HOMININES COMPARATIVA


INHOUD —-> https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/03/evodisku/    

VERWANTEN  

ORANG OETANG   & RAMAPiTHECUS 

orang skull dental arch and teeth

 

male orang skuill
Orangutan Male Skull Specimen

 

skull borneo female orang ...Pongo pygmaeus pygmaeus
Orangutan Female Skull Specimen

juvenile orang skull
Orangutan Juvenile Skull Specimen

orang skeleton

DOORGEEVOLUEERDE   extante  DICHT VERWANTE  MENSAPEN 

kaakspier en bovenkant schedel   / Gorilla  Mens 

http://www.talkorigins.org/faqs/homs/gorilla.html

Front view of a male gorilla skull. (Image courtesy of Skullduggery)

Gorillas are the largest living primates. Males grow considerably larger than females.

The brain size of gorillas averages 500 cc, but males, being bigger, tend to have larger brains than females. Various sources list the maximum brain size of gorillas as 650 cc, 700 cc, or in the case of one exceptional specimen, 752 cc (Tobias, 1964).

Skulls of male gorillas therefore overlap the skulls of Homo habilis in brain size, but this is largely because they are far bigger than any fossil hominid. When a correction is made for their huge body size, gorilla brains are the same size as, or a bit smaller than, those of chimpanzees. In addition, male gorilla skulls have a very different appearance from those of Homo fossils. They have prominent crests and ridges of bone, while Homo habilis skulls have little or no crests, and are much more rounded.

References

Tobias P.V. (1964): The Olduvai bed I hominine with special reference to its cranial capacity. Nature, 202:3-4.

CHIMP           

Chimp skull


Chimpanzee Male Skull Specimen


Chimpanzee Female Skull Specimen


Chimpanzee Juvenile Skull Specimen

http://www.cmnh.org/site/ResearchandCollections/CastingLabs/PhysAnthroCastingLab/Chimp.aspx

CHIMP  SKULLS

three chimps  ?

mens en aap
OP ZOEK NAAR  HET ” UNIEKE  ” VAN DE MENS
Gelaatsuitdrukkingen  ?    NEEN
bush_chimps2
HET  UNIEKE   VAN DE MENS  is o.a.
een   belangrijk verschil tussen  de  “mens ” en  de  “chimp”  : HET SNOTGEULTJE
De design van het snotgeultje onder onze neus ? 
onze neef , en waarschijnlijk  ook “Adam” (?)  had  GEEN snotgeultje —>

{Het philtrum is de naam voor het verticale streepje boven de bovenlip en onder de neus.}

zo zie je maar weer eens ;

De mens onderscheid zich van het dier door zijn ….snotgeultje
______en eigenlijk is het onjuist om het ( traditioneel ) ook nog verder over “snotapen “te hebben …. ( “snotvinken” is ook al niet van je dat )
Snotgootje ? 

Tussen je neusgaten heb je zo’n stukje huid waardoor je 2 neusgaten hebt ipv 1 als je vanaf daar met je vinger naar beneden gaat, kom je bij een soort ‘geultje’ tussen je neus en je bovenlip maar waar is dat voor?
Kan dat niet gewoon een product zijn van de evolutie?
Stel nu dat die ‘fittest’ nu ook zo’n gleufje had, dus gewoon een ‘afwijking’. Deze plant zich voort, en zijn”fitte’ kinderen hebben dat gleufje ook weer, enzovoorts enzovoorts. ?
De twee lijntjes onder ieders neus.
Het is echter niet 1 gootje maar er zijn  2 kanaaltjes ,( ongeveer maar niet precies   ) onder ieder neusgat 1 /
kijk maar eens in de spiegel ….
De beide kloofjes  begrenzen de gutte:  het “snotgootje” dat door een evolutionair misverstand precies tussen beide neusgaten terecht is gekomen,in plaats van onder een van de twee.
Dat ” gutte “-naadje   heet trouwens (in de volkstaal ) “snotgootje / snotgeultje 
Volgens mij heeft het iets te maken met hoe een foetus groeit.
Eerst zitten de linker en de rechterhelft van dat stuk van je gezicht, je verhemelte, dat doorloopt in je lip, nog niet aan elkaar, dat groeit later tegen elkaar aan.
Het punt waar de twee stukken bij elkaar komen is dat gekke geultje, daarom loopt het niet glad door, maar zie je dus een soort “lasnaadje”.
Je hebt ook mensen waarbij dat aan elkaar groeien niet zo goed gelukt its; die hebben bijvoorbeeld een hazelip, of een open verhemelte (waardoor je dus niet normaal kunt praten).
Deze aangeboren afwijking heet ook wel schisis. Dat is inderdaad de gespleten lip/hazelip etc. Hier staat het allemaal nog eens uitgelegd:
http://www.schisis.nl/mlbinfo0.html#04
En ook heel leuk om te kijken is een aflevering van Klokhuis over schisis.
http://cgi.omroep.nl/cgi-bin/streams?/tv/nps/hetklokhuis/bb.20041109.asf
Er wordt niet helemaal expliciet vermeld dat hierdoor ook het geultje onder je neus ontstaat
VOETEN    ? 
Schedels  ? 
achterhoofdgat
Series 2
   series 4
<—verhemelte       &     tanden
 primates inner ears
HEUPEN  
metatarsus
heupen   
M   plantaris
Hominid series.

TM 266-01-060-1, “Toumai”, Sahelanthropus tchadensis
Discovered by Ahounta Djimdoumalbaye in 2001 in Chad, in the southern Sahara desert. Estimated age is between 6 and 7 million years. This is a mostly complete cranium with a small brain (between 320 and 380 cc). (Brunet et al. 2002, Wood 2002) It has many primitive apelike features, such as the small brainsize, along with others, such as the brow ridges and small canine teeth, which are characteristic of later hominids.

http://www.nature.com/nature/ancestor/

A new hominid from the Upper Miocene of Chad, Central Africa
MICHEL BRUNET, FRANCK GUY, DAVID PILBEAM, HASSANE TAISSO MACKAYE, ANDOSSA LIKIUS, DJIMDOUMALBAYE AHOUNTA, ALAIN BEAUVILAIN, CÉCILE BLONDEL, HERVÉ BOCHERENS, JEAN-RENAUD BOISSERIE, LOUIS DE BONIS, YVES COPPENS, JEAN DEJAX, CHRISTIANE DENYS, PHILIPPE DURINGER, VÉRA EISENMANN, GONGDIBÉ FANONE, PIERRE FRONTY, DENIS GERAADS, THOMAS LEHMANN, FABRICE LIHOREAU, ANTOINE LOUCHART, ADOUM MAHAMAT, GILDAS MERCERON, GUY MOUCHELIN, OLGA OTERO, PABLO PELAEZ CAMPOMANES, MARCIA PONCE DE LEON, JEAN-CLAUDE RAGE, MICHEL SAPANET, MATHIEU SCHUSTER, JEAN SUDRE, PASCAL TASSY, XAVIER VALENTIN, PATRICK VIGNAUD, LAURENT VIRIOT, ANTOINE ZAZZO & CHRISTOPH ZOLLIKOFER
Nature 418, 145–151 (2002); doi:10.1038/nature00879
| Summary | Full Text (HTML / PDF) |

Geology and palaeontology of the Upper Miocene Toros-Menalla hominid locality, Chad
PATRICK VIGNAUD, PHILIPPE DURINGER, HASSANE TAÏSSO MACKAYE, ANDOSSA LIKIUS, CÉCILE BLONDEL, JEAN-RENAUD BOISSERIE, LOUIS DE BONIS, VÉRA EISENMANN, MARIE-ESTHER ETIENNE, DENIS GERAADS, FRANCK GUY, THOMAS LEHMANN, FABRICE LIHOREAU, NIEVES LOPEZ-MARTINEZ, CÉCILE MOURER-CHAUVIRÉ, OLGA OTERO, JEAN-CLAUDE RAGE, MATHIEU SCHUSTER, LAURENT VIRIOT, ANTOINE ZAZZO & MICHEL BRUNET
Nature 418, 152–155 (2002); doi:10.1038/nature00880
| Summary | Full Text (HTML / PDF) |

Palaeoanthropology: Hominid revelations from Chad
BERNARD WOOD
The story of human origins in Africa takes a twist with the description of a 6–7-million-year-old cranium from Chad. The discovery hints at the likely diversity of early hominids.
Nature 418, 133–135 (2002); doi:10.1038/418133a
| Full Text (HTML / PDF) |

Oldest human forebear found
New-found skull could sink our current ideas about human
evolution.
| Full Text (HTML / PDF) |

Toumaï, face of the deep
Earliest known record of human family turns up in Chad.
| Full Text (HTML / PDF) |

http://www.sesha.net/eden/toumai.asp

Toumaï’s schedel is verassend goed bewaard gebleven voor een fossiel van die leeftijd.
Complete schedels zijn vrij zeldzaam in de paleoantropologie, de tot nu toe oudste schedel is “slechts” 2,5 miljoen jaar oud. Dat is dus ontzettend jong in vergelijking met Toumaï.

Een eerste bestudering van de Sahelanthropus fossielen liet een aantal typisch hominide kenmerken zien;
Het gezicht is vrij plat, Toumaï heeft niet echt een snuit zoals chimpansees; boven zijn ogen heeft hij een dikke, doorlopende wenkbrauwboog die doet denken aan latere hominiden; zijn ruggengraat komt in dezelfde hoek zijn schedel binnen als bij andere hominiden, wat wellicht er op duidt dat Toumaï op twee benen liep; hij had kleine hoektanden en op al zijn tanden vrij dik email, een menselijk kenmerk.
Toumaï had een herseninhoud van rond de 300 cc, wat overeenkomt met hedendaagse chimpansees

http://pietonnecairote.files.wordpress.com/2008/05/toumailemonde.jpg

“ARA-VP, Sites 1, 6 & 7”, Ardipithecus ramidus
Discovered by a team led by Tim White, Berhane Asfaw and Gen Suwa (1994) in 1992 and 1993 at Aramis in Ethiopia. Estimated age is 4.4 million years. The find consisted of fossils from 17 individuals. Most remains are teeth, but there is also a partial lower jaw of a child, a partial cranium base, and partial arm bone from 2 individuals.
ARA-VP-6/1 consists of 10 teeth from a single individual.
ARA-VP-7/2 consists of parts of all three bones from the left arm of a single individual, with a mixture of hominid and ape features.

ARA-VP-6/500, “Ardi”, Ardipithecus ramidus
Discovered by a team led by Tim White in 1994 at Aramis in Ethiopia (White et al. 2009; Gibbons 2009). Its age is about 4.4 million years. Ardi is a spectacularly complete fossil. About 45% of her skeleton was found, including most of the skull, pelvis, hands and feet, and many limb bones. She was about 120 cm (3’11”) tall and weighed about 50 kg (110 lbs).

KP 271, “Kanapoi Hominid”, Australopithecus anamensis
Discovered by Bryan Patterson in 1965 at Kanapoi in Kenya (Patterson and Howells 1967). This is a lower left humerus which is about 4.0 million years old. (Creationist arguments)

KP 29281, Australopithecus anamensis
Discovered by Peter Nzube in 1994 at Kanapoi in Kenya (Leakey et al. 1995). This is a lower jaw with all its teeth which is about 4.0 million years old.

KP 29285, Australopithecus anamensis
Discovered by Kamoya Kimeu in 1994 at Kanapoi in Kenya. This is a tibia, missing the middle portion of the bone, which is about 4.1 million years old. It is the oldest known evidence for hominid bipedalism.

australopithecus / mens

AL 129-1, Australopithecus afarensis
Discovered by Donald Johanson in 1973 at Hadar in Ethiopia (Johanson and Edey 1981; Johanson and Taieb 1976). Estimated age is about 3.4 million years. This find consisted of portions of both legs, including a complete right knee joint which is almost a miniature of a human knee, but apparently belongs to an adult.

AL 288-1, “Lucy”, Australopithecus afarensis
Discovered by Donald Johanson and Tom Gray in 1974 at Hadar in Ethiopia (Johanson and Edey 1981; Johanson and Taieb 1976). Its age is about 3.2 million years. Lucy was an adult female of about 25 years. About 40% of her skeleton was found, and her pelvis, femur (the upper leg bone) and tibia show her to have been bipedal. She was about 107 cm (3’6″) tall (small for her species) and weighed about 28 kg (62 lbs). (Creationist arguments)

lucy ; mens  & chimp

vergelijking afarensis , chimp, gorilla , orang

AL 333 Site, “The First Family”, Australopithecus afarensis?
Discovered in 1975 by Donald Johanson’s team at Hadar in Ethiopia (Johanson and Edey 1981). Its age is about 3.2 million years. This find consisted of remains of at least 13 individuals of all ages. The size of these specimens varies considerably. Scientists debate whether the specimens belong to one species, two or even three. Johanson believes they belong to a single species in which males were considerably larger than females. Others believe that the larger specimens belong to a primitive species of Homo.

“Laetoli footprints”, Australopithecus afarensis?

Discovered in 1978 by Paul Abell at Laetoli in Tanzania. Estimated age is 3.7 million years. The trail consists of the fossilized footprints of two or three bipedal hominids. Their size and stride length indicate that they were about 140 cm (4’8″) and 120 cm (4’0″) tall. Many scientists claim that the footprints are effectively identical to those of modern humans (Tattersall 1993; Feder and Park 1989), while others claim the big toes diverged slightly (like apes) and that the toe lengths are longer than humans but shorter than in apes (Burenhult 1993). The prints are tentatively assigned to A. afarensis, because no other hominid species is known from that time, although some scientists disagree with that classification. (Creationist arguments)

AL 444-2, Australopithecus afarensis
Discovered by Bill Kimbel and Yoel Rak in 1991 at Hadar in Ethiopia (Kimbel et al. 1994). Estimated age is 3 million years. This is a 70% complete skull of a large adult male, easily the most completeafarensis skull known, with a brain size of 550 cc. According to its finders, it strengthens the case that all the First Family fossils were members of the same species, because the differences between AL 444-2 and the smaller skulls in the collection are consistent with other sexually dimorphic hominoids.

_http://www.darwinjaar.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i004125.html
De Australopithecus-fase (ongeveer 1,5 tot 4,5 miljoen jaar geleden.)Australopithecus betekent ‘zuidelijke aap’ omdat de eerste vondsten zijn gedaan in het zuiden van Afrika. Zes miljoen jaar geleden ontstonden in Afrika savannes. De mensapen, die met hun lange armen en korte benen prima in bomen konden klimmen, konden zich aanpassen aan de nieuw ontstane grasvlaktes. Er kwamen nieuwe mogelijkheden voor opportunistische mensapen, die aan de rand van het oerwoud leefden. Ze waagden zich steeds meer op de open vlakte. Geleidelijk werden hun armen korter en hun benen langer, zodat ze beter de grote afstanden over de savannes konden afleggen. In nieuwe leefgebieden kwamen ze in aanraking met ander voedsel. Overal waar de apen kwamen, raakten zij aangepast aan de omgeving en zo ontstonden er verschillende, nieuwe Australopithecus-achtigen. Hoewel Australopithecus-soorten veelal op twee benen liepen, en de inhoud van hun hersenen groter was dan die van hun voorgangers (zie Pre-Australopithecus-fase), hadden ze nog steeds het lichaam en de handen van een aap en konden ze nog goed in bomen klimmen, bijvoorbeeld om te vluchten voor een roofdier. Of de Australopithecus habilis bij deze groep hoort, is nog steeds niet duidelijk. Veel paleoantropologen plaatsen hem in de Homo erectus-fase, omdat hij goed gebruik kon maken van gereedschap.

KNM-WT 40000Kenyanthropus platyops
Discovered by Justus Erus in 1999 at Lomekwi in Kenya (Leakey et al. 2001, Lieberman 2001). Estimated age is about 3.5 million years. This is a mostly complete, but heavily distorted, cranium with a large, flat face and small teeth. The brain size is similar to that of australopithecines. This fossil has considerable similarities with, and is possibly related to, the habiline fossil ER 1470.

Taung 1, “Taung Child”, Australopithecus africanus


Discovered by Raymond Dart in 1924 at Taung in South Africa (Dart 1925). The find consisted of a full face, teeth and jaws, and an endocranial cast of the brain. It is between 2 and 3 million years old, but it and most other South African fossils are found in cave deposits that are difficult to date. The teeth of this skull showed it to be from an infant about 5 or 6 years old (it is now believed that australopithecines matured faster than humans, and that the Taung child was about 3). The brain size was 410 cc, and would have been around 440 cc as an adult. The large rounded brain, canine teeth which were small and not apelike, and the position of the foramen magnum(*) convinced Dart that this was a bipedal human ancestor, which he namedAustralopithecus africanus (African southern ape). Although the discovery became famous, Dart’s interpretation was rejected by the scientific community until the mid-1940’s, following the discovery of other similar fossils.

(*) Anatomical digression: the foramen magnum is the hole in the skull through which the spinal cord passes. In apes, it is towards the back of the skull, because of their quadrupedal posture. In humans it is at the bottom of the skull because our head is balanced on top of a vertical column. In australopithecines it is also placed forward from the ape position, although not always as far forward as in humans.

TM 1512, Australopithecus africanus (was Plesianthropus transvaalensis)
Discovered by Robert Broom in 1936 at Sterkfontein in South Africa (Broom 1936). The second australopithecine fossil found, it consisted of parts of the face, upper jaw and braincase.

Sts 5, “Mrs Ples”, Australopithecus africanus
Discovered by Robert Broom in 1947 at Sterkfontein in South Africa. It is a very well preserved cranium of an adult. It has usually been thought to be female, but there has been a recent claim that it is male. It is the best specimen of africanus. It is about 2.5 million years old, with a brain size of about 485 cc. (It has recently been claimed that the fossils Sts 5 and Sts 14 (see next entry) were from the same individual)

Sts 14Australopithecus africanus
Discovered by Robert Broom and J.T. Robinson in 1947 at Sterkfontein (Broom and Robinson 1947). Estimated age is about 2.5 million years. This find consisted of a nearly complete vertebral column, pelvis, some rib fragments, and part of a femur of a very small adult. The pelvis is more human than apelike, and is strong evidence that africanus was bipedal (Brace et al. 1979), although it may not have had the strong striding gait of modern humans (Burenhult 1993).

BOU-VP-12/130, Australopithecus garhi
Discovered by Yohannes Haile-Selassie in 1997 at Bouri in Ethiopia (Asfaw et al. 1999). This is a partial skull including an upper jaw with teeth which is about 2.5 million years old.

MH1Australopithecus sediba
Discovered by Lee Berger and his son in 2008 at Malapa in South Africa (Berger et al. 2010). It is an almost complete skull and partial skeleton of an 11 to 12 year old boy. It has a brain size of 420 cc and a height of 130 cm (4’3″), and is about 1.85 million years old. It was bipedal with long arms suitable for climbing, but had a number of humanlike traits in the skull, teeth and pelvis

Stw 573, “Little Foot”, Australopithecus
Discovered by Ron Clarke between 1994 and 1997 at Sterkfontein in South Africa. Estimated age is 3.3 million years. This fossil consists, so far, of many bones from the foot, leg, hand and arm, and a complete skull. More bones are thought to be still embedded in rock. (Clarke and Tobias 1995, Clarke 1998, Clarke 1999)

(An increasing number of scientists are placing the following three species, aethiopicusrobustus and boisei, in the genus Paranthropus)KNM-WT 17000, “The Black Skull”, Australopithecus aethiopicus
Discovered by Alan Walker in 1985 near West Turkana in Kenya. Estimated age is 2.5 million years. This find is an intact, almost complete cranium. The brain size is very small for a hominid, about 410 cc, and the skull has a puzzling mixture of primitive and advanced features. (Leakey and Lewin 1992)

TM 1517, Australopithecus robustus (was Paranthropus robustus)
Discovered by a schoolboy, Gert Terblanche, in 1938 at Kromdraai in South Africa (Broom 1938). It consisted of skull fragments, including five teeth, and a few skeletal fragments. This was the first specimen ofrobustus.

SK 48, Australopithecus robustus (was Paranthropus crassidens)
Discovered by Mr. Fourie in 1950 at Swartkrans in South Africa (Johanson and Edgar 1996). It is a cranium, probably belonging to an adult female, and 1.5-2.0 million years old. It is the most complete skull ofrobustus.

DNH 7, “Eurydice”, Australopithecus robustus
Discovered by André Keyser in 1994 at the Drimolen cave in South Africa. Estimated age is between 1.5 and 2.0 million years. This is an almost complete skull and lower jaw of a female, one of the most complete hominid skulls ever found, and the first significant fossil of a female robustus. A fossil of a male robustus lower jaw, nicknamed Orpheus (DNH 8), was found a few inches away from it. (Keyser 2000)

OH 5, “Zinjanthropus”, “Nutcracker Man”, Australopithecus boisei
Discovered by Mary Leakey in 1959 at Olduvai Gorge in Tanzania (Leakey 1959). Estimated age is 1.8 million years. It is an almost complete cranium, with a brain size is about 530 cc. This was the first specimen of this species. Louis Leakey briefly considered this a human ancestor, but the claim was dropped when Homo habilis was found soon afterwards.

KNM-ER 406Australopithecus boisei
Discovered by Richard Leakey in 1969 near Lake Turkana in Kenya. This find was a complete, intact cranium lacking only the teeth (Lewin 1987). Estimated age is about 1.7 million years. The brain size is about 510 cc. (see also ER 3733)

KNM-ER 732, Australopithecus boisei
Discovered by Richard Leakey in 1970 near Lake Turkana in Kenya. The cranium is similar to that of OH 5, but is smaller and has other differences such as the lack of a sagittal crest. The estimated age is about 1.7 million years. The brain size is about 500 cc. Most experts believe this is a case of sexual dimorphism, with the female being smaller than the male.

KGA10-525, Australopithecus boisei
Discovered by A. Amzaye in 1993 at Konso in Ethiopia (Suwa et al. 1997). This fossil consists of much of a skull, including a lower jaw. The estimated age is 1.4 million years. The brain size is estimated to be about 545 cc. Although it has many features specific to boisei, it also lies outside the previously known range of variation of that species in many ways, suggesting that boisei (and maybe other hominid species) may have been more variable than is often thought (Delson 1997).

Homo habilis
Discovered by the Leakeys in the early 1960’s at Olduvai Gorge in Tanzania. A number of fragmentary specimens were found (Leakey et al. 1964).

  • OH 7, “Jonny’s Child”, found by Jonathon Leakey in 1960 (Leakey 1961), consisted of a lower jaw and two cranial fragments of a child, and a few hand bones. Estimated age is 1.8 million years, and the brain size was about 680 cc.
  • OH 8: found in 1960, consisted of a set of foot bones, complete except for the back of the heel and the toes. Estimated age is about 1.8 million years. They have a mixture of human and ape traits, but are consistent with bipedal locomotion. (Aiello and Dean 1990)
  • OH 13, “Cindy”: found in 1963, consisted of a lower jaw and teeth, bits of the upper jaw and a cranial fragment. Estimated age is 1.6 million years, and the brain size was about 650 cc.
  • OH 16, “George”: found in 1963, consisted of teeth and some very fragmentary parts of the skull. (George was unfortunately trampled by Masai cattle before he was found, and much of the skull was lost.) Estimated age is 1.7 million years, and the brain size was about 640 cc.

OH 24, “Twiggy”, Homo habilis
Discovered by Peter Nzube in 1968 at Olduvai Gorge in Tanzania. It consisted of an fairly complete but very badly crushed cranium and seven teeth. It is about 1.85 million years old and has a brain size of about 590 cc.

KNM-ER 1470Homo habilis (or Homo rudolfensis?)
Discovered by Bernard Ngeneo in 1972 at Koobi Fora in Kenya (Leakey 1973). Estimated age is 1.9 million years. This is the most complete habilis skull known. Its brain size is 750 cc, large for habilis. It was originally dated at nearly 3 million years old, a figure that caused much confusion as at the time it was older than any known australopithecines, from whom habilis had supposedly descended. A lively debate over the dating of 1470 ensued (Lewin 1987; Johanson and Edey 1981; Lubenow 1992). The skull is surprisingly modern in some respects. The braincase is much larger and less robust than any australopithecine skull, and is also without the large brow ridges typical of Homo erectus. It is however very large and robust in the face. A number of leg bones were found within a couple of kilometers, and are thought to probably belong to the same species. The most complete, KNM-ER 1481, consisted of a complete left femur, both ends of a left tibia and the lower end of a left fibula (the smaller of the two lower leg bones). These are quite similar to the bones of modern humans. (Creationist arguments)

KNM-ER 1805, “The Mystery Skull”, Homo habilis??
Discovered by Paul Abell in 1973 at Koobi Fora in Kenya (Leakey 1974). Estimated age is 1.85 million years. This find consisted of much of a heavily built cranium containing many teeth. Its brain size is about 600 cc. Some features, such as the sagittal crest, are typical of A. boisei, but the teeth are too small for that species. (Willis 1989; Day 1986) Various workers have assigned it to almost every conceivable species, but many studies have attributed it to Homo habilis (e.g. Wood 1991). A recent cladistic study has placed it outside of Homo and most similar to robust australopithecines, though different from any named species. (Prat 2002)

KNM-ER 1813Homo habilis
Discovered by Kamoya Kimeu in 1973 at Koobi Fora in Kenya (Leakey 1974). Estimated age is 1.8-1.9 million years. The brain size is 510 cc, which is very small for habilis, but the fossil is an adult specimen, probably of a female. Apart from its extremely small size, ER 1813 is surprisingly modern, with a rounded skull, no sagittal crest, modest eyebrow ridges, and a small amount of nasal prominence.

Stw 53Homo habilis?
Discovered by Alun Hughes in 1976 at Sterkfontein in South Africa (Hughes and Tobias 1977). Estimated age is 1.5 to 2 million years. It consisted of a number of cranium fragments including teeth. Many stone tools were found in the same layer.

OH 62, “Dik-dik hominid”, Homo habilis
Discovered by Tim White in 1986 at Olduvai Gorge in Tanzania (Johanson and Shreeve 1989; Johanson et al. 1987). Estimated age is 1.8 million years. The find consisted of portions of skull, arm, leg bones and teeth. Almost all the features of the skull closely resemble habilis fossils such as OH 24, ER 1813 and ER 1470, rather than the australopithecines. But the estimated height is very small, maybe about 105 cm (3’5″), and the arms are very long in proportion to the legs. These are australopithecine traits, and in fact the skeletal bones are very similar to those of Lucy. This find is significant because it is the only fossil in which limb bones have been securely assigned to habilis. Because of the small size, this was almost certainly a female. As with the australopithecines, males would have been considerably larger.

OH 65Homo habilis
Discovered in 1995 at Olduvai Gorge in Tanzania. This fossil consisted of a complete upper jaw and part of the lower face, dated at 1.8 million years. Because of its similarities to the fossil ER 1470, its finders have suggested that OH 65 may lead to a reclassification of the habiline fossils. (Blumenschine et al. 2003, Tobias 2003)

Trinil 2, “Java Man”, “Pithecanthropus I”, Homo erectus (was Pithecanthropus erectus)
Discovered by Eugene Dubois in 1891 near Trinil on the Indonesian island of Java. Its age is uncertain, but thought to be about 700,000 years. This find consisted of a flat, very thick skullcap, and a few teeth (which may belong to orang-utans). The following year a femur was found about 12 meters away (Theunissen 1989). The brain size is about 940 cc. The femur is fully modern, and many scientists now believe that it belongs to a modern human. (Creationist arguments)

“Peking Man”Homo erectus (was Sinanthropus pekinensis)
Between 1929 and 1937, 14 partial craniums, 11 lower jaws, many teeth, some skeletal bones and large numbers of stone tools were discovered in the Lower Cave at Locality 1 of the Peking Man site at Zhoukoudian (formerly Choukoutien), near Beijing (formerly Peking), in China. Their age is estimated to be between 500,000 and 300,000 years old. (A number of fossils of modern humans were also discovered in the Upper Cave at the same site in 1933.) The most complete fossils, all of which were braincases or skullcaps, are:

  • Skull III, discovered at Locus E in 1929 is an adolescent or juvenile with a brain size of 915 cc.
  • Skull II, discovered at Locus D in 1929 but only recognized in 1930, is an adult or adolescent with a brain size of 1030 cc.
  • Skulls X, XI and XII (sometimes called LI, LII and LIII) were discovered at Locus L in 1936. They are thought to belong to an adult man, an adult woman and a young adult, with brain sizes of 1225 cc, 1015 cc and 1030 cc respectively. (Weidenreich 1937)
  • Skull V: two cranial fragments were discovered in 1966 which fit with (casts of) two other fragments found in 1934 and 1936 to form much of a skullcap with a brain size of 1140 cc. These pieces were found at a higher level, and appear to be more modern than the other skullcaps. (Jia and Huang 1990) (Creationist arguments)

Most of the study on these fossils was done by Davidson Black until his death in 1934. Franz Weidenreich replaced him and studied the fossils until leaving China in 1941. The original fossils disappeared in 1941 while being shipped to the United States for safety during World War II, but excellent casts and descriptions remain. Since the war, other erectus fossils have been found at this site and others in China.

Sangiran 2, “Pithecanthropus II”, Homo erectus
Discovered by G.H.R. von Koenigswald in 1937 at Sangiran on the Indonesian island of Java. This fossil is a braincase that is very similar to the first Java Man skull cap, but more complete and smaller, with a brain size of only about 815 cc.

OH 9, “Chellean Man”, Homo erectus
Discovered by Louis Leakey in 1960 at Olduvai Gorge in Tanzania (Leakey 1961). Estimated age is 1.5 million years. It consisted of a partial braincase with massive browridges and a brain size of 1065 cc.

OH 12, “Pinhead”, Homo erectus
Discovered by Margaret Cropper in 1962 at Olduvai Gorge in Tanzania. It is similar to but less complete than OH 9, and smaller, with an estimated brain size of only 750 cc. It is estimated to be between 800,000 and 1200,000 years old. Anton (2004) has found a few more pieces of this skull, but it remains very fragmentary.

Sangiran 17, “Pithecanthropus VIII”, Homo erectus
Discovered by Sastrohamidjojo Sartono in 1969 at Sangiran on Java. This consists of a fairly complete cranium, with a brain size of about 1000 cc. It is the most complete erectus fossil from Java. This skull is very robust, with a slightly projecting face and huge flaring cheekbones. It has been thought to be about 800,000 years old, but a recent dating has given a much older figure of nearly 1.7 million years. If the older date is correct, it means Homo erectus migrated out of Africa much earlier than previously thought.

KNM-ER 3733Homo erectus (or Homo ergaster)
Discovered by Bernard Ngeneo in 1975 at Koobi Fora in Kenya. Estimated age is 1.7 million years. This superb find consisted of an almost complete cranium. The brain size is about 850 cc, and the whole skull is similar to the Peking Man fossils. The discovery of this fossil in the same stratum as ER 406 (A. boisei) delivered the coup de grace to the single species hypothesis: the idea that there has never been more than one hominid species at any point in history. (Leakey and Walker 1976)

KNM-WT 15000, “Turkana Boy”, Homo erectus (or Homo ergaster)
Discovered by Kamoya Kimeu in 1984 at Nariokotome near Lake Turkana in Kenya (Brown et al. 1985; Leakey and Lewin 1992; Walker and Leakey 1993; Walker and Shipman 1996). This is an almost complete skeleton of an 11 or 12 year old boy, the only major omissions being the hands and feet. (Some scientists believe erectus matured faster than modern humans, and that he was really about 9 years old (Leakey and Lewin 1992).) It is the most complete known specimen of erectus, and also one of the oldest, at 1.6 million years. The brain size was 880 cc, and it is estimated that it would have been 910 cc at adulthood. The boy was 160 cm (5’3″) tall, and would have been about 185 cm (6’1″) as an adult. This is surprisingly tall, indicating that many erectus may have been as large as modern humans. Except for the skull, the skeleton is very similar to that of modern boys, although there are a number of small differences. The most striking is that the holes in his vertebrae, through which the spinal cord goes, have only about half the cross-sectional area found in modern humans. One suggested explanation for this is that the boy lacked the fine motor control we have in the thorax to control speech, implying that he wasn’t nearly as fluent a speaker as modern humans are (Walker and Shipman 1996).

turkana boy

Turkana boy skelet
Homo ergaster skeleton was discovered in 1984 in Nariokotome, Kenya by Richard Leakey (and described as H. erectus). This is the first skeleton dated before 100,000 years that is complete enough to get accurate measurements to determine brain size. These skeletal parts recovered gave anthropologists a great deal of information regarding size, stature, age of death (probably 12 or 13 years) and whether or not language was possible. Some bones reveal a greater ability to run than modern humans, and some reveal a closer affinity to australopithecines.Turkana boy.JPG

D2700Homo georgicus
Discovered in 2001 at Dmanisi in Georgia. Estimated age is 1.8 million years. It consisted of a mostly complete skull, including a lower jaw (D2735) belonging to the same individual. (Vekua et al. 2002, Balter and Gibbons 2002) At around 600 cc, this is the smallest and most primitive hominid skull ever discovered outside of Africa. This skull and two others discovered nearby form a near-perfect transition between H. habilis and ergaster.

ATD6-69Homo antecessor?
Discovered at Atapuerca in Spain. This is a partial face of a child who was probably about 10 to 11.5 years old. This fossil is over 780,000 years old. (Bermudez de Castro et al. 1997)

“Heidelberg Man”, “Mauer Jaw”, Homo sapiens (archaic) (also Homo heidelbergensis)
Discovered by gravel pit workers in 1907 near Heidelberg in Germany. Estimated age is between 400,000 and 700,000 years. This find consisted of a lower jaw with a receding chin and all its teeth. The jaw is extremely large and robust, like that of Homo erectus, but the teeth are at the small end of the erectus range. It is often classified as Homo heidelbergensis, but has also sometimes been considered to be a European Homo erectus.

“Rhodesian Man”, “Kabwe”, Homo sapiens (archaic) (was Homo rhodesiensis)
Discovered by a laborer in 1921 at Broken Hill in Northern Rhodesia (now Kabwe in Zambia) (Woodward 1921). This was a complete cranium that was very robust, with large brow ridges and a receding forehead. Estimated age is between 200,000 and 125,000 years. The brain size was about 1280 cc. (Creationist arguments)

Arago XXI, “ Tautavel Man“, Homo sapiens (archaic) (also Homo heidelbergensis)
Discovered at Arago in southern France in 1971 by Henry de Lumley. Estimated age is 400,000 years. The fossil consists of a fairly complete face, with 5 molar teeth and part of the braincase. The brain size was about 1150 cc. The skull contains a mixture of features from archaic Homo sapiens and Homo erectus, to which it is sometimes assigned.

Petralona 1Homo sapiens (archaic)
Discovered by villagers at Petralona in Greece in 1960. Estimated age is 250,000-500,000 years. It could alternatively be considered to be a late Homo erectus, and also has some Neandertal characteristics. The brain size is 1220 cc, high for erectus but low for sapiens, and the face is large with particularly wide jaws. (Day 1986)

Atapuerca 5Homo sapiens (archaic)
Discovered in the Sima de los Huesos (“Pit of Bones”) at the Atapuerca cave site in northern Spain in 1992 and 1993 by Juan-Luis Arsuaga. It is about 300,000 years old, with a brain size of 1125 cc. The face is broad with a huge nasal opening, and resembles Neandertals in some traits but not in others. This is the most complete pre-modern skull in the entire hominid fossil record. (Arsuaga et al. 1993; Johanson and Edgar 1996)

Feldhofer, Neanderthal 1, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Johann Fuhlrott in 1856 in a small cave at Feldhofer in the Neander Valley in Germany. The find consisted of a skullcap, thigh bones, part of a pelvis, some ribs, and some arm and shoulder bones. The lower left arm had been broken in life, and as a result the bones of the left arm were smaller than those of the right. Fuhlrott recognized it as a primitive human, but the German establishment headed by Rudolf Virchow rejected this view, incorrectly claiming that it was a pathological modern human. (Trinkaus and Shipman 1992) In 1999, the original site was rediscovered, and more bones from the same specimen were recovered. (Creationist arguments)

(There were actually two earlier Neandertal finds. A partial cranium of a 2.5 year old child found in 1829 in Belgium was not recognized until 1936. An adult cranium found on Gibraltar in 1848 gathered dust in a museum until it was recognized as a Neandertal in 1864.)

“Spy 1 and 2”, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Marcel de Puydt and Max Lohest in 1886 at the Grotto of Spy (pronounced Spee) d’Orneau in Belgium. Estimated age is about 60,000 years. This find consisted of two almost complete skeletons. The excellent descriptions of the skeletons established that they were very old, and largely discredited the idea that the Neandertal physique was a pathological condition, but also erroneously concluded that Neandertal Man walked with bent knees.

“Krapina Site”, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Dragutin Gorjanovic-Kramberger in 1899 near Krapina in Croatia. This site yielded significant remains from two to three dozen individuals, and teeth and jaw fragments from dozens more. When Gorjanovic published on his finds in 1906, it confirmed for once and for all that Neandertals were not pathological modern humans.

“Old Man”Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Amedee and Jean Bouyssonie in 1908 near La-Chapelle-aux-Saints in France. It is about 50,000 years old, with a brain size of 1620 cc. This nearly complete skeleton was reconstructed by Marcellin Boule, who wrote a definitive and highly influential paper on it which managed to be totally wrong in many of its conclusions. It exaggerated the apelike characteristics of the fossil, popularizing the stereotype, which would last for decades, of a stooping ape-man shuffling along on bent knees. This specimen was between about 30 and 40 when he died, but had a healed broken rib, severe arthritis of the hip, lower neck, back and shoulders, and had lost most of his molar teeth. The fact that he survived as long as he did indicates that Neandertals must have had a complex social structure.

“Shanidar Site”, Homo sapiens neanderthalensis
Ralph Solecki discovered 9 Neandertal skeletons between 1953 and 1960 at the Shanidar cave in Iraq. They are thought to be between 70,000 and 40,000 years old. One of them, Shanidar 4, had apparently been buried with offerings of flowers (although this interpretation has been disputed). In 1971 Solecki wrote a book, “Shanidar, the First Flower People, reversing the earlier stereotypes of semi-human brutes. Another skeleton, Shanidar 1, was partially blind, one-armed and crippled. His survival also is evidence of a complex social structure.

“Saint-Cesaire Neandertal”, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Francois Leveque in 1979 near the village of Saint-Cesaire in France. It consisted of a badly crushed skeleton. The skull was mostly complete, with only the back of the cranium missing. It is dated at about 35,000 years old, and is one of the latest Neandertals known. This find was of special interest because it was found with tools that had previously been assumed to belong to the Cro-Magnon culture, instead of the usual Neandertal tool kit.

LB1, “Hobbit”, Homo floresiensis
Discovered by an Australian/Indonesian team in 2003 at the Liang Bua cave on the Indonesian island of Flores. This find consisted of an almost complete skull and a partial skeleton consisting of leg bones, parts of the pelvis, hands and feet, and some other fragments. LB1 was an adult, probably female, about 1 meter (3’3″) tall with an extremely small brain size of 417cc. The skull has human-like teeth with a receding forehead and no chin. The fossil is 18,000 years old and was found with stone tools. This species is thought to be a dwarf form of Homo erectus. (Brown et al. 2004, Morwood et al. 2004, Lahr and Foley 2004)

“Cro-Magnon Man”Homo sapiens sapiens (modern)
Discovered by workmen in 1868 at Cro-Magnon in France. Estimated age is 30,000 years. The site yielded skeletons of 5 buried individuals, along with stone tools, carved reindeer antlers, ivory pendants, and shells. The Cro-Magnons lived in Europe between 35,000 and 10,000 years ago. They are virtually identical to modern man, being tall and muscular and slightly more robust than most modern humans. They were skilled hunters, toolmakers and artists famous for the cave art at places such as LascauxChauvet, and Altami

CREATIONISTEN  

http://www.talkorigins.org/faqs/homs/compare.html

  • Chimpanzee, Gorilla
  • Sts 5, Stw 53, OH 24, ER 1813
  • D2700, Java Man, Peking Man, ER 1470
  • ER 3733, WT 15000, Petralona, Rhodesian Man, modern human

The skulls on the top row are of modern apes.

The skulls on the 2nd row are fossils that (almost) all creationists consider apes,

while the ones on the bottom row are (almost) all considered to be humans.

The skulls in the 3rd row are ones on which creationists disagree as to whether they are apes or humans. (For ease of comparison, some skulls are reflected so that they all face in the same direction.)

  • Chimpanzee, Gorilla
verwanten
kaakspieren en schedel bovenaan, van  gorilla mens

Auteur: Jim Foley

Belangrijke menselijke fossielen
Deze lijst bevat fossielen die belangrijk zijn omwille van hun wetenschappelijke en historische waarde, of omdat ze vaak aangehaald worden door creationisten. Men leest wel eens dat alle hominide fossielen tezamen passen in een doodkist of op een tafel. Dit is een onjuist beeld, daar er momenteel al duizenden hominide fossielen gevonden zijn. Meestal zijn deze echter gefragmenteerd; vaak vindt men maar enkele botten of tanden. Volledige schedels en skeletten zijn zeldzaam.

Over deze tekst Deze tekst werd met toestemming van de auteur vertaald uit http://www.talkorigins.org/faqs/homs/specimen.html

De lijst is gerangschikt naar ouderdom van de soort, gaande van oudere naar meer recente soorten. Binnen één soort zijn de vondsten geordend naar het tijdstip van ontdekking. Elke soort heeft een type specimen. Dit specimen wordt gebruikt om de soort in kwestie te definiëren.
Elke vondst bestaat uit een specimennummer indien gekend (of de vindplaats, als meerdere soorten gevonden werden op één plaats), bijnamen tussen aanhalingstekens en een soortnaam. De soortnaam wordt gevolgd door ‘?’ als de soort onzeker is. Als het fossiel vroeger onder een andere soortnaam werd geplaatst, wordt deze naam ook gegeven.
Volgende terminologie wordt gebruikt: Een schedel omvat alle beenderen van het hoofd. Een cranium is een schedel zonder de onderkaak. Een hersendoos is het cranium zonder het aangezicht en de bovenkaak. Een schedeldak is het bovenste deel van de hersendoos.

afkortingen
ER: East (Lake) Rudolf, Kenia
WT: West (Lake) Turkana, Kenia
KP: Kanapoi, Kenya
SK: Swartkrans, Zuid-Afrika
Sts,Stw: Sterkfontein, Zuid-Afrika
TM: Transvaal Museum,Zuid- Afrika
OH: Olduvai Hominid, Tanzanië
AL: Afar Locality, Ethiopië
ARA-VP: Aramis Vertebrate Paleontology, Ethiopië
BOU-VP: Bouri Vertebrate Paleontology, Ethiopië
TM:Toros-Menalla, Tsjaad

Toumai
Fig. 1: Toumai
TM 266-01-060-1, “Toumai”, Sahelanthropus tchadensis Ontdekt door Ahounta Djimdoumalbaye in 2001 in Tsjaad, in de Zuidelijke Saharawoestijn. De geschatte ouderdom is tussen 6 en 7 miljoen jaar. Het is een bijna compleet cranium met kleine hersenen (volume tussen 320 en 280 cc) (Brunet et al. 2002; Wood 2002). Het heeft vele primitieve aap-achtige kenmerken, zoals het kleine breinvolume. Andere kenmerken zijn karakteristiek voor latere hominiden, zoals de wenkbrouwbogen en de kleine hoektanden.

“ARA-VP, Sites 1, 6 & 7”, Ardipithecus ramidus Ontdekt door een team onder leiding van Tim White, Berhane Asfaw en Gen Suwa (1994) in 1992 en 1993 in Aramis (Ethiopië). De geschatte ouderdom is 4,4 miljoen jaar. De vondst bestaat uit fossielen afkomstig van 17 individuen. De meeste van deze fossielen zijn tanden, maar er is ook een gedeeltelijke onderkaak van een kind, een gedeeltelijke craniumbasis en gedeeltelijke armbeenderen afkomstig van 2 individuen. ARA-VP-6/1 bestaat uit 10 tanden afkomstig van 1 individu. ARA-VP-7/2 bestaat uit delen van de drie botten van de linkerarm van een enkel individu, met een mengeling van hominide- en aapkenmerken.

KP 271, “Kanapoi Hominide”, Australopithecus anamensis Ontdekt door Bryan Patterson in 1965 nabij Kanapoi in Kenia (Patterson & Howells 1967). Dit is een linker opperarmbeen van ongeveer 4,0 miljoen jaar oud

KP 29281, Australopithecus anamensis Ontdekt in 1994 door Peter Nzube te Kanapoi in Kenia (Leakey et al. 1995). Dit is een onderkaak met alle tanden aanwezig met een ouderdom van ongeveer 4,0 miljoen jaar.

KP 29285, Australopithecus anamensis Ontdekt door Kamoya Kimeu in 1994 te Kanapoi in Kenia. Dit is een scheenbeen waarvan het middelste deel ontbreekt, met een ouderdom van ongeveer 4,1 miljoen jaar. Dit is het oudste bekende bewijs voor bipedalisme bij hominiden.

AL 129-1, Australopithecus afarensis

Lucy
Fig. 2: Lucy
AL 288-1, “Lucy”, Australopithecus afarensis Ontdekt door Donald Johanson en Tom gray in 1974 te Hadar in Ethiopië (Johanson & Edey 1981; Johanson & Taieb 1976). De ouderdom van het fossiel is ongeveer 3,2 miljoen jaar. Lucy was een volwassen vrouw van ongeveer 25 jaar. Ongeveer 40% van haar skelet werd gevonden. Het bekken, het dijbeen en het scheenbeen tonen aan dat Lucy bipedaal liep. Ze was ongeveer 107 cm groot (een klein exemplaar voor haar soort) en woog ongeveer 28 kilo.

AL 333 Site, “The First Family”, Australopithecus afarensis? Ontdekt in 1975 door Donald Johanson’s team te Hadar in Ethiopië (Johanson & Edey 1981). De ouderdom van deze vondst is ongeveer 3,2 miljoen jaar. Ze bestaat uit overblijfselen van minstens 13 individuen van verschillende leeftijden. Er zijn grote verschillen in de grootte van deze individuen. Wetenschappers discussiëren er nog over of deze specimens tot één soort, of tot twee of zelfs drie soorten behoren. Johanson denkt dat ze behoren tot één en dezelfde soort waarin mannen aanzienlijk groter waren dan vrouwen. Anderen geloven dat de grotere specimens tot een primitieve soort van het geslacht Homo behoren

Fig. 3: Laetoli voetafdrukken
“Laetoli footprints”, Australopithecus afarensis? Ontdekt in 1978 door Paul Abell te Laetoli in Tanzanië. Geschatte ouderdom is 3,7 miljoen jaar. Het betreft een loopspoor, bestaande uit de gefossiliseerde voetafdrukken van twee of drie bipedale hominiden. Hun grootte en paslengte duiden op lichaamslengtes van ongeveer 140 cm en 120 cm. Vele wetenschappers beweren dat de voetafdrukken in feite identiek zijn aan die van moderne mensen (Tattersall 1993; Feder & Park 1989), terwijl andere onderzoekers denken dat de grote tenen van de voeten lichtjes verschillend zijn (zoals bij apen) en dat de lengte van de tenen langer is dan bij mensen maar korter dan bij apen (Burenhult 1993). De voetafdrukken zijn met onzekerheid toegewezen aan A. afarensis, want geen enkele andere hominide soort is gekend uit die tijd. (Sommige wetenschappers gaan echter niet akkoord met deze classificatie.)

AL 444-2, Australopithecus afarensis Ontdekt door Bill Kimbel en Yoel Rak in 1991 te Hadar in Ethiopië (Kimbel et al. 1994). Geschatte ouderdom is 3 miljoen jaar. Het betreft een voor 70 % complete schedel van een grote volwassen man – de meest complete afarensis schedel waarvan men weet – met een breinvolume van 550 cc. Volgens de vinders versterkt dit de mogelijkheid dat al de “First Family fossils” tot één enkele soort behoorden, omdat de verschillen tussen AL 444-2 en de kleinere schedels in de collectie consistent zijn met andere sexueel dimorfe hominoïden.
Kenyanthropus Platyops
Fig. 4: Kenyanthropus platyops
KNM-WT 40000, Kenyanthropus platyops Ontdekt door Justus Erus in 1999 te Lomekwi in Kenia (Leakey et al. 2001; Lieberman 2001). Geschatte ouderdom is ongeveer 3,5 miljoen jaar. Dit is een bijna compleet, maar sterk geschaad cranium met een groot, plat aangezicht en kleine tanden. Het breinvolume is vergelijkbaar met dat van australopitheci. Dit fossiel heeft veel gelijkenissen met de “habiline fossil” ER 1470, en is er mogelijks nauw verwant mee.
Taung kind
Fig. 5: Taung kind
“Taung Child”, Australopithecus africanus Ontdekt door Raymond Dart in 1924 te Taung in Zuid-Afrika (Dart 1925). De vondst bestaat uit een volledig aangezicht, tanden en kaken, en een endocraniale afdruk van het brein. Het fossiel is tussen de 2 en 3 miljoen jaar oud, maar deze en de meeste andere Zuid-Afrikaanse fossielen zijn gevonden in grotsedimenten en zijn moeilijk te dateren. De tanden van deze schedel duiden erop dat het gaat om een kind van 5 tot 6 jaar oud (men denkt nu dat Australopitheci sneller volwassen werden dan mensen, en dat het Taung kind ongeveer 3 jaar was). Het breinvolume was 410 cc, en zou rond de 440 cc geweest zijn bij een adult. Het grote afgeronde brein, de kleine snijtanden die niet aapachtig zijn en de positie van het foramen magnum [1] overtuigden Dart dat het hier ging om een bipedale menselijke voorouder, die hij Australopithecus africanus noemde (Afrikaanse zuidelijke aap). Ondanks het feit dat de ontdekking beroemd werd, werd Dart’s interpretatie verworpen door de wetenschappelijke wereld tot midden de jaren ’40 van de 20ste eeuw. Na de ontdekking van andere vergelijkbare fossielen veranderde dit.

TM 1512, Australopithecus africanus(was Plesianthropus transvaalensis) Ontdekt door Robert Broom in 1936 te Sterkfontein in Zuid-Africa (Broom 1936). Dit was het tweede autralopithecine fossiel dat gevonden werd. Het bestond uit delen van het aangezicht, de bovenkaak en hersendoos.
Mrs Ples
Fig. 6: Mrs Ples
sts 5, “Mrs Ples”, Australopithecus africanus Ontdekt door Robert Broom in 1947 te Sterkfontein in Zuid-Afrika. Het fossiel is een zeer goed geconserveerd cranium van een adult. Men heeft meestal gedacht dat het om een vrouw ging, maar recent werd beweerd dat het hier om een man gaat. Het is allezins het beste specimen van de soort A. africanus. Het is ongeveer 2,5 mijloen jaar oud, met een breinvolume van 485 cc. (recent werd beweerd dat de fossielen Sts 5 and Sts 14 (zie volgende vondst) van het zelfde individu afkomstig zijn).
australopithecus africanus
Fig. 7: Australopithecus africanus
Sts 14, Australopithecus africanus Ontdekt door Robert Broom en J.T. Robinson in 1947 te Sterkfontein (Broom and Robinson 1947). Geschatte ouderdom is ongeveer 2,5 miljoen jaar. Deze vondst bestaat uit een bijna complete ruggengraat, een bekken, enkele ribfragmenten en een deel van een femur van een zeer klein volwassen individu. Het bekken is meer menselijk dan aapachtig, en er is sterk bewijs dat africanus bipedaal liep (Brace et al. 1979), ook al zou de looppas nog niet zo ontwikkeld zijn als bij de moderne mens (Burenhult 1993).

BOU-VP-12/130, Australopithecus garhi Ontdekt door Yohannes Haile-Selassie in 1997 te Bouri in Ethiopië (Asfaw et al. 1999). Dit is een gedeeltelijke schedel waaronder een bovenkaak inclusief tanden. De ouderdom is ongeveer 2,5 miljoen jaar.

Stw 573, “Little Foot”, Australopithecus Ontdekt door Ron Clarke tussen 1994 en 1997 te Sterkfontein in Zuid-Afrika. Geschatte ouderdom is 3,3 miljoen jaar. Dit fossiel bestaat – voorlopig – uit vele botten van de voet, been, hand en arm, en een complete schedel. Men denkt dat nog vele botten ingebed zitten in het gesteente. (Clarke & Tobias 1995; Clarke 1998; Clarke 1999)

KNM-WT 17000, “The Black Skull”, Australopithecus aethiopicus[2] Ontdekt door Alan Walker in 1985 nabij West Turkana in Kenia. Geschatte ouderdom is 2,5 miljoen jaar. Deze vondst is een intact, bijna volledig cranium. Het breinvolume is zeer klein voor een hominide, ongeveer 410 cc, en de schedel heeft een raadselachtige mix van primitieve en meer afgeleide kenmerken (Leakey & Lewin 1992).

TM 1517, Australopithecus robustusParanthropus robustus Ontdekt door een schooljongen, Gert Terblanche, in 1938 te Kromdraai in Zuid-Afrika (Broom 1938). Het bestaat uit schedelfragmenten, incluis 5 tanden, en enkele fragmenten van het skelet. Dit was de eerste vondst van robustus.

SK 48, Australopithecus robustus (Paranthropus crassidens) Ontdekt door Mr. Fourie in 1950 te Swartkrans in Zuid-Afrika (Johanson & Edgar 1996). Het betreft een cranium, waarschijnlijk ooit onderdeel van een volwassen vrouw, en is tussen 1,5 en 2,0 miljoen jaar oud. Dit is de meest volledige schedel van robustus.
Eurydice
Fig. 8: Eurydice
DNH 7, “Eurydice”, Australopithecus robustus Ontdekt door André Keyser in 1994 in de Drimolen grot in Zuid-Afrika. Geschatte ouderdom is tussen 1,5 en 2,0 miljoen jaar. Het is een bijna volledige schedel en onderkaak van een vrouw, één van de meest complete hominide schedels ooit gevonden, en het eerste belangrijke fossiel van een vrouwelijke robustus. Een fossiel van een mannelijke robustus (een onderkaak), met de bijnaam Orpheus (DNH8), werd enkele cms van DNH 7 gevonden. (Keyser 2000)
Zinjanthropus
Fig. 9: OH 5
OH 5, “Zinjanthropus”, “Nutcracker Man”, Australopithecus boisei Ontdekt door Mary Leakey in 1959 te Olduvai Gorge in Tanzanië (Leakey 1959). Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. Het is een bijna volledig cranium, met een breinvolume van ongeveer 530 cc. Dit was de eerste vondst van deze soort. Louis Leakey overwoog kort dat het hier ging over een directe voorouder van Homo, maar hij liet deze bewering vallen toen Homo habilis kort daarna werd gevonden.
Boisei type specimen
Fig. 10: Australopithecus boisei
KNM-ER 406, Australopithecus boisei Ontdekt door Richard Leakey in 1969 nabij Lake Turkana in Kenia. Deze vondst bestaat uit een volledig, intact cranium met de tanden als enig ontbrekend element (Lewin 1987). Geschatte ouderdom is ongeveer 1,7 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 510 cc.(zie ook ER 3733)

KNM-ER 732, Australopithecus boisei Ontdekt door Richard Leakey in 1970 nabij Lake Turkana in Kenia. Het cranium is vergelijkbaar met dat van OH 5, maar het is kleiner en heeft nog verschillen zoals de afwezigheid van een schedelkam. De geschatte ouderdom is ongeveer 1,7 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 500 cc. De meeste experten denken dat er hier sprake is van sexueel dimorfisme, waarbij de vrouw kleiner is dan de man.

KGA10-525, Australopithecus boisei Ontdekt door A. Amzaye in 1993 te Konso in Ethiopië (Suwa et al. 1997). Dit fossiel bestaat uit een schedel, incluis de onderkaak. Geschatte ouderdom is 1,4 miljoen jaar. Het breinvolume is geschat op 545 cc. Het fossiel heeft vele kenmerken die specifiek zijn voor boisei, maar het ligt toch in vele opzichten buiten de gekende variatie van deze soort, hetgeen suggereert dat boisei (en mogelijks ook andere hominide soorten) meer variabel waren dan vaak gedacht (Delson 1997).

Homo habilis Ontdekt door de Leakeys in de vroege 1960’s te Olduvai Gorge in Tanzania. Enkele fragmentaire individuen werden gevonden (Leakey et al. 1964).

  • OH 7, “Jonny’s Child”, gevonden door Jonathon Leakey in 1960 (Leakey 1961), bestaat uit een onderkaak en 2 craniale fragmenten afkomstig van een kind, en enkele handbotten. Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar, en het breinvolume is ongeveer 680 cc. 
  • OH 8: gevonden in 1960, bestaat uit een bijna volledige set van voetbotten, enkel de achterkant van de hiel en de tenen ontbreken. Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. Deze voeten hebben een mengeling van menselijke en aapachtige kenmerken, maar zijn wel overeenstemmend met een bipedale voortbeweging. (Aiello and Dean 1990) 
  • OH 13, “Cindy”: gevonden in 1963, bestaat uit een onderkaak en tanden, delen van de bovenkaak en een craniaal fragment. Geschatte ouderdom is 1,6 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 650 cc. 
  • OH 16, “George”: gevonden in 1963, bestaat uit tanden en enkele zeer gefragmenteerde delen van de schedel. (George werd getrappeld door Masai vee voor hij werd gevonden, en veel van de schedel ging verloren.) Geschatte ouderdom is 1,7 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 640 cc.

OH 24, “Twiggy”, Homo habilis Ontdekt door Peter Nzube in 1968 te Olduvai Gorge in Tanzanië. Het fossiel bestaat uit een quasi volledig maar sterk verpletterd cranium en zeven tanden. Het is ongeveer 1,85 miljoen jaar oud en heeft een breinvolume vanongeveer 590 cc.
Habilis of rudolfensis
Fig. 11: KNM-ER 1470 Homo habilis of Homo rudolfensis
KNM-ER 1470, Homo habilis (of Homo rudolfensis?) Ontdekt door Bernard Ngeneo in 1972 te Koobi Fora in Kenia (Leakey 1973). Geschatte ouderdom is 1,9 miljoen jaar. Dit is de meest volledige gekende habilis schedel. De grootte van het brein is ongeveer 750 cc, hetgeen groot is voor habilis. Oorspronkelijk werd dit fossiel gedateerd op 3 miljoen jaar oud, een bevinding die tot veel verwarring leidde daar in die tijd het fossiel ouder was dan enig andere gekende australopitheceen, waarvan men dacht dat habilis afstamde. Een levendig debat over de datering van het fossiel 1470 kwam op gang (Lewin 1987; Johanson & Edey 1981; Lubenow 1992). De schedel is verassend modern in sommige opzichten. De hersendoos is veel groter en minder robuust dan eender welke autralopithecene schedel, en mist ook de grote wenkbrouwbogen die typisch zijn voor Homo erectus. Het aangezicht is echter zeer groot en robuust. Enkele botten van het been werden gevonden binnen enkele kilometers van de vindplaats van 1470, en hiervan word verondersteld dat ze tot dezelfde soort behoren. Het meest volledige, KNM-ER 1481, bestaat uit een volledig linker dijbeen, beide delen van een linker scheenbeen en het onderste eind van een linker kuitbeen. Deze botten zijn vrij goed vergelijkbaar met die van de moderne mens.

KNM-ER 1805, “The Mystery Skull”, Homo habilis? Ontdekt door Paul Abell in 1973 te Koobi Fora in Kenia (Leakey 1974). Geschatte ouderdom is 1,85 miljoen jaar. Deze vondst bestaat uit een groot deel van een zwaar gebouwd cranium met vele tanden. Het breinvolume is ongeveer 600 cc. Enkele kenmerken, zoals de sagittal crest, zijn typisch voor A. boisei, maar de tanden zijn te klein voor deze soort (Willis 1989; Day 1986). Verschillende onderzoekers hebben het fossiel toegeschreven aan bijna alle mogelijke soorten, maar vele studies komen tot de conclusie dat het fossiel afkomstig is van Homo habilis (e.g. Wood 1991). Een recente cladistische studie plaatste het fossiel buiten Homo en beschouwde het als meer gelijkend op australopitheci, maar niet behorende tot één van de reeds beschreven soorten (Prat 2002).
Habilis
Fig. 12: KNM-ER 1813
KNM-ER 1813, Homo habilis? Ontdekt door Kamoya Kimeu in 1973 te Koobi Fora in Kenia (Leakey 1974). Dit specimen is gelijkaardig met 1470, maar het is veel kleiner, met een breinvolume van 510 cc. Geschatte ouderdom is tussen 1,8 en 1,9 miljoen jaar. Sommige wetenschappers denken dat dit een geval is van sexueel dimorfisme, anderen denken dat de breinarchitectuur te verschillend is en dat dit fossiel een andere soort in Homo is. Nog anderen denken dat het om een australopitheceen gaat. Zoals de vorige schedel, 1805, hoort deze bij de “Suspense Account” (Willis 1989).

Stw 53, Homo habilis? Ontdekt door Alun Hughes in 1976 te Sterkfontein in Zuid-Afrika (Hughes & Tobias 1977). Geschatte ouderdom is 1,5 tot 2 miljoen jaar. Deze vondst bestaat uit enkele cranium fragmenten incluis tanden. Vele stenen werktuigen werden in dezelfde laag gevonden.

OH 62, “Dik-dik hominid”, Homo habilis Ontdekt door Tim White in 1986 te Olduvai Gorge in Tanzanië (Johanson & Shreeve 1989; Johanson et al. 1987). Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. De vondst bestaat uit schedeldelen, armdelen, beenbotten en tanden. Bijna alle kenmerken van de schedel gelijken sterk op habilis fossielen zoals OH 24, ER 1813 en ER 1470, eerder dan op de autralopithecene fossielen. Maar de geschatte hoogte is zeer klein, vermoedelijk rond de 105 cm, en de armen zijn zeer lang in verhouding met de benen. Dit zijn autralopithecene kenmerken, en in feite zijn de skeletbotten zeer vergelijkbaar met deze van Lucy. Deze vondst is veelzeggend daar het de enige fossiele vondst is waarbij de botten van de ledematen met zekerheid toegewezen zijn aan habilis. Door de kleine grootte van het specimen, betreft het hier bijna zeker een vrouw. Zoals ook het geval is bij de australopitheci, zijn de mannelijke individuen aanzienlijk groter.
homo habilis
Fig. 13: OH 65, Homo habilis
OH 65, Homo habilis Ontdekt in 1995 te Olduvai Gorge in Tanzanië. Dit fossiel bestaat uit een volledige bovenkaak en een gedeelte van de onderste deel van het aangezicht, gedateerd op 1,8 miljoen jaar. Gelijkenissen met het fossiel ER 1470 deden de ontdekkers suggereren dat OH 65 zou leiden tot een reclassificatie van de habilis fossielen. (Blumenschine et al. 2003; Tobias 2003)
Java man
Fig. 14: Homo erectus van Java
Trinil 2, “Java Man”, “Pithecanthropus I”, Homo erectus (vroeger Pithecanthropus erectus) Ontdekt door Eugene Dubois in 1891 nabij Trinil op het Indonesische eiland Java. De ouderdom is onzeker, maar wordt geschat op 700 000 jaar. Deze vondst bestaat uit een plat, zeer dik schedeldak en enkele tanden (die mogelijks behoren tot Orang-oetangs). Het jaar erop werd een dijbeen gevonden, ongeveer 12 meter verder (Theunissen 1989). Het breinvolume is ongeveer 940 cc. Het dijbeen is volledig modern, en vele wetenschappers denken dat dit bot behoort tot een moderne mens.
Peking man
Fig. 15: Homo erectus van China
“Peking Man Site”, Homo erectus (vroeger Sinanthropus pekinensis) Tussen 1929 en 1937 werden 14 gedeeltelijke craniums, 11 onderkaken, vele tanden, enkele skeletbotten en een groot aantal stenen werktuigen gevonden in de Lower Cave bij Locality 1 van de Peking Man site te Zhoukoudian (voorheen Choukoutien), nabij Beijing (voorheen Peking), in China. De geschatte ouderdom van deze vondst is tussen 500 000 en 300 000 jaar. (Enkele fossielen van moderne mensen werden ook ontdekt in de Upper Cave op dezelfde site in 1933.) De meest complete fossielen, allemaal hersendozen of schedeldaken, zijn:

  • Schedel III, ontdekt te Locus E in 1929, is afkomstig van een adolescent of jongere met een breinvolume van 915 cc. 
  • Schedel II, ontdekt te Locus D in 1929 maar pas erkend in 1930, is een adult of adolescent met een breinvolume van 1030 cc. 
  • Schedels X, XI en XII (ook wel genoemd LI, LII and LIII) werden ontdekt te Locus L in 1936. Men denkt dat ze afkomstig zijn van een adulte man, een adulte vrouw en een jonge adult, met breinvolumes van respectievelijk 1225 cc, 1015 cc en 1030 cc. (Weidenreich 1937) 
  • Schedel V: twee craniale fragementen die werden ontdekt in 1966, passen met (modellen van) twee andere fragmenten die gevonden werden in 1934 en 1936. Ze vormen samen een schedeldak met een breinvolume van 1140 cc. Deze delen werden gevonden op een hoger gelegen terreingedeelte en blijken meer modern te zijn dan de andere schedeldaken (Jia & Huang 1990).

Het grootste deel van het onderzoek naar deze fossielen werd gedaan door Davidson Black tot zijn dood in 1934. Franz Weidenreich zette zijn werk voort en bestudeerde de fossielen tot zijn vertrek uit China in 1941. De originele fossielen verdwenen in 1941 tijdens het transport naar de Verenigde Staten (voor het veiligstellen tijdens WOII), maar zeer goede modellen en beschrijvingen zijn bewaard gebleven. Sinds de oorlog zijn andere erectus fossielen gevonden op deze en andere sites in China.

peking man

Sangiran 2, “Pithecanthropus II”, Homo erectus Ontdekt door G.H.R. von Koenigswald in 1937 te Sangiran op het Indonesische eiland Java. Dit fossiel is een breindoos dat veel gelijkenis vertoont met het eerste Java Man schedeldak, maar vollediger en kleiner is, met een breinvolume van slechts ongeveer 815 cc.

OH 9, “Chellean Man”, Homo erectus Ontdekt door Louis Leakey in 1960 te Olduvai Gorge in Tanzanië (Leakey 1961). Geschatte ouderdom is ongeveer 1,5 miljoen jaar. De vondst bestaat uit een gedeeltelijke breindoos met massieve wenkbrouwbogen en een breinvolume van 1065 cc.

OH 12, “Pinhead”, Homo erectus Ontdekt door Margaret Cropper in 1962 te Olduvai Gorge in Tanzanië. Het is vergelijkbaar met OH 9, maar minder volledig en kleiner, met een geschat breinvolume van slechts 750 cc. De geschatte ouderdom ligt tussen 800 000 en 1 200 000 jaar. Anton (2004) heeft nog enkele deeltjes van deze schedel gevonden, maar het blijft vrij fragmentair.
Sangiran 17
Fig. 16: Sangiran 17
Sangiran 17, “Pithecanthropus VIII”, Homo erectus Ontdekt door Sastrohamidjojo Sartono in 1969 te Sangiran op Java. Deze vondst bestaat uit een volkomen compleet cranium, met een breinvolume van ongeveer 1000 cc. Dit is het meest complete erectus fossiel uit Java. De schedel is zeer robuust, met een lichtelijk uitstekend gezicht en grote uitstekende kaakbeenderen. Het wordt verondersteld ongeveer 800 000 jaar oud te zijn, maar een recente datering schat de ouderdom veel hoger als ongeveer 1,7 miljoen jaar. Als deze laatste datering klopt, betekent dit dat Homo erectus veel vroeger uit Afrika migreerde dat voorheen gedacht.
KNM_3733
Fig. 17: KNM-ER 3733
KNM-ER 3733, Homo erectus (or Homo ergaster) Ontdekt door Bernard Ngeneo in 1975 te Koobi Fora in Kenia. Geschatte ouderdom is ongeveer 1,7 miljoen jaar. Deze imposante vondst bestaat uit een bijna compleet cranium. Het breinvolume is ongeveer 850 cc, en de gehele schedel is vergelijkbaar met de Peking Man fossielen. De ontdekking van dit fossiel in dezelfde aardlaag als het fossiel ER 406 gaf de genadeslag aan de één-soort hypthese. Deze hypothese stelt dat er in de geschiedenis nooit meer dan één hominide soort tegelijk op aarde voorkwam. (Leakey & Walker 1976)
Turkana jongen
Fig. 18: Turkana jongen
KNM-WT 15000, “Turkana jongen”, Homo erectus (of Homo ergaster) Ontdekt door Kamoya Kimeu in 1984 te Nariokotome nabij Lake Turkana in Kenia (Brown et al. 1985; Leakey & Lewin 1992; Walker & Leakey 1993; Walker & Shipman 1996). Dit is een bijna complete skelet van een 11 of 12 jarige jongen, met de handen en voeten als enige grote ontbrekende delen. (Sommige wetenschappers denken dat erectus op jongere leeftijd volwassen werd, en dat de jongen ongeveer 9 jaar oud was (Leakey & Lewis 1992).) Het is het meest complete gekende specimen van erectus; en ook het oudste, namelijk 1,6 miljoen jaar oud. Het breinvolume is 880 cc, en geschat wordt dat het breinvolume 910 cc zou zijn bij maturiteit. De jongen was 160 cm groot, en zou ongeveer 185 cm zijn geworden als volwassene. Dit is verassend groot, en wijst op de mogelijkheid dat vele erectus vertegenwoordigers even groot waren als moderne mensen. Met uitzondering van de schedel, is dit skelet heel gelijkend op dat van moderne jongens, ook al zijn er enkele kleine verchillen. Het meest opvallende verschil is dat de holtes in de wervels, langs waar het ruggenmerg loopt, slechts de helft van de oppervlaktedoorsnede hebben van die bij moderne mensen. Eén verklaring hiervoor zou zijn dat de jongen de fijne motorische controle niet bezat die wij hebben in de thorax om de spraak te controleren, implicerend dat hij allesbehalve een even vloeiende spreker was als moderne mensen (Walker and Shipman 1996).
Homo georgicus
Fig. 19: Homo georgicus
D2700, Homo georgicus Ontdekt in 2001 te Dmanisi in Georgië. Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. De vondst bestaat uit een bijna volledige schedel, incluis een onderkaak (D2735) die bij hetzelfde individu hoort (Vekua et al. 2002, Balter & Gibbons 2002). Met een volume van ongeveer 600 cc is dit de kleinste en meest primitieve hominide schedel ooit ontdekt buiten Afrika. Deze schedel en twee andere schedels die in de buurt gevonden werden, vormen een bijna perfecte overgangsreeks tussen H. habilis en H. ergaster.
Homo antecessor
Fig. 20: ATD6-69
ATD6-69, Homo antecessor? Ontdekt te Atapuerca in Spanje. Dit fossiel is een gedeeltelijk aangezicht van een kind dat vermoedelijk tussen de 10 en 11,5 jaar oud was. Het fossiel is meer dan 780 000 jaar oud. (Bermudez de Castro et al. 1997)
Mauer kaak
Fig. 21: Mauer kaak
“Heidelberg Man”, “Mauer kaak”, Homo sapiens (archaisch) (ook gekend als Homo heidelbergensis). Ontdekt door werklieden in een grindgroeve in 1907 nabij Heidelberg in Duitsland. Geschatte ouderdom is tussen 400 000 en 700 000 jaar. Deze vondst bestaat uit een onderkaak met een terugspringende kin en met alle tanden aanwezig. De kaak is extreem groot en robuust, zoals die van Homo erectus, maar de tanden zijn aan de kleine kant voor een erectus. Vaak wordt dit fossiel geclassificeerd als Homo heidelbergensis, maar het wordt ook soms beschouwd als een Europsese H. erectus.
Rhodesian man
Fig. 22:  Kabwe
“Rhodesian Man”, “Kabwe”, Homo sapiens (archaisch) (Homo rhodesiensis) Ontdekt door een arbeider in 1921 te Broken Hill in Northern Rhodesia (nu Kabwe in Zambia) (Woodward 1921). Het gaat om een compleet cranium dat zeer robuust is, met grote wenkbrouwbogen en een terugwijkend voorhoofd. Geschatte ouderdom is tussen 200 000 en 125 000 jaar. Het breinvolume is ongeveer 1280 cc.
Arago XXI
Fig. 23: Arago XXI
Arago XXI,”Tautavel Man”, Homo sapiens (archaïsch) (ook gekend als Homo heidelbergensis) Ontdekt te Arago in Zuid Frankrijk in 1971 door Henry de Lumley. Geschatte ouderdom is 400 000 jaar. Het fossiel bestaat uit een vrijwel volledig gezicht, met 5 kiezen en een deel van de breindoos. Het breinvolume was ongeveer 1150 cc. De schedel heeft zowel kenmerken van archaïsche Homo sapiens als van Homo erectus, waartoe dit fossiel soms wordt gerekend.
Petralona
Fig. 24: Petralona 1
Petralona 1, Homo sapiens (archaïsch) Ontdekt door dorpelingen te Petralona in Griekenland in 1960. Geschatte ouderdom is 250 000- 500 000 jaar. Het fossiel kan ook beschouwd worden als een late Homo erectus, en heeft tevens enkele Neanderthaler kenmerken. Het breinvolume is 1220 cc, hetgeen groot is voor erectus maar klein voor sapiens. Het gezicht is groot met opvallend wijde kaken. (Day 1986)
Atapuerca 5
Fig. 25: Atapuerca 5
Atapuerca 5, Homo sapiens (archaisch) Ontdekt door Juan-Luis Arsuaga in de Sima de los Huesos (“put met botten”) op de site van de Atapuerca grot in Noord-Spanje in 1992 en 1993. Het fossiel is ongeveer 300 000 jaar oud, met een breinvolume van ongeveer 1125 cc. Het aangezicht is breed met een enorme nasale opening, en lijkt op de Neanderthalers in sommige opzichten, maar in andere niet. Dit is de meest complete voor-moderne schedel in het gehele hominide fossielen bestand (Arsuaga et al. 1993; Johanson & Edgar 1996).
Feldhofer specimen
Fig. 26: Feldhofer, neanderthaler
Feldhofer, Neanderthaler 1, Homo  neanderthalensisOntdekt door Johann Fuhlrott in 1856 in een kleine grot bij Feldhofer in de Neander Vallei in Duitsland. De vondst bestaat uit een schedeldak, dijbeenderen, een deel van de pelvis, enkele ribben en enkele arm- en schouderbotten. Het onderste deel van de linkerarm was gebroken tijdens het leven van de eigenaar, waardoor de botten van de linkerarm kleiner zijn dan deze van de rechterarm. Fuhlrott zag de vondst als een primitieve mens, maar de Duitse gevestigde orde geleid door Rudolf Virchow verwierp dit beeld, en beweerde foutief dat het hier gaat om een zieke moderne mens (Trinkaus & Shipman 1992). In 1999 werd de originele site herontdekt, en extra botten van hetzelfde specimen werden gevonden. [3]

“Spy 1 en 2”, Homo neanderthalensisOntdekt door Marcel de Puydt en Max Lohest in 1886 in de Grotto van Spy (uitgesproken: spie) d’Orneau in België. Geschatte ouderdom is 60 000 jaar. Deze vondst bestaat uit twee bijna volledige skeletten. De excellente beschrijvingen van de skeletten bevestigden dat deze zeer oud waren, en ontkrachtte grotendeels het idee dat de Neanderthaler vorm een pathologische aandoening was, maar concludeerde ook onjuist dat Neanderthalers met gebogen knieen liepen.

“Krapina Site”, Homo neanderthalensisOntdekt door Dragutin Gorjanovic-Kramberger in 1899 nabij Krapina in Kroatië. Deze site bevatte belangrijke overblijfselen van 2 tot 3 dozijn individuen, en tanden en kaakfragmenten van enkele dozijnen meer. Wanneer Gorjanovic zijn resultaten publiceerde in 1906, bevestigde hij voor eens en voor altijd dat Neanderthalers geen pathologische moderne mensen waren.
Old man
Fig. 27: oude man, Homo neanderthalensis
“Old Man”, Homo neanderthalensisOntdekt door Amedee en Jean Bouyssonie in 1908 nabij La-Chapelle-aux-Saints in Frankrijk.Het is ongeveer 50 000 jaar oud, met een breinvolume van 1620 cc. Dit bijna volledige skelet is gerecontrueerd door Marcellin Boule, die een invloedrijke paper schreef over de vondst, waarin uiteindelijk zeer veel conclusies volledig verkeerd waren. Hij overdreef de aapachtige kenmerken van het fossiel, waarmee hij het stereotiepe beeld versterkte – dat zou blijven bestaan voor tientallen jaren –  van een voorover buigende aapachtige man,  voruit schoffelend met gebogen knieen. Het specimen was ongeveer tussen 30 en 40 jaar oud wanneer het stierf. Het had een herstelde gebroken rib, ernstige arthritis aan de heup, ondernek, rug en schouders, en had de meeste kiezen verloren. Het feit dat hij zolang overleefde wijst erop dat Neanderthalers een complexe sociale structuur hadden.

“Shanidar Site”, Homo neanderthalensisRalph Solecki ontdekte tussen 1953 en 1960 9 Neanderthaler skeletten bij de Shanidar grot in Irak. Men denkt dat ze tussen 70 000 en 40 000 jaar oud zijn. Één van hen, Shanidar 4, was blijkbaar begraven met offers en bloemen (althans zo werd het geïnterpreteerd). In 1971 schreef Solecki een boek, “Shanidar, de Eerse Bloemen Mensen”, en keerde hiermee de vroegere stereotiepen van halfmenselijke bruten om. Een ander skelet, Shanidar 1, was gedeeltelijk blind, kreupel en had maar één arm. Het feit dat hij kon overleven is ook een bewijs van een complexe sociale structuur.

“Saint-Cesaire Neandertal”, Homo  neanderthalensisOntdekt door Francois Leveque in 1979 nabij het dorp Saint-Cesaire in Frankrijk. Het bestaat uit een sterk verpletterd skelet. De schedel was voor het grootste deel compleet, met enkel de achterkant van het cranium afwezig. Het fossiel is gedateerd op een ouderdom van ongeveer 35 000 jaar, en is één van de laatst gekende Neanderthalers. De vondst was interessant omdat op de vindplaats ook werktuigen gevonden werden die voorheen verondersteld werden bij de Cro-Mangnon cultuur te behoren, in plaats van bij de normale “toolkit” van de Neanderthalers.
LB1
Fig. 28: Homo floresiensis
LB1, “Hobbit”, Homo floresiensisIn 2003 ontdekt door een Australisch-Indonesisch team aan de Liang Bua grot op het Indonesische eiland Flores. De vondst bestaat uit een bijna volledige schedel en een gedeeltelijk skelet bestaande uit botten van het been, delen van het bekken, handen en voeten, en enkele andere fragmenten. LB1 was een adult, waarschijnlijk vrouwelijk, ongeveer 1 meter groot, met een extreem klein breinvolume van 417 cc. De schedel heeft mens-achtige tanden met een terugwijkend voorhoofd en geen kin. Het fossiel is 18 000 jaar oud en werd gevonden samen met stenen werktuigen. Men denkt dat deze soort een dwergvorm is van Homo erectus (Brown et al. 2004; Morwood et al. 2004; Lahr & Foley 2004).


Fig. 29: Cro-Magnon, Homo sapiens
“Cro-Magnon Site”, Homo sapiens (modern)Ontdekt door arbeiders in 1868 te Cro-Magnon in Frankrijk. Geschatte ouderdom is 30 000 jaar. Op de site werden 5 begraven individuen gevonden, waarbij ook stenen werktuigen, ingekerfde rendiergeweien, ivoren hangertjes en schelpen werden gevonden. De Cro-Magnons leefden in Europa tussen 35 000 en 10 000 jaar geleden. Ze zijn quasi identiek aan moderne mensen, zijnde groot en gespierd, maar iets robuuster dan de meeste moderne mensen. Ze waren getalenteerde jagers, werktuigmakers en kunstenaars, bekend voor de grotschilderingen op plaatsen zoals Lascaux, Chauvet en Altamira.

SamenvattingEr zijn enkele duidelijke trends (die noch continu noch uniform waren) van vroege australopitheci tot recente mensen: toenemend breinvolume, toenemende lichaamsgrootte, toenemend gebruik van werktuigen en de sophisticatie hiervan, afnemende grootte van de tanden, afnemende robuustheid van het skelet. Er zijn geen duidelijke afbakeningen tussen sommige latere australopitheci en sommige vroegere Homo vertegenwoordigers, tussen erectus en archaïsche sapiens, of archaïsche sapiens en moderne sapiens.Creationist Wayne Jackson citeert de paragraaf hier links in een online artikel . Lees mijn reactie hier. Ondanks dit alles is er weinig consensus over hoe onze afstammingsboom er juist uitziet. Iedeeen aanvaardt dat de robuuste australopitheci (aethiopicus, robustus en boisei) geen rechtstreekse voorouders zijn van ons, en dus een tak vormen van de hominiden die geen afstammelingen heeft nagelaten. Of H. habilis afstamt van A. afarensis, africanus, van beide of van geen van de twee, is nog altijd onderwerp van discussie. Het is mogelijk dat geen enkele van de nu gekende australopitheci onze voorouder is.Het voorbije decennium zijn enkele nieuwe genera en soorten ontdekt (Ar. Ramidus, Au. Bahrelghazali, Au. Garhi, Orrorin, Kenyanthropus, Sahelanthropus) en is nog geen consensus bereikt over hun relatie met elkaar en met mensen. Het wordt algemeen aanvaard dat Homo erectus afstamde van Homo habilis (of op zijn minst enkele van de fossielen die toegeschreven worden aan habilis), maar de verwantschappen tussen erectus, sapiens en de Neanderthalers zijn nog niet opgehelderd.
Voetnoten

  1. Anatomische uitleg: het foramen magnum is de opening in de schedel waardoor het ruggenmerg gaat. Bij apen ligt deze opening aan de achterkant van de schedel, omwille van hun viervoetige houding. Bij mensen ligt ze aan aan de basis van de schedel omdat onze kop rust op de top van een verticale ondersteuning (ons lichaam). Bij autralopitheci is het foramen magnum ook meer naar de basis toe dan bij apen, maar niet altijd zo ver als bij mensen. 
  2. Steeds meer onderzoekers plaatsen de soorten aethiopicus, robustus en boisei in het genus Paranthropus. 
  3. Er waren eigenlijk twee eerdere Neanderthaler vondsten. Een gedeeltelijk cranium van een 2,5 jaar oud kind, gevonden in 1829 in België, werd niet erkend tot 1936. Een adult cranium, gevonden op Gibraltar in 1848, lag onder het stof in een museum tot het erkend werd als een Neanderthaler in 1864.

Vertaler: Roeland Cortois
Zie ook
Welke hominide soorten bestonden er?

(Smithsonian)

https://www.msu.edu/~heslipst/contents/ANP440/index.htm

Follow the links below to pages with short abstracts on the featured articles. Links will then lead you to a more detailed treatment of the issue. 

 

Intra- and Interspecific Variation in Primate Gene Expression PatternsThis article presents interesting evidence explaining why humans and chimpanzees, although 98.7% identical in DNA sequences, are so different morphologically, behaviorally, and cognitively.

Remains of Homo erectus from Bouri, Middle Awash, Ethiopia A one million year old calvaria found in Ethiopia’s Middle Awash may shed new light on the diversity of Homo erectus . Because of the fossil’s Asian H. erectus characteristics, it calls into question the separation of Homo erectus into two species.

New hominin genus from eastern Africa shows diverse middle Pliocene lineages.This article announces a new genus and species of early human, Kenyanthropus platyops, which is based on fossilized bone remains found at the Lomekwi localities in the Turkana District of northern Kenya. Prior to the announcement of Kenyanthropus platyops, the known fossils suggested that only one species of early human had existed in East Africa between 3.5 and 3 million years ago. The new finds instead support the idea that multiple species of early hominin had evolved during this time span.

Earliest Presence of Humans in Northeast AsiaNew paleomagnetic data shows that Homo was in Northern China by 1.36 million years ago. This indicates that early on Homo had the ability to travel long distances and inhabit northern environments with a relatively simple tool kit.

Late Miocene hominids from the Middle Awash, EthiopiaEleven hominid fossils have been found from the Late Miocene and exhibit a mosaic of primitive and derived characteristics. These fossils have been placed in a subspecies to Ardipithecus . Paleoenvironmental data indicates that these early humans may have first evolved in a wooded environment. Vertebrate fossils and chemical analysis of isotopes confirm this.

An engraved bone fragment from c. 70,000-year-old Middle Stone Age levels at Blombos Cave, South Africa: Implications for the origin of symbolism and language.Carvings found in South Africa’s Blombos Cave point to Africa as the Birthplace of ‘modern’ human behavior. Geometric patterns are carved on a jaw fragment and on ochre, both dating to 77,000 years ago.

Earliest Pleistocene hominid cranial remains from Dmanisi, Republic of Georgia: Taxonomy, Geological Setting, and AgeFossil remains of early humans and a rich collection of stone tool artifacts from the site of Dmanisi in the former Soviet nation of Georgia date back to roughly 1.7 million years ago. These finds represent the earliest evidence of human beings outside of Africa. While similar in cranial capacity to earlier species in the genus Homo, the morphology of the two skulls found at Dmanisi most closely resemble the African species Homo ergaster.

Early human occupation of the Red Sea coast of Eritrea during the Last InterglacialA recent study reveals that early humans, likely in the form of Homo sapiens, were inhabiting the coastal areas of what is today Eritrea by around 130,000 years ago. This finding has bearing on the expansion of human populations into new ecological niches, and on the development of the behaviors associated with exploiting the resources of a coastal region.

Mid-Pleistocene Acheulean-like Stone Technology of the Bose Basin, South China Researchers from the Human Origins Program and the Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology in Beijing have found evidence of large cutting tools in the Bose Basin in southern China every bit as sophisticated as their African or European counterparts. The presence of these tools, at roughly 800,000 years ago puts to rest the idea that East Asia was a “cultural backwater” at this crucial period in human evolutionary history.

Anatomical Evidence for Knuckle-walking Found in Early Human FossilsStudying the bones of the wrist, researchers find evidence of a bony ridge in the earliest fossil species of the human lineage. This anatomical feature is similar to that found in the knuckle-walking apes; gorillas and chimpanzees, and could imply a common knuckle-walking ancestor for all gorillas, chimpanzees and humans.

Australopithecus garhi: A New Species of Early Hominid from Ethiopia – In sediments two and one half million years old, remains of early humans that have been assigned to a new species, Australopithecus garhi, shows an intriguing combination of primitive and derived traits.

One-Million-Year-Old Cranium of Genus Homo Found in Eritrea – In sediment dated to roughly one million years ago, scientist uncover a cranium of genus Homo that exhibits a curious mix of morphological traits that are both primitive and modern.

Endocranial Capacity in Early Human Cranium from Sterkfontein, South AfricaThe large Australopithecus africanus cranium, Stw 505 (“Mr. Ples”) was anecdotally reported to have a cranial capacity exceeding 600cc. This report sent tremors through the community as this figure is over 100cc larger than the largest previously recorded A. africanus cranial capacity. Researchers use CT scans and 3D computer modeling to create a virtual endocast of the brain to verify these findings.

http://www.nature.com/nature/ancestor/

Classic papers

Dart, R. A. Australopithecus africanus: The Man-Ape of South Africa
Nature 115, 195–199 (1925)
When Dart, an anatomist from South Africa, reported the first ‘ape-man’, he was derided by the same people who fell for the fraudulent Piltdown Man. But Piltdown was a fake and Dart was vindicated. The modern study of human origins starts here.
| Full Text (PDF) |

Leakey, L. S. B. A new fossil skull from Olduvai
Nature 184, 491–493 (1959)
Fossil-hunter Louis Leakey had been scouring East Africa for clues about human origins in vain for 30 years before he (or rather, his wife) hit the jackpot at Olduvai Gorge in Tanzania. The new player on the fossil scene was lantern-jawed ‘Nutcracker man’.
| Full Text (PDF) |

Leakey, L. S. B., Tobias, P. V. and Napier, J. R. A new species of the genus Homo from Olduvai Gorge.
Nature 202, 7–9 (1964)
Leakey scores again with fossils associated with primitive tools. He announces Homo habilis — ‘handy man’ — the first fossil member of our own genus; and with him, the first stirrings of technology.
| Full Text (PDF) |

Leakey, R. E. F. Evidence for an advanced Plio-Pleistocene hominid from East Rudolf, Kenya
Nature 242, 447–450 (1973)
Richard Leakey — son of Louis — describes a skull as iconic as they come, but always known enigmatically as ‘1470’. Thought to belong to an early form of Homo (now Homo rudolfensis), this specimen is a key fossil in the understanding of human origins.
| Full Text (PDF) |

Johanson, D. C. and Taieb, M. Plio-Pleistocene hominid discoveries in Hadar, Ethiopia
Nature 260, 293–297 (1976)
Donald Johanson pushes the human story back beyond the 3-million-year-mark with a skeleton, later assigned to Australopithecus afarensis. The skeleton is now known as ‘Lucy’, after Lucy in the Sky with Diamonds, the Beatles’ tune popular in the field camp.
| Full Text (PDF) |

Leakey, M. D. and Hay, R. L. Pliocene footprints in the Laetolil Beds at Laetoli, northern Tanzania
Nature 278, 317–323 (1979)
When a volcanic eruption sent a rain of ash over what is now Tanzania, an adult and child, probably both Australopithecus afarensis, set out to watch the show — leaving, as a poignant souvenir, perfect and very modern-looking footprints, preserved in the ashfall.
| Full Text (PDF) |

Brown, F., Harris, J., Leakey, R. and Walker, A. Early Homo erectus skeleton from west Lake Turkana, Kenya
Nature 316, 788–792 (1985)
This report of a young but surprisingly tall young Homo erectus male raises many questions about our own African genesis, and the origins of that very human feature called ‘childhood’.
| Full Text (PDF) |

Cann, R. L., Stoneking, M. & Wilson, A. Mitochondrial DNA and human evolution
Nature 325, 31–36 (1987)
A molecular bombshell that traces the human story by comparing mitochondrial DNA frrom modern humans. The message is clear — all modern humans have their roots in Africa, and surprisingly recently, between 100,000 and 200,000 years ago.
| Full Text (PDF) |

Arsuaga, J.-L., Martínez, I., Gracia, A., Carretero, J.-M. & Carbonell, A. Three new human skulls from the Sima de los Huesos Middle Pleistocene site in Sierra de Atapuerca, Spain
Nature 362, 534–537 (1993)
The ‘Pit of Bones’ near Burgos in Spain is a treasure-trove of information on the first Europeans. At around 300,000 years old, these skulls may have been close to the ancestry of the classic cave-man, Neanderthal Man.
| Full Text (PDF) |

White, T. D., Suwa, G. and Asfaw, B. Australopithecus ramidus, a new species of early hominid from Aramis, Ethiopia
Nature 371, 306–312 (1994)
Now known as Ardipithecus ramidus, this extremely primitive creature was the first member of the human family known from beyond 4 million years ago. Still controversial, its affinities with the new finds from Chad have yet to be investigated.
| Full Text (PDF)

|

OOGWIT

Fedor Steeman / 20-04-2010

http://www.vkblog.nl/bericht/309728/Urpferd-Messel_Exhibitie_Basel#commentaar

Laat wel duidelijk zijn: Tijdens het maken van de reconstructies van vroege mensachtigen hebben de ” artists ” natuurlijk ook gewoon gepoogd te reflecteren en te incorporeren wat men op basis van wetenschappelijke analyses van ondemeer botkenmerken al heeft geconcludeerd.

Namelijk dat het hier gaat om wezens die kenmerken combineren van zowel mensapen als moderne mensen. Dat dat zich uit in de keuze van het oogwit vloeit natuurlijk daar uit voort, en is dus geen bewuste poging tot misleiding. Het menselijk oogwit is een uniek kenmerk dat mensapen zeker niet in die mate als wijzelf bezitten. Dit is wel degelijk onderzocht. Dit pop-wetenschappelijk artikel geeft een goede inleiding:

Did evolution make our eyes stand out?

Researchers test ‘cooperative eye’ hypothesis in humans and apes

Image: Chimp and human eyes

PR Newswire, MSNBC.com
Scientists speculate that human eyes stand out more than chimpanzee eyes because there’s an advantage for humans in being able to see the subtle cues communicated by eye movement
By Ker Than

For humans, the eyes are more than just windows to the outside world. They are also portals inward, providing others with glimpses into our inner thoughts and feelings.

Of all primates, human eyes are the most conspicuous; our eyes see, but they are also meant to be seen. Our colored irises float against backdrops of white and encircle black pupils. This color contrast is not found in the eyes of most apes.

According to one idea, called the cooperative eye hypothesis, the distinctive features that help highlight our eyes evolved partly to help us follow each others’ gazes when communicating or when cooperating with one another on tasks requiring close contact.

In a new study that is one of the first direct tests of this theory, researchers from the Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology in Germany looked at what effect head and eye movements had on redirecting the gaze of great apes versus human infants.

In the study, a human experimenter did one of the following:

  • Closed his eyes, but tilted his head up toward the ceiling
  • Kept head stationary while looking at the ceiling
  • Looked at the ceiling with both head and eyes
  • Kept head stationary while looking straight ahead

Results showed that the great apes — which included 11 chimpanzees, four gorillas and four bonobos — were more likely to follow the experimenter’s gaze when he moved only his head. In contrast, the 40 human infants looked up more often when the experimenter moved only his eyes.

The findings suggest that great apes are influenced more by head than eyes when trying to follow another’s gaze, while humans are more reliant on eyes under the same circumstances.

The study, led by Michael Tomasello, will be detailed in an upcoming issue of the Journal of Human Evolution.

The small things
Kevin Haley, an anthropologist at the University of California at Los Angeles, who was not involved in the study, told LiveScience he thinks the cooperative eye hypothesis is quite plausible, especially “in light of research demonstrating that human infants and children both infer cooperative intentions in others and display cooperative intensions themselves.”

Comparisons of human eyes to those of other primates reveal several subtle differences that help make ours stand out. For example, the human eye lacks certain pigments found in primate eyes, so the outer fibrous covering, or “sclera,” of our eyeball is white. In contrast, most primates have uniformly brown or dark-hued sclera, making it more difficult to determine the direction they’re looking from their eyes alone.

Another subtle aid that helps us determine where another person is looking is the contrast in color between our facial skin, sclera and irises. Most apes have low contrast between their eyes and facial skin.

Humans are also the only primates for whom the outline of the eye and the position of the iris are clearly visible. In addition, our eyes are more horizontally elongated and disproportionately large for our body size compared to most apes. Gorillas, for example, have massive bodies but relatively small eyes.

The cooperative eye hypothesis explains these differences as traits that evolved to help facilitate communication and cooperation between members of a social group. As one important example, human mothers and infants are heavily reliant on eye contact during their interactions. One study found that human infants look at the face and eyes of their caregiver twice as long on average compared with other apes.

Clue to our humanity
Other ideas have also been proposed to explain why humans have such visible eyes. For example, white sclera might signal good health and therefore help signal to others our potential as a mate.

Or, as one other recent study suggested, visible eyes might be important for promoting cooperative and altruistic behavior in individuals that benefit the group. The study, conducted by Haley and Daniel Fessler, also at UCLA, found that people were more generous and donated more money if they felt they were being watched — even if the watchful eyes were just drawings resembling eyes on a computer screen.

Tomasello and his team note in their paper that “these hypotheses are not mutually exclusive, and highly visible eyes may serve all of these functions.”

If correct, the cooperative eye hypothesis could provide a valuable clue about when we became the social beings that we are. “It would be especially useful to know when in evolution human’s highly visible eyes originated, as this would suggest a possible date for the origins of uniquely human forms of cooperation and communication,” Tomasello and colleagues write

© 2009 LiveScience.com.

We hebben geen idee wanneer de ogen zo werden zoals nu. 

Dit betekent dus ook dat het niet ongerechtvaardigd is om ogen van “mensachtigen ” , met goed zichtbaar oogwit neer te zetten in een reconstructie (= artist impression )ten gerieve van een tentoonstelling.

Als je een keuze hebt tussen twee opties die allebei even waarschijnlijk zijn,( veel oogwit , bijna geen oogwit ) dan zie ik geen probleem dat je kiest voor de optie waarbij de huidige theorie beter naar voren komt. Een museum heeft immers gedeeltelijk een rol van onderwijs en mag dus volgen wat de wetenschap nu als leidende theorie ziet.

Niet alleen zijn de menselijke oogrokken uitermate uitgebleekt, vergeleken met die van mensapen, de ogen zijn ook nog eens in die mate verbreed dat er relatief veel van is blootgelegd.Eén hypothese is, dat bij mensen veel communicatie via de ogen gaat en de richting van de ogen een belangrijke rol speelt.

Duitse onderzoekers hebben dit getoetst en ontdekt dat mensapen eerder reageren op de richting van het gehele hoofd dan dat van de ogen, vergeleken met menselijke peuters.

De bleke, zichtbare oogrokken van de mens houden dus verband met hun communicatieve en sociale vaardigheden. Dan kunnen we ons dus afvragen of, of wanneer, vroege mensachtigen zich dit kenmerk toeëigenden.

Als we een voor-de-hand-liggend verband aannemen tussen hersengrootte en sociale/communicatieve vaardigheden kunnen we dus daaruit afleiden dat vroege mensachtigen zoals australopithecinen waarschijnlijk hetzelfde type oogrokken hadden als moderne mensapen.

Het is meer waarschijnlijk dat het “menselijke oogwit” pas bij Homo erectus ontstond, of misschien iets daarvoor.

Helemaal zeker zullen we het nooit weten.DIt kan in elk geval een goede leidraad zijn voor makers van reconstructies voor tentoonstellingen of tijdschriften. Dan kunnen we in elk geval verhinderen dat sommigen lieden verontwaardigd worden. … Misschien dan…

HERSENEN  

Groei zoogdier brein
20 mei 2011
Het relatief grote brein van zoogdieren en mensen is waarschijnlijk ontstaan door een verbeterde reukzin. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld.
De eerste hersengebieden die in de loop van de evolutie een groter formaat aannamen bij zoogdieren, waren betrokken bij de reukzin.
Volgens wetenschappers kan hieruit worden afgeleid dat de groei van het brein van de eerste zoogdieren begon door het ontstaan van een meer geavanceerd reukvermogen. Dat meldt men naar aanleiding van een studie van wetenschappers aan de Universiteit van Texas.
De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door de twee van de oudste fossielen van zoogdieren te bestuderen
the tiny fossilised skulls of 190-million-year-old Morganucodon oehleri and Hadrocodium wui, both of which were discovered in China.
Scan of Hadrocodium brain shown in pink
Ze maakten onder meer scans van de binnenkant van een schedel.
Uit het onderzoek bleek dat de hersengebieden voor reuk groter waren dan bij meer primitieve soortgenoten.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science.
Een verbeterd reukvermogen stelde de eerste zoogdieren mogelijk in staat om ook ’s nachts te jagen.
Hierdoor konden ze profiteren van nachtelijke voedingsbronnen, zoals insecten en geleedpotigen die alleen ’s nachts actief waren”, verklaart hoofdonderzoeker Timothy Rowe.
Reukzin werd tot nu toe niet beschouwd als een belangrijke factor in de evolutie van zoogdieren. Dat heeft volgens Rowe vooral te maken met de fossielen die tot nu toe zijn bestudeerd.
“De meeste fossielen die zijn gevonden, bestaan uit kaken en tanden, dus de meeste speculaties over evolutie hadden betrekking op voeding”, aldus Rowe. “Reukzin stond tot nu toe niet op de radar van paleontologen.”

Van klein naar groot

54 miljoen jaar oude apenschedel laat evolutie van de hersenen zien

Primitieve apen hadden kleine hersenen en gingen sterker op geur af dan op zicht. Dat concluderen Amerikaanse anthropologen op basis van een virtueel model van een 54 miljoen jaar oude apenschedel. Zij brachten de leefgewoonten van deze oeraap zo goed mogelijk in kaart om te bepalen welke factoren een rol spelen in de evolutie van kleine naar grote hersenen.

Moderne apen en ook mensen hebben relatief grote en complexe hersenen. Dit onderscheidt de aapachtigen van andere zoogdieren. Toch is het brein van apen niet altijd groot geweest, hier zijn miljoenen jaren van evolutie aan vooraf gegaan. Wetenschappers proberen te doorgronden waarom moderne apen zulke grote hersenen hebben ontwikkeld. De meeste verklaringen hiervoor komen op dit moment van waarnemingen aan soorten die evolutionair dicht bij de moderne apen staan.

Dit kleine schedeltje (ongeveer vier centimeter lang) is 54 miljoen jaar oud. Het behoort toe aan een primitieve apensoort die gezien kan worden als een neefje van de vroegste voorouder van moderne apen. Afbeelding: © Eric Zamora (University of Florida)

3D-model

De Amerikanen vonden enkele jaren geleden een primitief apenschedeltje van 54 miljoen jaar oud. Het bleek te gaan om een aap die leefde in de miljoenen jaren tussen het uitsterven van de dino’s en het ontstaan van de eerste moderne apen. Deze oeraap kan volgens de onderzoekers gezien worden als het neefje van de vroegste voorouder van moderne apen.

Het 3D-model van de hersenen op het scherm is gemaakt met behulp van een CT-scan. De onderzoekers maakten ruim 1200 opnamen van het schedeltje om de hersenen te kunnen reconstrueren. Afbeelding: © Eric Zamora (University of Florida)

De schedel was ongeveer vier centimeter lang en nog bijna helemaal intact. Dit maakte het mogelijk om de hersenen van de aap virtueel te reconstrueren. Met behulp van een CT-scan schoten de onderzoekers ruim 1200 plaatjes die zij vervolgens weer samensmolten tot één 3D-model. De hersenen van de oeraap waren de helft of twee derde van de omvang van de hersenen van de kleinste moderne apen. Bovendien was het centrum voor geurwaarneming sterk ontwikkeld en het visuele vermogen juist niet.

Van boom tot boom

De oeraap gaat sterk af op geur, de moderne aap op zicht. Het lijkt erop dat de ontwikkeling van het visuele vermogen samen gaat met de ontwikkeling van grote hersenen. Maar voor welke functie hebben moderne apen dat scherpe zicht dan nodig? Met andere woorden: waarom zijn grote hersenen geëvolueerd? Om daar achter te komen reconstrueerden de Amerikanen zoveel mogelijk leefgewoonten van de oeraap en vergeleken deze met die van moderne apen.

Hersenen oeraap 1Jonathan Bloch, één van de onderzoekers, laat hier het schedeltje en afgietsel van de herseninhoud van de primitieve aap zien. Op het scherm op de achtergrond is het virtuele 3D-model zichtbaar. Afbeelding: © Eric Zamora (University of Florida)Zowel de oeraap als sommige moderne apen leven in bomen en eten voornamelijk fruit. Dit betekent dat deze leefgewoonten niet van invloed zijn geweest op het ontwikkelen van grote hersenen. Er is ook een groot verschil tussen de oeraap en moderne apen: de eerste sprong niet van boom tot boom. De onderzoekers denken dat grote hersenen nodig zijn om in een dicht bebost gebied snel door de bomen te kunnen verplaatsen. Om dit te bewijzen hebben zij meer fossielen nodig van primitieve apenschedels.

Bronnen

Virtual endocast of Ignacius graybullianus
(Paromomyidae, Primates) and brain evolution in early primates (Mary Silcox, Claire Dalmyn en Jonathan Bloch), PNAS, juni 2009

Zie ook

early mammals
rat Kat en mens
Mensapen en mensachtigen en de mens

          
De menselijke hersenen bestaan heel grosso-modo uit twee delen, of beter gezegd : twee rond elkaar liggende lagen. In het diepste van de hersenen; – centraal dus -; liggen de primitieve hersenen: deze die we gemeenschappelijk hebben met alle zoogdieren en ook met de reptielen. Het zijn de eerste lagen die werden neergezet door de evolutie.

In 1878 beschreef Paul BROCA, de beroemde franse neuroloog in zijn werk “Anatomie comparée des circonvolutions cérébrales. Le grand lobe limbique et la scissure limbique dans la série des mammifères.” als eerste deze splitsing in 2 lagen. Sindsdien dragen deze oerhersenen de naam van limbische hersenen (limbisch systeem). Rond deze primitieve hersenen heeft zich tijdens miljoenen jaren-evolutie een nieuwe, recente laag neergezet en ontwikkeld : de nieuwe hersenen of beter gezegd : de nieuwe schors (of de nieuwe enveloppe). Vandaar de naam neocortex. Hoe meer de diersoorten zich ontwikkeld hebben, hoe groter het volume en hoe groter het belang van deze neocortex.

De meest recente ontwikkelingen van deze hersenlaag speelt zich af in de prefrontale cortex (juist achter het voorhoofd). Dit is de reden waarom de moderne mens, de Homo sapiens, een duidelijk gewelfd voorhoofd bezit in vergelijking met de oermens en de primaten.

In de loop van de evolutie zijn de hersenen van achteren naar voor gegroeid (dit is een visie van een dierenarts; een humane-arts zou spreken van onderen naar boven ! nvdr), waarbij de nieuwere delen zich ontwikkelden als expansies van het oudere deel.
Het elementairste en primitiefste deel van de hersenen, -dat deel dus dat we gemeenschappelijk hebben met alle diersoorten (die rijker zijn dan een minimaal zenuwstelsel)- is de hersenstam. Deze is verantwoordelijk voor de basale levensfunkties zoals ademhaling en het metabolisme van de andere organen en controleert stereotypische reacties en bewegingen. Denken, redeneren of leren doet dit primitieve brein niet. Het zijn eerder voorgeprogrammeerde regulatiemechanismen die het lichaam “runnen” en reageren naar het princiepe van “overleven”.

Het gevoelsleven is van oudsher ingebakken in de cellen van het reukcentrum. Alle vormen van contact met de buitenwereld verliep vroeger over de geurenwereld. Of het nu om prooien ging, of gevaren, of sexuele partners of domeinafbakening: alles heeft een specifieke moleculaire signatuur. In het reukcentrum werd een schifting gedaan van deze geuren; en nadien gesorteerd in herkenbare, relevante categorieën. Een tweede laag cellen in het reukcentrum stuurde reflexboodschappen door het gehele zenuwstelsel naar het lichaam om te vertellen wat het moest doen: aanvallen, achtervolgen, vluchten, etc.

Nadien ontstonden nieuwe, verfijnde lagen rondom de hersenstam waarvan een overzicht in volgende tabel. Wat men noemt “de reptielenhersenen” bestaat uit het verlengde (rugge)merg, de hersenstam, de pons en de kleine hersenen. De taak van reptielenhersenen is zelfbehoud. Later, met het opkomen van de eerste zoogdieren, voegde het limbisch systeem emoties toe aan de primaire vlucht-vecht reactie. Ook leervermogen en geheugen werd aan het programma toegevoegd. Dit stelde de hogere dieren in staat om bepaalde keuzes te maken, gestoeld op voorafgaandelijke ervaringen.

De neocortex, in fine, bracht nuances mee in het gevoelsleven. De link tussen limbisch systeem en neocortex is de voedingsbodem voor wat we noemen de moederliefde. Onze (huidige ) reptielen, met geen of rudimentaire neocortex, zijn niet tot moederliefde in staat.(= Van dino’s wordt tegenwoordigh verondersteld dat ze wel degelijk ook broedzorg kenden/Ook krokodillen verdedigen hun eieren … )

Conclusie:

we zijn dus als mens verplicht om te aanvaarden dat in het centrum van onze hersenen diezelfde hersenstructuren ons leven beheersen als deze van de diersoorten die ons voorgingen.

In feite: hersenen binnen onze hersenen.

Vergelijking hersenen mens en chimpansee :
10 december 2004 ” De Morgen “

Nieuw hersenonderzoek toont aan dat de hersenen van de mens en die van de chimpansee in opvallende mate en op verschillende vlakken op elkaar lijken.

Twee onderzoeken die in het vakblad Behavioral Neuroscience gepubliceerd staan, tonen aan dat zowel qua structuur als qua functieverdeling de mensenhersenen en de apenhersenen erg op elkaar lijken.

Voor het eerste onderzoek ( 1) werden hersenscans genomen van zestig chimpansees. Daaruit bleek dat de hippocampus, een centraal hersengebied dat onder meer een rol speelt bij leerprocessen, gemoedswisselingen, eetlust, ruimtelijk geheugen en slaap, bij de apen asymetrisch is.

—>De rechterhelft is duidelijk groter dan de linker. Dat is bij mensen net zo. —> Bovendien bleek dat ook de amygdala wél symmetrisch is bij de apen, net zoals bij de mens.

Daarmee wordt bevestigd dat de hersenen van mensen en apen niet alleen beide asymetrisch zijn maar dat ze op dezelfde manier asymetrisch zijn.

Die bevindingen sluiten aan bij eerder onderzoek (2)waaruit bleek dat het niet-limbische gedeelte van de apenhersenen ook al erg goed lijken op mensenhersenen.

Belangrijk bij dat alles is dat die asymetische structuren in de hersenen allerlei gedragingen sturen.

Nu wordt onder meer duidelijker waarom het bij alle primaten zo is dat de linkerhelft van het gezicht, dat gecontroleerd wordt door de rechterhersenhelft, emotioneel expressiever is dan de rechterkant.

Een hippocampus die rechts groter is, verklaart wellicht ook het goed ontwikkelde ruimtelijke geheugen van primaten en loopt parallel met hoe de rechterkant van de hippocampus ook bij mensen instaat voor ruimtelijk geheugen.

Een tweede studie toont voor het eerst een verband aan tussen een voorkeur om met een bepaalde hand te werken en asymetrieën in de cortex van apenhersenen.

Dat onderzoek ondermijnt de overtuiging van velen dat er alleen bij mensen een neurologische basis is die links-of rechtshandigheid bepaalt.

Net zoals bij mensen bepaalt de anatomie van de hersenen of een chimpansee links- of rechtshandig is.

Net zoals bij mensen blijken er ook bij chimpansees meer rechtshandigen te zijn.

Die tweede studie bevestigt ook dat het principe van een voorkeur voor een bepaalde hand iets is wat zeker vijf miljoen jaar geleden ook al voorkwam en zich onafhankelijk van taal en spraak ontwikkeld heeft.

Links

Behavorial Neuroscience

http://www.apa.org/journals/bne.html

(1) Asymmetries in the Hippocampus and Amygdala of Chimpanzees(Pan troglodytes)

http://www.apa.org/journals/bne/press_releases/december_2004/bne11861460.pdf

(2)Handedness in Chimpanzees (Pan troglodytes

) Is Associated wth Asymmetries of the Primary Motor Cortex but Not wth Homologous Language Areas

http://www.apa.org/journals/bne/press_releases/december_2004/bne11861176.pdf

Wat hebben creationisten te zeggen over hersengrootte?

Auteur: Jim Foley

Hersengroottes [zie “noot”] verschillen aanzienlijk tussen individuele organismen van eenzelfde soort en deze regel geldt voor iedere soort. De verschillen in hersengrootte zijn echter niet zomaar gerelateerd aan de intelligentie. In plaats daarvan is er wel een zwakke correlatie met de lichaamsgrootte: grote mensen hebben meestal grotere hersenen. Hierdoor zullen vrouwen gemiddeld kleinere hersenen hebben dan mannen en zullen Pygmeeën kleinere hersenen hebben dan Zulu’s. De gemiddelde intelligentie van al deze groepen is echter –voor zover is geweten- dezelfde. Cijfers omtrent de gemiddelde hersengrootte bij de moderne mens lijken te verschillen tussen bronnen, maar een karakteristieke waarde bedraagt 1350 of 1400 cc (kubieke centimeter). De onderstaande cijfers geven een indruk over de normale variatie binnen moderne, menselijke schedelgrootte (schedels van Homo sapiens). Burenhult (1993) zegt dat 90 percent van alle menselijke schedels past binnen een grootte-interval van 1040 tot 1595 cc, met als extreme waarden 900 en 2000 cc. S. J. Gould herbekeek in zijn boek “De Mens Gemeten” (“The Mismeasure of Man”) een negentiende-eeuwse studie, die werd uitgevoerd door Morton. In deze studie werden de groottes van 600 schedels gemeten. Deze schedels varieerden in grootte binnen een interval van 950 tot 1870 cc. Vijfentwintig percent van het staal bestond echter uit schedels van Peruvianen met een kleine gestalte, zodat het cijfer (950 cc) lager ligt dan indien het bepaald zou zijn geweest voor 600 willekeurig geselecteerde mensen. Morton verdeelde zijn schedels ook in groepen per ras. Het laagste gemiddelde voor een groep bedraagt 1230 cc.

Verscheidene bronnen –sommige zijn creationistisch van aard- geven lagere limieten voor de hersengrootte. De vooraanstaande Britse anatoom Sir Arthur Keith gaf in 1948 855 cc aan als het laagst gekende, menselijke hersenvolume. Vergelijk dit met de 650 cc, wat in die periode het grootst gekende hersenvolume voor gorilla’s was. Er bestaan zelfs mensen met hersenen die kleiner zijn dan 650 cc. Deze situatie is echter zeer zeldzaam. De microcefalen, die een intelligentie bezitten die lager is dan de norm, kunnen zelfs een hersengrootte van slechts 600 cc hebben. Dit betreft echter een medische afwijking en dergelijke schedels kunnen niet als normaal worden aanzien.

Hrdlicka (1939) bestudeerde de extreme waarden (maximum en minimum) voor hersengrootte door 12000 Amerikaanse schedels van moderne mensen te onderzoeken. De schedels maakten deel uit van de verzamelingen in het Nationaal Museum van de VS (US National Museum). Van de 12000 schedels varieerden de groottes van de 29 kleinste schedels (of minder dan 1 op 400) van 910 tot 1050 cc. Hrdlicka beweert dat de kleinste schedel in deze collectie (910cc) het kleinste volume, dat ooit gemeten is voor een menselijke schedel, bezit. De schedels met een klein volume waren niet primitief of afwijkend -op welke manier dan ook. Hun kleine volume was enkel het resultaat van de beperkte omvang van hun volledige schedel. Dus, hoewel de onderlimiet voor de hersengrootte bij de moderne mens overlapt met die bij Homo erectus, zijn hun schedels zeer verschillend. Bij H. erectus is –in vergelijking met H. sapiens– de hersendoos kleiner ten opzichte van de rest van de schedel. Bij kleine moderne mensen, met normale verhoudingen van de schedel, is hersengrootte klein, enkel en alleen omdat de schedel klein is. Vergelijk de bovenstaande cijfers met vijf meetbare schedels van Java-mensen (H. erectus). Hun grootte bedraagt gemiddeld 930 cc en de kleinste schedel is 815 cc groot. Dit is minder dan het minimum bij de 600 moderne schedels, die werden bestudeerd door Morton en hierboven worden aangehaald. Meer nog, in tegenstelling tot de moderne mensen met kleine hersengrootte, bezitten deze schedels afgeplatte hersendozen en grote wenkbrauwribbels.

Deze cijfers tonen ook hoe buitengewoon de Turkana-jongen (H. erectus/H. ergaster) is. Als volwassen persoon zou hij ongeveer 183 cm lang zijn geweest. Dit is zelfs groot in vergelijking met de huidige standaard. Men verwacht dan ook dat mensen met deze lengte een hersengrootte, die groter is dan de gemiddelde hersengrootte, hebben. De geschatte hersengrootte, die de Turkana-jongen als volwassen persoon vermoedelijk zou gehad hebben (910cc), is echter kleiner dan de hersengrootte bij nagenoeg alle moderne mensen, gemeten over verschillende lengtes en geslachten. Slechts minder dan één percent van de moderne mensen bezit een hersengrootte die kleiner is dan 910 cc. Ter vergelijking: 900cc is de typische hersengrootte voor een modern kind van drie of vier jaar, met een gewicht van 15 kg.

De creationist Marvin Lubenow (1992) beweert dat de laagste limiet voor de moderne, menselijke schedelcapaciteit 700 cc is. Dit getal ligt veel lager dan de cijfers die worden teruggevonden in wetenschappelijke publicaties. Zijn bron is “Rassen, Types en Etnische groepen” (“Race, Types and Ethnic Groups”) van Stephen Molnar. Molnar zegt “dat er vele personen zijn met 700-800 cm³ als schedelcapaciteit”, maar hij noch zijn bronnen citeren een bron met deze informatie. In feite spreekt één van de bronnen Molnar (en Lubenow) tegen. Tobias (1970) zegt dat, in overeenstemming met Dart, “schijnbaar normale wezens hebben bestaan met hersengroottes van 700 en 800 cc” (misschien is Molnars bewering een verkeerde weergave hiervan) en dat de kleinste schedelcapaciteit, die ooit werd gedocumenteerd, 790 cc is. Dit spreekt Molnars bewering, dat “vele” moderne mensen een schedelcapaciteit beneden 800 cc bezitten, sterk tegen. Integendeel, er blijkt uit een veelheid aan bronnen dat waarden beneden 900 cc extreem zeldzaam zijn en dat waarden beneden 800 cc bijna onbestaand zijn.

Zelfs indien mensen worden gevonden met een schedelcapaciteit van 700 cc, zal het nog altijd onwaarschijnlijk zijn als Lubenow beweert dat ER1470 (nummer van een schedel; zeer waarschijnlijk van Homo habilis) met 750-775 cc “binnen de normale menselijke spreiding (qua hersengrootte)” ligt. Men zou even goed kunnen beweren dat een volwassen persoon met een lengte van 122 cm eveneens binnen de normale spreiding (qua lichaamslengte) valt, op basis van het feit dat sommige mensen slechts 107 cm groot zijn. Dergelijke gevallen –als ze zelfs al optreden- zijn duidelijk zeer zeldzaam en de waarschijnlijkheid om een fossiel van een menselijke schedel met een hersengrootte, die zo klein is als 750-775 cc, te vinden, is zo goed als nul. Het is veel waarschijnlijker dat ER1470 een eerder typisch lid van zijn populatie was. Dit is wat we zien: andere schedelfossielen van Homo habilis, die sterk lijken op ER 1470, zijn zelfs een stuk kleiner dan 700 cc, de laagste limiet die voorgesteld werd door Lubenow.

Chimpansees hebben een hersengrootte tussen 300 en 500 cc, met een gemiddelde van 400 cc. Gorilla’s hebben een gemiddelde hersengrootte van 500 cc, waarbij grote individuen een hersengrootte van 700 cc kunnen bereiken. Zelfs 752 cc werd in één geval gerapporteerd, maar de correctheid van dit gegeven werd niet nagetrokken. Hominiden (mensachtigen) worden het best vergeleken met chimpansees, die ongeveer even groot zijn als de hominiden, dan met de veel grotere gorilla’s.

Lubenow stelt dat “het cruciale element niet de hersengrootte, maar de hersenorganisatie is. Een stel grote gorillahersenen staat niet dichter bij de menselijke toestand dan kleine gorillahersenen.” Lubenows punt is juist. In de veronderstelling dat evolutie waar is, moeten er overgangsvormen tussen apen en moderne mensen, met een hersengrootte tussen 650 en 800 cc, hebben bestaan. De ontdekking van een schedel met zulke hersengrootte bewijst echter nog niet dat zijn bezitter een overgangsvorm was. Om overtuigend als overgangsvorm beschouwd te worden, moet een schedel niet enkel een intermediaire hersengrootte hebben, maar ook een tussenliggende morfologie. Dit is precies wat gevonden werd bij sommige fossielen van H. habilis. Hoewel er geen fossielen van H. habilis voorhanden zijn waarvoor zowel hersen- als lichaamsgrootte kunnen gemeten worden, is het duidelijk dat hun gestalte kleiner was dan moderne mensen en mannelijke gorilla’s, de enige apen met vergelijkbare hersenen. De schedels van H. habilis bezitten geen kammen en beenribbels, die wel aanwezig zijn op schedels van grote apen. Daarbij komt nog dat de binnenkant van de schedels van H. habilis vele moderne kenmerken vertoont (Tobias 1987). De schedels van H. habilis zijn tegelijk groter en meer modern –zowel de binnenkant als de buitenkant- dan de schedel van om het even welke aap van vergelijkbare grootte.

Tussen soorten is de gemiddelde hersengrootte een redelijk goede indicator van relatieve intelligentie, indien een formule, die corrigeert voor lichaamsgrootte, wordt gebruikt. De resultaten, die men bekomt voor gemiddelde hersengrootte, zijn benaderingen, omdat ze afhankelijk zijn van de gebruikte formule alsook van de hersengrootte. Beide parameters (hersen- en lichaamsgrootte) zijn zeer moeilijk te schatten voor de meeste fossielen van hominiden. Er blijkt echter dat Australopithecus even slim -of misschien een beetje slimmer- was dan de chimpansees. H. habilis en H. erectus staan, qua intelligentie, tussen de chimpansees en de moderne mens. Walker & Leakey (1993) en Tobias (1987) geven goede overzichten van de pogingen die men in het verleden heeft ondernomen om de relatieve intelligentie bij hominiden te schatten. De onderstaande grafiek van McHenry (1994), waarbij de hersengroottes ten opzichte van de tijd zijn uitgezet, toont -als algemene trend- een toename van hersengrootte met de tijd, bij de hominiden.

Referenties
Burenhult G. (1993): The first humans: human origins and history to 10,000 BC. New York: HarperCollins.
Hrdlicka A. (1939): Normal micro- and macrocephaly in America. American Journal of Physical Anthropology, 25:1-91.
Lubenow M.L. (1992): Bones of contention: a creationist assessment of human fossils. Grand Rapids,MI: Baker Books.
McHenry H.M. (1994): Tempo and mode in human evolution. Proceedings of the National Academy of Sciences, USA, 91:6780-6.
Tobias P.V. (1970): Brain size, grey matter and race – fact or fiction? American Journal of Physical Anthropology, 32:3-31.
Tobias P.V. (1987): The brain of Homo habilis: a new level of organization in cerebral evolution. Journal of Human Evolution, 16:741-61.
Walker A.C. and Leakey R.E. (1993): The Nariokotome Homo erectus skeleton. Cambridge,MA: Harvard University Press.

Noot: De term “hersengrootte” zal hier gehanteerd worden in plaats van “schedelcapaciteit”, omdat de hersenen de ruimte binnen de schedel niet helemaal zullen opvullen. De hersengrootte is bijgevolg kleiner dan de schedelcapaciteit. Enkel de schedelcapaciteit kan afgeleid worden uit schedels.
Vertaler: Dieter De Koker

brein evolutie

herseninhouden

brein chimp /mens

 mens en aap

http://phys.org/news/2013-03-organisation-trumps-size-primate-brain.html

Geboren uit klimaatverandering  ?

Ontwikkeling van  de  hersenen  in het  genus homo  werd   aangedreven door klimaatveranderingen en de daaruit volgende droogte 

Tommy Van Damme
17/10/13 – Bron: The Guardian, Plos-One, Phys.Org  

Droogte dwong de vroege mensheid Oost-Afrika te verlaten. © Tomas Castelazo – Creative Commons.

Volgens een nieuwe studie aan University College Londen ontwikkelde de mensheid zijn grote hersenen onder invloed van de klimaatveranderingen in Oost-Afrika, de geboorteplaats van de eerste mensensoorten twee miljoen jaar geleden. Dat schrijft de krant The Guardian.

“De moderne mens is eigenlijk geboren uit de klimaatverandering”, vertelt professor Mark Maslin van University College London. “Door de snelle opvolging van periodes van hongersnood en overvloed hadden soorten met grote hersenen een voordeel. Het dwong de vroege mensheid ook Oost-Afrika te verlaten.”De studie keek naar de klimaatverandering in de Oost-Afrikaanse Slenkvallei, de geboorteplaats van de mensheid. In de voorbije 5 miljoen jaar kende de vallei grote afwisselingen tussen natte periodes en droge periodes. De uitgestrekte meren maakten dan plaats voor zandduinen.Academici discussiëren al langer over wat de oorzaak is van het ongewoon grote mensenbrein. Het geeft ons als soort een enorm vermogen tot abstract denken en is cruciaal in het ontwikkelen van een taal.Susanne Schultz, co-auteur van de studie, zegt dat klimaatverandering rechtstreeks kan gelinkt worden aan de evolutie van Homo Erectus, één van de eerste mensensoorten.

Het  huidige ( al sinds de laatste natte periode )  uitdrogende  Logipi meer in de rift valley 

http://phys.org/news/2013-10-local-east-african-climate-variability.html

Mens -erectus

 

Menselijk brein

Deze scan laat het brein van Homo- erectus (blauw) zien met op de achtergrond dat van Homo- sapiens (rood).
De uitlijning is zodanig dat de hersenstam onder het cerebellum(C) en de temporalis-kwab (T) op elkaar liggen.
De schedel-inhoud van erectus is gereconstrueerd uit vondsten.

Het erectus-brein laat de typische “rugby-bal-vorm” zien dat vanaf H-ergaster gevormd werd.
Deze vorm ontstaat doordat zowel de frontaal-kwab (F) als de occipitalis-kwab (O) aan de achterkant uitdijen.
De groei van de frontale kwab vindt al plaats vanaf A-africanus en blijft met zijn opvolgers in fases toenemen.

BrainSize.

http://www.teachthemscience.org/evidence

Australopithecus afarensis 3.9 – 3 Mya 390-550 cc
Australopithecus africanus 3.5 – 2.5 Mya 400-500 cc
Homo habilis 2.2 – 1.6 Mya 590-690 cc
Homo ergaster 1.9 – 1.6 Mya 700-850 cc
Homo erectus 1.8 – 0.05 Mya 800-1250 cc
Homo heidelbergensis 0.6 – 0.4 Mya 1100-1400 cc
Homo sapiens < 0.5 Mya 1000-1600 cc

Volgens moderne inzichten wijst dit op een drastische functionele verandering in “denk-trant”, nl.van reuk-analyse naar complexer abstract denken.

Sommige onderzoekers leggen de sleutel tot mogelijk taalgebruik (hetgeen ultiem abstract is) in deze ontwikkeling en stellen zelfs dat dit al plaats vond nog voor de mens werktuigen ging gebruiken (2.4 Mjr); uiteraard een onbewijsbare hypothese.

Het H-sapiens brein toont de grootste expansie in de parietale-kwab (P). Dit zorgt voor een rondere vorm b.v. in vergelijking tot neanderthalers.

In deze kwab blijken uit modern MRI-onderzoek de belangrijke centra te liggen voor technologisch abstract en mathematisch denken.

E.e.a. strookt met wat de vondsten opleveren na ca 60 Kjr, nl. het verschijnen van zeer diverse mooi bewerkte voorwerpen die zowel praktische als culturele functies hadden.
Het schijnt zo te zijn dat de ontwikkeling van de frontale en parietale kwabben niet gelijktijdig kan voorkomen, waardoor verklaard wordt dat de evolutie van Australopithecus tot Homo in diverse fases heeft plaatsgevonden over de laatste 4 Mjr;

bij het ene geslacht treffen we frontale expansie aan, bij het andere parietale; uiteindelijk worden beide verenigd in H-sapiens.

Moderne wetenschappers beseffen steeds meer dat niet zozeer de inhoud van de schedel maar de inwendige “bedrading” tussen diverse hersencentra de ïntelligentie bepalen. Aan dit inzicht hebben naast menselijk MRI-onderzoek tevens studies naar zeer kleine intelligente vogelbreinen veel bijgedragen (duif, kraai, papegaai). 

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: