DINOSAURICON O


O


  Fossil  tibia and astragalusojoceratops-skull

O is for Ojoceratops – Phenomena: Laelaps

  1. RECONSTRUCTION OF OJOCERATOPS FROM THE HOLOTYPE AND REFERRED SPECIMENS. ART BY ROBERT SULLIVAN, IMAGE FROM WIKIPEDIA.

http://s-jasinski.blogspot.be/2011/07/ojoraptorsaurus-and-epichirostenotes-2.html

169._Sullivan_et_al.__Ojoraptorsaurus__COLOR[1]ojpraptorsaurus <–pdf

Rhabdodon

Olorotitan arharensis     Reuzenzwaan

Afbeelding Olorotitan arharensis

 

: Krijt: Ornitischia: Herbivoor: 9m

Eén van de allerlaatste Aziatische dinosauriërs die leefde vóór het uitsterven van de dino’s op het einde van het krijt. Olorotitan arharensis(wat “reuzenzwaan van Arhara” betekent) werd in 2001 bij de Amoer ontdekt, de grensrivier tussen Rusland en China. Je kan zien dat hij verwant was aanParasaurolophus aan de grote bijlvormige holle kam op zijn schedel, waarmee waarschijnlijk geweldige geluiden gemaakt werden.

Deze dino leefde 75-70 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Rusland

KBIN

File:Olorotitan arharensis.jpg

File:Olorotitan 28-12-2007 14-52-33.jpg

fig. 63)    

Omeisaurus tianfuensis skeletal reconstruction, from He et al. (1988:fig. 63)

http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/sauropoda/omeisaurus

  http://animals.howstuffworks.com/dinosaurs/omeisaurus.htm

Omnivoropteryx sinousaorum Czerkas & Ji, 2002
Oiseau (Oviraptorosaure indéterminé pour certains) du Barremien/Aptien (130-112 MA) de Chine; connu par un squelette quasi complet.

…..het is gesuggereerd dat Omnivoropteryx een jonger synoniem is van Sapeornis.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Sapeornis

Ornitholestes sketch.

  • Ornithomimosauria

De struisvogelachtige dino’s  werden  vrij recent nog voorgesteld  als  geschubd en weinig indrukwekkend. Nieuw onderzoek wijst erop dat daar weinig van klopt: deze  dino’s zouden prachtige veren en indrukwekkende vleugels hebben gehad.

Dat schrijven Canadese wetenschappers. Zij ontdekten de eerste Ornithomimosauria – zoals de groep waartoe de struisvogelachtige dino behoort voluit heet – met veren in Canada. De fossiele resten geven ons een heel ander beeld van de dino. Het beest blijkt niet geschubd, maar bedekt met veren.

Primeur
“Dit is echt een heel opwindende ontdekking, aangezien het de eerste met veren bekleedde dinosaurus is die op het westelijk halfrond is teruggevonden,” vertelt onderzoeker Darla Zelenitsky van de universiteit van Calgary. “Bovendien zijn dit – ondanks dat er al heel veel skeletten van ornithomimosauria bekend zijn – de eerste exemplaren die aantonen dat de ornithomimosauria bedekt waren met veren, net zoals verschillende andere theropode dinosaurussen.

Vleugels
In totaal vonden de onderzoekers in 75 miljoen jaar oude gesteenten de resten van een jonge en twee volwassen dino’s met veren terug. Ze stammen uit het geslacht Ornithomimus.

Natuurlijk doen de veren ons denken aan vogels. Toch verliep de ontwikkeling van de veren niet zo als we dat van vogels gewend zijn. “De dinosaurus was gedurende zijn leven bedekt met veren, maar enkel oudere individuen ontwikkelden grotere veren op de armen, waardoor vleugelachtige structuren ontstonden.” Bij vogels gaat dat heel anders. “Zij ontwikkelen de vleugels over het algemeen al heel jong, kort nadat ze uit hun ei komen.”

Functie
De dinosaurussen waren te zwaar om met de vleugels te vliegen, dus wat was dan de functie van deze lange veren?

“Het feit dat vleugelachtige voorpoten in rijpere individuen ontstonden, suggereert dat ze alleen later in het leven werden gebruikt,” vertelt onderzoeker François Therrien. De onderzoekers vermoeden dan ook dat de dino’s de vleugels gebruikten om een partner aan de haak te slaan en/of eieren uit te broeden.

De vondst van de met veren beklede Ornithomimus, die tot de groep ornithomimosauria behoort, wijst er volgens de onderzoekers op dat wellicht alle ornithomimosauria veren hadden. Als dat het geval is, is de kans groot dat we wereldwijd op voorheen onverwachte plekken resten van zulke met veren beklede dino’s terug gaan vinden. Want de vondst wijst uit dat de resten van deze dino’s op veel meer plekken dan gedacht behouden kunnen blijven.

“We dachten altijd dat met veren beklede dinosaurussen enkel in modderige sedimenten in stille wateren – denk aan de bodem van meren en kustmeren – konden fossiliseren. Maar de ontdekking van deze ornithomimosauria in zandsteen wijst erop dat met veren beklede dinosaurussen ook bewaard kunnen blijven in gesteenten die door oude, stromende rivieren zijn afgezet.”

En dat is goed nieuws: de meeste skeletten van dino’s zijn tot op heden in zandsteen aangetroffen. En dus is de kans dat we wereldwijd in zandsteen ook dino’s met veren aan gaan treffen groot.

Bronmateriaal:
Canadian researchers discover fossils of first feathered dinosaurs from North America” – Ucalgary.ca
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Julius Csotonyi.
Fig. 4. Ornithomimosaur plumage and its phylogenetic context. Artistic representations of (A) juvenile plumage and (B) adult plumage, both illustrated by Julius Csotonyi. (C) Phylogenetic distribution of major feather types and wings/pennibrachia in theropods. “Filamentous feathers” refer to all feathers that lack a rigid shaft [types 1, 2, and 3b of (11) and morphotypes 2 to 7 of (3)], whereas “shafted feathers” refer to all feathers that possess a rigid shaft [types 3a, 3a+b, 4, and 5 of (11) and morphotypes 8 and 9 of (3)]. Theropod phylogeny is from (35), and the reported occurrences of feathers are from (2, 36). The basalmost occurrence of winglike structures among Theropoda is in Ornithomimosauria. Forearm protuberances in a basal carcharodontosaur have been suggested to be associated with non-scale skin appendages (37) of unknown type. Green node, Theropoda. Yellow node, Maniraptora. Blue branches indicate clades that possess wings/pennibrachia. Gray wings denote clades in which at least one taxon used wings for aerial locomotion.

< Ornithomimosaures

Ornithomimidés

Les Ornithomimidés « imitateur d’oiseau » pourraient être qualifiés de « Dinosaures Autruches ».
En effet, leur bec ressemblait à celui des oiseaux. Ils avaient un corps élancé et de longues pattes. Ils se comportaient comme les grands ratites aux ailes rudimentaires d’aujourd’hui, courant à près de 80 km/h pour fuir le danger.

Principales caractéristiques des Ornithomimidés

Ces dinosaures n’avaient pas de dents. Ils étaient vifs et possédaient un gros cerveau par rapport à leur taille.

Ornithomimidé

Morphologie d’un Ornithomimosaure

À la différence des oiseaux actuels, ils portaient une longue queue ossifiée. De plus, ils avaient des bras aux doigts griffus et non des ailes.
La comparaison des squelettes avec ceux d’autres théropodes montre que les ornithomimidés étaient des coelurosaures proches des maniraptores, sous-groupe auquel appartiennent Velociraptor et les oiseaux.

Où et quand vivaient les Ornithomimosaures ?

Ces dinosaures ont vécu principalement au Crétacé supérieur. Des fragments d’os retrouvés dans des roches du Jurassique supérieur en Angleterre ont été attribués à des ornithomimidés mais des doutes subsistent.

Une empreinte de pas fossilisée attribuée à Hopiichnus shingi a été découverte en Arizona. Elle est datée de 196.500 à 183.000 Ma (Jurassique inférieur-Jurassique moyen).

La grande majorité des fossiles provient d’Amérique du Nord. Cependant, les Ornithomimosaures ont vécu également en Asie.

Exemples d’Ornithomimosaures

Les ornithomimidés les plus connus sont :

  • Struthiomimus
  • Dromiceiomimus
  • Ornithomimus
  • Anserimimus
  • Gallimimus
  • Pelecanimimus

Struthiomimus « semblable à l’autruche » est le mieux connu des ornithomimosaures. C’était un dinosaure léger, trapu et adapté à la course, probablement l’animal le plus rapide qui ait existé.

On pense qu’il vivait en troupeau. Son bec étroit et dépourvu de dents lui permettait d’avaler les petits lézards, insectes et végétaux. Il devait sûrement pouvoir attraper de petits morceaux de nourriture avec ses bras et ses mains fines.

Les fossiles de ce dinosaure ont été retrouvés au Canada. Il mesurait plus de 3 m de long.

En principe les ornithomimidés n’ont pas de dents. Mais, Pelecanimimus en possédait 220 qui ressemblaient à de minuscules piquants.

Pelecanimimus

Pelecanimimus. © dinosoria.com

L’absence de dents chez les genres proches démontre que ces dinosaures devaient être omnivores. Pelecanimimus, lui, pouvait sans problème déchiqueter la chair de petits animaux.

Gallimimus diffère des autres genres d’Amérique du Nord par la forme de son crâne et les dimensions de ses membres.

Gallimimus

Gallimimus. © dinosoria.com

Son museau et son bec sont allongés et ses mains sont plus courtes ; c’est le plus grand Ornithomimidé connu avec 6 m de long.

V. Battaglia (12.2003). M.à.J 10.2009

Dromiceiomimus . Gallimimus . Pelecanimimus

Liens

Ornithomimidae sur Paleobiology Database
Hopiichnus shingi sur Paleobiology Database

< Familles de Dinosaures

Drijflijk uit de zee bij Maastricht

Reconstructie van een Nederlandse dino, met  eendensnavel, duizend tanden en een kam op zijn kop. (Natuurhistorisch Museum Maastricht)
Door onze redacteur Michiel van Nieuwstadt

In ons grotendeels met klei bedekte  nederland, werden ze niet verwacht: resten van dino’s. Maar nu zijn er toch twee dozijn botjes. En een reconstructie van de bijbehorende hadrosaurus.

Het beest ter grootte van een Indische olifant behoort tot de hadrosaurussen: dieren met een bek in de vorm van een eendensnavel, meer dan duizend (reserve)tanden en een kam op de kop.

Het is verrassend dat in ons grotendeels met klei bedekte land in de afgelopen anderhalve eeuw toch nog 26 dinobotjes en -tanden bijeen zijn gesprokkeld, in zeeafzettingen nog wel. Rond Maastricht zijn stukjes bovenkaak gevonden, scheenbeen, staartwervel, k ootjes,dijbeen, wat tandjes en mogelijk een schaambeen.

Schulp denkt dat die restjes op één na toebehoren aan één of twee forse hadrosaurus-soorten. In de reconstructie is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de 26 dinobrokken uit de buurt van Maastricht. Concreet gaat het om een Nederlands scheenbeen, een dijbeen en een kuitbeen. Een middenvoetsbeentje was duidelijk te groot, maar een afgietsel ervan is een maatje verkleind en óók verwerkt. De rest van de dinobrokken was te groot óf te klein om te kunnen gebruiken.

Een hadrosaurus, gevonden langs de Chinees-Russische grensrivier de Amoer (een amurosaurus), is het hart van de reconstructie. Een Nederlands dijbeenstuk lijkt volgens Schulp ‘als twee druppels water’ op het amurosaurusdijbeen. De Nederlandse dino’s zijn hadrosaurussen, concludeert Schulp daarom: „Dat zit geramd.”

Twintig van de 26 Maastrichtse hadrosaurusstukjes hebben onmiskenbaar aan een hadrosaurus toebehoord.

Schulp: „De andere fossielen zijn zodanig vermangeld dat je ze eigenlijk niet met zekerheid kunt thuisbrengen, maar voor de rest is classificatie eigenlijk geen probleem. Je zou kunnen zeggen dat de hadrosaurus grotendeels uit herkenbare standaardonderdelen was opgebouwd.”

De schedel was het moeilijkst te reconstrueren.

Van amurosaurus zijn maar een paar schedelstukjes bekend. Voor de reconstructie van de Nederlandse hadrosaurusschedel is daarom gebruik gemaakt van de Noord-Amerikaanse hadrosaurus Corythosaurus.

„Over de schedel van de Nederlandse hadrosaurussen weten we heel weinig en juist die schedels waren heel gevarieerd”, zegt Schulp. „De breedte van de eendensnavel loopt tussen de verschillende soorten uiteen. Ook de omvang van de kenmerkende uitstulpingen bovenop de schedel varieert van kleine knobbeltjes tot uitzinnige uitsteeksels met krullen die over de rug naar achteren lopen.” In de reconstructie is gekozen voor een ‘bescheiden’ kam, ‘losjes’ gebaseerd op de kam van Corythosaurus.

Tenslotte kwam ook de recente ontdekking in North-Dakota van pas van een hadrosaurus-fossiel met huidafdrukken. Die huidafdrukken lieten zien hoeveel spiermassa eronder zat. „Vooral de spieren aan het begin van de staart hebben we na die vondst nog wat aangezet”, zegt Schulp.

Schulp voorzag de Nederlandse hadrosaurus van zachte streepjes en een rode kam. Hij erkent grif dat de reconstructie een ingewikkelde puzzel is waarin her en der een foutje kan zitten. „Als paleontoloog heb je te maken met harde feiten, gefundeerde aannames en onderbouwd giswerk”, zegt Schulp. „ We duidelijk  maken wat de zekerheden en onzekerheden zijn.”

Een wetenschappelijke naam heeft de Nederlandse hadrosaurus niet. In het Britse Natural History Museum zijn dij- en scheenbeenresten van een in Nederland gevonden hadrosaurus voorzien van het etiket Orthomerus dolloi, maar volgens Schulp is die naamgeving uit 1883 verouderd. „We zijn sinds die tijd verwend met een paar fatsoenlijke skeletten van hadrosaurussen”, zegt Schulp. „Dan moet je een paar luizige botjes uit Nederland geen naam willen geven.”

Twee dozijn botjes

Tegen het einde van het ‘tijdperk der dinosauriërs’ lag ter hoogte van Maastricht een ondiepe zee . De 26 dinobrokken uit de regio zijn volgens Schulp als drijflijk vanaf het land naar open zee gedobberd. „Een groot karkas zal nooit ver de zee op drijven”, zegt hij. „Het vasteland was niet veel verder weg dan Heerlen of Aken nu. We moeten de paleogeografische kaarten herzien, want daarop staan alleen eilandjes.” De tachtig meter dikke laag met afzettingen uit het laatste miljoen jaar voor de dinosauriërs uitstierven, loopt vanuit Nederlands Limburg door in België en verdwijnt daar in de diepte. Schulp schat dat driekwart van de Maastrichtse dinobrokken in Nederland gevonden is en de rest in België.

 

File:Orthomerus dolloi.jpg

Fossil of Orthomerus, an ornithopod dinosaur    KBIN  Musee d’Histoire Naturelle, Brussels

oryctodromeus cubicularis

http://viersterren.wordpress.com/2009/07/14/de-burcht-van-de-dinosaurier/

In de Amerikaanse staat Montana is de ondergrondse burcht van een dinosaurus gevonden, met het gezin er nog in.

Hiermee is voor het eerst aangetoond dat er onder deze hypsilidonte  oerreptielen holengravers waren. Ook is dit het eerste keiharde bewijs voor broedzorg bij dinosauriërs. Een team onder leiding van David Varricchio vond een vreemde wormachtige structuur van zandsteen in wat 95 miljoen jaar geleden de modder van een regelmatig overstromend riviergebied was. Het gedraaide stuk zandsteen liep dwars door drie rotslagen heen. Het moet een gegraven hol zijn geweest, schrijven de onderzoekers in vakblad PNAS.
Erin vonden ze de resten van drie skeletten, twee kleintjes en een grotere. De holbewoners waren planteneters van een nog onbekende soort, die Oryctodromeus cubicularis is gedoopt. Een ouder met twee jongen, dat kan bijna niet anders. Het volwassen exemplaar had stevige schouders en was iets meer dan twee meter lang, waarvan de helft staart. Dit leek eerst te groot voor de holte, maar, zegt Varricchio, het paste waarschijnlijk nét. Daarmee voorkwam de gravende dino dat grotere dieren zijn hol konden binnendringen.
Het begin van de tunnel, die een diameter had van ongeveer 25 centimeter. Vrij krap voor een twee meter lang beest, maar blijkbaar ging het.

Blijkens de publicatie in de Britse Proceedings of the Royal Society ontdekten de wetenschappers het nest in een oude rivierbedding in het zuidwesten van de Amerikaanse staat Montana. De 95 miljoen jaar oude botten blijken afkomstig van een volwassen dier en twee jonge exemplaren. Volgens de onderzoekers is dit het eerste bewijs dat sommige soorten dino’s ondergrondse nesten groeven. Voorheen werd aangenomen dat dinosauriërs niet in nesten of holen voor hun jongen zorgden.

De Amerikanen melden dat het hier gaat om een nieuw soort kleine dinosaurus, Oryctodromeus cubicularis genaamd. Ze denken dat ook andere kleinere soorten door holen te graven konden overleven in de extreme omstandigheden van woestijnen of hooggebergte.

De fossielen van het dinogezin zijn aangetroffen in een stuk zandsteen. Gezien de aanwezigheid van dit afzettingsgesteente moet het ondergrondse hol miljoenen jaren geleden zijn ondergestroomd.

In eerste instantie leek de twee meter lange Digging runner of the lair , zoals de dinosaurus door zijn ontdekkers is genoemd, te klein voor het nest. Maar, zo stellen de onderzoekers, er zijn nu ook allerlei zoogdieren die in kleine ondergrondse nesten kruipen. Dit doen ze zodat ze zichzelf beter tegen indringers kunnen beschermen.

 De dinosaurus in kwestie behoort tot de hypsilophonten, kleine ornithischische (plantenetende) dinosaurussen. Ze werden gevonden in de achterste kamer van een gangenstelsel onder de grond, en dit kan een adaptatie zijn voor het grootbrengen van jongen in een kouder klimaat zoals bij de poolstreken. Hoewel Hypsilophodontidae tegenwoordig niet meer als één groep wordt zien, en de leden ervan meer bij de Euornithopoda worden gerekend is een naast familielid bijvoorbeeld Leaellynasaura die binnen de poolcircel heeft geleefd.

Hoewel de verschillende dinosaurusgroepen een zeer lange levensduur hebben gehad, zo’n 165 miljoen jaar tegen bijvoorbeeld 5 a 6 miljoen jaar voor de mens, zijn ze voornamelijk landbewonende dieren gebleven. Dit in tegenstelling tot de zoogdieren bijvoorbeeld. Zelfs de mogelijkheid van de voorlopers van vogels, kleine dromaeosauride dinosaurussen, om in bomen te klimmen wordt door velen als controversieel gezien. En hoewel voor sommige dinosaurussen een gravende levenswijze werd verondersteld, zoals bij Mononykus en Heterodontosaurus, en er bewijs is voor het maken van nesten van Troodon en sauropode titanosauriërs waar graafwerk aan te pas is gekomen is er van holbewoning geen sprake.

Classificatie
Ornithischia
Ornithopoda
Euornithopoda
Oryctodromeus cubicularis

Etymologie
Orycto en dromeus komen uit het Grieks en betekent “gravende renner” en cubicularis slaat op het bewonen van een hol

holotype
Mor 1636a; samengegroeide premaxilla; achterste deel van de schedel; drie nekwervels, zes rugwervels, 23 staartwervels; drie ribben, samengegroeide schouderbeenderen, opperarmbeen, spaakbeen en ellepijp, scheenbeen en middenvoetsbeentje IV
Paratype
Mor 1636b; gevonden in associatie met de holotype en vertegenwoordigt twee juveniele dinosaurussen van 55 tot 65% lengte ten opzichte van het volwassen dier.
Plaats en Tijd
De gevonden fossielen stammen uit het bovenste deel van het Midden-Krijt, en zijn gevonden in de Blackleave formatie, Beaverhead CO., Montana, USA

http://www.bionieuws.nl/artikel.php?id=3194&print=1

Ouranosaurus nigeriensis
was een herbivore dinosauriër uit de groep van de Euornithopoda, tijdens het Vroege Krijt levend in het huidige West-Afrika.

Ouranosaurus werd in 1976 beschreven door Taquet op basis van een in 1966 in Niger gevonden vrij volledig skelet uit het Aptien, zo’n 110 miljoen jaar geleden.

Het meest opvallende kenmerk van Ouranosaurus waren de enorme doornuitsteeksels op de ruggewervels die wellicht een groot zeil op zijn rug ondersteunden. Eenzelfde kenmerk treffen we aan bij Spinosaurus, een carnivore tijdgenoot uit hetzelfde gebied. Het is wel verondersteld dat het extreem hete klimaat uit die periode tot overeenkomstige aanpassingen geleid heeft: een zeil vergrootte het uitstralingsoppervlak.

Ook twee eerdere synapsiden, Dimetrodon en Edaphrosaurus, hadden een zeil, hoewel ze niet aan de dinosauriërs verwant waren. Bij dezen had het zeil vermoedelijk mede de functie het dier op te warmen. Bij de dinosauriërs speelde dat vermoedelijk geen rol; door hun enorme massa waren die weinig gevoelig voor afkoeling — als ze al niet volledig warmbloedig waren.

Een ander bijzonder kenmerk van Ouranosaurus vormde de enorm lange schedel. Het hele beest werd zo’n zeven meter lang. Zijn voorpoten hadden geen grijpfunctie meer.

Ouranosaurus is basaal geplaatst in de Hadrosauroidea

 

OVIRAPTOR 

Oviraptor was a small Mongolian theropod dinosaur, first discovered by legendary paleontologist Roy Chapman Andrews and first described by Henry Fairfield Osborn, in 1924

.
Its name is Latin for ‘egg thief’, referring to the fact that the first fossil specimen was discovered atop a pile of what were thought to be Protoceratops eggs. The specific name philoceratops means “lover of ceratopsians”, also given as a result of this find.

However,
it is now believed that the eggs belonged to this genus itself and that the specimen was actually brooding its eggs, based on discoveries of a related animal called Citipati. Oviraptor forms the basis of a family called Oviraptoridae, named by Barsbold in 1976. Barsbold then used the name to coin a group called Oviraptorosauria.

Oviraptor may have eaten eggs. However, in 1977, Barsbold argued that the strength of its beak would indicate that it was strong enough to break the shells of mollusks such as clams, which are found in the same formation as Oviraptor. The idea of a crushing jaw was first proposed by H. F. Osborn, who believed that the toothless beak in the original skull, together with an extension of several bones below the jaw from the palate, would have made an “egg-piercing” tool, though this interpretation has been disputed. These bones form part of the main upper jaw bone or maxilla, which converge in the middle to form a pair of prongs. The rest of the bony palate, unlike all other dinosaurs, is extended below the jaw line and would have pushed into the space between the toothless lower jaws. A rhamphotheca, or the keratin forming the beaks of birds, covered the edges of upper and lower beaks and probably the palate, as proposed by Barsbold and Osborn.

Oviraptor lived in the late Cretaceous Period, during the Santonian stage, and may have lived in an earlier stage called the Campanian, between 80 to 70 million years ago; it comes almost exclusively from the Djadokhta Formation of Mongolia, as well as the northeast region of the Neimongol Autonomous Region of China, in an area called Bayan Mandahu. Relatives of Oviraptor include “Ingenia” and Chirostenotes.

Oviraptor was one of the most bird-like of the non-avian dinosaurs. Its rib cage, in particular, displayed several features that are typical of birds, including a set of processes on each rib that would have kept the rib cage rigid. A relative of Oviraptor called Nomingia was found with a pygostyle, which is a set of fused vertebrae that would
later help support the tail feathers of birds. Skin impressions from more primitive oviraptorosaurs, like Caudipteryx and Protarchaeopteryx, clearly show an extensive covering of feathers on the body, feathered wings and feathered tail fans. A feather tail fan is also indicated by the presence of a pygostyle in Nomingia, suggesting that this feature was widespread among oviraptorosaurs. Additionally, the nesting position of the brooding
Citipati specimens implies the use of feathered wings to cover the eggs. Given the close anatomical similarity between these species and Oviraptor, it is almost certain that Oviraptor had feathers as well. Oviraptor is traditionally depicted with a distinctive crest, similar to that of the cassowary. However, re-examination of several oviraptorids (Clark, Norell & Barsbold, 2001) show that this well-known dinosaur may actually be a species of Citipati, a relative of Oviraptor. It is likely that Oviraptor did have a crest, but its exact size and shape are unknown due to crushing in the skull specimens.

Oviraptor philoceratops

Eierdief
Afbeelding Oviraptor philoceratops

Krijt: Saurischia: Carnivoor: 1.8m

De eerste indruk is de belangrijkste, en voor Oviraptor heeft dit jaren ernstige gevolgen gehad. Toen hij in 1920 voor het eerst ontdekt werd, lagen zijn fossiele resten op een nest eieren. Wetenschappers dachten dat het de eieren van een protoceratops waren, en dat de kleine dino ze wilde stelen om op te eten. Ze noemden hem dan ook de “eierdief”. Vele jaren later ontdekten paleontologen dezelfde soort eieren met daarin een oviraptor-jong. Toen pas beseften ze dat ze deze arme dino vals beschuldigd hadden en dat hij de eieren niet wilde stelen… Het waren zijn eigen eitjes die hij probeerde te beschermen!

Deze dino leefde 83-72 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Mongolië en China.

Oviraptor philoceratops dinosaur

JULIUS T CSOTONYI

Oviraptor philoceratops dinosaur, This small dinosaur, an ornithopod, had a characteristic bony head crest. Its fossils date from the Cretaceous, and are found in Mongolia

 

FEATHERS  of OVIRAPOTOR  = Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship

 

 

oviraptor  show 537269_454361871283843_1171334315_n

 

male oviraptor dinosaurs Ingenia yanshini shake their tail feathers to woo potential female mates (reconstruction of such dino-wooing shown here).

 

[Paleontology • 2013] Oviraptorosaur tail forms and functions (Theropoda: Oviraptorosauria) | Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship

  1. Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship http://phys.org/news/2013-01-evidence-dinosaurs-feathers-courtship.html via @physorg_com

    W. Scott Persons, IV, Philip J. Currie, and Mark A. Norell. 2013. Oviraptorosaur tail forms and functions. Acta Palaeontologica Polonica. doi: http://dx.doi.org/10.4202/app.2012.0093
    http://www.app.pan.pl/article/item/app20120093.html

    °

Groep OrnithopodaOrnithopods ORNITOPODA * http://en.wikipedia.org/wiki/Ornithopod
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ornithopoda
, http://www.geol.umd.edu/~tholtz/G104/10419orni.htm

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: