutie gewoon voor verandering, en die is dus alomtegenwoordig. Sterrenstelsels, talen, en politieke systemen: ze evolueren allemaal. Biologische evolutie… doelt op veranderingen in de eigenschappen van populaties van organismen die de levensduur van een individueel organisme overstijgen. De ontogenetische ontwikkeling van een individu wordt niet beschouwd als evolutie; individuele organismen evolueren niet. De veranderingen in populaties die als evolutie beschouwd worden, zijn die verschillen die via het genetische materiaal van de ene op de andere generatie overgeërfd kunnen worden. Biologische evolutie kan zowel beperkt als aanzienlijk zijn; evolutie omvat alles van kleinere veranderingen in de proportie van verschillende allelen binnen een populatie (zoals de verschillen die bijvoorbeeld het bloedtype bepalen) tot de opeenvolgende veranderingen die geleid hebben van de vroegste proto-organismen tot slangen, bijen, giraffen en paardenbloemen.”
  • Adaptatie door het verschuiven van allel frequenties  =  is evolutie.
  1. Aanpassen aan de omgeving?
    (Creationist) Er is nog geen nieuwe soort ontstaan toch?

Evolutie *omvat* soortvorming, maar is niet beperkt tot soortvorming.

“aanpassen aan de omgeving” = is ook   evolueren
Let wel, bij dieren……. wij passen ons aan aan de koude met een dikke jas (artificieele aanpassing ) 

  • Deze eigenschap ( de tendens van het   langer worden van de tenen )  is al genetisch bevestigd/ aanwezig  . Enkel eigenschappen die een genetische aanleg (en daarbinnen  )voldoende variatie in de populatie (=  bijvoorbeeld verschillende  allelen van dezelfde afkomst  met iets andere coderingen  ) vertonen, kunnen onder selectie komen.
  •  Een mutatie ontstaat NIET door selectie…  Mutatie  is  random   
°
(Crea )
  1. “Heb je toevallig ook een voorbeeld van een nieuwe soort dat buiten de geclasifficeerde familie valt?”
  2. “….Evolutionisten kunnen een hond en een niet- hond niet uit elkaar halen, net zo min als leven en niet leven, informatie en niet-informatie, materie en niet materie…….. Variatie is hetzelfde als macro-evolutie volgens het evolutie sprookje.
—> (Hoe vaak moeten we nog uitleggen dat ) ….Evolutieleer heeft nooit gesteld dat  nieuwe soorten buiten de clade van de voorouders kunnen  vallen  …….
( er zijn dus  geen ” crocoducks  “Creationistische komedie: wat creationisten doen om de evolutietheorie te ontkrachten
https://disqus.com/home/discussion/scientias/creationistische_komedie_wat_creationisten_doen_om_de_evolutietheorie_te_ontkrachten
)
……..Vogels zijn nog steeds dinosaurussen, mensen zijn nog steeds primaten, ; walvissen nog steeds zoogdieren…. etc …. alle soorten vallen binnen  hun respectievelijke  geneste hierarchieen —> Galápagosaalscholvers

” …..Een klein aantal heeft ooit in het verleden deze eilanden bereikt. De kleine populatie bracht ongetwijfeld inteelt en vervolgens een afwijking met zich mee die door het ontbreken van natuurlijke vijanden alleen in die habitat functioneel kon worden….”

–> Inteelt heeft hier weinig mee te maken.

—> Op de Galapagos zijn er geen vijanden aanwezig waardoor vleugels geen nut meer hadden. Vogels met kleinere vleugels konden meer investeren in andere dingen, zoals bijvoorbeeld immuunsysteem.

Op die manier ontstaat er een selectie voor dieren met kleinere vleugels.
Dit artikel bespreekt deze hypothese:

http://www.jstor.org/discover/10.2307/2462941?uid=3737592&uid=2&uid=4&sid=21104421246471

 

Blijven roepen dat er geen bewijs is, verandert niets aan het feit dat er wel bewijs is  . (Tonnen zelfs ) Hoe hard je ook roept. En uit je vragen blijkt inderdaad dat de creationisten alhier  de basisbegrippen niet snappen .

Als je hier een zinvolle discussie wil voeren, dan zou je de basis van de evolutheorie onder de knie moeten krijgen.

Een goed boek wat ik momenteel zelf doorneem is “The Tangled Bank” van Carl Zimmer. En ook “Evolution: What the Fossils Say and Why It Matters” van Donald Prothero is een aanrader.

http://carlzimmer.com/books/tangledbank/                                                                              http://books.google.be/books/about/The_Tangled_Bank.html?id=swJFAQAAIAAJ&redir_esc=y

Some Quotes  ;  adapted      , bacteria ,  Podarcis siculata

Some Quotes ;
adapted , bacteria ,
Podarcis siculata

 

 

 

°

 

http://www.amazon.com/Evolution-What-Fossils-Say-Matters/dp/0231139624

http://books.google.com.au/books/about/Evolution.html?id=QeKWpRX77JgC

(M Shermer )

a)….The claims of the Intelligent Design creationists are brilliantly encapsulated and devastatingly dismantled by the geologist and paleontologist Donald Prothero

b)…..Prothero has taken time away from his primary paleontological research to put down on paper all he knows about this  ….

c) …..Prothero’s visual presentation of the fossil and genetic evidence for evolution is so unmistakably powerful that I venture to say that no one could read this book and still deny the reality of evolution. It happened. Deal with it.

 

by Dr Donals Prothero

by Dr Donals Prothero

geological column, branching of invertebrates ,//natural selection ,neutral theory

geological column, branching of invertebrates ,//natural selection ,neutral theory

Lecture by Dr D Prothero :

 

 

  • Recent kwam ik een leuk fimpje tegen dat evolutietheorie uitlegt aan de hand van de evolutie van walvissen. Enjoy!

 

_________________________________________________________________________________________________

tp://www.nu.nl/wetenschap/3913709/razendsnelle-evolutie-waargenomen-bij-hagedissen.html

 

Razendsnelle evolutie waargenomen bij hagedissen

Alle veranderingen in het uiterlijk en het gedrag van de hagedissen vonden plaats binnen 20 generaties.

 

Planten

De roodkeelanolis in Florida kreeg in de jaren vijftig voor het eerst concurrentie van de bruine anolis. Deze hagedis kwam per ongeluk in Florida terecht, vermoedelijk doordat enkele dieren per ongeluk werden meegestuurd met zendingen planten uit Cuba.

De evolutionaire veranderingen bij de roodkeelanolis zijn waarschijnlijk veroorzaakt door de competitie met de bruine anolis.

Volwassen bruine anolissen verslinden namelijk vaak jonge roodkeelanolissen

 

Hagedissen  <—

 

 

 

 

 

 24-08-2008
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<–click  Opmerkelijk snelle adaptaties bij kroatische ruine-hagedissen:

 

 

Klik op de afbeelding om de link te volgen<—  Pod Kopište


Pod Kopište  ligt in het  noorden  van  de eilandgroep links

 

http://www.jstor.org/discover/10.2307/25461501?uid=3737592&uid=2&uid=4&sid=21104412182881

 

PODARCIS SICULA

i-fb9fbc1a3a0c689c8eb3f002c9f77335-podarcis.jpg

Pod Mrcaru hagedis
( Anthony Herrel UIA Antwerpen )

Op 36 jaar tijd ( of  binnen  ongeveer  30 generaties)  hebben  zogenaamde “italiaanse” Ruïnehagedissen , die door biologen op een eiland werden uitgezet, opmerkelijke wijzigingen ondergaan : dat zijn morfologisch geconstateerde veranderingen en aanpassingen  die (zoals  veelal zomaar  wordt aangenomen  ),normaal  miljoenen  jaren nodig hebben om te “evolueren (1)

In 1971 lieten biologen enkele (2) ruïnehagedissen (Podarcis sicula) los op het kroatische eiland Pod Mrcaru in de Adriatische zee.
De diertjes waren afkomstig van het nabijgelegen eiland Pod Kopiste.

Vandaag  stelden onderzoekers ingrijpende wijzigingen vast van de vorm en de grootte van de hagedissenkoppen en de inrichting van de ingewanden (3) .
Ook zouden er merkbare verschillen zijn in degemiddelde achterpoten-lengte van beide  eilanden -populaties ….
Dit ongepland “experiment” ontwikkelde zich ongestoord  gedurende  30 jaar
De voornaamste (voordelige ) uitkomst van  deze aanpassingen is het  waargenomen  gewijzigde dieet van de diertjes.
De populaties van hun  stamouder -soortgenoten (op het eiland Pod Kopiste) voeden  zich vooral met insecten,__net zoals de rest van de podarcis soorten ____  maar vandaag  bestaat  het voedsel van hun afstammelingen op Pod Mrcaru  voor twee derden  uit planten.
Een krachtigere langere en bredere  kop en  een  sterkere  beet  , laat de hagedissen toe het taaie plantenmateriaal beter te vermalen.(4)

Vooral  het spijsverteringsstelsel van de reptielen heeft zich  aangepast.
Nieuwe structuren vertragen de doorgang van voedsel, zodat de vezelige kost door symbiontische bacteriën( = veranderde  inrichting voor een  geschikter darmflora? )kan worden bewerkt.

 

“Nog  steeds een hagedis ”
23 april 2008 door PZ Myers

De titel vat  een voornaam  bezwaar  van  een creationist samen  :
Jawel   , deze populatie van Podarcis sicula bestaat nog  steeds uit hagedissen, maar ze zijn wel een ander soort hagedis geworden .
Evolutie werkt.

Hier is het verhaal:
1971 = wetenschappers begonnen met  een experiment.
Ze verplaatsen  5 mannetjes  en 5 wijfjes hagedissen van de soort Podarcis sicula uit een populatie op het  kleine eiland  Pod Kopiste, (0.09km 2),naar  een nog kleiner  eiland, Pod Mrcaru,( 0.03km 2,)Dat werd  al bewoond   door een andere hagedis soort, Podarcis melisellensis.
Toen de oorlog uitbrak, de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog  : De kleine eilanden werden volledig verwaarloosd gedurende  36 jaar : de natuur kon ongestoord zijn gang gaan
Toen de wetenschappers uiteindelijk terug naar het eiland terugkeerden ,   ontdekten ze dat er iets heel interessant was gebeurd.
Podarcis sicula was nog  steeds  aanwezig op Pod Kopiste, dus hebben we een leuke controle populatie .
Deze hagedissen zijn kleine, snelle, insecten-eters waarbij de mannetjes hun territorium verdedigen en over het algemeen nogal agressief zijn
Helaas, P. melisellensis verdween van  Pod Mrcaru en was  misschien een  slachtoffers van het experiment. De geimporteerde  P. siculaafstammelingen  bleken succesvol en  waren uitgezwermd over het eiland Pod Mrcaru,
maar ze zijn verschillend geworden van de pod kopiste voorouders :  ze hadden  zich ontwikkeld in meerdere opzichten. De oorspronkelijke P. sicula  waren insectivoren die af en toe  een blaadje verschalkten ;
ongeveer 4-7% van hun dieet was plantaardig .
De  P sicula van Pod Mrcaru,bleken overwegend vegetarier geworden = tijdens  het onderzoeken van de darm -inhoud bleek dat
34% van hun dieet in de lente plantaardig is ,
dat klimt op klimmen  61% in de zomer
en een groot deel van dit dieet was moeilijk te verteren voedsel , met een hoog cellulose-gehalte .
Dit is een vrij radicale verschuiving.

Er waren gelijktijdige veranderingen.
De hagedissen ‘schedels werden breder, dieper en langer, en zij hadden een sterkere beet  – een noodzaak bij het vermalen  van harde plantendelen en vezels  die  in de  plaatskomen van  o.m. zachte muggen.

*In plaats van te jagen op insekten , gingen ze  knabbelen aan  vaste planten

*Hun benen zijn korter geworden en  en ze zijn minder snel.
*De bevolkingsdichtheid  is  hoger geworden .
*De Pod Mrcaru hagedissen lijken minder  hun territoria te verdedigen  , dus er zijn gedrags veranderingen.

Maar  nog  steeds een hagedis, ik weet het.

Deze hagedissen  evolueerden echter  “cecale” kleppen.
Dat zijn gespierde plaatsen (ringspieren ?)  in de darm, waardoor het dier delen van het spijsverteringskanaal kan afsluiten  wat op zijn beurt een  detrage voortgang  en verwerking van de  voedselmassa in transit  mogelijk  maakt  , inclusief de mogelijkheid om te fungeren als gisting kamers waar plantaardig materiaal kan worden verwerktdoor commensalen zoals bacteriën en nematodenP sicula Pod Mrcaru  , zitten onder  nematoden  die niet gevonden zijn in de darmen van hun Pod Kopiste neven.

 

http://scienceblogs.com/pharyngula/2008/04/23/still-just-a-lizard/

 

i-42076aaed006b83a5a59b4d80479374a-cecalvalves.jpg

Photographs illustrating the cecal valves in a male (A), a female (B),
and a hatchling (C) P. sicula from Pod Mrcaru. Note the thick cecal wall and
pronounced ridges. The arrow in C indicates the position of the cecal valve in
a hatchling as seen from the outside.

The cecal valves are an evolutionary novelty, a brand new feature not present in the ancestral population and newly evolved in these lizards. That’s important. This is more than a simple quantitative change, but is actually an observed qualitative change in a population, the appearance of a new morphological structure.

 

De bovenste  fotos  zijn   misschien een beetje moeilijk te interpreteren;
De darm is opengesneden  en wordtopen gehouden  door een aantal  pinnen  zodat je de inwendige  richels, flappen en afsluitringen , kunt zien )

De  foto’s  illustreren de  cecale kleppen in een mannelijke (A), een vrouwelijke (B) exemplaar ,
en  van een pas uitgekomen  jong  (C) van P sicula uit Pod Mrcaru.
Let op de dikke cecale wand  en  de  uitgesproken richels  .
De pijl in C geeft de positie  aan  van het  cecale ventiel in een jong  gezien vanaf de buitenkant.

°

De cecale kleppen zijn een evolutionaire nieuwheid, een gloednieuwe functie die niet aanwezig is in de eeuwenoude (stamouder)populaties op pod Kopiste en  zijn ” de novo ” ontwikkeld in deze hagedissen.
Dat is belangrijk.
Evolutie heeft hier iets  nieuws gemaakt  , en dat gebeurde ook al snel (ongeveer 30 generaties): het opduiken van de nieuwigheid is  bovendien  goed  gedocumenteerd door een toevallig “natuurlijk “geworden  , 36 jaar  lopend  experiment  .

P sicula Pod Mrcaru     is nog steeds  een hagedis, maar we verwachten niets anders – maar   het is nu een hagedis met nieuwe aanpassingen ; een overwegend  vegetarier .

 


Volgens de onderzoekers is de ontdekking vooral bijzonder omdat de snelle evolutie ook de populatiegrootte en het gedrag van de dieren beïnvloedt  .  De drift om een terittorium te verdedigen lijkt verdwenen.
Doordat planten een constante voedingsbron zijn steeg het aantal hagedissen wel  , maar door de overdaad aan voedselaanbod   voelen die toch niet meer de behoefte om een territorium te verdedigen.
De endemische  hagedissen (Podarcis melisellensis )die al ter plaatse leefden   voor hun komst zijn trouwens verdwenen (deze  mogelijke  voeselconcurenten   legden het loodje in de strijd om het   slinkende insekten-aanbod en konden NIET overschakelen op andere voedselbronnen   ?)
Overigens ook wel interessant is  dat  de podarcis sica “bevolkingsdichtheid” op dit eiland veel hoger is dan in de oorspronkelijke populaties op Pod Kopiste.

Eigenlijk zou het een interessant project zijn om een deel van die nieuwe populatie weer af te zonderen samen met een deel van de oorspronkelijke populatie waaruit die 5 founder paartjes afkomstig waren.

PNAS

http://www.pnas.org/content/105/12/4792.abstract
Herrel A, Huyghe K, Vanhooydonck B, Backeljau T, Breugelmans K, Grbac I, Van Damme R, Irschick DJ. (2008)
Rapid large-scale evolutionary divergence in morphology and performance associated with exploitation of a different dietary resource.
Proc Natl Acad Sci U S A. 105(12):4792-4795.

Ovber snelle evolutie  bij deze hagedis-soort
–> http://en.wikipedia.org/wiki/Italian_Wall_Lizard

Bronnen:
Eos juni 2008:/
zie ook  ;
http://richarddawkins.net/article,2892,A-Natural-Selection,Olivia-Judson—New-York-TImes

http://www.signonsandiego.com/uniontrib/20080522/news_1c22lizard.html
http://brainethics.wordpress.com/page/2/


(1)

Radiatie  is een proces dat met  verschillende  snelheden verloopt.
Het hoeft niet  persé ,  lang te duren

– Dat is dus  niet  zoals  in  een toepassing van de   zwaartekracht ,  waarvan de  te verwachten  uitslag niet lang op zich laat wachten bij een individu dat van een flatgebouw springt…..ook  eentje die van een dak  springt kan niet plots  vleugels krijgen ; maar sommigen overleven wel toevallig de sprong ..

Extreem anecdotisch voorbeeld :
Michael Holmes overleefde in december 2007 een vrije val van 4572 meter hoogte.
Zijn parachute en reserveparachute  lieten het  afweten tijdens de  sprong van de nieuw zeelander  .
Het incident is van begin tot eind gefilmd door twee camera’s, wat erg gebruikelijk is bij dergelijke sprongen waarbij de opnamens als aandenken worden meegegeven
door de parachutist. Holmes zelf en de medespringer Jonathan King namen het tafereel op met camera’s op hun hoofd.
Het is een vreemde ervaring om naar de beelden te kijken, omdat Holmes zich in korte tijd bewust wordt dat hij waarschijnlijk dood zal gaan.
Vijftien seconden voor zijn val zei hij vaarwel aan de kijkers
Veel tijd om gedag te zeggen was er niet.
Na tientallen seconden knalde hij op de grond.
Gelukkig brak een bramenstruik zijn val.
Wonder boven wonder heeft Holmes “alleen” maar een doorboorde long en een verbrijzelde enkel,
veel mensen kunnen dit soort dingen helaas niet meer na vertellen.
Te zien is dat hij afscheid neemt tegen de camera.
“Ik ga dood. Vaarwel!” hij dacht meteen dat dit zijn laatste woorden zouden worden.
video fragment is hier te bekijken ……LET OP NIET VOOR MENSEN DIE NIET TEGEN BLOED KUNNEN.


Onder de juiste omstandigheden kan natuurlijke  selectie  juist heel snel  resultaten  opleveren
Primordiale voorwaarde is dat de opeenvolgende generaties  van een  groep  onder druk  zonder  onderbreking lang genoeg overleven om  zich voort te planten

Zodra een  kleine  groep (1b)  zich  afgezonderd ( =allopatrie /eilanden  )onder volstrekt nieuwe omgevingsinvloeden blijkt te kunnen succesvol voortplanten (wat hier dus bij  die podarcis sicula  populatie  is geconstateerd , gaat de natuurlijke selectie bijzonder  snel___is de  geijkte uitleg .
Doet de  groep dat  niet dan sterft die groep gewoon uit ( kan zelfs worden weggevaagd  door een  ongeluk/zoals bijvoorbeeld  orkaan -> dat is  het geval geweest tijdens enkele vervolg-experimenten met anolis sagrei  op de  cays van de bahamas )
http://groups.msn.com/evodisku/glosa.msnw?action=get_message&mview=0&ID_Message=557&LastModified=4675669385992722112

Evolutie (als geologisch gedocumenteerd gebeuren    ) is wel al ongelooflijk lang aan de gang :
de eerste tekenen van leven zijn  minstens  zo’n 3.800.000.000 jaar oud , terwijl een soort  in enkele tientallen generaties een nieuw evolutionair pad kan  inslaan . Dat terwijl de meeste organismes zich voortplanten in ratio’s van dagen.
Daar komt ook die enorme variatie vandaan:  Tijd en Natuurlijke selectie.

Val echter  niet voor  de stromannen van de meeste  creato’s,  zoals  =
“Darwinistische evolutie” is uitsluitend  afhankelijk  van het zeer langzame accumuleren van  zeer kleine miniale  veranderingen —>Gradualisme (<–klik )

“Evolutie ” (dat is NIET  = alleen maar de “darwinistische”vorm  ) bestaat  natuurlijk  hoofdzakelijk uit herschikking van genen en genregulaties ( niet bekend in darwin’s tijd )en het aanpassen van al bestaande structuren en processen ( morfogenesis ) :  er wordt geroeid met de roeispanen die voorhanden zijn
Dit kan heel snel verlopen als de evolutiedruk  toeneemt  (maar toch  binnen redelijke grenzen blijft)  en vooral de genendiversiteit in de populatie voldoende  groot is :  …..het kan ook millenia duren ….

Darwin gaf een eerste aanzet voor de evolutietheorie  met de eerste formele definitie van een achterliggend mechanisme.
Dat hij niet het hele plaatje in een keer goed had is niet  vreemd.

Sinds die tijd is er al  heel veel ontdekt en is het oorspronkelijke inzicht verder ontwikkeld.
Overigens wil  niet zeggen dat er GEEN  behoorlijke  gaten meerzitten  in de onderzoeken  en/of  dat de theorie immuum  zou zijn voor verbeteringen  van fouten  , aanvulligen
falsificaties  en  zelf drastische  veranderingen en saneringen  …Maar er is op het ogenblik  nog  geen  betere “wetenschappelijk verantwoorde ”  theorie voorhanden  ,die (redelijk) consistent is met andere legitieme  natuur-wetenschappelijke  syllabus , consensus , peer-review,  en kennis corpus


Een gevolg daarvan( en van de nieuwe waarnemingen  )  is dat we nu uitgaan een variabele snelheden  waarmee soorten veranderen
( = zelfs  de mutatie snelheden schijnen te verschillen ? )

Wetenschap is niet statisch, modellen en theorien veranderen , maar wel binnen het kader van de wetenschappelijke methode.
Dat wil er bij  de meeste creationistische volgelingen  blijkbaar nog steeds niet zo goed in
(2)
Dat waren 5 volwassen paartjes als  “founder population”….
Zoals is vastgesteld hebben ze  dus blijkbaar lang genoeg  overleefd  en zich voortgeplant  

Hier zal genetische drift zeker ook een rol gespeeld hebben bij de snelle fenotypische veranderingen.( en de ontwikkeling van een nieuw eco-type) ?
5 paartjes is ook wel een behoorlijk nipte bottleneck populatie.

Vandaar :
“….We didn’t know if we would find a lizard there ( on Pod Mrcaru).
We had no idea if the original introductions were successful,”
Irschick said.
The island was swarming with lizards,”Genetic testing on the Pod Mrcaru lizards”( ik heb nog niet gevonden naar welke testen  hier is verwezen ) confirmed that the modern population of more than 5,000 Italian wall lizards are all descendants of the original ten lizards left behind in the 1970s.
(3)
(a) (Peter Mudde )comment ( lichtjes gewijzigd / rood toegevoegd  )
.
…De 13-centimeter Podarcis sicula,  (  genus  lacerta  (Arnold 1973 –>genus  podarcis ) behoort tot de Lacertidae
een hagedissengroep waar het eten van plantaardig materiaal zeer uitzonderlijk is.
De lacertidae behoren tot een hagdissengroep, de Scincomorpha, waarbinnen (alweer) planten eten zeer uitzonderlijk is..

Binnen de groep van de hagedissen (Sauria) is het eten van planten alleen binnen de groep der leguaanachtigen, Iguania redelijk verbreidt.
Planten eten is nogal een andere manier van leven, vergeleken met het eten van insecten.
Kennelijk is  het eten van planten (wellicht )een ( convergent onstane / of  ecomorfe ))eigenschap  die enigzins anders  is
dan de levenstijl  van ( leguanen   en ) andere Lacertidae, waarvan de meesten  hun hele leven achter de spinnen en vliegen aan moeten..

Verandering van dieet blijft  altijd mogelijk zeker wanneer  beide (  alternatieve) voedselbronnen  (insekten en planten )in het millieu aanwezig blijven  (dat is bijvoorbeeld al  vertoont in de beren-familie—->de  reuzenpanda bijvoorbeeld )

Dat de insekten-bron  geleidelijk aan  kleiner ( ook door voedselconcurenten ) wordt is een extra  druk ….
Waarschijnlijk begint de aanpassing   met het occasioneel (en  hongerig )verorberen van geschikt  plantenmateriaal bij toenemend gebrek aan  insecten (= hongersnood ) en het uitroeien van minder agressieve  konkurenten ? (Tenslotte zijn de ingevoerde  hagedissen op dat krappe eiland –>  exoten )
Overigens  wordt een koudbloedige  insekteneter niet plots van dag op dag een  planteneter  : insecten zijn hoogwaardig proteinerijk  en energetisch  voedsel …planten zijn heelwat minder  rijk  aan die stoffen en moeten dus in grotere hoeveelheden worden  verorbert en efficienter
verteert …

Bovendien is de  weelderige begroeiing op het eiland Pod Mrcaru  een  betere  schuilplaats tegen fouragerende vogels die maar al te graag  een hagedisje meepikken …


http://www.jstor.org/pss/2412583

Phenetic Relationships Among Populations of Podarcis sicula and P. melisellensis (Sauria: Lacertidae) from Islands in the Adriatic Sea, by Robert C. Clover © 1979 Society of Systematic Biologists.

Abstract

Thirty-one island populations of Podarcis sicula and P. melisellensis from Yugoslavia were examined to determine phenetic similarities based on means of 15 characters. Both cluster analysis and multidimensional scaling (MDS) revealed the following patterns of variation: 1) the two species formed distinct groups; 2) within each species, OTUs from northern and southern islands grouped separately; 3) within P. melisellensis, OTUs from small islands tended to resemble other small island OTUs from geographically close islands. These patterns appear to contradict similarities implied by previous subspecific designations based largely on color and pattern differences. Genetic drift, gene flow, and selection are evaluated as explanations for observed phenetic patterns. Drift appears to be highly unlikely as a major force determining regional, large island, and small island similarities among OTUs. Channel depths and estimates of the rate of net increase in sea level suggest that the northern islands are younger than the southern islands, supporting the idea that gene flow has been restricted among the southern islands and between the two regions for a longer time than among the northern islands. Combined with differences in selection regimes, the recency of gene flow appears to have been important in determining north-south phenetic similarities. Populations on small islands are exposed to qualitatively different selection regimes than those on large islands. The closer similarity of northern, small island OTUs to large island OTUs suggests that the northern OTUs have not responded to small island selection regimes to the same extent that southern island OTUs have.


 

http://www.ittiofauna.org/webmuseum/rettili/squamata/sauria/lacertidae/podarcis/podarcis_siculus/index.htm

Podarcis sicula siculus Ruineneidechse Lucertola campestre Ještěrka italská Ruin lizard Руинная итальянская ящерица

SONY DSC

 

http://www.petcaregt.com/blog/2008/10/25

http://www.tartarugando.it/altri-sauri/1127-la-lucertola-azzurra-dei-faraglioni.html

Podarcis siculus, Podarcis sicula, Italian Wall Lizard © Lars Bergendorf

Adult Male, Corse, June 2002, © Lars Bergendorf

http://www.club100.net/species/P_siculus/P_siculus.html

Meer afbeeldingen   <—

  1. De ruïnehagedis is een hagedis uit de familie echte hagedissen.Wikipedia
    De soort is( alleszins  morfologisch)  zeer  variabel

(3b)
Erg benieuwd of de stamouder populatie  – en de nieuwe.populatie  nog genetisch compatibel zijn=  kunnen ze nog gekruist worden  ?
Wat dat betreft is het ook interessant om te kijken hoe het genotype van de hagedissen veranderd is.
Zoals Darwin al opmerkte: variaties kunnen fenotypisch enorm verschillen, maar toch perfect onderling vruchtbaar zijn.
De cryciale  vraag is: is er SPECIATIE opgetreden?

De vraag is in hoeverre hier echt serieuze genetische verandering aan ten grondslag liggen, waardoor mogelijk geen vruchtbaar nageslacht kan ontstaan tussen hagedissen op dit eiland en de hagedissen uit de oorspronkelijke populatie of dat het bijvoorbeeld eerder een kwestie is van verschil in fenotypische expressie.

Alhoewel=
Fysisch  zijn podarcis  sica  hagedissen van  Pod Kopiste. niet gebouwd op het verteren  van een vegetarisch dieet,( voor zover ik heb kunnen achterhalen.)

Er zijn trouwens nog interessante verschillen tussen de beide populaties  aan het daglicht gekomen =
( door  vervolg spin-off onderzoek geinspireerd en aanvullend  op anolis onderzoek in de caraiben en de Bahamas
  )

http://www3.interscience.wiley.com/journal/118531892/abstract?CRETRY=1&SRETRY=0

“We investigated the possible role of variation in predation pressure in the phenotypic divergence of two island populations of the Italian wall lizard,Podarcis sicula.
In 1971, ten adult specimens from the island of Pod Kopište (Adriatic Sea, Croatia) were transported to the island of Pod Mrčaru,
3.5 km east, where they founded a new population. Although the two islands resemble each other in general physiognomy (size, elevation, microclimate) and in the absence of terrestrial predators,lizards from the newly established population on(Pod Mrcaru ) are now on average larger and have shorter hind limbs then those of   Pod Kopište  .

They also exhibit lower maximal sprint speed as measured on a racetrack, and fatigue faster when chased in a torus track.
In the field, lizards from the original population of Pod Kopište respond to a simulated predatory attack by fleeing at larger approach distances and by running further from the predator than lizards from Pod Mrčaru.

These changes in morphology, behaviour and performance may result from the relaxed predation( by birds ?  )  intensity on the latter island.
Our analysis of the structural features of the microhabitats suggests that the vegetation on Pod Mrčaru offers more protection to lizards.
Also, plasticine models of lizards, laid out on the islands, less often exhibited signs of being attacked by birds on Pod Mrčaru than on Pod Kopište.
Our findings provide an example of how changes in (possibly a single) environmental factor may simultaneously produce responses in behaviour, morphology and whole-animal physiology, and this on a surprisingly small spatial and temporal scale.”

http://www.lacerta.de/Themengebiete/Verschleppung%20und%20Aussetzung/Podarcis_sicula_sicula_in_Hyeres_Frankreich.html

De Italiaanse muurhagedis of ruïnehagedis (Podarcis sicula) heeft zijn hoofdverspreidingsgebied in Italië, Kroatië en Macedonië aan de zijde van de Adriatische Zee.
Daarnaast heeft deze soort ook andere delen van de wereld bereikt, waar hij zich kan handhaven.
Zo zijn er populaties bekend in Tunesië, Spanje en zelfs in de USA
(Philadelphia, Long Island in New York).

Ook in Frankrijk is de aanwezigheid van Podarcis sicula gedocumenteerd (ENGELMAN ET AL., 1993; CHEYLAN, 1978).
CHEYLAN (1978) meldt dat Podarcis sicula in Frankrijk bekend is van de lokaties “Toulon” en “Chateau-d”If”.
Er is in Frankrijk  ( Hyeres ) waarschijnlijk  sprake  van een introductie van een niet-endemische hagedissoort door middel van het importeren van planten,
in dit geval oude olijfbomen.
Dergelijke imposante grillige bomen bieden kleine dieren immers allerlei schuilmogelijkheden.
Interessant is om de ontwikkelingen vanuit deze vindplaats te volgen.
Het idee is om in de toekomst regelmatig de stand van zaken te peilen.
Er zijn geen indicaties dat de introductie van Podarcis sicula sicula opzettelijk is gebeurd.

(4)
Een groter hoofd en stevigere kaken zijn geen zaken waar gigantische genetische veranderingen voor hoeven plaats te vinden.
Die verandering in structuur van de maag daarentegen zou nog wel eens een probleem kunnen zijn.

Die lijkt overigens grotendeels veroorzaakt te zijn doordat planten ( geleidelijk aan )een veel groter deel van het dieet gingen uitmaken.
Dat is een soort selectiedruk

Hier een  relevant  stukje uit de bijbehorende publicatie in PNAS:


The relatively large fraction of leaves included into the diet of lizards in the introduced population of Pod Mrcˇaru has apparently also resulted in the evolution of cecal valves, a structure previously unreported for this species and rare in this family and scleroglossan lizards in general (13, 14, 18).
Our data also add to the growing number of studies suggesting that the inclusion of plant matter into the diet of small temperate lizards may be more common than previously thought (21, 22).

(Opportunistische   voedingspatronen zijn altijd succesrijker / podarcis soorten in niet -tropische  streken  zouden wel eens meer omnivoor kunnen zijn dan vroeger gedacht     )

Moreover, our data show not only rapid, directional changes in quantitative phenotypic traits related to the inclusion of plant matter into the diet, but also the evolution of novel morphological structures on extremely short time scales.

Er zijn  ook  aanwijzingen dat podarcis sicula  enigzins omnivoor is  / de soort is alleszins erg “plastisch” en variabel
: een willekeurige  greep daaruit ( een founder groep?  ) riskeert dus  vlug een  aantal varianten  te bevatten  ?

http://webh01.ua.ac.be/funmorph/raoul/masterproef/Eiland.html

Het dieet van ruïnehagedissen (Podarcis sicula) op eilanden in de Middellandse Zee lijkt sterk te verschillen tussen
eilanden.

Sommige populaties bleven insectivoor, terwijl andere zich lijken gespecialiseerd te hebben op het eten van plantenmateriaal.
In deze thesis moet nagegaan worden welke gedragsmatige, fysiologische, morfologische en  ecologische kenmerken samenhangen met dezeverschillen in dieet.
Wordt het dieet weerspiegeld in het foerageergedrag, in het tijdsbudget, in de voedselpreferenties, de chemoreceptie, de mate van territorialiteit, in
verteringssnelheid en -efficiëntie, de groei, in de morfologie van de kop en de spijsverteringstractus,…?
Observaties en experimenten  gebeuren op individuen van vier eilandjes (twee insectivore en twee herbivore populaties).


Although the presence of cecal valves and large heads in hatchlings and juveniles suggests a genetic basis for these differences,
further studies investigating the potential role of phenotypic plasticity and/or maternal effects in the divergence between populations are needed


Creationisten  potpourri
http://www.volkskrantblog.nl/bericht/216931

“Hoe kunnen de vele mutaties die nodig zijn geweest om de expanded gut, de larger head en the harder bite te ontwikkelen, zich zo snel geaccumuleerdhebben?”

(Bart Klink ) #6  http://www.volkskrantblog.nl/bericht/216931
Om daar wat zinnigs over te kunnen zeggen, zul je eerst genetisch onderzoek moeten doen, en volgens mij wordt daar nog aan gewerkt. Gewoon nog even afwachten dus.

(Peter  Mudde) #7

….een verschuiving van een bepaalde variatie in een door de omstandigheden bepaalde richting.
Zulke verschuivingen in een kort tijdbestek zijn veel vaker waargenomen. Experimenten met  ANOLIS HAGEDISSEN  op tot voor kort hagedisloze eilandjes in de caraiben  b.v ( Google maar naar J.B. Losos, voor info daarover)

Het fenomeen dat bij  de p. sicula   beschreven wordt ligt echter  wel even anders  en   op een ander nivo.
-Bij anolissen gaat het om  vergelijkingen/tegenstellingen   tussen  minstens vijf verschillende  habitats  :  grondbewoners  ( met weinig bomen en spaarzame begroeing–> gras-anolissen   )  /en  struikgewas / onderste boomtakken/ middelste boomtakken / toplaag van het regenwoud
( aboreale  anolissen )

–  De  (optimale ) habitat van  de meeste   Podarcis sicula populaties  bestaat uit vlakke, open gebieden op zandgronden, zoals zandverstuivingen en duinen, op muren, steenhopen en ruïnes;

ANOLIS  en JB LOSOS
http://www.oeb.harvard.edu/faculty/losos/research/
http://jeb.biologists.org/cgi/reprint/145/1/23.pdf
http://www.sciencemag.org/cgi/content/summary/276/5313/682b

Experimenten  met   anolis  sagrei     op   Cays in de  de  Bahamas
http://harvardscience.harvard.edu/animal-vegetable-mineral/articles/pressured-predators-lizards-see-rapid-shift-natural-selection

http://groups.msn.com/evodisku/glosa.msnw?action=get_message&mview=1&ID_Message=4875

  Anolis  sagrei

Er is inderdaad een onwaarschijnlijk snelle (ecomorfe )”evolutie” ,bij p.sicula  vastgesteld  :   minder dan dertig generaties.

Aan de andere kant, er is ook sprake van een doorlopende ‘bottleneck’
: Echt veel plaats is er niet op het kleine eiland   Pod Mrcaru .

Of er veel mutaties nodig geweest zijn of dat het grotendeels verschuivingen van variaties zijn die deze nieuwe ontwikkeling bij Podarcis sicula hebben ingezet, is nog even de vraag

 

ZIE OOK  

Een goed boek met heel wat voorbeelden van snelle evolutie:

http://www.goodreads.com/book/show/15999588-relentless-evolution

 

Relentless Evolution

.……Relentless Evolution draws on studies of all the major forms of life—from microbes that evolve in microcosms within a few weeks to plants and animals that sometimes evolve in detectable ways within a few decades. It shows evolution not as a slow and stately process, but rather as a continual and sometimes frenetic process that favors yet more evolutionary change…..
….. most species seem adapted to the environment in which they live. Yet species relentlessly evolve, and populations within species evolve in different ways. Evolution, as it turns out, is much more dynamic than biologists realized just a few decades ago
In Relentless Evolution, John N. Thompson explores why adaptive evolution never ceases and why natural selection acts on species in so many different ways.
Thompson presents a view of life in which ongoing evolution is essential and inevitable.
Each chapter focuses on one of the major problems in adaptive evolution:
  • How fast is evolution?
  • How strong is natural selection?
  • How do species co-opt the genomes of other species as they adapt?
  • Why does adaptive evolution sometimes lead to more, rather than less, genetic variation within populations?
  • How does the process of adaptation drive the evolution of new species?
  • How does coevolution among species continually reshape the web of life?
  • And, more generally, how are our views of adaptive evolution changing?                                                                                             

Relentless Evolution

Hagedis behoudt grotendeelt  eigen kenmerken

Bruine Anolis Hagedis

Wetenschappers hebben voor het eerst gezien hoe het stichter effect en natuurlijke selectie samen hun stempel drukken op een soort.

Toen orkaan Francis in het jaar 2004 de Caribische hagedis uitroeide zag bioloog Manuel Leal zijn kans om de evolutie te bestuderen. De Caribische hagedis leefde op kleine eilandjes vlakbij de Bahama’s. De poten van het beestje waren erg kort in vergelijking met de bruine anolis hagedis die op een nabijgelegen, groter eiland leeft. Deze hagedis heeft vrij lange poten om zo de hoge bomen op het eiland te kunnen beklimmen.

Paren
Samen met collega’s nam Leal een aantal van deze   bruine anolis hagedissen van het grotere eiland en zette hen in paren op de zeven eilandjes, waar zich alleen lage planten bevinden. Ieder jaar kwamen de wetenschappers terug om de poten van de hagedissen te observeren.

Zij kwamen tot een verrassende conclusie: de poten van de reptielen waren enigszins verkleind maar werden niet zo klein als de poten van de( door de orkaan uitgeroeide ) Caribische hagedis. Op het  grote  eiland waar de hagedissen de langste poten bezaten had het nageslachtnog steeds de langste poten.

Hetzelfde namen de wetenschappers waar bij de hagedissen die aan het begin van het experiment de kortste poten hadden.

Bij de rest van de hagedissen verschilde de lengte: bij de een waren ze wat korter en bij de ander weer wat langer. Dit betekent dat zowel het “stichter effect “(= founder effect ) als de natuurlijke selectie hebben meegespeeld in de huidige veranderingen van de soort.

Bijzonder
De uitkomst is bijzonder: als een aantal individuen van een grotere populatie zich voortplant in een nieuwe leefomgeving resulteert dit meestal in een nieuwe soort die genetisch en morfologisch anders is.

Bij de bruine anolis hagedis blijven de kenmerken van de grondlegger zichtbaar.(1)

Een volgende stap in het onderzoek is om te zien hoe lang de kenmerken van de originele soort te zien blijven.

 (1)

  • …. het is uiteraard  te verwachten  dat sommige  kenmerken ( in het bijzonder in dit geval  : de variaties in de ‘gemiddelde’  pootlengte)behouden blijven  …. Belangijker nog :  is te weten te komen  welke kenmerken verdwijnen en welke nieuwe erbij komen ….  en vooral wanneer men juist  kan spreken van de overgang van een ecomorph populatie    naar een  “ondersoort “en vervolgens  naar een  “nieuwe “soort  ( in de toekomst ? )  …. de  evolutie(en  in het bijzonderspeciatie )  is multidirectioneel  geheel van evolutionaire paden  binnen  continuum …..de  strikte  afbakening tussen al die continue en open ended    veranderingen  is eigenlijk een  door de mens  opgesteld  model  ….eigenlijk een staaltje(= monster = sample)  uit een doorlopend   proces in verschillende  richtingen  binnen een oplosruimte

 

  • Uiteraard  is het  daarom  belangrijk te onderzoeken   HOELANG het duurt  voordat  de oorspronkelijke  kenmerken  ( =  de extremen in de  pootlengte  ) in de nieuwe populaties de  (oorspronkelijke  uitgangs grenzen )van de oorspronkelijke  variatie in pootlengte van de stichtersoort  doorbreken  ….   (kort  ) Wanneer vallen ze buiten de grenzen van de variatie van dat kenmerk  in de stichtersoort op het ogenblik dat ze werden uitgezet  
  • …. dat  allemaal  meten is niet gemakkelijk                                                                                                                                                                                                                 
  • (bijvoorbeeld =  zo kan je  o.a.  niets met zomaar een  algemeen meten  van de   staartlengte  omdat teveel andere individuele  (development en  fenotypische) zaken en invloeden   een rol spelen bij de  bekomen  lengtes  van de staarten   )           —>  “Researchers discover regenerated lizard tails are different from originals” – ASU.edu

Bronmateriaal:

Not-So-Lanky Lizards” -today.duke.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Matt Barnett (cc viaFlickr.com).

 

 °

Slakken: Meesters in evolutiesnelheid

2011  mei

Slakken kunnen zich verbazingwekkend snel genetisch aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Dat heeft een internationale onderzoeksgroep met behulp van duizenden vrijwillige slakkenzoekers uit vijftien Europese landen ontdekt.


De onderzoeksgroep analyseerde ongeveer een half miljoen slakkenhuisjes naargelang de vorm en de kleur.
Uit deze gegevens bleek dat de Gewone tuinslak(Cepaeas nemoralis) over een periode van 50 jaar genetisch veranderde.
“Dit is een zeer korte periode in de evolutie”, zei de coördinator van het wetenschappelijke project Christian Anton.
De exacte oorzaak  voor de genetische aanpassing is nog niet bekend.
Het is ook niet duidelijk of het klimaat een rol speelt,
 aldus de wetenschapper.

Zo houden “geelhuizige” slakken, die door de kleur weinig zonlicht opnemen, zich voornamelijk op in noordelijke kustgebieden terwijl de anderskleurige slakken de schaduw opzoeken in beboste regio’s.

De onderzoekers ontdekten ook een rechtlijnige stijging van het aantal slakken over heel Europa.
Een verklaring hiervoor hadden de wetenschappers nog niet.
De vrijwilligers telden op 3.000 standplaatsen slakken en maakten zo het grootste datawervingsproject ooit mede mogelijk.
Het slakkenonderzoek loopt nog verder.

 

°

snelle evolutie grondmijten

Gist in paniek

Snelle evolutie dankzij noodsprong

Door: Steijn van Schie

Gistcellen  onder stress  , slaan wild aan het knutselen met hun eigen DNA. Dat kan een enkeling redden, en dat is genoeg.

Gistcellen onder stress husselen hun chromosomen in een rap tempo door elkaar. Met deze paniekknop versnellen ze de evolutie en vergroten ze de kans dat een exemplaar stressvolle omstandigheden overleeft.

De paniekknop die verantwoordelijk is voor deze herverdeling van de chromosomen heet hitteschokeiwit 90 (Hsp90), schrijven Amerikaanse onderzoekers op de website van Nature.

Normaal gesproken zorgt dit eiwit er tijdens de celdeling voor dat chromosomen netjes gekopieerd en doorgegeven worden aan de nieuwe cel. Maar als het eiwit niet goed werkt, loopt alles in het honderd.

In veel situaties is dat rampzalig. Bij mensen kan één chromosoom te veel of te weinig er al voor zorgen dat een foetus nooit het daglicht ziet.

In andere gevallen leidt een verkeerde verdeling van het genetisch materiaal tot ernstige lichamelijke of geestelijke afwijkingen, waarvan het syndroom van Down de meest bekende is.

Maar er zitten voor gist ook belangrijke voordelen aan verbonden, zagen de onderzoekers nadat zij gistcellen met hitte en chemicaliën hadden bestookt.

Onder invloed van een slecht werkend Hsp90 ontstonden er abnormale cellen met teveel of te weinig chromosomen. Alhoewel deze freaks of nature zich minder snel vermenigvuldigden, waren velen resistent geworden tegen verschillende typen medicijnen ( en hitte ? ) .

Hebben kankercellen nu ook zo’n paniekknop waardoor ze in een mum van tijd resistent zijn tegen onze medicijnen?

Hoofdonderzoeker Rong Li acht die kans zeker aanwezig. Gelukkig hebben de cellen van zoogdieren – in tegenstelling tot gistcellen – daar een veiligheidsmechanisme voor ontwikkeld. Het eiwit p53 spoort cellen met te veel of te weinig chromosomen op en doodt ze.

Mooi, maar bij de helft van alle kankervormen werkt het p53-eiwit niet goed meer.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gist

Background InformationSaccharomyces cerevisiae is commonly known as baker’s, brewer’s, or budding yeast. It is a unicellular eukaryotic organism that serves as a model system for studying genomics; this is a result of the ease of genetic manipulations, high availability, rapid growth rate and versatile DNA transformation system (Sherman, 2002).

http://en.wikipedia.org/wiki/P53

File:P53.png

PDB rendering based on 1TUP: P53 complexed with DNA

 

°

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to EVOLUTIESNELHEDEN

  1. Pingback: EVOLUTIE BIJ BACTERIEEN | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: