MOSASAURUS and VARANEN (MONITOR LIZARDS )


 Mosasauridae zijn hagedissen en behoren tot de Varanoidea.
De huidige varanen zijn de nauwste verwanten van de Mosasauridae. Mogelijk behoren ook de slangen tot de varanen + mosaurus-clade.
Varanus salvator, een bij het water levende
soort uit het Lichfield National Park in Australië
 Varanus Bitawa 
Varanus   exanthematicus

KOMODO VARAAN 

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114
voorouderlijke verwanten van de komodovaraan 

Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Voorouder /verwant komodo-varaan

megalania priscus ( “oude” maar gepasseerde wetenschappelijke   naam ) = Varanus prisca

J. J. HEAD & all

https://tsjok45.wordpress.com/2011/01/10/test-2/varanus-prisca/

klik op de foto voor een grotere versie

°

Over de komodovaraan

De komodovaraan is de grootste hagedis die vandaag de dag nog in leven is. En met de dieren valt niet te spotten: het zijn echte roofdieren die grote prooien kunnen verslinden. Van waterbuffels tot herten.
Ook zijn er verhalen bekend waarin ze mensen doden.
°

komodo media_l_4112381    komodo media_xl_3597640   KOMODO media_xl_4112385

Gifcocktail

De Komodovaraan, ’s werelds grootste en gevaarlijkste hagedis, blijkt zijn slachtoffers niet te doden met een cocktail van dodelijke bacteriën in zijn mond – zoals altijd werd aangenomen –
maar is wel degelijk erg giftig.   Pas in 2009 werd ontdekt dat hij gifklieren bezit en  dat die ( in combinatie met de bacteriën in zijn bek) dodelijk uit de hoek kunnen komen.

Door scans te maken van het hoofd van een Komodovaraan hebben wetenschappers van de Universiteit van Melbourne complexe gifklieren in de mond van de hagedis ontdekt.
Die werken zoals bij gifslangen.

Lange tijd werd gedacht dat varanen hun slachtoffers  alleen doodden door bacteriën in het speeksel, die een verwoestende uitwerking hebben als ze na een beet in het weefsel of de bloedbaan  van prooidieren terecht komen.

 Geen dodelijke bacteriën in de mond

 02 juli 2013 8

komodovaraan

Nieuw onderzoek toont aan dat de komodovaraan zijn mond zorgvuldig schoon houdt en dat daar dus geen dodelijke bacteriën te vinden zijn.

Komodovaranen leven in Indonesië. Ze eten onder meer reeën en zwijnen. Zo’n 75 procent van de reeën en zwijnen die slachtoffer worden van de komodovaraan sterft binnen dertig minuten. Nog eens vijftien procent legt binnen drie tot vier uur het loodje. Dat de beet van de komodovaraan zo dodelijk is, werd lang geweten aan bacteriën die in de mond van de komodovaraan voor zouden komen. Maar een nieuw onderzoek rekent  verder  af met die aanname. “Komodovaranen zijn eigenlijk heel schone dieren,” concludeert onderzoeker Bryan Fry, van de universiteit van Queensland.

Poetsen
“Wanneer komodovaranen klaar zijn met eten, besteden ze zo’n tien tot vijftien minuten aan het likken van de lippen en schuren ze met hun hoofd langs bladeren om hun mond schoon te maken. Bovendien houdt de tong de binnenkant van hun mond ook extreem schoon. In tegenstelling tot wat mensen denken, hebben komodovaranen geen stukken rottend vlees (afkomstig van hun slachtoffers, red.) waar bacteriën goed op gedijen, tussen hun tanden zitten.”

Waterbuffel
Maar hoe is die mythe dan ontstaan? Ook dat zochten de onderzoekers uit. Het blijkt alles te maken te hebben met de waterbuffel. Ook dit dier kan slachtoffer worden van de komodovaraan, maar in tegenstelling tot reeën en zwijnen overleeft de waterbuffel een aanval vaak wel.

“Waterbuffels ontkomen bijna altijd, maar hebben dan wel diepe wonden in hun poten,” vertelt Fry. In het verleden bestudeerden onderzoekers de aangevallen waterbuffels. En in hun wonden vonden ze zeer gevaarlijke bacteriën terug.

De link was snel gelegd: die moesten wel uit de mond van de komodovaraan komen. Maar die conclusie is onjuist, legt Fry uit. Een gewonde waterbuffel vlucht naar warm, stilstaand water vol met uitwerpselen van andere waterbuffels en dus ook vol met bacteriën. “Wanneer de waterbuffel met zijn gapende wonden in dat water gaat staan, raken die wonden geïnfecteerd.” En dat is dus niet de schuld van de onhygiënische komodovaraan.

Wellicht vraagt u zichzelf af waarom de waterbuffel zo onverstandig is en in het vieze water gaat staan. Dat heeft alles te maken met ons: de mens.
Waterbuffels zijn door mensen naar Indonesië gebracht; van oorsprong komen waterbuffels daar niet voor. In het oorspronkelijke leefgebied van de waterbuffel zijn grote, schone plassen water te vinden: de ideale plek om de wonden veilig uit te spoelen. Op Indonesië moeten de dieren het met kleine, vieze waterplassen doen. De waterbuffels gedragen zich alsof ze in hun oorspronkelijke leefgebied zijn,   dus dat baden  in indonesie  is niet zo gezond  :   het tegendeel is waar.
Wanneer ze hun toevlucht zoeken in het water worden hun wonden blootgesteld aan de uitwerpselen en urine van andere buffels. “Dat is een ideale situatie voor het ontstaan van infecties.”… En natuurlijk hebben de overlevende generaties  waterbuffels in indonesie   gereageerd    aan de slechtere omstandigheden …. hun ras  kan  nu  iets  beter  tegen een  infektie- stootje

Dat de mythe van de komodovaraan met de fatale bacteriën in de mond zo lang overeind bleef, heeft ook met de komodovaraan zelf te maken. Tijdens onderzoeken werden bij sommige komodovaranen gevaarlijke bacteriën in de mond aangetroffen. Dit onderzoek toont echter aan dat die bacteriën daar niet thuishoren. Ze belanden in de mond van de komodovaraan wanneer deze uit vieze waterbronnen drinkt. Maar de komodovaranen hebben te weinig gevaarlijke bacteriën in hun mond om waterbuffels aan een infectie te helpen. Sterker nog: de populatie bacteriën in de mond van de komodovaraan is vergelijkbaar met die in de mond van andere vleeseters.

Bronmateriaal:
Fear of Komodo dragon bacteria wrapped in myth” – UQ.edu.au
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Neil (via Wikimedia Commons).

Komodovaraan dodelijker dan gedacht

 EOS

Artikel | 19 mei, 2009 – 12:52

De prooien van de Komodovaraan sterven niet aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van het dier, zoals eerder werd gedacht. Het zelfgeproduceerd gif maakt een hagedissenbeet fataal.De Komodovaraan (Varanus komodoensis) is de grootste hagedis ter wereld – mannetjes kunnen tot drie meter lang worden en meer dan honderd kilogram wegen. De varanen beschikken over een zestigtal gezaagde tanden waarmee ze hun prooi dodelijk kunnen verwonden.Australische wetenschappers hebben met behulp van gesofisticeerde medische beeldvormingtechnieken ontdekt dat de kaken van de dieren bovendien gifklieren bevatten. Daarmee ontkrachten ze de algemene veronderstelling dat de prooien van varanen sterven aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van de hagedissen. In plaats daarvan is het de combinatie van een bloederige beet en zelfgeproduceerd gif die prooien de das om doet.Komodovaranen bijten hun slachtoffers en laten ze vervolgens weer los, waarna ze wachten tot de prooi doodbloedt. Het gif dat tijdens de beet wordt afgescheiden zorgt voor een snelle daling van de bloeddruk, waardoor de prooi in een shock terechtkomt en als verlamd blijft zitten, en stimuleert het bloeden.Hoewel de bijtkracht van een varaan veel zwakker is dan die van een krokodil, kunnen de reuzenhagedissen dankzij hun speciale jachttechniek waarbij het contact met de prooi tot een minimum wordt beperkt, toch relatief grote prooien aan.(ddc)

  • In 2008 werd ontdekt dat de Komodo varaan gifklieren heeft. Het gif in kwestie voorkomt stolling van het bloed (INR —>  het is dus een anticoagulans  zoals ” bloedverdunners ” en ” rattenvergif ”   )  en verlaagt de bloeddruk, als gevolg waarvan de gebeten prooi in shock raakt en doodbloed.
    Zie Fry et al., PNAS 106 (2009), p. 8969-8974

°

Vrouwelijke komodovaraan sterft eerder

 18 oktober 2012  

De vrouwelijke komodovaraan heeft het niet gemakkelijk: ze moet enorme nesten bouwen en zes maanden lang heel intensief op haar eieren passen. En die zware huishoudelijke taken eisen hun tol, zo blijkt nu uit onderzoek: ze kosten het vrouwtje heel wat levensjaren.

Mannelijke komodovaranen kunnen rond de zestig jaar oud worden. Vrouwtjes leven aanzienlijk korter: gemiddeld 32 jaar. Onderzoekers vroegen zich af hoe dat enorme verschil te verklaren valt en bestudeerden gedurende tien jaar 400 komodovaranen in het oosten van Indonesië.

Groeien
De lange periode van onderzoek stelde de wetenschappers in staat om precies vast te stellen hoe snel de komodovaraan groeit. Het leverde opvallende resultaten op. Mannetjes en vrouwtjes zijn ongeveer even groot, totdat ze ( beiden ) op zevenjarige leeftijd seksueel volwassen worden. Vanaf dat moment groeien de vrouwtjes veel trager. Het resultaat? Een volwassen mannelijke komodovaraan is zo’n 160 centimeter lang en weegt 65 kilo. Een volwassen vrouwtje is ongeveer 120 centimeter lang en weegt ongeveer 22 kilo.

Prioriteiten
Het vertelt iets over de prioriteiten van de komodovaraan, zo schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE. Wanneer ze seksueel volwassen zijn, steken de vrouwtjes in tegenstelling tot de mannetjes aanzienlijk minder energie in groeien. Maar waar gaat die energie dan heen? Het huishouden.

Hard werken
“De verschillen in grootte tussen de twee geslachten lijken verband te houden met de enorme hoeveelheden energie die vrouwtjes investeren in het produceren van eieren, het bouwen en bewaken van hun nesten,” vertelt onderzoeker Tim Jessop. Het is zwaar werk. Vooral dat bewaken van de eieren: dat duurt zo’n zes maanden en in die periode eet het vrouwtje niets, waardoor ze veel gewicht verliest en zeker niet groeien kan.

Het onderzoek kan wetenschappers mogelijk helpen om de komodovaraan te beschermen. De soort staat te boek als kwetsbaar. Als we precies weten hoe de dieren zich ontwikkelen, kunnen we betere maatregelen nemen om ze te behouden.

Bronmateriaal:
Extreme ‘housework’ cuts the life span of female Komodo Dragons” – Melbourne.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Raul654 (via Wikimedia Commons).

°
Op zesjarige leeftijd is het mannetje seksueel rijp
Van zodra hij volwassen is, heeft hij geen natuurlijke vijanden meer.
Een volwassen reuzenhagedis kan drie meter lang worden en tot 200 kilo wegen.
Deze varanen zijn de grootste hagedissen ter wereld .
Gemiddeld worden de imposante dieren zowat dertig jaar oud.

°

Beschermde soort
De komodo leeft solitair en staat in zijn geïsoleerde leefomgeving bovenaan de voedselketen. Hoewel het om een beschermde diersoort gaat, blijft het aantal in de natuur levende komodo’s afnemen.
De voornaamste oorzaken zijn de illegale jacht en het steeds kleiner wordende leefgebied.
Er zouden nog 6000  a  4.000 exemplaren in het wild leven op de Indonesische eilanden Komodo, Padar, Rinco maar ook in enkele reservaten op het grotere eiland Flores.

KOMODOmedia_xll_5536720

Komodovaraan verwant met fossiele hagedis uit Afrika
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114

De komodovaraan (Varanus komodoensis).

Draken bestaan, al hebben ze niet alle eigenschappen uit de talrijke Middeleeuwse legendes. De komodovaraan (Varanus komodoensis), die meters lang kan worden, is een hagedis die echter in veel opzichten uiterlijk op een draak lijkt, en het is dan ook geen wonder dat zijn Engelse naam komodo dragon (komododraak) is. Ook zijn gelijkenis met dino’s is frappant. Het dier komt alleen nog in Indonesië voor, waar zijn leefgebied in de laatste eeuwen echter ook sterk in omvang is afgenomen.

Varanen komen ook elders in Azië en Afrika voor, maar hoe hun voorouders zijn geëvolueerd en waar dat gebeurde, was onduidelijk omdat er nauwelijks fossiele restanten van dit taxon (de Varanidae) bekend zijn. Daarin is nu verandering gekomen doordat in een woestijngebied meer dan honderd wervels van een fossiele varaan zijn gevonden. Die wervels zijn gedateerd als 33 miljoen jaar oud (Laat-Eoceen en Vroeg-Oligoceen).

De vindplaats van de fossiele
wervels in Fayum-woestijn in Egypte.

De fossiele wervels vertonen volgens de onderzoekers een zo grote gelijkenis met die van de huidige varanen – en speciaal met de komodovaraan – dat het heel nauwe verwanten moeten zijn. Dat is opvallend, want de oudste fossiele restanten die aan de komodovaraan worden toegeschreven zijn slechts zo’n 700.000 jaar oud. Dit zou betekenen dat deze varaan in enkele tientallen miljoenen jaren niet of nauwelijks is veranderd, en dus met recht als levend fossiel kan worden beschouwd.

wervels uit de hals

(boven: recent; onder fossiel).


<—-wervels uit de rug
(boven: recent; onder fossiel)

<—wervels uit de staart
(allemaal fossiel).

Toch moet er in die lange tijd wel iets gebeurd zijn, want de fossiele wervels werden gevonden in Egypte, in de Fayum-woestijn. Dat is min of meer de tegenpool van Indonesië waar de komodovaranen nu leven. Deze varanen moeten vroeger dus hetzij een veel grotere verspreiding hebben gehad dan nu, of ze zijn – om wat voor reden dan ook – in de loop der tijd ver gemigreerd.

De fossiele varaan, waaraan nog geen officiële naam is toegekend, was meer dan anderhalve meter lang. Het moet een goede zwemmer zijn geweest, en het is dus geen wonder dat de fossiele wervels werden gevonden in een door winderosie uitgeblazen vlakte die ooit de bodem van een rivier of en meer moet zijn geweest. Of het dier volledig in het water leefde, of deels op het land, is vooralsnog onduidelijk, maar sommige recente varanen, zoals Varanus salvator, zijn ook uitstekende zwemmers.

Varanus Salvator

De fossiele varaan leefde duidelijk in of bij zoet water. Het lijkt dan ook uitgesloten dat die varaan uit Afrika naar Indonesië is gezwommen. Daarbij moet worden bedacht dat Afrika van 100 tot 12 miljoen jaar geleden volledig geïsoleerd in de oceaan lag. De onderzoekers opperen de mogelijkheid dat de migratie gedurende miljoenen jaren plaatsvond doordat kleine landmassa’s of kleine aardschollen zich van Afrika afsplitsten en van positie veranderden, daarbij hun fauna en flora met zich meevoerend.

Dat is een intrigerende hypothese. Vanwege het voorkomen van min of meer nauw verwante dieren in Azië en Afrika (o.a. bepaalde zoetwatervissen, maar ook varanen!) werd to nu toe namelijk algemeen aangenomen at deze dieren vanuit Azië naar Afrika zijn gemigreerd. Dat lijkt nu dus juist omgekeerd.

Referenties:
  • Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Rob Holmes, Department of Biological Sciences, University of Alberta, Edmonton

(Canada).

Full-size image (78 K)

Fig. 1. Location map, geological sketch of the Salas de los Infantes area (Burgos, Spain), and stratigraphic position of the Viajete fossiliferous level.

arcanosaurus ibericus

Fig. 3. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–B, posterior cervical vertebra MDS-VJ 17; C, posterior cervical vertebra MDS-VJ 9; D–E, posterior cervical vertebra MDS-VJ 8; F–J, dorsal vertebra (holotype) MDS-VJ 5; K–L, caudal vertebra MDS-VJ 19; M, caudal vertebra MDS-VJ 20; N, caudal vertebra MDS-VJ 23 and O, caudal vertebra MDS-VJ 28; in A, I, K, M – ventral, B, C, J, N – left lateral, D, F, L – anterior, E, G – posterior, H – dorsal, and O – right lateral views. Scale bar equals 5 mm.

http://rhamphotheca.tumblr.com/post/44880733337/arcanosaurus-ibericus-o-a-new-varanoid-squamate
http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0195667112001723

Fig. 2. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–F, axis vertebra MDS-VJ 1; G–J, anterior cervical vertebra MDS-VJ 2; in A, H – anterior, B – posterior, C,I- dorsal, D,J – ventral, E – right lateral and F,G – left lateral views. Scale bar equals 5 mm.

Full-size image (71 K)
Fig. 4. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A, mid-sagittal and B, neutral transverse X-ray tomographic sections of MDS-VJ 6. PPB: primary periosteal bone. Scale bars equal: A – 1 mm; B – 5 mm.

http://colectivosalas.blogspot.be/2013/01/arcanosaurus-ibericus-un-lagarto-entre.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Arcanosaurus

°

°

MOSASAURUS

MOSASAURUS

Mosasaurs are close relatives of the monitor lizards (family Varanidae).

“As early as 1800, the Dutch palaeontologist Adriaan G. Camper recognised the monitor (varanid) lizard affinities of these fossil vertebrates (Camper, 1800; Mulder, 2003), well before they were described as Mosasaurus(Conybeare, 1822). Points of similarity between mosasaurs and snakes were recognised by Edward D. Cope. This inspired him to introduce the order Pythonomorpha (Cope, 1869a).”

Lee (1997) suggests that snakes evolved from a marine mosasaur. The monitor lizards undoubtedly share a common ancestor with the mosasaurs, although their exact relationship remains controversial. There are suggestions that mosasaurs descended from a monitor lizard or from an aigialosaur, which is itself considered a close relative of the monitor lizards.
http://www.njgonline.nl/publish/articles/000258/article.pdf

Therefore monitor lizards, snakes and mosasaurs all appear to be closely related. Their exact relationship with each other would need to be worked out
http://www.oceansofkansas.com/mus-mosa.html

   <– phylogenie

Amateurvondst blijkt ‘missing link’    //zaterdag, 19 november 2005

Een 16 jaar geleden gevonden fossiel in Texas, blijkt een belangrijke schakel te zijn in de evolutie van mosasaurussen.
Dat bericht de Southern Methodist University in Dallas, die de vondst uitvoerig heeft onderzocht.
Erkenning
Fossielenjager Van Turner vond 16 jaar geleden een fossiel bij een bouwplaats in de buurt van Dallas en had direct door dat dit iets bijzonders moest zijn.

De kenner van fossielen kon zijn vondst niet plaatsen en bracht het voor onderzoek naar het Dallas Museum of Natural History,dat over een grote collectie fossielen beschikt.

Bijna 16 jaar later krijgt de amateur-fossielenjager inderdaad de erkenning die hij verdient: het fossiel blijkt een vroege vertegenwoordiger te zijn van een uitgestorven tak van de hagedissen die evolutionair gezien een belangrijke omschakeling maakten: van landdieren ontwikkelden zij zich tot reptielen die volledig in het water leefden.

Het reptiel is deze maand wetenschappelijk beschreven in een speciaal nummer van het Netherlands Journal of Geosciences en vernoemd naar zijn ontdekker: Dallasaurus turneri.
Belangrijke schakel
De Dallasaurus turneri leefde ongeveer 92 miljoen jaar geleden in de kustgebieden van Texas en vertegenwoordigt een belangrijke schakel in de evolutie van de Mosasauridae : Mosasaurussen.

Deze prehistorische dieren ontstonden op land, maar geleidelijk aan zochten ze het water op.
In de zeeën evolueerden ze verder en wisten ze de oceanen net zo te domineren zoals de dinosaurussen dat op het vasteland deden.

De Texaanse vertegenwoordiger is een vroege variant van de de mosasaurussen en de eerste die in Noord-Amerika is gevonden.

Het dier heeft nog duidelijke kenmerken van een bewoner van het vastland, zoals voor- en achterpoten die geschikt zijn om om mee te lopen.Bij latere mosasaurussen ontwikkelden de poten zich tot vinnen.
Komodo-varaan
Op basis van het fossiel, dat circa 80 procent van het dier weergeeft, hebben curators een recontructie gemaakt die een tijd in het Dalles  museum te zien was. Het reptiel lijkt wel wat op een kleine Komodovaraan , de nauwste verwant in de dierenwereld van tegenwoordig.

here is a reconstruction of D Turneri what it is believed to look like   //Some fossils./ One with a person in it for scale.:

 For a quick overview of Mosasaurs you can do no better than Oceans of Kansas

New Transitional Fossil Found: Dallasaurus turneri

http://mcdougald.blogspot.com/2005/11/new-transitional-fossil-found.html

John Wilkins at Evolving Thoughts has some interesting thoughts on the subject as well.
The Hairy Museum of Natural History has more.

Including links to pics of the fossil, the paper it was described in and more!
The mosasaurs are species of aquatic reptiles that are related to lizards (to be more precise the varanoid lizards – of which the Komodo 
dragon is a good example).During the upper cretaceous they reached their peak. Almost 20 genera are recognized for this period with the largest approaching 30 feet.They were ocean going carnivores that ate almost anything that swam in the sea.

*Below is a list of some representative species 

However, we are not concerned with one of the larger species. We are interested in a little three foot long specimen discovered in Texas..Most Mosasaurs have flippers, Dallasaurus turneri has limbs similar to other land lizards.

From Science Daily: // Until the discovery of Dallasaurus, however, only five primitive forms with land-capable limbs were known, all of them found in the Middle East and the eastern Adriatic.  The advanced fin-bearing mosasaurs have been grouped into three major lineages. Although a small number of primitive mosasaur have been known to retain land-capable limbs, they were thought to be an ancestral group separate from the later fin-bearing forms. Dallasaurus represents a clear link to one lineage of the later forms and the first time researchers can clearly show mosasaurs evolved fins from limbs within the different lineages of mosasaurs.

Ancestor ?      MOSASAUROID AIGIALOSAURIDAE

Aigialosaurus was a semi aquatic lizard that was developed to enter the water yet still return to land.‭ ‬This is similar to many other lizards at this stage of the Cretaceous that would eventually evolve into the mosauridae,‭ ‬the last major group of marine reptiles that would adapt to ocean life during the Mesozoic.‭

Aigialosaurus (Opetiosaurus) bucchichi Skeleton on Matrix http://www.bhigr.com/…/product.php?&#8230; – Verenigde Staten –

http://reptileevolution.com/aigialosaurus.htm http://en.wikipedia.org/wiki/Aigialosaurus

Aigialosaurus

  • A. dalmaticus Kramberger, 1892 (type)
  • A. bucchichi Kornhuber, 1901
  • (synonym)Opetiosaurus Kornhuber, 1901
Sauropsida
Order: Squamata
Suborder: Scleroglossa
Superfamily: Varanoidea
Family: Aigialosauridae
Genus: Aigialosaurus
Kramberger, 1892

MOSASAURUS en Co

.Halisaurus family 

H. platyspondylus
H. ortlebi
H. arambourgi
H. onchognathus

2.Eonatator family 

E. sternbergii

3.Clidastes family 

C. liodontus
C. “moorevilensis”
C. propython

4.Mosasaurus family 

(links ) M. hoffmanni (=M. maximus)  

(hierboven  rechts ) skelet van Bèr (M hoffmani Maastricht )   
M. conodon
M. dekayi
M. missouriensis
M. mokoroa

5.Moanasaurus family 

M. mangahouangae

6.Amphekepubis family 

A. johnsoni

7.Liodon family

L. anceps
L. sectorius
L. mosasauroides

8.Plotosaurus family 

P. tuckeri
P. bennisoni

9.Globidens family 

G. alabamaensis
G. dakotensis

10.Prognathodon family 

P. overtoni
P. giganteus
P. rapax
P. waiparaensis
P. stadtmani
P. solvayi

11.Plesiotylosaurus family 

P. crassidens

12.Carinodens family

C. belgicus

13.Goronyosaurus family 

G. nigeriensis

14.Pluridens family

P. walkeri

15.Platecarpus family 

P. tympaniticus (=P. coryphaeus, P. ictericus)
P. planifrons
P. bocagei (=Angolasaurus; Lingham-Solair 1994)

16.Ectenosaurus family 

E. clidastoides

17.Selmasaurus family

S. russelli

18.Igdamanosaurus family 

I. aegyptiacus

19.Yaguarasaurus family

Y. colombianus

20.Plioplatecarpus family 

P. primaevus
P. houzeaui
P. marshii

20.Tylosaurus family 

T. proriger
T. nepaeolicus
T. kansasensis
T. ivoensis

21.Hainosaurus family 

H. bernardi
H. pembinensis
H. gaudryi

22.Taniwhasaurus family

T. oweni (=Tylosaurus haumuriensis)

23.Lakumasaurus 

L. antarcticus

Maashagedis had gespleten tong

29/09 – De zeereptielen die 65 miljoen jaar geleden op de plaats van het huidige Maastricht in een tropische zee rondzwommen, hadden een enigszins gespleten tong. Dat concludeert de Maastrichtse paleontoloog Anne Schulp in zijn proefschrift.

gebaseerd op de analyse van de kolossale schedel van mosasaurus ‘Ber’, die in 1998 in de ENCI-groeve in de stad werd gevonden.Schulp is verbonden aan het Natuurhistorisch Museum Maastricht, waar de schedel permanent wordt tentoongesteld. Schulp gebruikte een veelheid aan onderzoekstechnieken om te komen tot een beeld van de levende mosasaurus. Behalve scanners gebruikte hij ook een nagebouwde kaak en een bijtkrachtmeter om oesters, krabben en inktvissen door te bijten.

De tong van de mosasaurus is volgens Schulp vooral uit museaal oogpunt van belang. Die moet in eventuele reconstructies correct zijn. Uit vergelijkingen van de bouw en vermoedelijke voedingsgewoonten van het prehistorische Maasmonster met die van hedendaagse reptielen, komt hij tot de conclusie dat die tong aan het uiteinde waarschijnlijk gespleten is geweest. Hard bewijs daarvoor is er niet, zachte delen als de tong worden niet in fossielen teruggevonden.

In zijn proefschrift geeft Schulp een overzicht van de evolutionaire verwantschappen tussen de gevonden mosasaurusachtige zeereptielen uit Nieuw-Zeeland, Israël, België en de VS. Hij denkt dat een onlangs gevonden fossiel in Angola een missing link kan zijn tussen de Maastrichtse Ber en de andere mosasaurussen.

Onze bloedeigen ‘Maashagedis’ “Bèr”

De Mosasaurus: zwemmende gigant, trots van Maastricht, cruciale schakel in de evolutie, schrik van menige haai, oerstom en hartstikke uitgestorven

Nederland is niet rijk bedeeld met dinosauriërs. De oorzaak is simpel. Toen de dino’s over de aarde liepen, was er helemaal geen Nederland.

Nederland is immers piepjong. Althans, in geologische termen. Een paar miljoen jaar oud, ontstaan uit slib dat bezonk in de monding van enkele grote rivieren. Toen Nederland zich vormde, waren de dinosauri챘rs al lang en breed uitgestorven.

In de tijd van de dino’s bevond zich op de plek waar nu Nederland is, een ondiepe tropische zee met heuse koraalriffen. Er heerste een superbroeikaseffect en de zeespiegel was aanzienlijk hoger dan nu. Noordwest-Europa was een archipel en het dichtstbijzijnde eiland waar destijds dino’s (hele kleintjes) voorkwamen, was zo’n 100 kilometer ver, ergens in Duitsland.

Toch waren er op de plek die nu Nederland heet destijds wel degelijk angstaanjagende monsters. Voor het ongeoefende oog leken ze in vrijwel elk opzicht op dino’s. Ze konden ruim 15 meter lang worden, vraten alles op wat bewoog (inclusief haaien) en hadden net als dino’s het brein van een schoothondje.

Deze zwemmende monsters heten Mosasaurussen, Latijn voor Maasreptielen.

Ze leefden van ongeveer 90 miljoen jaar geleden tot 65 miljoen jaar geleden, toen ze met de dinosauriërs door een meteorietinslag in het huidige Mexico tot uitsterven werden gedoemd. Officieel mag de Mosasaurus geen dino worden genoemd, benadrukt Anne Schulp. Deze paleontoloog en conservator bij het Natuurhistorisch Museum in Maastricht promoveert in oktober op de Mosasaurus. ‘Het was ook een reptiel, maar wezenlijk anders dan een dino. Vogels staan dichter bij dinosauriërs dan de Mosasaurus.’

Maar, eerlijk is eerlijk, ook Anne Schulp is er niet vies van om de Mosasaurus af en toe toch een beetje met een dinosauriër te vergelijken. Zo is de kracht waarmee de grootste Mosasaurus kon bijten ongeveer dezelfde als die van de Tyrannosaurus rex, de beroemdste dino, heeft Schulp uitgerekend. ‘De Mosasaurus was een zwemmende Tyrannosaurus.’

Feit is ook dat de dino en de Mosasaurus elkaar een beetje in de weg zitten. Althans in museaal opzicht. De Mosasaurus is in Nederland wereldberoemd: bij de kennismakingstocht van prinses Máxima werd ze ook langs het Natuurhistorisch Museum in Maastricht geleid om daar onze Mosasaurussen te aanschouwen. Maar die beroemdheid dankt hij aan de afwezigheid van echte dino’s. In andere landen (de Verenigde Staten, Argentinië) hebben ze ook fossielen van Mosasaurussen, maar die zijn daar minder beroemd. Anne Schulp: ‘Als je in je museum een dino van 30 meter hebt, is een Mosasaurus van 15 meter niet zo bijzonder.’

Haaienvreter

De Mosasaurus was de grootste vleeseter die ooit in zee heeft gezwommen. Een beest dat net als haaien om de paar jaar een nieuwe rij tanden kreeg. Een beest ook dat, zoals Anne Schulp het uitdrukt, ‘de haaien kort hield’. Voor het ontstaan van de Mosasaurus waren er al haaien (de haai is oeroud), daarna ook, maar tijdens de heerschappij van de Mosasaurus veel minder, zo blijkt uit de fossielen.

De Mosasaurus concurreerde met de haai en heeft deze – gezien zijn formaat en zijn enorme bek – zo goed als zeker bejaagd. Andersom trouwens ook: haaien hebben zich te goed gedaan aan dode Mosasaurussen, blijkt uit afdrukken die op de fossielen in Maastricht zijn aangetroffen. Ook liggen op het fossiel van de recentste Maastrichtse Mosasaurus her en der haaientanden.

Wetenschappelijk is de Mosasaurus fascinerend. Hij vertegenwoordigt de terugkeer naar de zee. In de evolutie zijn eerst de vissen ontstaan. Op een gegeven moment zijn er vissen het land op gekropen en hebben zich daar verder ontwikkeld tot onder andere zoogdieren. Sommige dieren zijn vervolgens later in de evolutie teruggekeerd naar de zee. De walvis (een zoogdier) is daar een voorbeeld van, net als de Mosasaurus.

De oudste dateren van zo’n 90 miljoen jaar geleden, blijkt uit Kroatische fossielen. ‘Toen waren het nog een soort walvissen met pootjes.’ Daarna heeft de Mosasaurushet fantastisch gedaan. Er ontstonden tal van verschillende soorten, die zich specialiseerden. Grote Mosasaurussen die haaien aten, middelgrote reuzenreptielen met een gespecialiseerd gebit waarmee ze reuzenschildpadden konden kraken, en kleintjes die schelpen dan wel visjes te grazen namen. Vooral in de laatste 5 miljoen jaar van zijn bestaan, tussen 70 en 65 miljoen jaar geleden was de Mosasaurus heer en meester der zeeën en oceanen. De fossielen die in Maastricht zijn gevonden, stammen uit deze hoogtijdagen.

Vooral de Pietersberg, nabij Maastricht, is een ongekende en wereldberoemde bron voor Mosasaurussen. De kalksteen die hier, en elders in Zuid-Limburg, aan de oppervlakte komt, zit barstensvol fossielen. Zelfs stukjes echte dino komen hier voor. Dino? Er zijn toch nooit echte dino’s in Nederland geweest? Inderdaad, maar er spoelden vanaf het dichtstbijzijnde vasteland via de rivieren soms dinoresten naar de tropische zee die Nederland toen was. Via fossilisering zijn die resten in het kalksteen van Zuid-Limburg beland.

Oorlogsbuit
Er zijn in Zuid-Limburg diverse min of meer intacte Mosasaurussen gevonden. De beroemdste is aan het eind van de achttiende eeuw door het Franse leger dat toen Maastricht veroverde, mee naar Parijs genomen en ligt in een museum aldaar.

Deze fossiele schedel heeft een grote wetenschappelijke, historische en zelfs religieuze betekenis. Op basis van de studie van deze uit Maastricht geroofde schedel (plus de vondsten van mammoeten) concludeerde de Franse wetenschapper baron Georges Cuvier destijds dat er in het grijze verleden dieren hebben geleefd die zijn uitgestorven. Bovendien vermoedde hij dat deze dieren van voor de bijbelse zondvloed stamden. Met andere woorden, het Oude Testament was als historisch document onbetrouwbaar.

Later baseerde Darwin zich mede op Cuvier (en dus op de ‘Nederlandse’ Mosasaurus) toen hij met zijn evolutietheorie kwam: diersoorten kunnen onder druk van de natuurlijke omgeving in andere soorten ‘evolueren’, en het uitsterven van de ene soort biedt ruimte aan andere soorten.

De Parijse Mosasaurus is een van de belangrijkste fossielen uit de geschiedenis – te vergelijken met de eerste Neanderthaler die in de buurt van Düsseldorf is gevonden. Des te triester is het dat dit fossiel niet in Nederland te bezichtigen is, maar nog steeds als oorlogsbuit in een Parijs museum ligt. Er zijn de afgelopen jaren diverse pogingen geweest om deze beroemde Mososaurus terug te krijgen naar Maastricht – inclusief vragen in het Europees Parlement – maar tot dusver zonder resultaat.

Een van de problemen is de precedentwerking: als erkend wordt dat de Mosasaurus door Frankrijk als oorlogsbuit is geroofd en dus moet worden teruggegeven, hoe moet het dan met de talloze kunstschatten in het Louvre en het British Museum (onder andere de door Griekenland teruggeëiste ‘Elgin marbles’) die eveneens zijn gepikt?

De Mosasaurus die in Parijs ligt, was niet de eerste Mosasaurus die in Limburg is gevonden: de eerste is te bezichtigen in het Haarlemse Teylers Museum. Het was ook niet de laatste: in 1998 is er opnieuw een tamelijk complete Mosasaurus in de Pietersberg ontdekt. Dit fossiel (op zijn Limburgs B챔r gedoopt) is te zien op de buitenplaats van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Dat zal vast en zeker ook niet de laatste zijn: de Pietersberg herbergt er vermoedelijk nog wel een paar.

Maastricht

De Maashagedis,

Mosasaurus hoffmanni (Mantell,1829), heeft nooit in de rivier de Maas gezwommen. Daar waar nu de Maas stroomt, bevond zich in het Krijt – 65 miljoen jaar geleden – een diepe, warme zee. Als de in zee levende dieren stierven, werden ze door kalk ingekapseld en konden ze fossiliseren. Veel later kwam die kalk aan de oppervlakte en werd het gebruikt als meststof. In de kalkgroeves en ook in de gangen die door de kalkwinning in de Sint-Pietersberg ontstonden, vond men in het midden van de achttiende eeuw reusachtige kaken met grote tanden. Men had in die tijd nog een statisch beeld van de wereld: “God had de aarde geschapen zoals zij was.” Die grote kaken moesten dan ook toebehoord hebben aan tandwalvissen of krokodillen, zoals die nog steeds voorkwamen.

Het ‘eerste’ uitgestorven dier

Volgens Hoffmann, een arts die ook in naturali챘n ge챦nteresseerd was, waren de kaken van een krokodil. De wetenschapper PetrusCamper meende dat ze hadden toebehoord aan een tandwalvis, waarschijnlijk een potvis. Maar de Fransman Cuvier stelde aan het einde van de achttiende eeuw dat dieren ook konden uitsterven. In 1796 vergeleek hij een schedel van een mammoet uit Siberi챘 met een Afrikaanse olifant en Indische oIifant en kwam tot de conclusie dat ze verschillend waren. Omtrent de mammoet had hij drie hypothesen: het dier leefde nog ergens, de mammoet was een overgangsvorm, of hij was uitgestorven. Dat zo’n groot dier als de mammoet nog ergens onopgemerkt zou leven, geloofde Cuvier niet. En een overgangsvorm paste niet in het statische wereldbeeld. Zodoende kwam Cuvier op het idee dat dieren konden uitsterven. Adriaan Gilles Camper zette het wetenschappelijk werk van zijn vader Petrus voort. Hij wilde aantonen dat zijn vader het met zijn ‘potvis’ bij het rechte eind had. Maar na vergelijking van de schedel met verschillende nog levende dieren, kwam Adriaan Camper tot de conclusie dat noch zijn vader noch Hoffmann gelijk had. Camper meende eveneens dat dieren konden uitsterven. In zijn optiek was de Maashagedis een uitgestorven varaanachtig reptiel. In 1829 gaf Mantell het ‘grote beest van Maastricht’ de wetenschappelijke naam Mosasaurus hoffmanni, ter ere van Hoffmann.

Eerste fossielen

De eerste fossielen van de Maashagedis werden al in 1764 in de Sint-Pietersberg gevonden door J.B. Drouin. De beroemdste is echter in1780 ontdekt. In dat jaar vonden arbeiders in één van de gangen van de Sint-Pietersberg een aantal kaken. Barthlemy Faujas de Saint Fond (1742-1819) geeft een beschrijving van de lotgevallen van de kaken. Volgens hem riepen de groeve-arbeiders de hulp in van de arts Hoffmann. Hoffmann liet de kaken voorzichtig uitgraven en naar zijn huis brengen. Pater Godin claimde de kaken op grond van het feit dat ze in zijn grond waren gevonden en maakte er een rechtszaak van. Hij won en stelde de kaken tentoon in een huisje aan de voet van de Sint-Pietersberg. In 1795 veroverden de Fransen Maastricht en eisten de kaken op. Godin had intussen de kaken in de stad verstopt. Het verhaal gaat verder dat een zekere Freichine een beloning van 600 flessen uitmuntende wijn uitloofde voor degene die het stuk onbeschadigd bij hem thuis bezorgde. De andere dag al brachten 12 grenadiers de kaken bij Freichine. De fossielen werden naar Parijs verzonden, waar ze nu nog te zien zijn in het natuurhistorisch museum. Een afgietsel werd aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis) geschonken. Volgens de studente Peggy Rompen klopt dit verhaal echter niet. Hoffmann zou de fossielen nooit in bezit hebben gehad; er heeft nooit een rechtszaak tegen Hoffmann plaatsgevonden en er zijn nooit flessen wijn uitgeloofd voor het opsporen van de fossielen. Het verhaal van Faujas werd volgens Rompen verzonnen ter rechtvaardiging van het feit dat het Franse leger een burger zijn eigendom had ontnomen.

De aard van het beestje

Het was de beroemde zoöloog Hermann Schlegel, van1858 tot 1884 directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, die in 1854 aantoonde dat de Maashagedis flippervormige ledematen moest hebben gehad en dus een zeedier moest zijn geweest. Tot dan toe had men aangenomen dat de Maashagedis zowel op het land als in het water kon leven en daaraan aangepaste ledematen had. Mosasauriërs vormden een soortenrijke groep. Sommige soorten waren enkele meters groot, andere konden zo’n 15 meter lang worden. Alle soorten voedden zich met ammonieten en bewogen zich voort door middel van horizontale bewegingen van rug en staart. De flippers werden voornamelijk gebruikt om te sturen en het lichaam stabiel te houden.

Oeroud zeereptiel had gruwelijke kaakontsteking

Zeereptiel in het Natuurhistorisch Museum Maastricht. (ANP)

ANP

MAASTRICHT – Een 66 miljoen jaar oud zeereptiel heeft maandenlang rondgezwommen met een forse ontsteking in de achterste kaakbotten. Waar normaal het kaakscharnier zit, heeft de infectie grote stukken botweefsel weggevreten.

Dat zeggen onderzoekers die de versteende kaak met een röntgenscanner hebben doorgelicht. Het fossiel van de mosasaurus werd in 1953 gevonden bij Bemelen. Hoewel de ongezond uitziende kaakbotten destijds de aandacht trokken, kon de oorzaak er van niet worden achterhaald. Met ct-scans is dat wel mogelijk. Het ontstoken kaakbot is sinds vrijdag te zien in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.

Uit het onderzoek blijkt niet alleen dat de ontsteking een forse hoeveelheid botweefsel heeft weggevreten, ook is er aan de buitenkant van het bot nieuw botweefsel gevormd. Dat betekent dat het dier de ontsteking geruime tijd heeft overleefd.

Mosasauriërs hielden er ruwe omgangsvormen op na. Sporen van botbreuken of bijtincidenten worden vaker gevonden, maar de omvang van de ontsteking waarmee de Bemelse mosasaurus nog lang heeft rondgezwommen noemen de onderzoekers zeer uitzonderlijk.

Mosasauriërs waren zeereptielen, nauw verwant aan slangen en hagedissen. Ze werden zes meter of groter, met uitschieters tot boven de zestien meter. Aan het eind van het Krijt, ruim 65 miljoen jaar geleden, stonden de mosasauriërs in zee bovenaan de voedselpiramide. De enige dieren waar ze echt voor moesten uitkijken waren àndere mosasauriërs. Er zijn fossiele aanwijzingen van kannibalisme bij mosasauriërs bekend. De omgeving van Maastricht was rond die tijd bedekt door een ondiepe, tropische zee.

(kleine )Mosasauriers waren prooi van haaien en/of grotere mosasaurier-soorten

Fossiele botten vertonen vaak sporen van tanden. Dat geldt bijv. ook voor mosasauriërs, de enorme marine reptielen die onder meer in het Krijt van Zuid-Limburg zijn aangetroffen. Het was echter tot nu toe onduidelijk of de bijtsporen (soms zelfs in de vorm van in het bot losgelaten tanden) afkomstig waren van aaseters of van jagers die het op levende mosasauriërs hadden voorzien.
Grote mosasauriërs zoals Mosasaurus en Prognathon waren zelf grote rovers: uit de maaginhoud van sommige fossiele exemplaren blijkt dat ze vooral vis aten, maar ook vogels. Afdrukken van hun tanden zijn ook gevonden op de schilden van schildpadden, de schelpen van grote ammonieten, en de resten van tal van andere dieren, die kennelijk ook op hun menu stonden. Deze dominerende jagers bereikten lengtes tot zo’n 14 m (misschien zelfs 18 m). Daarom bestond er altijd veel twijfel of deze dieren zelf ook als prooi dienden van diergroepen, hoewel wel vaststaat dat sommige relatief kleine mosasauriërs (zoals Clidastes) zeker bejaagd werden door hun grotere verwanten (zoals de grote Tylosaurus). Of haaien, waarvan talrijke bijtsporen op de botten van mosasauriërs zijn aangetroffen, de dieren levend aanvielen, of dat ze alleen de kadavers van reeds gestorven mosasauriërs aten, was tot nu toe onduidelijk.

De twijfel omtrent haaien als jagers van mosasauriërs berust vooral op het feit dat de meeste haaien veel kleiner waren dan de mosasauriërs (hun lengte was gewoonlijk minder dan 3 m); voor zover bekend kon alleen de haai Cretoxyrhina mantelli zo’n 5 m groot worden

Het is alleen vast te stellen dat bijtsporen veroorzaakt zijn door de aanval op een leven dier, als dat dier de aanval lang genoeg overleefde om de veroorzaakte wonden en beschadigingen te laten helen.

Dergelijke herstelverschijnselen zijn nu aangetroffen. Een exemplaar van Platecarpus vertoont bijtindrukken in zijn staartwervels; langs deze indrukken van tanden – die aan een haai moeten worden toegeschreven – is het bot hersteld.

Het dier overleefde dus de aanval van een haai.

Andere exemplaren van Platecarpus vertonen bijtwonden in de hals- en (deels vergroeide) ruggewervels. In een van die vergroeide ruggenwervels zijn maar liefst zeven tandafdrukken te zien aan één kant, en acht aan de andere kant.

De ruimtes die de tanden bij de beet hebben achtergelaten, blijken in een doorsnede van het bot te liggen onder abcessen, die erop wijzen dat het dier door of na de beet geïnfecteerd is geraakt, en dat het lichaam daarop heeft gereageerd. De abscessen zijn bewaard gebleven doordat ze zijn opgevuld met kleine calcietkristalletjes.

Overigens betekenen deze vondsten niet dat haaien niet ook de kadavers van gestorven mosasauriërs aten. Ook daarvoor zijn nu duidelijke aanwijzingen gevonden.

Referenties:
  • Rothschild, B.M., Martin, L.D. & Schulp, A.S., 2005. Sharks eating mosasaurs, dead or alive? Netherlands Journal of Geosciences 84, p. 335-340.

Coccolieten in het abces dat bij Platecarpus ontstond na een haaiebeet

     Vergroeide wervels van een mosasauriër met talrijke tandafdrukken van een haai

In het bot van Platecarpus vastgegroeide haaietand

Lange wijd uit elkaar liggende groeven in de staartwervels van Platecarpus, veroorzaakt door een haaiebeet

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Bruce Rothschild, University of Kansas Museum of Natural History, Lawrence, KA (Verenigde Staten van Amerika).

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=108

Ook rivieren werden geregeerd door enorme zeereptielen

 20 december 2012  6
Bronmateriaal:
The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids” – PLoS ONE
First freshwater mosasaur discovered” – PLoS ONE (via Eurekalert.org).
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Dmitry Bogdanov (via Wikimedia Commons).

mosasaurus

Voor het eerst hebben wetenschappers bewijs gevonden dat Mosasauridae – flinke geschubde zeereptielen – ook in zoet water leefden. In Hongarije vonden ze een nieuwe soort terug die – net als rivierdolfijnen – in zoet water leefde. Een primeur!

De nieuwe soort heeft de naam Pannoniasaurus inexpectatus gekregen en was ongeveer zes meter lang. De fossiele resten zijn het eerste voorbeeld van een Mosasauridae die in zoet water kon leven. Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

Meerdere exemplaren
De onderzoekers vonden meerdere exemplaren van de soort terug – zowel volwassen als jonge dieren. Daardoor hebben ze al een goed beeld van hoe het dier er zo’n 84 miljoen jaar geleden uit moet hebben gezien. De poten van P. inexpectatus waren vergelijkbaar met die van landhagedissen. Hun schedel doet denken aan de schedel van een krokodil.

Fossiele resten van P. Afbeelding:

De bouw van Pannoniasaurus inexpectatus. Afbeelding: Makádi L, Caldwell MW, Ősi A (2012) The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids. PLoS ONE 7(12): e51781. doi:10.1371/journal.pone.0051781.

Aanpassen
De vondst wijst erop dat Mosasauridae zich in een rap tempo aan een grote verscheidenheid aan watergebieden konden aanpassen. En blijkbaar waren er zelfs exemplaren die zich de zoete wateren eigen maakten. In die wateren moet het zeereptiel een machtige verschijning zijn geweest. “De grootte van Pannoniasaurus maakt het het grootste bekende roofdier in de wateren uit die tijd,” vertelt onderzoeker Laszlo Makadi.

In zee
De familie der Mosasauridae wordt traditioneel gezien als een familie bestaande uit gigantische reptielen met vinnen, die in oceanen en zeeën leefden. Ook in Nederland zijn al regelmatig fossiele resten van deze zeereptielen teruggevonden. Onlangs werd in een groeve bij Maastricht nog het fossiel van een dertien meter lang exemplaar ontdekt. In de tijd waarin dit reptiel leefde, was Nederland (net als een groot deel van de rest van Noord-Europa) bedekt met een ondiepe zee. Nu is dus duidelijk dat de enorme reptielen ook over de zoete wateren regeerden.

De Mosasauridae verdwenen ongeveer tegelijkertijd met de dinosaurussen. En toen konden andere grote waterdieren de touwtjes in handen nemen. Haaien bijvoorbeeld. Geschubde reptielen komen we vandaag de dag überhaupt nog maar zelden in het water tegen. Slechts enkele soorten reptielen leven in zoet water en nog minder treffen we er in de oceanen aan.

Op de afbeelding bovenaan dit artikel ziet u niet P. inexpectatus, maar een andere Mosasaurus.

°

Maashagedis jaagde als een haai

De prehistorische maashagedis was snel en wendbaar als een haai, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

De Mosasaurus, ook wel maashagedis genoemd, had een soort haaienstaart met vinnen, waarmee het dier waarschijnlijk al zijn prooien te snel af was.

Het zeereptiel stond zeventig miljoen jaar geleden bovenaan de voedselketen in oceanen over de hele wereld. Tot nu toe werd aangenomen dat de Mosasaurus een lange, spitse staart had waarmee het dier slechts korte stukken hard kon zwemmen.  Dat melden Zweedse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Fossiel

De onderzoekers vonden bewijs voor de haaienstaart van de maashagedis bij een inspectie van een bijzonder goed bewaard gebleven fossiel uit Jordanië. De staart en de vinnen van het individu zijn nog bijna volledig intact. Zelfs het zachte weefsel van het fossiel is niet helemaal vergaan.

De studieresultaten werpen een volledig nieuw licht op de zwemcapaciteiten van deze prehistorische dieren 

Krachtig

“Aangezien Mosasaurussen hagedissen waren, werden ze traditioneel ook gezien als hagedisachtige dieren met lange, kronkelige lichamen en een lange staart, waarmee ze slechts korte sprintjes door het water konden trekken tijdens achtervolgingen”, verklaart hoofdonderzoeker Johan Lindgren op Discovery News.

De haaienstaart doet  echter  vermoeden dat de dieren zich op dezelfde manier door het water bewogen als moderne haaien: snel, krachtig en wendbaar.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.nature.com/ncomms/2013/130910/ncomms3423/full/ncomms3423.html

http://www.readcube.com/articles/10.1038/ncomms3423?utm_campaign=readcube_access&utm_source=nature.com&utm_medium=purchase_option&utm_content=thumb_version

Prognathodon sp  <— doc archief

°

Advertenties

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

4 Responses to MOSASAURUS and VARANEN (MONITOR LIZARDS )

  1. Pingback: Over het ontstaan van kikkers, slangen, krokodillen | Tsjok's blog

  2. Pingback: Extante Reptielen foto’s , Links | Tsjok's blog

  3. Pingback: CONVERGENTE EVOLUTIE | Tsjok's blog

  4. Pingback: VARANEN | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: