AUSTRALOPITHECUS


     

Australopithecus in Perspective (from Science Magazine)

Rechte lijn in vroege evolutie mens  ?    Hendrik Spiering

Nieuwe vondst Australopithecus verbindt twee oergeslachtenHet nieuwe beeld van de menselijke evolutie is een struikgewas, geen rechtlijnige stamboom. Maar voor de vroegste evolutie gaat die rechte lijn juist wel op

Missing link / gemeenschappelijke voorouder in rechte lijn  Bestaat niet als konkreet fossiel of als genoom Je kan alleen verwantschap tussen bepaalde diersoorten ontdekken die wijst in de richting van een gemeenschappelijke voorouder. Bij mensen en apen is dat ook het geval, de verwantschap is zo groot (morfologisch , anantomisch , biochemisch en genetisch )dat er sprake moet zijn van een oertype waar de afstamming van uitgaat.Dus van mensen en primaten wordt ook aangenomen dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben. Je zou dus kunnen zeggen dat de mens een primatensoort is.
De genetische overeenkomst is 95 % tot 99.7 %( afhankelijk van wat men meet in het genoom ) met bijvoorbeeld de chimpansee

Samen met een groot team van paleontologen heeft de befaamde Tim White stokoude oermensfossielen gevonden in de Midden-Awash, in Noord-Ethiopië. Het gaat om zo’n dertig fossielen van

°

Australopithecus anamensis

Australopithecus anamensis

a_anamansis jawFossil remains of Australopithecus anamensis , have been found at Kanapoi and Allia Bay on the East African Rift System. This Australopithecine species is about 4.2 to 3.9 million years old. It was a bipedal ape and possible ancestor to A. afarensis (Gore, 1997). The dentition of A. anamensis is ape-like, with large canines, yet it was definitely a bipedal hominid, as seen from its tibia. A. anamansis was a small brained, biped (walked on two legs) with big teeth that fits into the one million-year gap between the earlier Ardipithecus and Australopithecus afarensis (which includes the famous fossil skeleton known as Lucy).  A. anamansis fossils are anatomically intermediate between the earlier species Ardipithecus ramidus and the later species Australopithecus afarensis. Fossils of this species have been found in Ethiopia (Middle Awash area in the Afar desert of eastern Ethiopia) and Kenya. The Ethiopian fossils, at 4.1 milion years old represent a fossil continuity between Australopithecines and the earlier Ardipithecus species.

Hundreds of mammal fossils also were found in the region, indicating a woodland habitat with colobus monkeys, kudus, pigs, birds and rodents, and carnivores such as hyenas and big cats. This wooded habitat type persisted over a long period in this part of the Afar and was favored by early hominids between 4 and 6 million years ago.

Lower Jaw bone of two specimens of Australopithecus anamensis.

(below, right). Different views of the same tibia bone from Australopithecus anamensis.

http://www.jqjacobs.net/anthro/paleo/anamensis.html

°

UPDATES

http://www.archeolog-home.com/pages/content/kanapoi-west-turkana-kenya-new-fossils-of-australopithecus-anamensis.html

New fossils of Australopithecus anamensis from Kanapoi, West Turkana, Kenya (2003–2008)

C.V. Ward, F.K. Manthi, J.M. Plavcan

Source –

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0047248413001437

Journal of Human Evolution

Abstract

Renewed fieldwork from 2003 through 2008 at the Australopithecus anamensis type-site of Kanapoi, Kenya, yielded nine new fossils attributable to this species. These fossils all date to between 4.195 and 4.108 million years ago. Most were recovered from the lower fluvial sequence at the site, with one from the lacustrine sequence deltaic sands that overlie the lower fluvial deposits but are still below the Kanapoi Tuff. The new specimens include a partial edentulous mandible, partial maxillary dentition, two partial mandibular dentitions, and five isolated teeth. The new Kanapoi hominin fossils increase the sample known from the earliest Australopithecus, and provide new insights into morphology within this taxon. They support the distinctiveness of the early A. anamensis fossils relative to earlier hominins and to the later Australopithecus afarensis. The new fossils do not appreciably extend the range of observed variation in A. anamensis from Kanapoi, with the exception of some slightly larger molars, and a canine tooth root that is the largest in the hominin fossil record. All of the Kanapoi hominins share a distinctive morphology of the canine–premolar complex, typical early hominin low canine crowns but with mesiodistally longer honing teeth than seen inA. afarensis, and large, probably dimorphic, canine tooth roots. The new Kanapoi specimens support the observation that canine crown height, morphology, root size and dimorphism were not altered from a primitive ape-like condition as part of a single event in human evolution, and that there may have been an adaptive difference in canine function between A. anamensis and A. afarensis.

kenya1.png

Figure 3. KNM-KP 47953, associated mandibular teeth. Teeth figured in occlusal (above), lingual (middle) and mesial (below) views. From right to left, right canine P3, P4, M1, M3, left M3, left canine.

kenya2-1.png

Figure 6. Lateral view of KNM-KP 47956 (reversed for comparison) compared with the previously published mandibles from Kanapoi and attributed to Australopithecus anamensis, KNM-KP 31713, KNM-KP 29281 (A. anamensis holotype), and KNM-KP 29287. All shown in lateral view.

Middle awash   au.anamensis

°

->

°

A anamensis.

 Human life originated in Africa. These Australopithecus anamensis fossils of ca.

4 Myr BP are from Lake Turkana, northern Kenya (National Museum of Kenya).

de oudst bekende Australopithecus, waarvan tot voor kort in totaal maar zo’n 80 fossielen uit Kenia bekend waren. //

De vindplaats en datering van de nieuwe botten – een dijbeen en heel veel tanden – vormen een sterke ondersteuning voor twee belangrijke theorieën over de oorsprong van het geslacht Australopithecus, zo schrijft White vandaag in Nature.

De eerste versterkte hypothese is dat het geslacht Australopithecus ca. 4 miljoen jaar geleden een relatief directe voortzetting vormde van de voorloper Ardipithecus.

De tweede nu versterkte theorie is dat de belangrijke soort Australopithecus afarensis (waartoe het bekende fossiel Lucy behoort) een voortzetting is van Au. anamensis.

Het gaat hier dus om twee gevallen van een, in de menselijke evolutie ongewone, directe continuïteit, één op geslachtsniveau (van Ardipithicus naar Australopithicus) en één op soortsniveau (van Au. anamensis naar Au. afarensis).De laatste jaren wordt in het denken over de menselijke evolutie dat idee van de rechte lijn juist steeds vaker verlaten

Waar vroeger binnen het geslacht Homo een rechte lijn werd getrokken van Homo habilis naar de moderne mens, wordt tegenwoordig meer een soort struikgewas geschetst met veel gelijktijdige soorten, zonder strakke afstammingslijnen tussen de ene fossiele soort en de andere.

Er zijn ook duidelijke aanwijzingen voor gelijktijdig bestaande Homo-soorten. De vondst van de Homo floresiensis in 2004 bevestigde dit beeld.Toen bleek dat zo’n 50.000 jaar geleden tenminste vier Homo-soorten gelijktijdig op aarde rondliepen.Niet alleen de kleine Floresmens, maar ook Homo erectus op Java, Homo sapiens in Afrika, en Homo neanderthaliensis in Europa.

De rechtoplopende, maar verder nogal chimpanseeachtige Australopitheci (die in Afrika rondliepen tussen 4,1 en 1,5 miljoen jaar geleden) vormen de schakel tussen dat moderne mensengeslacht Homo en de alleroudste hominiden die ontstonden na de evolutionaire splitsing met de chimpansees (zeven à zes miljoen jaar geleden). Uit die alleroudste periode zijn drie geslachten bekend: Sahelanthropus uit Tsjaad (7 à 6 miljoen jaar geleden), Ororin uit Kenia (zo’n 6 miljoen jaar geleden) en Ardipithecus uit Ethiopië (ca. 5,5 tot 4,4 miljoen jaar geleden)

Kernargument van White is dat bij deze nieuwe grote vondst van Au. anamensis géén overlap in tijd of plaats is gevonden met de voorloper of opvolger. Dit was een gouden kans op de continuïteitsthese te falsificeren, maar dat is niet gebeurd.

Vanuit de universiteit van Berkeley in California legt Tim White telefonisch uit wat zijn team nu eigenlijk heeft vastgesteld – in zijn typische beeldende taal

‘Stel je voor dat je op de heuvel staat in Aramis, Ethiopië waar we veel van de nieuwe fossielen hebben gevonden. Het is 4,4 miljoen jaar geleden, je kijkt om je heen en wat zie je? Bossen! En daartussen loopt ook Ardipithecus – van hem hebben we daar al eerder fossielen gevonden. Dan doe je 100.000 jaar je ogen dicht, en wat zie je daarna? Overal water! Het bos is een meer geworden. Oké je doet je ogen weer dicht, 200.000 jaar dit keer. Je doet ze weer open, en wat zie je dan? Weer gewoon hetzelfde bosland, dezelfde diersoorten en, nèt ook weer een mensaap. Je doet zijn bek open en kijkt erin: géén Ardipithecus, maar Australopithecus anamensis!

Wat is er gebeurd? Er is in die tussenliggende turbulente tijd een heel nieuwe soort, zelfs een heel nieuw geslacht, ontstaan!’ Dat in de bek kijken is nuttig, omdat in de tanden de belangrijkste kenmerken voor een soort liggen – gewoon omdat van deze stokoude fossielen vooral veel tanden worden teruggevonden. Ardipithecus heeft relatief kleine kiezen en dun glazuur, Au. anamensis heeft juist relatief grote kiezen en dik glazuur. Als je Ardipithecus vindt, vind je nooit Australopithecus in dezelfde aardlagen

In de literatuur wordt overigens wel eens een ouder Australopithecus-fossiel genoemd, maar die dateringen zijn niet zeker

Over bijvoorbeeld de Lothagam-kaak van 5,5 miljoen jaar oud zegt White

Die datering is hartstikke vaag. En in feite is het maar één erg versleten tand, die evengoed van een mensaap kan zijn.

Whites tweede continuïteitsthese, voor de twee Australopithicussoorten, krijgt steun van andere onderzoekers

Binnenkort verschijnt in het vooraanstaande Journal of Human Evolution een grote analyse van een aantal anatomische kenmerken van de twee soorten, door William Kimbel, Meave Leakey, Donald Johanson en anderen. Ook hieruit blijkt overduidelijk dat er grote continuïteit bestaat

Uit de oudere soort ontstaat de nieuwere soort, zonder verdere aftakkingen, zo beschrijft Kimbel het proces. Maar even goed kan je zeggen dat er slechts sprake is van één soort die evolueert in de tijd. In de biologie wordt dan voor het gemak gesproken van één evolutionaire soort, met twee chronospecies. In feite is er dus één evoluerende lijn die 1,2 miljoen jaar blijft bestaan. Na 1,2 miljoen jaar splitst Au. afarensis overigens wèl in verschillende soorten

Ardipithecus is een aapachtige hominide uit de periode 6 miljoen tot 4,4 miljoen jaar geleden, die door Tim White zelf in 1992 voor het eerst is gevonden

Of Ardipithecus al rechtopliep, is niet duidelijk

Voor White zelf is dat niet zo’n probleem omdat volgens hem de zeer vroege hominidengeslachten Ororin en Sahelanthropus (TOUMAI)eigenlijk bij Ardipithecus horen

‘En van die twee soorten is wel vrij duidelijk dat ze rechtopliepen’

°

Recnstructed  ANAMENSIS DIET?

An artist’s reconstruction of Australopithecus anamensis, left, and an image of traces on fossil tooth of Australopithecus anamensis, scale bar is 100 µm (Hessisches Landesmuseum Darmstadt / Ferran Estebaranz et al.)

http://www.sci-news.com/othersciences/anthropology/article00469.html

Australopithecus anamensis bone from the University of Zurich

http://www.bradshawfoundation.com/origins/australopithecus_anamensis.php

http://humanorigins.si.edu/evidence/human-fossils/species/australopithecus-anamensis

Image of a common ancestor face illustration, front view  Common ancestor ? 

°

Australopithecus  afarensis

°

AFAR HOMINIDS

Skull  & skull fragments

afarensis 1

    afarensis   various skull fragments

afarensis head reconstruction 1aafarensis head reconstruction 2afarensis head reconstruction 3afarensis head reconstruction 1

°

°

3,3 miljoen jaar oud fossiel van meisje ontdekt

20 september 2006

ADDIS ABABA – Wetenschappers hebben in Ethiopië een 3,3 miljoen jaar oud, vrijwel compleet versteend skelet gevonden van een 3-jarig meisje. Het is voor zover bekend het meest komplete fossiel dat ooit gevonden is. Naast een versteende schedel en torso zijn een schouderblad en diverse botten opgegraven

Naast de schedel werd een bijna volledig skelet gevonden. Dat is zeer zeldzaam.
Lucy’s little sister.
i-e45e827a198c79097f0d6b1fbf5950ec-selam.jpg°
“Lucy’s Baby”

Dikika baby skull photo

http://news.nationalgeographic.com/news/2006/09/060920-baby-photos.htmlVolgens de experts behoorde het meisje tot de hominidensoort Australopithecus Afarensis, die zich vier miljoen jaar geleden ontwikkelde en volgens sommige wetenschappers een verre voorouder van de moderne mens zou kunnen zijn.

Scans van het fossiel laten zien dat in de kaak nog tanden en kiezen zitten, waardoor de experts de leeftijd konden vaststellen.

Tongbeen

Bijzonder is dat er ook botten zijn gevonden die doorgaans niet verstenen. Zo is ook het tongbeen versteend teruggevonden. Dit kan inzicht geven in de ontwikkeling van de stem en wat voor geluid de Australopithecus Afarensis voortbracht.

Het fossiel, dat inmiddels de naam Selam (Ethiopisch voor vrede) heeft gekregen, is gevonden in Dikika in de Awash Vallei.

De onderzoekers denken dat het 3-jarige meisje is verdronken tijdens een overstroming van de rivier de Awash.

Volgens de deskundigen is het fossiel nog ouder dan Lucy, een skelet van een volwassen vrouw dat 3,2 miljoen jaar oud is en in 1974 in Noord-Ethiopië werd gevonden.

Onderzoekers van de universiteit van het Duitse Leipzig stellen hun vondst voor in het wetenschappelijke tijdschrift Nature

Das “älteste” Baby stellt sich vor (met grote foto’s)

Rechtop lopen
De vorsers gaan ervan uit dat “Lucy’s dochter” al rechtop kon lopen. Haar lange armen wijzen er volgens de onderzoekers op dat ze mogelijk, net als apen, van boom tot boom kon slingeren.

Lucy’s Baby kon rechtop lopen ;
Dikika girl bones  Image: Max Planck Institute

The lower limbs show the Dikika girl could walk upright
Vroege mens was geen echte klimmer meer 2009
Onze verre voorgangers konden vier miljoen jaar geleden misschien nog wel klimmen, maar kwamen niet meer gemakkelijk tegen een rechte boomstam omhoog.
Hun enkel zat toen al te vast, in vergelijking met die van chimpansees.
Chimps draaien de rug van hun voet met gemak 45 graden omhoog, richting scheenbeen.
Zo kunnen ze de voet met de tenen naar boven tegen de boom zetten en dan met de armen toch nog de stam omvatten.
Onze enkel wil maar 15 tot 20 graden draaien.
Antropoloog Jeremy DeSilva concludeert dat in de PNAS uit opnames van chimpansees in Oeganda en studie van menselijke fossielen.
De hominiden moesten kiezen: op zijn chimpansees de boom in vereist een zware, flexibele voet en enkel, maar rechtop lopen kost teveel energie met zo’n anatomie.
De klimvoet was vier miljoen jaar geleden al op zijn retour.
Maar de sterke armen en goeie grijpvingers suggereren dat onze voorouders nog wel de bomen in kwamen
UPDATE 
2012
……..Shoulder indicates A. afarensis climbed trees:……A heavily debated question in human evolution is whether early hominids still climbed trees even though they were built for upright walking on the ground. Fossilized shoulder blades of a 3.3-million-year-old A. afarensis child suggest the answer is yes. Scientists compared the shoulders to those of adult A. afarensis specimens, as well as those of modern humans and apes. The team determined that the A. afarensis shoulder underwent developmental changes during childhood that resemble those of chimps, whose shoulder growth is affected by the act of climbing. The similar growth patterns hint that A. afarensis, at least the youngsters, spent part of their time in trees.Read more: http://blogs.smithsonianmag.com/hominids/category/homo/neanderthals/#ixzz2IiOBJsMR
‘Lucy’s baby’ gevonden in Ethiopië
http://www.sesha.net/eden/NIEUWS/2006-04.asp
september 2006
( Vertaling BBC artikel )
In de Dikika regio in Ethiopië hebben wetenschappers de 3,3 miljoen jaar oude fossiele resten gevonden van een mensachtig kind.
De resten zijn van een vrouwelijke Australopithecus afarensis, dezelfde soort( A. Afarensis ) als “Lucy” die in 1974 gevonden werd.
Het meisje zou 100.000 jaar ouder zijn dan lucy
Wetenschappers zijn erg blij met de vondst.
Zij denken dat het bijna complete skelet een unieke kans biedt om de groei te bestuderen van deze belangrlijke
menselijke voorouder. Resten van een onvolwassen Australopithecus afarensis zijn zeer zeldzaam.
Het skelet werd al in 2000 gevonden, verpakt in een
brok zandsteen. Het koste 5 jaar moeizame jaren om de beenderen te bevrijden.
“Het Dikika fossiel geeft ons inzicht in aspecten van Australopithecus afarensis en andere hominiden die niet eerder bekend waren omdat het ons ontbrak
aan fossiel bewijs,”
zei Zeresenay Alemseged, de leider van de opgraving, verbonden aan het Max Planck Instituut voor evolutionaire antropologie in het
Duitse Leipzig.
Tere beenderen
De vondst bestaat uit een complete schedel, de volledige torso en andere belangrijke delen van de ledematen.
CT scans laten tanden zien in de kaak die nog niet waren doorgebroken.
Hierdoor denken de onderzoekers dat het kind ongeveer drie jaar oud was toen ze stierf.
Het is opmerkelijk dat bepaalde tere beenderen, die normaal niet lang genoeg bewaard blijven om te fossileren, in dit geval bewaard zijn gebleven.
Een voorbeeld hiervan is het tongbeen of hyoid.Het hyoid geeft ons inzicht in de vorm van de stemholte en kan wellicht iets zeggen over het vermogen om geluid te produceren.
Gezien de bijna perfecte staat waarin het skelet zich bevind denken de onderzoekers dat het lichaam snel is overdekt door sediment, bijvoorbeeld door
een overstroming.
“Ik denk dat afarensis een goede overgangsvorm is tussen wat er voor 4 miljoen jaar geleden leefde en wat er daarna kwam,”
vertelde Dr Alemseged.
“[De soort beschikt over] een mix van aapachtige en menselijke trekken.
Daardoor speelt afarensis een hoofdrol in het verhaal van wie wij waren en waar we vandaan komen”.
Klimvaardigheid
Deze vroege voorouder had primitieve tanden en kleine hersenen, maar liep wel rechtop op twee benen.Er is een flinke discussie gaande over de vraag of het Dikika meisje kon klimmen als een mensaap.
Vaardigheid in het klimmen vereist speciale anatomische eigenschappen zoals lange armen.
De soort van Lucy had armen die, als zij ze liet hangen, net boven de knie uitkwamen.
( Fred spoor over het dikika meisje ))
De schouderbladen waren gorilla-achtig wat er mogelijk op duidt dat zij behendig was in het slingeren van boomtak tot boomtak.
Het is echter de vraag of dit wijst op echte klimvaardigheid of dat het “evolutionaire bagage” is.
Het Dikika meisje had een geschatte hersengrootte van ongeveer 330 kubieke centimeter toen zij stierf.
Dat verschilt niet veel van dat van een chimpansee van dezelfde leeftijd.
Als we dat echter vergelijken met een volwassen afarensis dan is dit ongeveer 63 – 88% van de volwassen herseninhoud.
Dat is lager dan bij een chimpansee, waar bij een leeftijd van 3 jaar ongeveer 90% van de volwassen herseninhoud al gevormd is.
De relatief langzame vorming van de hersenen van het Dikika meisje ligt dichter bij het patroon zoals we dat bij de mens zien.
Een langzame en geleidelijke ontwikkeling van de hersenen en daarbij een relatief lange kindertijd wordt beschouwd als een kenmerkende menselijke
eigenschap – waarschijnlijk noodzakelijk voor het ontwikkelen van onze hogere hersenfuncties.
Professor Fred Spoor van de University College in Londen zei dat de vondst wetenschappers een
gedetailleerde inzage biedt in hoe onze verre verwanten opgroeiden en hoe zij zich gedroegen … op een tijdstip van de menselijke evolutie waarin zij
veel meer op rechtoplopende chimpansees leken dan op ons”.
Dr Jonathan Wynn van de universiteit van St Andrews in Groot Brittanië dateerde, samen met collega’s van de universiteit van Zuid-Florida in de
Verenigde Staten, het sediment waarin de Dikika resten werden gevonden.
Hij kwam uit op een leeftijd van 3,3 miljoen jaar.
Samengevat :
*Lucy’s baby kon rechtop lopen (= vorm van de heupen),
maar
*in het bovenlijf waren er nog de “spieren “( en vooral de hand ) , die nodig zijn om aan boomtakken rond te slingeren.
Als dat allemaal klopt, dan is Lucy’s baby misschien een tussenvorm.
(Fred spoor ; )

…..So far, analysis of the new fossil hasn’t settled the argument but does seem to indicate some climbing ability,
While the lower body is very humanlike, he said, the upper body is apelike:
-The shoulder blades resemble those of a gorilla rather than a modern human.
-The neck seems short and thick like a great ape’s, rather than the more slender version humans have to keep the head stable while running.
-The organ of balance in the inner ear is more apelike than human.
-The fingers are very curved, which could indicate climbing ability,
“but I’m cautious about that,”
Spoor said.
Curved fingers have been noted for afarensis before, but their significance is in dispute.
A big question is
what the foot bones will show when their sandstone casing is removed, Will there be a grasping big toe like the opposable thumb of a human hand?
Such a chimplike feature would argue for climbing ability ….

* Lucy’s baby is ook het moment , waarop mogelijk de vergroting van de hersenen begon en misschien de spraak onstond( de vondst van het tongbeen ).
alhoewel
(Fred spoor )

“…. The fossil revealed just the second hyoid bone to be recovered from any human ancestor.
This tiny bone, which attaches to the tongue muscles, is very chimplike in the new specimen….
While that doesn’t directly reveal anything about language, it does suggest that whatever sounds the creature made
“would appeal more to a chimpanzee mother than a human mother,

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/30223290/ Meisje van 3,3 miljoen jaar oud ontdekt
NATURE

http://www.nature.com/news/2006/060918/full/060918-5.html

Little ‘Lucy’ fossil found

Toddler hominin has arms for swinging and legs for walking.

Rex Dalto
In today’s issue of Nature, an Ethiopian-led international team reports the discovery of a juvenile skeleton of the species commonly known as ‘Lucy’, or Australopithecus afarensis.1,2 The researchers have named her Selam, after an Ethiopian word for ‘peace’.The 3.3-million-year-old bones of a female toddler from Ethiopia are telling scientists a story about the route human ancestors took from the trees to the ground.

The specimen, which is the oldest and most complete juvenile of a human relative ever found, has features that stand as striking examples of part-way evolution between primitive apes and modern humans.

Although many other samples of A. afarensis have been found before, this is the first one reported to come complete with a whole shoulder-blade bone (scapula). In modern humans the scapula has a ridge running horizontally across the top of the bone; in apes the scapula’s ridge reaches further down the back, where it can help to throw more muscle into arm action, as would be needed to swing from trees. In the young A. afarensis, the scapula looks to be part-way between.

“The animal was losing its capacity to be arboreal — heading right toward being human,” says anthropologist Owen Lovejoy of Kent State University in Ohio.

Other hominins have been found before with traits that similarly show a cross between a life in the trees and one on the ground. A. afarensis, for example, has previously been found to have hips and knees thought to be adapted to standing upright, but curved fingers suited to grabbing branches.

But ‘little Lucy’ is a particularly striking example of this sort of mosaic of evolution, says Zeresenay Alemseged, lead researcher on the paper and a paleoanthropologist at the Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology at Leipzig, Germany.

“These hominid fossils clearly show evolution in the making,” he says.

Little star

The fossils were unearthed at Dikika, just a few kilometres from the Hadar site in the Afar region of eastern Ethiopia — which in 1974 produced the original skeleton of Lucy, named after the Beetles song ‘Lucy in the Sky with Diamonds’, which was played during celebrations of the find’s discovery.

When the first Dikika fossils were uncovered in 2000, Alemseged says it was unclear exactly what it was. But after comparison with specimens at the National Museum in Addis Ababa, he realized it was a young A. Afarensis.

Young bones are more fragile than their adult versions and seldom survive the rigors of time. This set survived in compressed sandstone sediments that probably washed over the young girl in a flood. It has taken five years to laboriously clean away from the bone using dental tools.

The specimen includes a skull (large enough for a chimp-sized brain), a near-complete set of teeth, and all of the major limb components.

Having such a complete set will provide researchers with a way to study developmental growth in this species.

References

  1. Alemseged Z., et al. Nature, 443. 296 – 301 (2006). | Article |
  2. Wynn J. G., et al. Nature, 443. 332 – 336 (2006). | Article |
( against creationism )

SPECIAL REPORT: LUCY’S BABY INTERACTIVE GRAPHIC: SPECTACULAR SKELETON —> Finding Lucy’s Baby: Q&A with Zeresenay Alemseged

Video ’s :
DARWIN WRONG
Prof Leslie Aiello / Australopithecus afarensis

Becoming a Fossil
This video segment describes how the Australopithecus afarensis skeleton known as Lucy could have been fossilized. Footage courtesy of NOVA: “In Search of Human Origins.”

Finding Lucy
This video segment depicts the landmark hominid fossil finds by Don Johanson and his team in Ethiopia.

afarensis head reconstruction 4   lucyafarensis skull & reconstructionafarensis skull & reconstruction2

Update : De nieuwe Lucy!

24 september 2013 

Meer kennis
Inmiddels is de wetenschap alweer vele jaren verder. En in die jaren zijn tal van ontdekkingen gedaan. In totaal zijn door de jaren heen de fossiele resten van 300 individuen van Lucy’s soort teruggevonden. En elke vondst maakte ons beeld van deze mensachtige weer iets completer.

Lucy en curator dr. Yohannes Haile-Selassie. Afbeelding: © Cleveland Museum of Natural History.

Lucy en curator dr. Yohannes Haile-Selassie. Afbeelding: © Cleveland Museum of Natural History.

Nieuwe reconstructie
Al die kennis is nu gebundeld in een nieuwe reconstructie van Lucy. De reconstructie onderscheidt zich op een aantal punten van eerdere reconstructies. Zo is Lucy onder meer ietsje slanker geworden en is haar voet iets sterker gebogen. Ook de ribbenkast en rugwervel is iets aangepast.

Lucy. Afbeelding: © John Gurche / Cleveland Museum of Natural History.

Lucy. Afbeelding: © John Gurche / Cleveland Museum of Natural History.

De nieuwe reconstructie is ontwikkeld door John Gurche, onder toeziend oog van dr. Yohannes Haile-Selassie. De ‘nieuwe’ Lucy is te bewonderen in het Cleveland Museum of Natural History.

Laetoli Footprints
This video segment describes how the famous track fossils known as the Laetoli footprints might have been formed and what they can reveal about the creatures who left them.

Lucy’s Baby
Enjoy exclusive interviews with Zeresenay Alemsweged and other scientists behind the research with our special video coverage.

Hominid evolution and development

In this focus

Childhood is perhaps the defining feature of humanity. But how did it evolve? And when? Apart from Neanderthals, growth patterns of prehistoric humans are rarely studied because of the dearth of fossils that combine evidence from the head as well as the body. This is why the 3.3-million-year-old juvenile partial skeleton of Australopithecus afarensis — the earliest known juvenile hominid skeleton of any kind — is so important.

This Nature Web Focus looks at what we know about the evolution of human development, and features exclusive video interviews with the scientists behind this discovery alongside current research, features and analysis, and an archive of related palaeontological finds. Image: Zeresenay Alemseged.

Google- video
Hominid Evolution 1: The Early Stages
Documentary Educational Resources
40 min

Australopithecus afarensis

Australopithecus afarensis
Status: Fossiel
Fossiel voorkomen: Midden-Plioceen (3,9 tot 3 miljoen jaar geleden)
Skelet van Lucy
Skelet van Lucy
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Hominidae (Mensachtigen en grote mensapen)
Geslacht: Australopithecus
Soort
Australopithecus afarensis
Johanson & White, 1978

Vindplaats van Lucy

Australopithecus afarensis is een uitgestorven mensachtige uit het Plioceen van Oost-Afrika. Het is een van de oudste bekende mensachtigen. De eerste gevonden resten van deze soort werden ontdekt op 24 november 1974 door Donald Johanson, Yves Coppens en Tim White in de Afar Driehoek, Noord-Ethiopi챘. Over het geslacht van het halfcomplete skelet bestaat discussie. De ontdekkers vermoedden dat het een vrouw betrof en noemden het “Lucy“, naar “Lucy in the Sky with Diamonds“, een bekend nummer van de Beatles dat tijdens de expeditie veelvuldig werd gedraaid.

Australopithecus afarensis was een kleine mensachtige, ongeveer 120 centimeter lang. Mannetjes waren iets groter. Lucy zelf was 110 centimeter lang en woog ongeveer dertig kilogram. A. afarensis had grote wenkbrauwbogen en smalle heupen. De grote teen is niet opponeerbaar. De herseninhoud is vergelijkbaar met die van een chimpansee, ongeveer 385 tot 400 cc.

Waarschijnlijk was het een groepsdier en liep de soort voornamelijk rechtop, maar hij was nog prima in staat om in bomen te klimmen. Ze aten een gevarieerd dieet, bestaande uit vruchten, knollen, bladeren en noten, en mogelijk aas.

Fossielen van Australopithecus afarensis zijn gevonden in Ethiopië, (Hadar, Aramis), Tanzania (Laetoli) en Kenia (Turkanameer, Omo, Koobi Fora, Lothagam). Lucy werd gevonden nabij Hadar. Dit gebied was toentertijd begroeid met savannen en open bossen, en afgewisseld met meren en riviertjes. Behalve A. afarensis leefden er toentertijd nog andere hominiden in deze omgeving, waaronder Kenyanthropus platyops.

Lucy en andere fossielen

Lucy was een volwassen vrouw die ongeveer 3,2 miljoen jaar geleden leefde in wat tegenwoordig Ethiopië wordt genoemd. Van haar geraamte bestaat tegenwoordig nog vrij veel botten, waaronder haar ribben, onderkaak en een deel van het bekken. Lucy had het bekken van een rechtoplopend dier, en was daarmee in 1974 de oudst bekende fossiele hominide die rechtop kon lopen.

Behalve Lucy zijn er nog andere fossiele sporen van Australopithecus afarensis bekend. Zo zijn er gefossiliseerde voetsporen gevonden in vulkanische aslagen in Laetoli, Tanzania. Deze voetsporen behoren waarschijnlijk toe aan een gezinnetje van drie mensachtigen, behorende tot A. afarensis. Deze voetsporen zijn ongeveer 3,65 miljoen jaar oud en het oudste bewijs van tweevoetigheid bij mensachtigen. Ook zijn er in Laetoli tanden en botten gevonden, behorende tot A. afarensis.

Our Ancient Ancestors
Our Ancient Ancestors
Our Ancient Ancestors

Ruzie over Lucy

Van oermoeder tot prehistorisch vraagteken

Op 30 november 1974 was het feest in het kamp van de antropologen, vlakbij de Awash rivier in Hadar, Ethiopië. Zojuist had Donald Johanson het opmerkelijk complete en – op dat moment – oudste skelet van onze mensenlijke voorouders gevonden.

Vijf jaar later presenteerde Johanson dit skelet als Lucy: een vrouw en bovendien dé voorouder van de mens. Ze ging de schoolboeken in als onze oermoeder. Maar sindsdien maken wetenschappers ruzie. Want klopt dat allemaal wel?

Johanson en zijn collega’s hadden eigenlijk geen moment over het geslacht van Lucy getwijfeld. Ze was klein, kleiner dan veel van de andere, even oude skeletten die ze in Hadar hadden gevonden. Dat paste goed bij de theorie dat bij onze voorouders de mannen veel groter en sterker waren geweest dan de vrouwen. Zo’n groot verschil tussen de seksen noemen we seksueel dimorfisme (di = twee, morf = vorm, dus eigenlijk: in twee vormen).

Eén soort, twee seksen

De reden dat de dimorfismetheorie zo populair was, is nu moeilijk voor te stellen, maar was toen heel logisch. Wetenschappers dachten dat er ten alle tijde slechts één soort mens had geleefd, net zoals nu: wij homo sapiens zijn maar in ons eentje. Ondertussen weten we dat dit niet klopt. De vroegste leden van homo sapiens deelden de aarde bijvoorbeeld met neanderthalers en homo erectus. Maar toen wisten we dat nog niet, en dus namen antropologen aan dat alle skeletten die ze vonden en die in dezelfde periode leefden, tot één enkele mensachtige soort moesten behoren

De gevonden skeletten in Hadar waren echter duidelijk verschillend. Sommige waren tenger en klein, en andere fors en groot. Je zou – met wat je nu weet – zelfs kunnen denken dat je hier twee verschillende soorten te pakken hebt. Maar dat idee kwam niet bij Johanson en co op. Zij schreven het verschil in plaats daarvan toe aan seksueel dimorfisme.

Dimorf = man vrijt, vrouw zorgt

Die ‘keuze’ heeft nogal wat gevolgen gehad, bijvoorbeeld in de evolutiepsychologie. De mate van dimorfisme zegt namelijk iets over het gedrag van de mannen en de vrouwen van die soort. Neem bijvoorbeeld de gorilla. Daar is het mannetje (ook) veel groter dan het vrouwtje. Door zijn kracht is een gorillakerel in staat om er een harem van vrouwtjes op na te houden. De vrouwtjes op hun beurt zorgen voor de kinderen. Bij apen die meer van gelijke grootte zijn, gaat het er anders aan toe. Apen en apinnen vormen tamelijk monogame paartjes en in veel gevallen helpen de aapmannen bij de opvoeding van de kleintjes.

Terug naar onze voorouders: als die erg dimorf waren, denken veel evolutiepsychologen, dan komt daar misschien het moederlijk zorginstinct vandaan, en de drang tot vreemdgaan bij mannen. En die gedragspatronen zitten nu nog steeds in ons ‘systeem’, ook al de heren en dames homo sapiens ondertussen bijna hetzelfde gebouwd. Maar zou die theorie nou niet kloppen, bijvoorbeeld omdat Lucy geen vrouw is, of omdat haar stevige tijdgenoten tot een andere soort behoren, dan schetst dat een heel ander beeld van ons erfgoed. In feite draait het de theorie om: ineens zou het ‘natuurlijk’ zijn voor mannen om luiers te verwisselen en hun vrouwen trouw te blijven.

Is Lucy wel een vrouw?

De Amerikaanse antropoloog Lori Hager is een van de wetenschappers die betwijfeld dat Lucy een vrouw is. Zij denkt dat Johanson zich in de luren heeft laten leggen door uiterlijkheden – klein, fijn gebouwd – en toen te snel conclusies heeft getrokken. In het boek ‘Women in human evolution’ wijst ze er op dat Lucy haar onmiskenbaar vrouwelijke naam vrijwel meteen na de vondst van haar skelet kreeg. Tijdens het feest in het kamp in Hadar speelde namelijk het Beatlesnummer ‘Lucy in the sky with diamonds’, en prompt werd het skelet hiernaar vernoemd.

Lucy (midden) was klein vergeleken met de moderne mens (rechts). En dat niet alleen: ze was ook klein vergeleken met sommige andere a. afarensis. De grote vraag is alleen: waren die grote, stoere tijdgenoten de mannen van Lucy’s soort, of een compleet ander type australopithecus?

Maar ook op wetenschappelijk vlak komt Hager met steekhoudende argumenten. Zo vond Johanson niet alleen Lucy’s lichaamsgrootte een bewijs van haar vrouwelijkheid, maar ook de vorm van haar bekken. Bij homo sapiens is het inderdaad zo dat vrouwen een wijder bekken hebben dan mannen en dat je daaraan prima het geslacht van een skelet kunt aflezen. Maar dat wijdere bekken is een gevolg van het feit dat mensenbaby’s zulke enorme breinen en dus grote schedels hebben – een eigenschap die pas later in de evolutie ontstond. Dus hoezo heeft Lucy heeft ‘vrouwenbekken’, vraagt Hager zich af.

Het past niet

Ze krijgt bijval van de Duitse antropologen Martin Häusler en Peter Schmid. Zij redeneerden zo. Áls Lucy een vrouw is én ze tot een seksueel dimorfe soort behoort, dan moet ze in staat zijn om zowel een jongetje als een meisje te baren. Maar de jongetjes zullen naar verwachting – omdat ze zoveel groter zijn – toch een wat zwaardere kluif zijn dan de meisjes. En na wat rekenwerk trokken ze een controversiële conclusie: het past niet. Dus is Lucy geen vrouw, of behoort ze niet tot een dimorfe soort.

boven zie je het bekken van Lucy, de kleine, tengere a. afarensis. In dat bekken (je kijkt er van bovenaf op) is de grootte van een babyhoofdje getekend. Volgens Häusler en Schmid past dit net niet. Onzin, zeggen Wood en Quinny, want kijk maar eens naar het plaatje rechts. Daar is het babyhoofdje veel groter ten opzichte van het bekken, en we weten dat deze vrouw – een homo sapiens dit kind succesvol en zonder keizersnee op de wereld heeft gezet. Het zou dus net wel moeten passen. © Häusler en Schmid (1995), Wood en Quinny (1996)

Twee soorten zonder dimorfisme ?

Dean Falk is hoogleraar antropologie in Florida denkt daar anders over. Hoewel ze accepteert dat Lucy een vrouw is, verwerpt ze het idee van Lucy als onze seksueel dimorfe voorouder. Zij denkt dat de smalle, kleine Lucy in plaats daarvan tot een heel andere soort behoort dan de grote, robuuste skeletten die in Hadar gevonden werden. De clou zit hem in hun schedels. Als een soort rechtop gaat lopen, dan moet er iets aan je anatomie veranderen. Je hoofd komt anders op je ruggenwervel te staan, en dat vereist aanpassingen in de manier waarop je brein van bloed wordt voorzien.

Die aanpassing, vond Falk nadat ze een groot aantal voorouderlijke schedels bestudeerde, is een soort holte achterin je hoofd. Ze noemt het de O/M sinus en het is een belangrijke stap in de evolutie. Moderne mensen hebben hem ook, net als de grote, breedgebouwde skeletten. De kleine skeletten, waar Lucy er één van is, hebben echter geen O/M sinus. En dat is een sterke aanwijzing dat het het hier gaat om twee verschillende soorten, en niet de man en de vrouw van één dimorfe soort.

Rechts zie je een achteraanzicht van de schedel van een robuuste, stevige a. afarensis. Je ziet dat er een holte (een sinus) zit. Daarin lijken ze op moderne mensen (links). De a. afarensis heeft geen O/M sinus. Of Lucy er wel een heeft, weten we niet zeker, omdat de achterkant van haar schedel nooit gevonden is. © Dean Falk (Braindance, 2004)

De link tussen Lucy en ons ?

In 1986 ontdekte Johanson in de Olduvai vallei in Tanzania het fossiel van een menselijke voorouder die – volgens hem – het midden hield tussen Lucy en de latere mensachtigen. Zijn schedel was namelijk groter dan dat van Lucy en ook zijn voortanden deden wat moderner aan. Johanson noemde zijn vondst homo habilis (handige mens), en claimde dat dit het bewijs was dat Lucy daadwerkelijk onze oermoeder is. Homo habilis is als het ware haar kind, en via hem was haar soort geworden tot moderne mens.

Hier zie je een reconstructie van de homo habilis. Deze is niet gemaakt naar aanleiding van de vondst van Johanson, maar naar een ander voorbeeld. De botjes die je ziet zijn wel van de homo habilis die Johanson aanduidde als het ‘kind’ van Lucy, en dus de link tussen a. afarensis en de moderne mens.

Falk gelooft er niets van. Homo habilis is te klein, zegt ze, om een voorouder te zijn van de latere mensensoorten, die allemaal lang zijn en breedgebouwd. Bovendien heeft Lucy’s opvolger lange, aapachtige armen, die je niet terugziet bij de latere mensachtigen. Volgens haar is homo habilis gewoon van dezelfde soort als Lucy, met toevallig een iets groter brein. En ze blijft bij haar theorie dat het de robuuste mensachtigen waren die uiteindelijk aan de wortel van het menselijke erfgoed stonden

Hier zie je een sterk vereenvoudigde stamboom van de mens. Links, in de ‘hoofdstam’ staat het verhaal zoals dat nu in de schoolboekjes staat. De kleine a. afarensis (waaronder Lucy) zijn de voorouders van homo habilis, die uiteindelijk evolueerde tot homo erectus, de directe voorouder van de moderne mens. Rechts zie je het alternatief: tegelijkertijd met Lucy bestond en een tweede soort a. afarensis (de grote, robuuste soort), die uiteindelijk via homo erectus evolueerde in homo sapiens

Bij mijn weten maken Falk en Johanson, en Häusler/Schmid en Wood/Quinny nog steeds ruzie. Dat is ook wel te begrijpen, want de evolutie van de mens is raadselachtig en mysterieus en er zijn maar weinig aanwijzingen. Toch zijn we dankzij de ruzie wijzer geworden. Zo weten we nu dat het onwaarschijnlijk is dat bij onze voorouders – wie ze ook waren – mannen en vrouwen sterk van elkaar verschilden. En dat maakt het logisch dat beide seksen een koppel vormden en dat vrouwen niet helemaal in hun eentje de kinderen hoefden op te voeden. Een beetje zoals nu, eigenlijk, en dat al miljoenen jaren lang.

Zie ook:

http://www.kennislink.nl/publicaties/ruzie-over-lucy

Appendix bij bovenstaand artikel

ALLEEN op grond van de anatomische kenmerken , te vinden in de overblijvende skeletbeenderen , kunnen we (1) niet vast stellen of LUCY
echt een vrouwelijke A.Afarensis was …

Om dat te kunnen doen moeten daarbij een aantal aannames worden gemaakt ( ondermeer over een “mannelijk exemplaar” van de soort en zelfs over andere gelijkaardige fossielen die tot die soort mogen of kunnen worden gerekend )
Het hier overgenomen artikel vat een aantal aannames en werkhypotheses daarop gebaseerd samen

(1)
Osteologen ,(paleo)antropologen (en vergelijkende anatomen ) zijn natuurlijk beter geplaatst dan leken om dergelijke analyses uit te voeren
en om redelijke twijfels (vanuit die specialismen ) verantwoord te blijven vinden bij de vaststelling van het geslacht van het fossiel
van Lucy
De wetenschappelijke discussie loopt dus in de eerste plaats tussen de specialisten terzake …Als leek kan men dit hoogstens trachten te volgen
maar zelf conclusies trekken of (erger nog ) hypotheses formuleren is een heikele onderneming
Dat zal natuurlijk geen enkele creationist beletten om de hele evolutionaire afstamming van de mens , te diskrediteren op grond van de overweging
dat de “wetenschappers” het zelf niet eens zijn ( over de gehele consensus over de evolutionaire afstamming uiteraard )

Van bij het begin werd door het team van johanson het ontdekte skelet( in het bijzonder het bekken ) van Lucy als behorend bij een vrouwelijk exemplaar beschouwd en wel op grond van anatomische vergelijkingen met het dimorphisme dat bij de moderne(re ?) mensensoorten (= ook van de vrouwelijke floresiensis ?) (2)
in de bouw van het( mannelijke en vrouwelijke ) bekken voorkomt

Sexing a pelvis http://zinjanthropus.wordpress.com/category/pelvis/

*zie ook :
http://books.google.be/books?id=WTsunMQqUogC&printsec=frontcover&source=gbs_navlinks_s
p10 t/m p 24

Het zal ook niemand verbazen dat vooral uit feministische hoek de “conclusies ” die de ” conservatief geinspireerde “evolutionaire psychologen meenden te kunnen afleiden uit het (veronderstelde ) geprononceerde sexuele dimorfisme werden aangevallen …

Het feit dat dit dimorphisme nu minder uitgesproken zou zijn dan ooit werd verondersteld plaats de afarensis echter weer dichter bij de mens dan bij de “gorilla” bijvoorbeeld ,zoals velen meenden te kunnen concluderen uit de tendens tot groter dimorphisme
(2) Lucy’s heupen
(Lovejoy’s reconstruction )


http://www.goatstar.org/lucyhips.jpg

°

Flo’s heupen
http://blogs.discovery.com/.a/6a00d8341bf67c53ef01156e431561970c-320wi

Het Skelet van flo wordt bewaard in indonesia
Verdere (buitenlandse ) toegang tot het fossiel , informatie over nieuwe studies gedaan aan het specimen ( en afgietsels ervan )waren tot nu toe (bijna)kompleet geblokkeerd

°
Hier is een van de weinige beschikbare (directe ) afgietsels die aan het publiek is voorgesteld


http://blogs.discovery.com/news_animal/2009/03/human-hobbit-skeleton-.html
De heup is zoals je kan merken fragmentair aanwezig
( het werd beschadigd door Tekeu Jacobs die het in beslag had weten te nemen en houden )

Uiteindelijk werd het beschadigde fossiel terug vrijgegeven ( met mondjesmaat )

Broken bones. The Flores hominid pelvis before transport (left), and after (right).

http://news.sciencemag.org/2005/03/breaking-hobbit

Left: the Flores hominid pelvis as it had been found
Right: The same pelvis as returned by after Jacob
(Photographs courtesy Culotta E. 2005. “Discoverers charge damage to ‘Hobbit’ Specimens.” Science 307:1848, 25 March 2005)

http://www.sciencemag.org/content/307/5717/1848.1

a, Homo sapiens from Upper Cave Zhoukoudian, China; b, a microcephalic H. sapiens from Mauritius (Peabody Museum, Harvard Univ.); c, Homo floresiensis (LB1); d, H. floresiensis (LB6); e, early African Homo erectus (KNM-WT 15000); f, Australopithecus afarensis (Laetoli Hominid 4). The Liang Bua mandibles lack a chin, unlike those of H. sapiens, including the microcephalic example shown here. Lack of a chin is an ancestral feature of hominids, and is also a characteristic of H. erectus and A. afarensis. Scale bar, 1 cm.

 

Lucy geen directe voorouder van de mens

http://new.jpost.com/HealthAndSci-Tech/ScienceAndEnvironment/Article.aspx?id=58121

Antropologen van de Universiteit van Tel Aviv ( Prof. Yoel Rak and colleagues at the Sackler School of Medicine’s department of anatomy and anthropology )ondersteunen de theorie dat ” Lucy ” niet een directe voorloper van de mens is.

( in de directelijn die naar de mensen leide … het is een zijtak )Ze komen tot deze conclusie op basis van nieuwe morfometrische en additionele analyses. De researchers onderzochten 146 botten van andere primaten, waaronder mens, gorillas, chimpanzees and orang-oetangs.
Ze melden dat het zogeheten ramus element, dat is het stuk bot dat boven en onderkaak verbindt met de schedel, niet overeenkomt met dat van de mens, maar veel meer lijkt op dat van de australopithecus robustus ….
en zelfs op dat van de gorilla ipv dat van de chimpansee
Australopithecus afarensis, “Lucy” A.L. 288-1, jaw KO-036-J. Discovered by Donald Johanson in 1974 in Ethiopia, “Lucy”, at 3.2 million years has been considered the first human ancestor . This is now being challenged by the discovery of Kenyanthropus, described in 2001 by Leakey. Reconstruction based on photos, descriptions and casts of original bones. See below for skeletal bones

The jaw bone of Lucy and the jaw bone of Australopithecus robustus .

Robustus : Cast of lower jaw SK 23 discovered in Swartkrans, South Africa by Robert Broom. This jaw is one of the best preserved from this area and was found close to the discovery site of the skull SK 48. It is considered to be a female of the same species as SK 48, but is not from that skull.

 

LUCY behoort  niet  tot de  direkte voorvader s ?  :   israelische  wetenschappers concluderen:    Lucy en haar soortgenoten moeten derhalve :

“be placed as the beginning of the branch that evolved in parallel to ours.”
De studie wordt binnenkort gepubliceerd in het gezaghebbende wetenschapstijdschrift Proceedings of the National Academy of Science USA, kortweg de PNAS, en is nu reeds online.
(1)
De stamboom van de mensachtigen en mensapen wordt gezien als een veeltakkige struik …. Zie de kop van dit artikel
Missing link (in de betekenis van een laddersport in een rechtstreekse afstammingslijn –> een directe ( hypothetische ) voorvader ); is een creationistisch uitvindsel en een term die is overgenomen uit de “populaire ” pers …..
Overigens is er ook nog de australopithecus africanus ;
die door enkele onderzoekers dichter bij de mensen-chimpansee lijn wordt geplaatst dan de A afarensis ( de soort waar lucy toebehoort )
Deze nieuwe studie past gewoon in het decennia oude debat tussen twee scholen antropologen :

Volgens de school van Phil Tobias( U. of Witwatersrand i zuid afrika ), waarvan Y.Rak( U van Tell Aviv) een leerling/ volgeling is ,
is de australopithecus africanus de voorouder van de zogenaamde graciele australopithecinen , en de A afarensis is voorouder van de
Australopithecus Robustus( een vertegenwoordiger van de robuste australopithecinen )
Voor de andere school is het natuurlijk net omgekeerd


Het werk is interessant om het volgende :
Het geeft een gedetailleerde analyse van de stijgingsgraad in de ramii van verschillende primaten
Andere argumenten (die al van veel vroeger stammen en ten voordele van de hypôthese van tobias ) gaat over plaatsing van het neusgat

Men moet er zich ook bewust van zijn dat dergelijke lang aanslepende wetenschappelijke disputen schering en inslag zijn in de antropologie
Ze zijn misschien wel het belangrijkste kenmerk van die discipline ( in het bijzonder de paleantropologie die eerder schijnt te bestaan
uit een soort detectives en puzzelaars , en die bijna constant hun schema’s en hypotheses aanpassen aan nieuwe vondsten en analyses )


(abstract )
Gorilla-like anatomy on Australopithecus afarensis mandibles suggests Au. afarensis link to robust australopiths
Yoel Rak*,{dagger}, Avishag Ginzburg*, and Eli Geffen{ddagger}

*Department of Anatomy and Anthropology, Sackler Faculty of Medicine, and {ddagger}Department of Zoology, Faculty of Life Sciences, Tel Aviv University, Tel Aviv 69978, Israel

Edited by David Pilbeam, Harvard University, Cambridge, MA, and approved February 26, 2007 (received for review July 28, 2006)

Mandibular ramus morphology on a recently discovered specimenof Australopithecus afarensis closely matches that of gorillas.This finding was unexpected given that chimpanzees are the closestliving relatives of humans. Because modern humans, chimpanzees,orangutans, and many other primates share a ramal morphologythat differs from that of gorillas, the gorilla anatomy mustrepresent a unique condition, and its appearance in fossil homininsmust represent an independently derived morphology.

This particularmorphology appears also in Australopithecus robustus. The presenceof the morphology in both the latter and Au. afarensis and itsabsence in modern humans cast doubt on the role of Au. afarensisas a modern human ancestor. The ramal anatomy of the earlierArdipithecus ramidus is virtually that of a chimpanzee, corroboratingthe proposed phylogenetic scenario.

hominins | phylogeny | ramus


**Nota
De laatste zin van het abstract ( i het rood ) illustreert dat de chimp/mens lijn wordt verbonden met A. ramidus die veel ouder is dan de A . afarensis

(+) Ardipithecus Ramidus —-> (+)australopithecus afarensis

—> (+)Robuuste australopithecinen

?—>(+) australopithecus robustus
—-> australopithecus africanus ?-

—->(+) Graciele austalopithecinen

?—> chimpansee
?—> homo erectus


Although the height of the gorilla coronoid can be considerable, it is the constellation of the noted features (the width of the base of the coronoid
process, the flatness of its superior contour, and the location of the highest point of the process and the lowest point in the notch relative to the
width of the ramus) that determines the shape of the superior ramal contour in our comparative primate sample and differentiates the two morphologies.

Kimbel, W., Rak, Y., Johnson, D. (2003) Am J Phys Anthropol Supp 36:129


“A much less likely scenario is that the Au. afarensis ramal morphology was apomorphic (newly derived) for all hominins and many other primates
and that a reversal to the chimpanzee-like condition occurred in the Homo clade. ”

“In light of the debate about which modern chimpanzee species is more representative of the common ancestor (“prototype”) of modern humans and
chimpanzees, we note that the posterior probability for the Ar. ramidus mandibular ramus in our analysis is highest for common chimpanzees
(twice as high as for pygmy chimpanzees). “


Besluit ;

Wat Y. RAK en KIMBEL en anderen hopen te bewijzen( ook met deze nieuwe morfologi hsce studie ) is dat de chimp/mens( van voor de splitsing) is te verbinden met de A.ramidus–>africanus lijn ipv met A. afaransis , die( door hen ) wordt beschouwd als een zijtak .

Creationisten babbel

Het gaat hier niet over het betwijfelen van de verwantschap tussen austalopithecinen en de chimpansee-mens lijn zoals creationisten maar al te graag willen ” misquoten ” en concluderen uit deze studie

P.Borger

http://www.volkskrantblog.nl/bericht/124539

Australopithecus Africanus

Australopithecus africanus skull front view

Description

Cast of partial skull Sts 71, a 2.5 million-year-old fossil discovered in1947 by Robert Broom and John Robinson in Sterkfontein, South Africa. The robust features of this skull indicate it was an adult male.

Photographer:
Carl Bento
© Australian Museum
Australopithecus africanus skull side view

Description

Cast of skull Sts 71. This 2.5 million-year-old partial skull was discovered in1947 by Robert Broom and John Robinson in Sterkfontein, South Africa. It was initially thought that his skull was a female because of the minimal facial projection, but the robust features of this skull and large molars indicate it was more likely an adult male.

Photographer:
Carl Bento:
© Australian Museum
Dental arcade of an ape, Australopithecus africanus and a modern humanDental arcade of an ape, Australopithecus africanus and a modern human View full size
Helen Beare © Australian Museum
Australopithecus africanus lower jaw sideAustralopithecus africanus lower jaw side View full size
Carl Bento © Australian Museum
Australopithecus africanus lower jaw angled viewAustralopithecus africanus lower jaw angled view View full size
Carl Bento © Australian Museum
Australopithecus africanus skull and brain castAustralopithecus africanus skull and brain cast View full size
Carl Bento © Australian Museum
2 million to 3 million years ago /South AfricaCharacteristics: More fully bipedal than A. afarensus

  • large molars
  • heavy mandible (jaw) with large ascending ramus
  • protruding muzzle
  • massive zygomatic (cheek) bones, to which chewing muscles are attached
  • thick browridge
  • post orbital constriction behind the browridge
  • small braincase (500 cc)

 

TAUNGS CHILD (R.Dart 1920) Australopithecus africanus

Taungs4


Taungs Child

Taung Child [Australopithecus africanus]
Age: Pliocene.
Location: Africa.
This is a sculpture taken from the original Skull and Brain.

Taung Child [Australopithecus africanus] Reconstruct

TAUNGS

In 1924 werd een verrassende vondst gedaan in Afrika. In de Buxton kalkgroeve ten noorden van Kimberley, waar diamanten gedolven werden, bevond zich naast gewoon spierwit kalk ook verontreinigde kalk, die roze gekleurd was.

In het roze materiaal zaten botten. Een medewerker van de kalksteengroeve, ene De Bruin, verzamelde al een paar jaar schedels van bavianen. Op een dag viel hem een vreemde schedel op. Hij stuurde hem op naar het hoofd van de medische faculteit van Johannesburg, Professor Raymond Dart, een anatoom.

Op 28 november 1924 trouwde de beste vriend van Dart. Dart was getuige. Op het moment dat hij zich verkleedde, werd er een kist met onbekende inhoud bezorgd. Er zaten brokjes kalksteen in en een fossiele schedel. Dart had in Engeland een prima opleiding in hersenanatomie genoten. Hij zag meteen dat het niet van een aap kon zijn.

“Er ging een rilling van opwinding door me heen. Het was geen gewone aapachtige schedel”, schreef Dart later.

Bijna iedereen zou de schedel aan hebben gezien voor een chimpanseeschedel maar Dart wist dat hij iets bijzonders op het spoor was.

Dart had iets van een wetenschappelijke dwarsligger. Waarschijnlijk sprak het hem erg aan dat hij enkele van de gevestigde idee챘n van zijn tijd onderuit kon halen.

Een daarvan was dat een dergelijke vondst uit het verkeerde werelddeel kwam. Men vond dat alles wat belangrijk was zich in Europa moest hebben afgespeeld. Volgens blanke Europese mannen moesten we in Europa zijn ontstaan:

“Wij konden toch niet uit Afrika komen? Moet je zien, hoe primitief Afrika is.” Het was uiterst onwaarschijnlijk dat de oorsprong van de mens op het grote “zwarte” continent gezocht moest worden.

In de kist zat nog een verrassing. Binnen in het gesteente zat een schedeltje.

“Geen diamantklover werkte met meer liefde of grotere zorgvuldigheid aan een juweel van onschatbare waarde“, schreef Dart.

Vier weken later kwam het gezicht uit de steen te voorschijn. Hij bekeek het gebit. Tot zijn grote verbazing zag hij, dat de hoektand, de oogtand, net zo klein was als die van een mens!

En niet groot en slagtandachtig als van een chimpansee of gorilla. De schedel had een compleet tijdelijk gebit, een melkgebit, dat nog bezig was door te komen. De schedel bestond uit een bijna complete voorkant, een onderkaak met tanden en het rechter gedeelte van de hersenpan.

In de hersenpan had zich gesteente afgezet, dat de vorm van de originele inhoud had aangenomen, waardoor een endocast (binnenafdruk) was ontstaan.

Dit paste precies en zo ontstond een kinderschedeltje. Het was een openbaring voor hem.

In een oogopslag zag ik dat de replica die ik in mijn hand had, drie keer het hersenvolume van een baviaan had”, verklaarde Dart.

Op een gegeven moment viel hem iets onverwachts op.

Gezien de vorm van de schedelbasis balanceerde het hoofd op een verticale wervelkolom. Het hing niet voorover aan een schuin lopende wervelkolom, zoals bij dieren, die op vier poten in plaats van op twee benen lopen. Het liep dus rechtop.

Het was de belichaming bij uitstek van een ontbrekende schakel tussen niet-menselijke dieren en mensen. Hij moet gedacht hebben aan een uitspraak van Charles Darwin uit de 19e eeuw toen die voorspelde, dat Afrika de bakermat van de mensheid zou blijken te zijn.

Dart noemde het fossiel, de schedel van Taung, naar de streek van herkomst.

Hij schreef een artikel over zijn bevindingen en stuurde het naar Engeland, naar het beroemde tijdschrift Nature. Haar hoofdredacteur had zijn twijfels. Jongere mensaapjes vertonen namelijk grotere overeenkomsten met mensen, dan hun ouders. De kans op vergissingen was dus groot. Dart had geen sluitend bewijs geleverd vond men in Engeland. Een kind gold niet als bewijsmateriaal. Men wilde pas luisteren, als hij een volwassen versie zou vinden. De meeste wilden alles laten zoals het was. ; Brits chauvinisme en de bestaande racistische vooroordelen jegens bijvoorbeeld Afrikanen , deden de rest …. De vondst van Dart was bedreigend. De Britten hielden vol, dat Taungs de ontbrekende schakel niet was.

Robbert Broom
fig 2.6.3:
Robbert Broom

In Afrika vond Dart iemand die het met hem eens was, Robert Broom.

Broom was medicus, had in Australië fossielen van buideldieren bestudeerd en was een wereldwijd bekend deskundige op het gebied van zoogdierachtige reptielen uit Zuid-Afrika. Hij onderzocht de Taung-schedel ook en kwam tot de conclusie, dat de interpretatie van Dart de juiste was.

Broom was vastbesloten het bewijsmateriaal te vinden, dat de ontdekking van Dart zou bevestigen. Hij begon een speurtocht naar een volwassen versie van het kind van Taung. Zo ging de jacht op de Australopithecus africanus onverminderd door.

Samen met studenten van Dart bezocht Broom de kalksteenafzettingen van Sterkfontein in de buurt van zijn woonplaats. Al snel vonden ze fragmenten van fossielen. Op zijn tachtigste, na ruim tien jaar hardnekkig speuren vond Broom een complete schedel. Hij had het geringe hersenvolume van een mensaap, maar hij liep als een mens. Darts schedel van Taung stond niet langer alleen.

Het besef drong door, dat het niet een raar schedeltje betrof, maar een complete gemeenschap, een populatie. Nieuw bewijsmateriaal stapelde zich op en het tij keerde.

Het kind van Taung werd uiteindelijk wel juichend binnengehaald als onze rechtmatige voorouder. Ten slotte bleek Afrika de bakermat van de mensheid te zijn.

In de loop der jaren verschafte de Afrikaanse bodem steeds meer aanwijzingen over het mysterie van de herkomst van de mens.

Taung skull, Australopithecus africanus.

“The Taung Child”

http://www.d.umn.edu/cla/faculty/troufs/anth1602/pctaung.html

http://www.wsu.edu:8001/vwsu/gened/learn-modules/top_longfor/timeline/africanus/africanus-a.html

Australopithecines

Australopithecus and Paranthropus (aka A. robustus)

AustralopithecinesWikipedia
Australopithecus Wikipedia
Australopithecus robustus (Paranthropus) — Wikipedia

(chart)

General Information | Ardipithecus | Australopithecus | Paranthropus | Kenyanthropus

Orrorin / Ardipithecus / Australopithecus / Kenyanthropus

 

Subfamily Genus Species Example Alternative Name
Orrorin
tugenensis
“Millenium Man”
Aramis

Australo-
pithecines

anamensis

afarensis

“Lucy”

africanus

Taung

garhi

aethiopicus

“Black Skull”

Paranthropus

(aka A. robustus)

boisei

“Zinj”

robustus

Swartkrans

platyops

“Flat-faced Kenya Man”

Adapted from Intoduction to Physical Anthropology, 8th ed, Jurmain, Nelson, Kilgore, and Trevathand
(Belmont, CA: Wadsworth/Thomson Learning, 2000, pp. 285 – 290).

General Information


Ardipithecus
Ardipithecus Wikipedia


to top of page / A-Z index

Australopithecus
Australopithecus Wikipedia

 

Australopithecus anamensis

Australopithecus anamensis

Australopithecus anamensis — abcNews.com

Australopithecus anamensis — Lorraine Dallmeier

Australpithecus anamensis — James Q. Jacobs

Australopithecus anamensis — Origins of Humankind

Australopithecus anamensis — About

  • The big news from Anthropology in the News for 14 April 2006 was the discovery of new Australopithecus anamensis fossils:

Afar region (map of Ethiopia)

Australopithecus afarensis
National Geographic photo gallery —
“Selem”

Australopithicus afarensis: The story of Lucy — WSU

Australopithecus afarensis — Lorraine Dallmeier

Early Fossil Jaw, Tools Found In EthiopiaInstitute of Human Origins

LucyInstitute of Human Origins

The First Humans — D. I. Loizos

Australopithecus afarensis — Hooper Paleontological Museum

Australopithecus afarensis — Dr. Meave Leakey

Images

Australopithecus afarensis — CSUS

Animation

Australopithecus afarensis — American Museum of Natural History

Human Evolution: The Fossil Evidence in 3D — Phillip Walker and Ed Hagen

[Out of Order] Animation – A Left Hip Joint Model of Lucy — Hominid Palaeontology Research Group

to top of page / A-Z index

  • Images
  • Animation

Paranthropus(aka Australopithecus robustus)
Parantropus



Australopithecus robustus (Paranthropus) — Wikipedia

Australopithecus robustus

Australopithecus robustus SK 48

Parantropus-robustus

°

Uitgestorven mensachtige is niet verhongerd 10 november 2006
Een vroege mensachtige was veel meer een alleseter dan experts tot nog toe hebben aangenomen, zo blijkt uit gebitsstudies van een schedel uit Zuid-Afrika. In Science van deze week schrijven antropologen van de universiteit van Colorado in Boulder dat de betreffende vroege mensachtige Paranthropus robustus alles at van fruit en noten tot zaden en grassen en misschien zelfs vlees. Dat werpt een ander licht op de theorie van deze tak van vroege mensen ongeveer een miljoen jaar geleden uitstierf omdat hij zich niet kon aanpassen aan de klimaatveranderingen in Afrika.

Paranthropus was verwant aan het 3 miljoen jaar oude Ethiopische fossiel Lucy uit Ethiopië vaak gezien als de oermoeder van de mensheid.

Uit studies van het tandglazuur op het gebit van de schedel uit de Swartkransgrotten in Zuid-Afrika blijkt dat deze soort verre van kieskeurig was voor zijn voeding. Uit isotopenanalyses blijkt dat het betreffende individu gedurende zijn leven meermalen ingrijpende veranderingen van zijn dieet doorvoerde.

Ruwweg 2,5 miljoen jaar geleden splitsten de voorlopers van alles mensachtigen, de australopithecen zich in twee genera: Homo en Paranthropus. Homo ontwikkelde zich daarna tot de rechtopgaande mens Homo erectus en denkende moderne mens Homo sapiens.

Paranthropus stierf een miljoen jaar geleden uit. Individuen waren ongeveer zo groot als moderne chimpansees, maar hadden minder herseninhoud. Wat wel de reden van zijn verdwijnen was, blijft onopgelost.

http://www.volkskrant.nl/volkskrant.nl/script/reactie.js

aethiopicus
Australopithecus aethiopicus (Paranthropus aethiopicus) — Wikipedia

“NOTENKRAKER MENS “WAS GRASETER

renefransen op mei.04, 2011,

Schedel van P. boisei

Paranthropus boisei, a.k.a. de ‘Notenkraker mens’.

SALT LAKE CITY – In 1959 werd in Oost-Afrika de schedel van een mogelijk familielid van de mens gevonden.

Het fossiel, dat de wetenschappelijke naam Paranthropus boisei kreeg, kenmerkte zich door grote, platte kiezen en kreeg daarom de bijnaam ‘Notenkraker mens’. Volgens paleontologen zou deze soort zo’n twee miljoen jaar geleden hebben geleefd en was ze verwant aan het geslacht Australopithecus – die volgens hen een voorouder van de mens zou zijn.

Maar nu blijkt de ‘Notenkraker mens’ volgens de onderzoekers een niet zo mensachtig dieet te hebben gevolgd. Onderzoek van het tandglazuur zou aantonen dat de ‘Notenkraker’ een graseter was. Grassen hebben een ander systeem voor fotosynthese (het omzetten van kooldioxide in suikers met behulp van zonlicht) dan de meeste andere planten. Nu bestaan er verschillende isotopen (varianten die iets in gewicht verschillen) van koolstofatomen en het zogeheten C4-systeem van grassen levert een andere verhouding tussen die isotopen dan het C3-systeem van andere planten. De koolstofatomen zijn terug te vinden in het hele lichaam, inclusief het tandglazuur. Op basis van die isotopenverhouding kunnen wetenschappers daarom achterhalen wat het dieet van een mens of dier was: veel grassen of veel vruchten en noten.

Dat Paranthropus boisei een graseter was, kwam als een volkomen verrassing. ‘Deze soort at niet hetzelfde voedsel als andere primaten, die aten fruit, bladeren en noten’, zegt geologie-promovendus Kevin Uno, een van de betrokken onderzoekers, ‘maar het voedsel van grazers, zoals zebra’s, varkens-achtigen en nijlpaarden.’ De soort wijkt daarmee sterk af van alle bekende fossielen waarvan wordt aangenomen dat ze verwant zijn aan de mens. De resultaten van het onderzoek zijn vandaag gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Bovenkaak van P. boisei (links) en een moderne mens

Bovenkaak van P. boisei (links) en een moderne mens

 

Paranthopus bosei  at  voornamelijk  de “tijgernoten”

9 januari 2014

Tachtig procent van de dagelijkse voedselinname van de mensachtige Paranthrobus bosei bestond mogelijk uit tijgernoten, voedzame knolletjes die aan de wortels van de grasachtige plant Cyperus  esculentus   groeien

  • De knolcyperus, ook wel aardamandel genoemd, is een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie. De plant wordt beschouwd als een hardnekkig onkruid in de teelt van aardappels en maïs en de gladiolenteelt. Wikipedia                          Cyperus—>Chufa  Cyperus esculentus, the yellow nut sedge, is listed as a noxious weed in many places and difficult to control. It can produce hundreds of thousands of seeds per plant per season. Researcher say a single nutsedge can produce 1900 plants and 7000 tubers in a year. That’s a lot of food. And remember sedges have edges and these sedges have three sides, like a triangle. All sedge seeds are edible, according to Ray Mears and Gordon Brown.
  • Chufa or Tiger Nuts

Dit dieet vulden de primitieve mensen vermoedelijk aan met sprinkhanen en wormen.

Dat blijkt uit een studie van onderzoekers aan de Univeriteit van Oxford die is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

Verwarring

Mensachtigen van de soort Paranthrobus bosei beschikten over enorm sterke kakenToch bleek uit eerdere analyses van het enamel van hun tanden dat ze vooral grassen en zaden aten.

Dat leidde tot verwaring, omdat de voedingswaarde van grassen eigenlijk te beperkt is voor mensachtigen. Gabriele Macho van de Universiteit van Oxford besloot het dieet van de oermensen daarom nader te onderzoeken.

Bavianen

Ze liet zich bij haar studie inspireren door bavianen in een Keniaans natuurgebied dat qua omgeving erg lijkt op het gebied waarin mensachtigen van de soort Paranthrobus bosei ooit leefden.

Al snel ontdekte ze dat de apen zich voornamelijk voeden met knollen die aan de wortels van de plant Cyperus  esculentus groeien en ook wel tijgernoten worden genoemd. Dit dieet vullen de dieren aan met kleine hoeveelheden sprinkhanen en wormen.

Volgens Macho is het waarschijnlijk dat(voorl) de parantropus(bosei )   en australopithecinen   in Oost-Afrika dezelfde eetgewoontes hadden. Ze berekende dat mensachtigen slechts enkele uren hoefden te besteden aan het zoeken en nuttigen van tijgernoten om 2000 kilocaloriën binnen te krijgen, oftewel tachtig procent van hun dagelijkse voedselbehoefte.  

Kaken

Het gekauw op de harde tijgernoten zou ook kunnen verklaren waarom Paranthrobus bosei in de loop van de evolutie zulke sterke kaken ontwikkelde.

“De theorie dat deze mensen op grote hoeveelheden tijgernoten leefden, kan het debat over wat onze voorouders aten in goede banen leiden”, verklaart Macho op de nieuwssite van de Universiteit van Oxford.

“Dit onderzoek vertelt ons dat vroege  mensachtigen selectief waren bij het nuttigen van grassen, ze kozen de bollen die aan de basis van de grassprieten groeiden als de hoofdmoot van hun dieet.” 

 (Door: NU.nl/Dennis Rijnvis     )

:,

Australopithecus boisei

Australopithecus boisei

to top of page / A-Z index

Images

Australopithecus boisei — 3/4 view

Australopithecus boisei — CSUS

Animation

Paranthropus boisei — American Museum of Natural History

to top of page / A-Z index

  • robustus
    Australopithecus robustusWikipedia

Parantropus robustus :

vroege voorouder van de mens was veel meer een alleseter dan experts tot nog toe hebben aangenomen, zo blijkt uit gebitsstudies van een schedel uit Zuid-Afrika.

In Science van nev 2006 schreven antropologen van de universiteit van Colorado in Boulder dat de betreffende vroege mensachtige Paranthropus robustus alles at van fruit en noten tot zaden en grassen en misschien zelfs vlees.

Dat werpt een ander licht op de theorie van deze tak van vroege mensen ongeveer een miljoen jaar geleden uitstierf omdat hij zich niet kon aanpassen aan de klimaatveranderingen in Afrika.

Paranthropus was verwant aan het 3 miljoen jaar oude Ethiopische fossiel Lucy uit Ethiopië, vaak gezien als de oermoeder van de mensheid.

Uit studies van het tandglazuur op het gebit van de schedel uit de Swartkransgrotten in Zuid-Afrika blijkt dat deze soort verre van kieskeurig was voor zijn voeding. Uit isotopenanalyses blijkt dat het betreffende individu gedurende zijn leven meermalen ingrijpende veranderingen van zijn dieet doorvoerde.

Ruwweg 2,5 miljoen jaar geleden splitsten de voorlopers van alles mensachtigen, de australopithecen zich in twee genera: Homo en Paranthropus. Homo ontwikkelde zich daarna tot de rechtopgaande mens Homo erectus en denkende moderne mens Homo sapiens.

Paranthropus stierf een miljoen jaar geleden uit. Individuen waren ongeveer zo groot als moderne chimpansees, maar hadden minder herseninhoud. Wat wel de reden van zijn verdwijnen was, blijft onopgelost.

Veelzeggende tanden

Minieme stukjes gebit verraden dieet van aapmens

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/31206411/

Met een nieuwe lasertechniek namen onderzoekers het tandglazuur van Paranthropus rubustus op de korrel. Deze aapmens, die naast onze voorouders in Afrika leefde, had een dieet dat veranderde met de seizoenen, konden ze daaruit afleiden.

Sluit dit venster

Deze kies zat ooit in de mond van een vertegenwoordiger van de soort Paranthropus robustus. Hij werd 1,8 miljoen jaar later in een Zuid-Afrikaanse grot gevonden. © Science

Sluit dit venster

Zo ziet een Paranthropus-schedel eruit. Het is vanuit deze hoek niet goed te zien, maar op het achterhoofd zit een beenkam, waaraan de enorme kaakspieren houvast hadden. © Science

Sluit dit venster

Links een schedel van Paranthropus robustus, rechts Homo ergaster, die mogelijk tegelijk op dezelfde plaats leefde. © Science

Hoe kom je erachter wat mensapen twee miljoen jaar geleden allemaal aten? Meer dan wat botten en een enkele schedel is er niet van ze over. Toch kunnen onderzoekers daar een heel eind mee komen. Een benige kam op het achterhoofd duidt op stevige kaakspieren als bij een gorilla, dus waarschijnlijk aten ook vroege mensachtigen met zo’n schedelkam stevig plantenspul. Slijtage van het gebit verraadt ook iets over hetgeen er tussen de kiezen vermalen werd. En dan is er nog de samenstelling van de tanden en kiezen zelf. Daaruit valt met geavanceerde technologie ook het een en ander af te leiden, bewijzen Matt Sponheimer en zijn collega’s deze week in Nature.

De onderzoekers, antropologen van verschillende Amerikaanse universiteiten, waren benieuwd naar het dieet van de mensapenfamilie Paranthropus. Die leefde vanaf zo’n 2,4 miljoen jaar geleden in Afrika en stierf tussen de 챕챕n en 1,4 miljoen jaar geleden uit. Deze mensachtigen waren geen voorouders van de moderne mens, maar ze zullen onze verre voorouders wel regelmatig tegengekomen zijn. Die andere aapmensen, Homo habilis en Homo erectus, leefden namelijk tegelijkertijd in hetzelfde gebied.

Waardoor stierf Paranthropus uit? De populairste verklaring is dat de soort ten onder ging doordat hij leefde van eenzijdig, vezelrijk voedsel met weinig energie per gekauwde hap. Noten, zaden, vruchten en knollen, maar bijvoorbeeld geen vlees. Toen het klimaat veranderde, zou hij verdrongen zijn door veelzijdiger eters: onze voorouders. Maar was Paranthropus wel zo’n saaie plantenkauwer?

Sluit dit venster

De Swartkrans-grot, waar de tanden gevonden werden. © Science

Sponheimer en zijn team hadden vier kiezen die zijn gevonden in de Zuid-Afrikaanse Swartkrans-grot. Ze zaten 1,8 miljoen jaar geleden in de monden van aapmensen van de soort Paranthropus robustus. Schedels van deze soort hebben een stevige kam op het achterhoofd, dus in kauwen was Paranthropus robustus inderdaad een kei. Of hij dan ook de hele dag taai spul zat te vermalen, dat vertelt de kam niet.

Tandglazuur kan daar wel iets over zeggen. In het glazuur zitten groeilaagjes, die wel wat doen denken aan de groeiringen in een boom. Ieder groeilaagje in een tand of kies wordt bij een mens in ongeveer negen dagen gevormd, en bij andere apensoorten kost het tussen de zes en twaalf dagen. De chemische samenstelling van die laagjes is met de juiste technologie te lezen als een dagboek.

Met name de verhouding tussen twee vormen van koolstof is veelzeggend. De meerderheid van de koolstofatomen heeft atoomnummer 12, maar er is ook een iets zwaardere variant, met nummer 13. Die zware versie wordt niet door alle planten even gemakkelijk opgenomen. Er bestaan in de plantenwereld twee verschillende manier om CO2 uit de lucht te halen. Bij de methode die grassen gebruiken, wordt veel meer 13C ingebouwd dan bij de manier van de meeste andere planten. En dat zie je terug in glazuur, want dat wordt uiteraard opgebouwd uit de stoffen uit het voedsel. Je bent wat je eet. (Voor de scherpslijpers: glazuur zelf is een verbinding zonder koolstof, maar er zit altijd wel wat van dit element in het tandglazuur ingebouwd.)

Om het 13C-gehalte van het tandglazuur te kunnen meten, waren tot voor kort stukjes van minimaal een halve milligram per glazuurlaagje nodig. Die waren alleen te krijgen door flinke gaten in de tanden en kiezen te boren, waarbij het onvermijdelijk was dat de monsters elkaar vervuilden. Bovendien betekent gaten boren natuurlijk een flinke beschadiging van de kostbare fossielen.

De groep van Sponheimer heeft het, als eerste, anders aangepakt. Met een laser brandden de onderzoekers stukje voor stukje een klein deel van het tandoppervlak weg, zodat de glazuurlaagjes een voor een bloot kwamen te liggen. De koolstofhoudende gassen die daarbij vrijkwamen, waren voldoende voor de 13C-analyse. Een veel elegantere methode dan de oude. En dat, hopen deze onderzoekers, zal musea ervan overtuigen dat ze best even een oude tand of kies kunnen uitlenen voor dit soort onderzoek. Ze krijgen hem immers bijna ongeschonden weer terug.

Een antilope, die voornamelijk gras eet, zal meer 13C in zijn glazuur hebben dan een giraf, omdat die langnek vooral boombladeren op zijn menu heeft staan. Gras bevat immers meer 13C dan andere planten. En een aapmens? Bij Paranthropus wisselt het met de seizoenen en met de jaren, stelden Sponheimer en zijn medeonderzoekers vast. Ook waren er grote verschillen tussen de vier tanden onderling. Bij antilopentanden uit dezelfde tijd was zo’n variatie er niet.

Wat zegt dit resultaat nu over het dieet van de uitgestorven mensachtige? Het was stukken veelzijdiger dan tot nu toe werd aangenomen, dat is het enige dat de onderzoekers zeker weten. Of zijn 13C-rijke maaltijden bestonden uit graszaden en -wortels of uit vlees van dieren die gras aten, bijvoorbeeld antilopen, kunnen ze niet zeggen. Waarschijnlijk allebei.

Het lijkt er dus op dat Paranthropus robustus dat enorme kauwvermogen helemaal niet gebruikte om telkens dezelfde taaie kost naar binnen te kunnen werken, maar juist voor het verorberen van zoveel mogelijk verschillende hapjes. Op goede dagen zacht spul als vlees en vruchten en in schrale tijden taaie wortels en karige knolletjes. Onze voorouders hadden geen beenkam op hun hoofd, wat duidt op veel minder kauwtalent. Waarom zij niet zijn uitgestorven, en Paranthropus wel, is nog steeds onduidelijk. Een eenzijdig dieet kan zijn doodzonde niet geweest zijn.

Elmar Veerman

Matt Sponheimer e.a.: ‘Isotopic evidence for dietary variability in the early hominin Paranthropus robustus’, Science, 10 november 2006
Stanley H. Ambrose: ‘A tool for all seasons’, Science, 10 november 2006

Sluit dit venster

Een deel van de apparatuur die nodig is om het dieet van een aapmens te achterhalen aan de hand van zijn tandglazuur. © Science

Paranthopus Robustus , Gorilla en sexueel dimorfisme
2007
A young adult male of Paranthropus robustus. (Credit: Photo by Charles Lockwood)
A Afarensis en sexueel dimorfisme … 2003
°
AUSTRALOPITHECUS AETHIOPICUS  
Paranthropus aethiopicus is een uitgestorven mensachtige uit het geslacht Paranthropus. Paleoantropologen nemen aan dat Paranthropus aethiopicus tijdens de overgangsperiode van het late Plioceen naar het Vroeg Pleistoceen, van ongeveer 2,7 tot 2,5 Ma geleden, leefde. Mogelijk stamde Paranthropus aethiopicus direct af van Australopithecus afarensis.
KNM-WT 17000  Black Skull, Australopithecus aethiopicusP aethiopicus  black skullParantropus-aethiopicusP aethiopicus head reconstruction

°

°

http://www.columbia.edu/itc/anthropology/v1007/2002projects/web/paranth/paranth.html

°

Wat hebben creationisten te zeggen over

Austropithecinen?

Auteur: Jim Foley

In 1950 publiceerde Wilfred Le Gros Clark een paper die de vraag of australopithecinae apen zijn of niet definitief uitklaarde. Hij verrichte een morfologische studie (gebaseerd op de vorm en de functie) van tanden en kaken omdat deze het grootste deel van het fossiele bewijs uitmaken. Door de studie van fossielen van mensen en moderne apen, kwam Le Gros Clark naar voor met een lijst met elf consequente verschillen tussen mensen en apen. Kijkend naar A. africanus en robustus (de enige australopithecinae tot dan toe gekend), vond hij dat zij meer mensachtig dan aapachtig waren in elk kenmerk. Beoordeeld volgens dezelfde criteria, viel A. afarensis ergens tussen mensen en apen, en mogelijk dichter bij de apen (Johanson en Edey 1981). White e.a. (1994) beoordeelden A. ramidus niet volgens deze criteria, maar het is duidelijk dat ramidus meer chimpansee-achtig is dan afarensis. De ramidus arm beenderen vertonen een mengeling van mens- en aapachtige kenmerken.

Solly Zuckerman poogde te bewijzen met biometrische studies (gebaseerd op metingen) dat australopithecinae apen waren. Zuckerman verloor dit debat in de jaren ’50 en zijn mening werd door iedereen verlaten (Johanson en Edey 1981). Creationisten refereren graag naar zijn mening alsof het nog steeds een aanvaard wetenschappelijk standpunt is.

Charles Oxnard (1975) beweerde, in een paper die veelvuldig wordt geciteerd door creationisten, op basis van zijn multivariate analyses, dat australopithecinae niet langer dicht verwant, of meer gelijkvormig, zijn aan mensen dan moderne apen dit zijn. Howell e.a. (1978) bekritiseerden deze conclusie op grond van enkele argumenten. Oxnards resultaten waren gebaseerd op metingen van een weinig aantal beenderen die meestal gefragmenteerd of slecht bewaard bleven. De metingen beschreven niet de complexe vorm van bepaalde beenderen, en maakten geen onderscheid tussen aspecten die belangrijk zijn om de voortbeweging te begrijpen en aspecten die dit niet zijn. Uiteindelijk is er “een overweldigende verzameling bewijzen”, gebaseerd op het werk van bijna 30 wetenschappers, die het werk van Oxnard tegenspreken. Deze studies gebruikten een variatie aan technieken, inclusief deze gebruikt door Oxnard, en waren gebaseerd op vele verschillende lichaamsdelen en samengestelde complexen. Op overweldigende manier wijzen zij erop dat australopithecinae meer gelijken op mensen dan moderne apen dit doen.

Creationisten citeren vaak Oxnards kwalificaties, en het gebruik van computers om zijn berekeningen uit te voeren, met goedkeuring. Dit is een eenzijdige voorstelling van de zaak; veel andere wetenschappers zijn even gekwalificeerd, en gebruiken ook computers. Gish (1993) stelt “[een] computer liegt niet, [een] computer heeft geen vooroordelen”. Volkomen waar, maar de resultaten die uit de computer komen zijn slechts zo goed als de gegevens en veronderstellingen die erin gaan. In dit geval, lijkt de primaire veronderstelling te zijn dat Oxnard’s methodes de beste methodes zijn om relaties te determineren. Dit lijkt twijfelachtig, rekening houdend met sommige andere ongewone resultaten van Oxnard’s studie (1987). Hij plaatst bijvoorbeeld Ramapithecus als de aap het dichtst bij de mens, en Sivapithecus als het dichtste verwant aan Orang-oetans, zelfs al zijn beide zo gelijkend dat ze nu worden beschouwd als dezelfde soort Sivapithecus.

Minder controversieel, beweert Oxnard ook dat australopithecinae, waarschijnlijk tweevoetig, niet op dezelfde manier liepen als moderne mensen. Creationisten verwijzen soms naar deze conclusie op een in hoge mate misleidende wijze, zeggend dat Oxnard bewezen heeft dat australopithecinae niet rechtop liepen, eraan toevoegend, als een nagedachte (of in Willis’ (1987) geval, in het geheel niet) “tenminste niet op menselijke wijze”.

Creationisten zijn gewoonlijk afkerig tegenover het aanvaarden dat australopithecinae, inclusief Lucy, tweevoetig waren. Een bewering van Weaver (1985) dat ” Australopithecus afarensis … een vrijwel complete aanpassing aan rechtop lopen vertoond” is door Willis (1987) afgedaan als “een belachelijke bewering”. Willis voegt eraan toe: “Vele competente antropologen hebben deze en ander “Australopithecinae” [sic] resten zorgvuldig onderzocht en besloten dat Lucy niet rechtop kon lopen.”

Willis’ bewijs hiervoor, bestaat uit een bewering van Solly Zuckerman uit 1970; een bewering uit 1971 van Richard Leakey dat australopithecinae “mogelijks knokkel-lopers waren”, en een citaat van Charles Oxnard over de relatie tussen mensen, australopithecinae en de apen. In feite refereert geen enkele aanhaling naar Lucy. Twee ervan werden gedaan zelfs vóór Lucy en A. afarensis ontdekt waren (en de derde werd gedaan kort erna, vóór Lucy was bestudeerd).

Zelfs in 1970 waren Zuckermans visies reeds lang en algemeen verlaten. In wat duidelijk een verzinsel is, zegt Willis dat Leakey “refereerde naar Lucy als een aap die niet rechtop liep”, drie jaar voor Lucy ontdekt werd. Leakey deed enkel een suggestie (over robuste australopithecinae), die hij vlug daarop introk, het was geen verklaring van een vaste mening, en beweerde vanaf dan (1994) dat Lucy “onbetwijfelbaar tweevoetig was”. Oxnard (1975; 1987) heeft enkele onorthodoxe meningen over de australopithecinae, maar het Oxnard citaat, waar Willis naar refereert, bespreekt noch tweevoetigheid noch A. afarensis. Ergens anders in dezelfde paper waar Willis naar refereert, vermeldt Oxnard (1975) herhaaldelijk dat australopithecinae tweevoetig konden geweest zijn, en vanaf dan heeft hij beweert (1987) dat australopithecinae, inclusief Lucy, tweevoetig waren.

Gish (1985) heeft een lange discussie over het debat omtrent Lucy’s voortbeweging. Hij citeert veelvuldig uit Stern en Susman (1983), die vele aapachtige kenmerken van A. afarensis vermelden en argumenteren dat zij aanzienlijke tijd in bomen doorbrachten. Zoals Gish toegeeft, ontkent geen enkele van de door hem vermelde wetenschappers dat Lucy tweevoetig was, maar hij gaat verder door te suggereren, zonder bewijs noch steun, dat A. afarensis mogelijks niet meer tweevoetig was dan levende apen, die goed aangepast zijn aan viervoetigheid en enkel kleine afstanden afleggen op twee benen. In tegenstelling hiermee zijn de voeten, knieën, benen en bekkens van australopithecinae sterk aangepast aan tweevoetigheid. Gish’s conclusie wordt hevig verworpen door Stern en Susman, en, blijkbaar, door iedereen:

” Dat tweevoetigheid een fundamentelere rol speelde in het gedrag van australopithecinae, dan in dat van om het even welke andere levende of uitgestorvene niet menselijke primaat, wordt niet echt betwist.”

” … we moeten benadrukken dat we op geen enkele manier de bewering betwisten dat tweevoetigheid een veel kenmerkender deel van het gedrag van A. afarensis uitmaakte dan van dit van om het even welke levende niet menselijke primaat.” (Stern, Jr. en Susman 1983)

“De meest kenmerkende eigenschappen voor tweevoetigheid omvatten verkorte kronkeldarmbladen/, lendenboog, middellijn naderende knieën, distaal gewrichtsoppervlak van het scheenbeen bijna loodrecht op de schacht, convergente grote teen, en proximale voetkootjes met dorsaal georiënteerde proximale gewrichtsoppervlakten. (McHenry 1994)

Gish schrijft alsof het aantonen van het niet “rechtop lopen op de menselijke manier” van A. afarensis het enige is wat nodig is om deze te diskwalificeren als menselijke voorouder. Maar er is geen reden om aan te nemen dat tweevoetigheid, wanneer het voor het eerst verscheen, identiek moet geweest zijn aan menselijke tweevoetigheid; deze finale stap kan later gebeurd zijn. Zoals Stern en Susman (1983) aangeven:

“Volgens onze mening benadert A. afarensis erg wat een “ontbrekende schakel” kan genoemd worden. Deze bezit een combinatie van kenmerken volledig eigen aan een dier dat de volledige weg heeft afgewandeld richting voltijdse tweevoetigheid …”

Creationist John Morris schrijft:

” Vanaf de nek naar beneden, suggereerden zekere aanwijzingen voor Johanson dat Lucy een beetje meer rechtop liep dan hedendaagse chimpansees. Deze conclusie, gebaseerd op zijn interpretatie van het gedeeltelijk heupbeen en een kniebeen, is hevig gecontesteerd geworden door vele paleoantropologen.” (Morris 1994)

Bijna alles in dit citaat is een verdraaiing (Johansons en Lucy’s namen zijn zowat de enige uitzonderingen). “suggereerden zekere aanwijzingen” maakt er geen gewag van dat de hele vondst “tweevoetigheid” uitschreeuwt voor elke gekwalificeerde wetenschapper die er naar keek. “een beetje meer rechtop”, als iedereen geloofd dat Lucy volledig rechtop liep. “het gedeeltelijk heupbeen en een kniebeen”, als Lucy bijna een compleet bekken en been (rekening houdend met spiegelbeelden, en de voet uitgezonderd) bevatte. “is hevig gecontesteerd”, wanneer geen enkele eervolle paleoantropoloog ontkent dat Lucy tweevoetig was. De debatten gaan erover of zij ook in bomen leefde, en over hoe gelijkend de biomechanica van haar voortbeweging op deze van de mens was. Gegeven dat we het meeste van Lucy’s been en bekken hebben, kan iemand zich afvragen wat voor soort fossiel bewijs nodig zou zijn om creationisten te overtuigen van de tweevoetigheid van australopithecinae.

Om het idee dat australopithecinae enkel apen zijn te steunen, zegt Parker:

“In hun kritiek op de Leakeys, merkten Johanson en White (1980) op: ‘Moderne chimpansees, door deze definitie [Richard Leakey’s] zouden geclassificeerd worden als A. africanus.’ Apen, alles wel beschouwd?” (Morris en Parker 1982)

Na onderzoek van de paper van Johanson en White, is het duidelijk dat Parker hun citaten uit de context heeft gehaald op een manier waarop de betekenis bijna wordt omgekeerd. Leakey noemde A. africanus geen chimpansee, noch beschuldigden Johanson en White hem ervan dit te doen. Zij bekritiseerden Leakey’s definitie omdat deze onnauwkeurig genoeg was om ook chimpansees te omvatten. Natuurlijk heeft een dergelijke kritiek slechts zin als A. africanus geen chimpansee is.

In 1987 beschuldigde creationist Tom Willis Donald Johanson van fraude, bewerend dat het skelet gekend als “lucy” uit beenderen bestond die gevonden waren in twee sites op ongeveer 2,5 km (1,5 mijl) van elkaar. In feite had Willis twee afzonderlijke vondsten verward die tot dezelfde soort behoren. (Dit ondanks het feit dat een bestseller (Johanson en Edey 1981) foto’s van beide fossielen bevat: AL 129-1 is een rechter knie, terwijl Lucy een rechter dijbeen en een linker scheenbeen heeft.) Dit was een spectaculaire fout die moeilijk kon gemaakt worden door iemand die het meest elementaire onderzoek had gedaan, maar dit weerhield vele andere creationisten er niet van deze bewering over te nemen en te herhalen (Lippard 1997)

Creationisten richten zich zelden op de kwestie waarom australopithecinae een foramen magnum hebben aan de schedelbasis. Gish (1985) bekritiseert Darts redenering dat het Taung kind rechtop liep, op basis van de positie van zijn foramen magnum. Gish geeft terecht aan dat de positie van de foramen magnum meer gesloten is bij jonge apen en mensen dan bij volwassenen (bij apen verhuist het naar achter tijdens de groei), en concludeert dat Dart ongerechtvaardigd was in de analyse van dit kenmerk van een jeugdige schedel. Dit is dezelfde kritiek die Dart oorspronkelijk kreeg van wetenschappers, maar Gish vergeet te vermelden dat latere bewijsstukken aantonen dat Dart’s analyse correct was en kritiek het zwijgen hebben opgelegd.

Creationisten vermelden ook zelden de tanden van australopithecinae. Gish zegt dat “[Dart] heeft gewezen op de vele aapachtige kenmerken van de schedel, maar geloofde dat sommige kenmerken van de schedel, en in het bijzonder van de tanden, mensachtig waren”. (Merk de misleidende gevolgtrekking op dat de aapachtige kenmerken echt bestaan, terwijl de mensachtige ontsproten zijn aan Dart’s verbeelding.) Gish betwist dit, erop wijzend dat de maaltanden van africanus extreem groot zijn. Wanneer de tanden van het Taung kind behoorlijk onderzocht konden worden, werd Dart’s bewering krachtig bevestigd, en is nu algemeen aanvaard:

“In feite, ondanks dat de maaltanden groter waren dan wat normaal is vandaag, konden de meeste tanden [van het Taung kind] hebben toebehoort aan een hedendaags kind.” (Campbell 1988)
Vertaler: Jan Decock
Zie ook:

Wat hebben creationisten te zeggen over Lucy s kniegewricht?

Auteur: Jim Lippard

Deze tekst is vertaald uit het Engels met toestemming van de auteur. De oorspronkelijke tekst bevindt zich op http://www.talkorigins.org/faqs/knee-joint.html. Een vroegere versie van deze FAQ werd gepubliceerd als “Lucy’s Kniegewricht: Hoe creationisten met hun fouten omgaan”, in The Skeptic (magazine van Australische Skeptici) vol. 15, nr. 4, Zomer 1995, pp. 34-36, met bijkomende opmerkingen van Colin P. Groves. (Australian Skeptics, Inc., P.O. Box A2324, Sydney South NSW 2000 Australia)

Creationisten beweren dat Donald Johanson het kniegewricht van Lucy, vond, een voor 40% volledig geraamte van een vrouwtje van de soort Australopithecus afarensis, op een plaats zestig tot zeventig meter lager in de strata en twee tot drie kilometer verder (Willis 1987). Soms gingen ze zelfs verder met de bewering dat [Johanson] enkel na bevraging toegaf dat de knie meer dan een mijl verder van Lucy werd gevonden. Voor zover we weten is deze toegeving nooit gedrukt verschenen! (Willis 1987; nadruk in origineel; zie ook Brown 1989a, p. 44) De stelling wordt door creationisten gebruikt om aan te tonen dat (a) evolutionistsen niet eerlijk zijn en (b) Lucy niet rechtop stapte. Het toont geen van beiden aan, omdat het foutief is. (Zelfs indien het waar zou zijn, zou het (b) niet aantonen, voor redenen uiteengezet in Lippard (1989-90)—het kniegewricht is niet het enige bewijs van bipedalisme in A. afarensis.)

De bewering is niet enkel foutief, het wordt tevens duidelijk aangetoond dat zij fout is in Johanson’s gepubliceerde teksten over Lucy (vb., Johanson and Edey 1981, hfdst. 7-8) en mens heeft hen die die foutieve bewering geleven er herhaaldelijk op gewezen dat zij fout is. Desondanks hebben geen van de meest belangrijke aanhangers van de bewering dit publiekelijk terug ingetrokken. Een prominente aanhanger is privaat akkoord gegaan dat het fout is, en enkele creationisten hebben ermee ingestemd het niet meer te herhalen. Eén minder gekende aanhanger nam publiekelijk zijn woorden terug.

De bewering ontstond bij Tom Willis, hoofd van de Creation Science Association for Mid-America, in een artikel dat hij schreef voor de Bible-Science Newsletter (1987). In zijn artikel bracht Willis verslag uit van een lezing door Johanson aan de Universiteit van Missouri op 20 November 1986. Willis verkondigt dat volgende woordenwisseling plaatsvond tijdens een vraag-en-antwoord sessie die volgde op Johanson’s voordracht:

  • V. Hoe ver verwijderd van Lucy vond u de knie?
  • A. Zestig tot zeventig meter lager in de strata en twee tot drie kilometer verder.

Deze vraag werd door de steller ervan misschien bedoeld als “hoe ver verwijderd van Lucy vond u Lucy’s knie?”, maar werd door Johanson duidelijk geïnterpreteerd als “Hoe ver verwijderd van Lucy vond u het kniegewricht in 1973?” Willis erkent de verwarring niet in zijn artikel, ofschoon de ontdekking zowel van het oorspronkelijke kniegewricht (1973) als van Lucy (1974) in detail beschreven werden –inclusief hun vindplaats- in Donald C. Johanson and Maitland E. Edey, Lucy: The Beginnings of Humankind(1981) en in de artikels van de April 1982 uitgave van American Journal of Physical Anthropology. Het creationistische misverstand zou nooit hebben plaatsgevonden indien één van beide bronnen geraadpleegd werd. Johanson’s publicaties waren steeds duidelijk over het feit dat zijn in 1973 ontdekte kniegewricht afzonderlijk van Lucy werd gevonden. Alle botten die werden getoond op foto’s van Lucy werden op éénzelfde plaats aangetroffen.

Het probleem werd bewerkstelligd doordat het Institute for Creation Research de naam Lucy gebruikte om zowel naar de soort Australopithecus afarensis te verwijzen als naar het individu Lucy, zoals Johna Rajca (directeur van het ICR Museum) deed op 18 juni 1994 in het radioprogramma Science, Scripture and Salvation van de IRS. Rajca zei:

In de herfst van 1973, nabij Hadar, vond Dr. Johanson het fossiel van wat we nu Lucy zijn gaan noemen. De reden waarom het Lucy heet, is dat het liedje van de Beatles Lucy in the Sky with Diamonds speelde in het kamp toen het fossiel werd ontdekt. Het eerste onderdeel van Lucy dat werd blootgelegd was het kniegewricht. Aanvankelijk oordeelde men dat het een aap was; later werd het door Johanson als hominide geïdentificeerd. Lucy is vrouwelijk skelet dat 40% volledig is…

Eenzelfde gebruik van Lucy als verwijzing naar de soort A. afarensis gebeurt in een diagram in de November 1985 uitgave van National Geographic (Weaver 1985, p. 593). Willis (n.d.) refereerde naar de misleidende ondertitels van de foto in dit artikel als het gedoe van de grootste evolutiefraude aller tijden, zogenaamd gepleegd door Donald Johanson met het personeel van National Geographic als gedupeerden of medeplichtigen. (De afgebeelde knie is noch van “Lucy” noch is het de knie uit 1973, maar het is een A. afarensis knie van AL 333w-56, de vindplaats van de zogenaamde “Eerste Familie”.)

De bewering dat Lucy’s kniegewricht apart van de rest van het geraamte werd gevonden, werd gerapporteerd door Russell Arndts (1991), Carl Baugh (1995), Walter Brown (1989a), Donald Chittick (1994), Michael Girouard (1989), Kent Hovind (1993a), Scott Huse (1993), Richard LaHaye (1997), David McAllister (1993a), Bill Mehlert (1992), David Menton (1988), John Morris (1989), Dave and Mary Jo Nutting (1991, 1993, 1994), Dennis Petersen (2002, 2003), Douglas Sharp (1994), Paul Taylor (1989), en Tom Willis (1987).

Wat nu volgt geeft een kort overzicht van de pogingen om dit te laten in trekken:

  • Arndts werd gecorrigeerd door een brief naar de redacteur van de Bible-Science Newsletter van Lippard (April 12, 1991). De brief werd gepubliceerd, noch beantwoord. Een kopie van de toenmalig gangbare versie van het artikel werd verzonden naar Arndts ter attentie van de Bible-Science News op 13 juli 1994. In een antwoord op een email van Jim Foley en Lippard verklaarde Arndts op 12 februari 1996 dat hij de zaak niet persoonlijk had onderzocht, dat zijn punt in het opiniestuk in Bible-Science News enkel ter illustratie was van een bepaalde foute gedachtengang, en dat hij had moeten antwoorden op de brief aan de redactie uit 1991, die hij wel degelijk had gelezen. Hij gaf niet aan dat hij enige interesse had in het onderzoeken van de bewering of deze terug te nemen; zijn antwoord suggereerde dat hij zich daar ook niet toe verplicht voelt.
  • In Freedom Calls, het radioprogramma van Bo Gritz, beweerde Carl Baugh op 1 November 1995 dat Donald Johanson zich enkele jaren geleden onopzettelijk de waarheid liet ontvallen toen een student hem vroeg waar hij het bewijs vond van Lucy’s bipedalisme (van een kniegewricht op een afstand verwijderd van de rest van het skelet). Baugh’s website maakt de bewering omtrent het kniegewricht. Baugh werd nog niet gecontacteerd.
  • Brown (1989a) schreef:
    Donald Johanson, Lucy’s ontdekker, maakte blijkbaar nogal een bekentenis aan de universiteit van Missouri in Kansas City op 20 november 1986. Wanneer tijdens een vraag-en-antwoord sessie gevraagd werd “Hoe ver verwijderd van Lucy vond u de knie?” zou Johansons antwoord “Zestig tot zeventig meter lager in de strata en twee tot drie kilometer verder“ zijn geweest (Willis, 1987)! Johanson moet dit schriftelijk toelichten of ontkennen. Hij doet dat in geen enkele gepubliceerd werk.
    Brown werd gecorrigeerd door Lippard (1989-90 en 1989), die Johanson (1989) citeerde. Browns antwoorden (1989b en 1989-90) ontweken de kwestie en gaven een totaal andere kritiek op Johansons vondsten van de “Eerste Familie”. Brown gaf verder geen reactie. Een brief van Lippard aan Origins Research (mei 1990) in antwoord op Brown (1989b) werd nooit gepubliceerd of erkend. (De inhoud van de brief werd vrijgegeven in Lippard (1990).) Een kopie van de toenmalig gangbare versie van het artikel werd verzonden naar Brown op 13 juli 1994; een ander duplicaat werd via email verzonden op 21 Februari 1996. Brown gaf nooit antwoord, maar zijn boek, In the Beginning…, maakt er nooit aanspraak op. Op 25 augustus 1997 schreef Brown naar Lippard om te klagen over “valse en schadelijke uitspraken over mij met betrekking tot Lucy.” De essentie van zijn bezwaar is dat hij zegt enkel de bewering te rapporteren in plaats van de bewering zelf te maken;hij beroept zich op een dubbelzinnigheid van het woord “dit” in de zin “Johanson moet dit geschreven toelichten of ontkennen.” Hij beweert nu –acht jaar later- dat “dit” enkel specifiek verwees naar Willis’ beschrijving van de vraag-en-antwoord sessie, niet naar de plaats waar de knie werd gevonden, en dat Johanson deze woordenwisseling nooit had toegelicht of ontkracht. Niettemin is het zelfs in deze interpretatie nog steeds zo dat Johansons schrijven deze uitwisseling wel verklaarde, en dat Johanson onmiddellijk antwoordde op een vraagstelling erover toen het probleem werd aangekaard. Klaarblijkelijk deed Brown geen moeite om dit zelf te onderzoeken alvorens te beweren dat “geen van [Johansons] gepubliceerde werken” deze kwestie toelicht. Hoewel Brown het woord “klaarblijkelijk” toevoegt in zijn beschrijving en de Q&A slechts beschrijft in plaats van uitdrukkelijk te verkondigen dat Lucy’s kniegewricht apart van de rest van het geraamte werd gevonden, poneert hij overduidelijk dat hij dacht dat Johanson een opmerkelijke “toegeving” deed in zijn antwoord. Er moet vastgesteld worden dat Brown dezelfde “mogelijke ontkenning” taktiek gebruikte bij verschillende gelegenheden om zich te distantiëren van beweringen zoals Archaeopteryx oplichterij is, dat de snelheid van het licht afneemt, en dat er menselijke en dinosauriër afdrukken gevonden zijn in dezelfde strata van de rivier Paluxy in Texas.
  • Er werd een copie naar Chittick gestuurd van de toenmalig gangbare versie van het artikel op 13 juli 1994. In een brief gedateerd 29 juli 1994, schreef Chittick dat “Het kniegewricht dat lager en weg van het 40% gehele skelet werd gevonden hetgene was dat door Johanson werd gebruikt in zijn stelling dat Lucy rechtop liep.” Johanson beargumenteert dat het 1973 kniegewricht is van dezelfde soort als Lucy op basis van anatomische overeenkomst, en verwijst ernaar als één van de vele bewijsstukken dat de soort, en daarom Lucy, rechtop liep. Maar dit is geen bewering dat het 1973 kniegewricht Lucy’s knie was, wat Chittick en anderen hebben beweerd of geïmpliceerd. Op 10 augustus 1994 schreef ik terug naar Chitting met de vraag “wat is het bewijs dat Johanson ooit heeft beweerd dat het 1973 kniegewricht behoort tot het individu Lucy?” Chittick antwoordde op 26 augustus 1994 door het voorbeeld te herhalen uit zijn vroegere brief van de foto ondertitel in het Weaver (1985) National Geographic artikel. Verdere uitwisseling gaf geen verder bewijs van enige intentie door Johanson om te bedriegen. In een brief van 12 september 1994 weigerde Chittick akkoord te gaan met de uitdrukking dat sommige creationisten foutieve beweringen hebben gemaakt betreffende Lucy’s kniegewricht op gronde dat “zonder uw vermelding van specifieke voorbeelden, heb ik geen manier om dit na te gaan. Zonder dit n ate gaan, zou het oneerlijk van me zijn om dit te beweren.” In mijn brief van 16 september 1994 antwoordde ik alsvolgt: “Ik nodig u uit om mijn brief en bijlagen van 13 juli 1994 te lezen, bij de aanvang van onze correspondentie. Ik somde twaalf verschillende voorvallen op met hun referenties.” Een briefje ter opvolging van 17 januari 1995, nadat er geen antwoord werd ontvangen, bracht op 26 januari 1995 een brief tot stand van Chittick die aanwees dat hij verdere corresponentie met mij weigerde. Chittick gaf nooit enige fout toe of ging nooit akkoord om te stoppen met de bewering over het kniegewricht. Op 20 november 1997 herhaalde hij de bewering bij de North Seattle Christian Fellowship, en werd hij achteraf geconfronteerd door Pierre Stromberg, die hem een brief toonde van John Morris die akkoord ging dat de bewering fout is. Volgens Stromberg, die twee meer recente Chittick lezingen bijwoonde, is Chittick nu gestopt met deze uitspraak.
  • Girouard werd persoonlijk terechtgewezen door Lippard onmiddellijk na zijn voorsteling en er werd hem een copie gegeven van Johanson (1989). Girouard vroeg Lippard hem een brief te schrijven en beloofde deze te beantwoorden. Lippard’s brief van 5 december 1989 spoorde niet aan tot antwoord. . Een kopie van de toenmalig gangbare versie van het artikel werd verzonden naar Girouard ter attentie van de ICR op 13 juli 1994. Girouard gaf nooit antwoord.
  • Hovind werd terecht gewezen door een brief van Lippard (30 Oktober 1993) en ging akkoord om te stoppen deze bewering te gebruiken (1993b). Een kopie van de toenmalig gangbare versie van het artikel werd verzonden naar Hovind op 13 juli 1994. Hovind antwoordde nooit, maar ging door met de uitdrukking te gebruiken (vb. 1 juli 1995 in Colorado). Op 17 juli 1995 zond Jim Foley een brief naar Hovind over het gebruik van de bewering, en in zijn antwoord van 23 juli 1992 bekende Hovind dat hij fout zat en ging ermee akkoord om ermee te stoppen het te verkondigen en om het van zijn audio cassettes te verwijderen.
  • Scott Huse voegde de bewering toe aan de tweede uitgave van zijn book, The Collapse of Evolution, p. 127, in 1993. Hij werd nog niet gecontacteerd.
  • Richard LaHaye gebruikte de uitdrukking bij een publieke lezing aan het Institute for Creation Research op 28 Mei 1997–bizar, sinds de voorzitter van het (John Morris) reeds vele jaren wist dat de bewering foutief is (zie onder). Pierre Stromberg zond LaHaye een brief met daarbij ingesloten een copie van de toen gangbare versie van het artikel op 10 juni 1997. LaHaye antwoordde dat hij geen bewijsvoering had gezien dat Johanson niet had gezegd wat John Willis zegt dat hij deed (wat niet ter discussie stond!), en dat hij daarom niks terugneemt—maar dat de ICR hem gevraagd had om te stoppen deze bewering te gebruiken. Pierre Stromberg heeft meer informatie over zijn communicatie met LaHaye en John Morris op zijn webpagina http://www.eskimo.com/~pierres/lucy.html [maar die webpagina bestaat niet langer].
  • McAllister werd persoonlijk verbeterd en kopies gegeven van Johanson (1989 en 1990) door Lippard. Hij corrigeerde de fout publiekelijk tijdens zijn voordracht, en vroeg om bijkomende aanmerkingen op zijn lezing en seminarie-werkboek door te sturen in briefvorm. Lippard zond een gedetaillleerde kritiek (7 november 1993). McAllister (1993b) beantwoordde deze door te zeggen dat hij momenteel geen tijd had, maar dat hij dat zou doen voor het einde van het jaar. Dat deed hij nooit. Een kopie van de toenmalig gangbare versie van het artikel werd verzonden naar McAllister op 13 juli 1994. McAllister heeft nooit meer geantwoord.
  • Mehlert werd nog niet gecontacteerd.
  • Menton werd een kopie toegestuurd van de toenmalig gangbare versie van het artikel op 7 februari 1995. Op 25 april 1995 contacteerde hij Lippard via email waarin hij verklaarde dat hij via-via had gehoord dat dit artikel beweerde dat hij niet had gereageerd op email die Lippard hem had gezonden over de bewering, en beschuldigde Lippard van het schrijven van een gekende onwaarheid (m.a.w., leugen, of iets in die aard). Op dezelfde datum antwoordde Lippard in email en merkte op dat de brief van 7 februari werd verzonden via U.S. mail, ter attentie van de Missouri Association for Creation, die het Menton artikel publiceerde dat hierin werd bekritizeerd. Bij Lippards email zat een kopie toegevoegd van de toenmalig gangbare versie van het artikel. Menton heeft nog niet geantwoord op verschillende emails die vroegen om commentaar te geven en om zijn beschuldiging over Lippard terug te nemen, maar een online kopie van zijn artikel werd bijgewerkt op 19 juli 1996 om te verduidelijken dat het 1973 kniegewricht door Johanson niet werd beschouwd als dat van Lucy, zoals te lezen is op de volgende website http://emporium.turnpike.net/C/cs/apeimage.htm.
  • Morris (1993) gaf toe dat hij Lippard (1989-90) gelezen had en wist dat de bewering foutief was, maar verkondigde dat hij niet vond dat een rechtzetting van zijn artikel uit 1989 nodig was. Een kopie van de toenmalig gangbare versie van het artikel werd naar Morris gezonden op 13 juli 1994. Morris gaf nooit antwoord. In Morris (1995), voerde hij aan dat “Enkel controversiële (onder evolutionisten) interpretaties van Lucy’s heup en (nog twijfelachtigere) knie enige aanwijzing zou geven van een lichtelijk meer opgerichte houding dan chimpansees. “ Morris schreef naar Pierre Stromberg met betrekking tot de kniegewricht-zaak op 1 augustus 1997. In september 1998 bracht de ICR web site Morris’ 1989 artikel heruit met de kniegewricht bewering, zonder disclaimer of kennisgeving van fout (http://www.icr.org/pubs/btg-b/btg-011b.htm). Ergens rond juni 1999 werd een addendum aangebracht op de web pagina versie van dit Morris artikel om notie te maken van de fout, en zich te beklagen dat
    Studie van de tactiek die gebruikt wordt in de tientallen jaren oude tirade door evolutionisten om de stamboom van Lucy’s knie te bepalen, heel leerrijk is. Evolutionisten pluizen de creationistische literatuur uit op zoek naar fouten, ongeacht hun futiliteit. (Creationisten zijn niet onfeilbaar, en fouten kunnen binnensluipen ondanks onze grootste zorgzaamheid.) Deze onbeduidende fouten worden overal uitgebazuind door uit zichzelf naar voren getreden evolutionaire waakhonden, en worden gebruikt om te beweren dat creationisme ongeloofwaardig is, terwijl ze belangrijkere onjuistheden of onbehoorlijke tentoonstellingen in musea –door evolutionisten- veronachtzamen.
  • Dave Nutting kreeg een brief toegezonden van Jim Foley waarin hij vragen stelt over de bewering in januari 1994. Hij gaf geen antwoord op deze brief, en herhaalde naderhand de bewering (1994). Op 5 juli 1994 zond Foley aan Nutting nog een brief, met daarbij een vroegere versie van dit artikel. Nutting antwoordde op augustus 1994, waarin hij toegaf dat “het lijkt erop dat sommige van de beweringen die u maakte in het artikel correct zijn”, maar hield vol (net zoals Willis) dat “Johanson geeft de indruk in de lezing… dat de twee [1973 kniegewricht en Lucy] samengaan—hoewel hij dat nooit verkondigt.” De Nuttings gaven hun fouten niet toe, noch gingen zij ermee akkoord om beweringen in te trekken. In plaats daarvan herhaalden zij de bewering in de september/oktober 1995 uitgave van Think and Believe (vol. 12, no. 5). In het oktober 1997 nummer van Colorado Christian News (Martin 1997), word beschreven hoe Dave Nutting een toespraak gaf op het Steeling the Mind of America in Vail, Colorado op 23 augustus 1997, waarin hij beweerde dat “Lucy’s knie- en hoofd beenderen gevonden werden op aanzienlijke afstanden van de rest van het fossiel” en dat “Het zeker is dat Lucy eigenlijk ten minste drie aparte schepsels zijn.” Dave Nutiing is de Lucy bewering blijven herhalen, zo recent als tijdens een creatie/evolution presentatie op de Summit Ministries in Manitou Springs, CO op 3-4 juni 2003.
  • Dennis Petersen werd een verwijzing naar de oorspronkelijke versie van deze FAQ toegestuurd via email op 20 april 2003. Dennis Petersen antwoordde via email op 21 april 2003 om ons er kennis van te geven dat hij het document zou bestuderen “als de tijd het toestaat”, maar heeft niet meer gereageerd.
  • Sharps Internetboek The Revolution Against Evolution herhaalde de stelling, samen met andere sinds lang in diskrediet gebrachte creationistische bewering, zoals dat Clarence Darrow de Nebraska Man als bewijsstuk gebruikte in het Scopes proces. (Zowel het kniegewricht als de beweringen van Darrow waren te vinden op de website http://www.rae.org/revev3.html.) Een kopie van de toenmalig gangbare versie van dit artikel werd verzonden via email naar de persoon die de web pagina onderhield op 11 april 1996. Douglas Sharp antwoordde nog dezelfde dag dat hij geen foutieve beweringen wenste te maken, en zou zijn werk herzien indien verder onderzoek zou aantonen dat zijn beweringen fout waren. De volgende dag schreef hij terug om akkoord te gaan met het feit dat de bewering fout was, dat hij zou ophouden ze te maken, en dat hij er alles aan zou doen om tegen te gaan dat ze zich verder zou verspreiden. Hij paste zijn web pagina aan om de aangewezen fouten te corrigeren, en voegde een lijst toe van slechte argumenten die gebruikt worden door creationisten, op zijn web pagina http://www.rae.org/dont.html.
  • De vierde editie van Taylors boek (tweede druk, juni 1993) vernoemt het artikel van Willis of de kniegewricht bewering niet rechtstreeks, maar een deel uit verwijzing [206] in deze editie zegt:
    Albert W. Mehlert, “Een studie van bemerkingen door evolutionistische autoriteiten op de zogenaamde mensenelijke vondsten in de Hadar/Afar region van Africa,” Contrast: De creatie evolutie controverse Volume 6, Nr. 1 (Bible-Science Association, januari 1987), pagina’s 1-2,4, toont aan dat “Lucy” werd samengesteld uit fossielen die afkomstig zijn van twee verschillende vindplaatsen en dat ze een aap was, “waarschijnlijk een chimansee-achtige aap”.
    Taylor’s beschrijving van Mehlert (1987) is misleidend in het gebruik van de naam Luc” om naar de soort A. afarensis te verwijzen, iets wat Mehlert zelf niet doet. Mehlert argumenteert dat Lucy (waarvan hij foutief zegt dat ze van vindplaats 162 is; terwijl ze van de nabije vindplaats 288 is) een “chimpansee-achtige aap” is en dat de vondsten van de “Eerste Familie” (vindplaats 333) “veel mensenbeenderen bevatte.” Hij beweert niet dat het individu Lucy werd samengesteld uit beenderen van beide vindplaatsen; Taylors implicatie alsdusdanig is fout. Een kopie van de toenmalig gangbare versie van dit artikel werd naar Taylor verzonden op 13 juli 1994. Taylor antwoordde op 12 augustus 1994 dat hij ermee akkoord ging dat de bewoording fout was en dat hij “deze onvergeeflijke vergissing “ zou rechtzetten in de volgende editie.
  • Willis werd terecht gewezen in een brief van Lippard in 1989, maar gaf nooit antwoord. Een kopie van de toenmalig gangbare versie van dit artikel werd op 13 juli 1994 naar Willis verstuurd. Willis (n.d.) is een herzien versie van het oorspronkelijke artikel dat erkent dat het 1973 kniegewricht beschreven werd in Johanson en Edey (1981) als te onderscheiden van Lucy, maar in plaats van de fout toe te geven of terug te nemen, gaat Willis verder en beschuldigt Johanson van “verkeerdelijk voorstelling te geven van de bewijsvoering… voor geld en prestige” en het gebruik van “de geslepen manier van een oplichter om de zaken dusdanig voor te stellen, om ten minste twee van de oudere leden van National Geographic te misleiden… en meerdere bekwame wetenschappers.” Willis heeft nooit geantwoord op de vraagstellingen van deze auteur.

Om samen te vatten: ten minste achttien creationisten hebben deze bedrieglijke bewering gemaakt. Drie hebben nooit en op geen enkele manier gereageerd op vragen erover (Girouard, Menton, Willis). Twee anderen hebben nooit gereageerd op de vragen voor verdere inlichtingen (Brown, McAllister). Slechts vijf toonden de bereidheid om de zaak te bespreken (Chittick, de Nuttings, Sharp, Taylor), maar eentje (Chittick) brak de briefwisseling af. Vier hebben ermee ingestemd dat de bewering fout was en hebben afgesproken deze niet meer te gebruiken (Hovind, McAllister, Sharp, Taylor), en twee waren akkoord om ermee te stoppen indien verder onderzoek aantoonde dat de bewering onwaar was (de Nuttings) maar bleven ze toch herhalen. Eén (Arndts) had zijn bereidwilligheid getoond om te geloven dat de bewering foutief is, maar vertoonde geen interesse in het verder te onderzoeken of een correctie aan te bieden omdat het artikel waarin hij de bewering postuleerde het slechts als voorbeeld gebruikte van een soort redeneringsfout. Eén (LaHaye) hield vol dat de bewering niet foutief was, maar stemde ermee in om te stoppen deze te gebruiken op verzoek van het Institute for Creation Research. Drie (Baugh, Huse, Mehlert) zijn nog niet gecontacteerd voor bespreken. Eén (Brown) ontkent nu dat hij dit ooit heeft beweerd. Slechts drie (Menton, Morris, Sharp) gaven publiekelijk correcties of opheldering.

bibliografie

  • Answers in Genesis (2003) “Unleashing the Storm,” a critique of Dennis Petersen’s Unlocking the Mysteries of Creation.
  • Arndts, Russell (1991) “MinnLogic: The Size of the Burial Site and the Number of Individuals Buried,” Bible-Science Newsletter vol. 29, no. 4, April, p. 8.
  • Baugh, Carl (1995) Guest on Bo Gritz’s “Freedom Calls” radio show, November 1.
  • Brown, Walter T. (1989a) “Brown Responds to Lippard,” Creation/Evolution vol. 9, no. 1, issue 25, Fall, pp. 35-48.
  • — (1989b) “Dr. Brown Responds,” Origins Research vol. 12, no. 2, Fall/Winter, p. 12.
  • — (1989-90) “A Second Response to Jim Lippard,” Creation/Evolution vol. 9, no. 2, issue 26, Winter, pp. 34-54.
  • Chittick, Donald (1994) Public lecture at Bethel Pentecostal Church, Nepean, Ontario, Canada, May 16.
  • Girouard, Michael (1989) “Ape Men–Monkey Business Falsely Called Science,” Presentation at the Institute for Creation Research “Back to Genesis” Conference in Tucson, Arizona, December 1.
  • Hovind, Kent (1993a) Videotape of lecture in South Carolina (unknown date).
  • — (1993b) Personal communication (audiotape) to Jim Lippard, November 5.
  • Huse, Scott M. (1983, 1993) The Collapse of Evolution (2nd Edition), Fourth Printing 1996, Baker Books, 208 pages (paper back). ISBN: 0-8010-4384-0
  • Johanson, Donald C. (1989) Personal communication (letter) to Jim Lippard, August 8.
  • — (1990) Personal communication (letter) to Jim Lippard, May 30.
  • Johanson, Donald C. and Edey, Maitland A. (1981) Lucy: The Beginnings of Humankind. N.Y.: Simon and Schuster.
  • LaHaye, Richard (1997) Presentation at a Institute for Creation Research public lecture in Redmond, Washington, May 28.
  • Lippard, Jim (1989-90) “A Further Examination of the Research of Walter Brown,” Creation/Evolution vol. 9, no. 2, issue 26, Winter, pp. 17-33.
  • — (1989) “Johanson Coverup?” Origins Research vol. 12, no. 2, Fall/Winter, p. 12.
  • — (1990) “A Final Response to Walter Brown,” Creation/Evolution vol. 10, no. 1, issue 27, Summer, pp. 28-36.
  • Martin, Mike (1997) “Aliens, hominids, U.N. bureaucrats, gurus, and the Temple Mount,” Colorado Christian News, October, p. 7.
  • McAllister, David (1993a) Creation or Evolution: The Real Story. Seminar workbook, Christian Life And Service Seminars (C.L.A.S.S.), Tucson Community Church. Seminar on November 7.
  • — (1993b) Personal communication (letter) to Jim Lippard, November 23.
  • Mehlert, Albert (1987) “A Study of Comments by Evolutionist Authorities on the Alleged Hominids Found in the Hadar/Afar Region of Africa,” Contrast: The Creation Evolution Controversy (included in the Bible-Science Newsletter) vol. 6, no. 1, January-February, pp. 1-2,4.
  • Mehlert, Bill (1992) “A Review of the Present Status of Some Alleged Early Hominids,” Creation Ex Nihilo Technical Journal vol. 6, no. 1, p. 19.
  • Menton, David N. (1988) “The Scientific Evidence for the Origin of Man,” Missouri Association for Creation, Inc.
  • Morris, John D. (1989) “Was ‘Lucy’ an Ape-man?” Back to Genesis. In Acts & Facts, November, p. d. On the web at http://www.icr.org/pubs/btg-b/btg-011b.htm.
  • — (1993) Personal communication (telephone interview) with Jim Lippard, November 2.
  • — (1995) “What Distinguishes Man from Ape?” Back to Genesis. In Acts & Facts, November, p. d.
  • Nutting, Dave and Mary Jo (1991) “Lucy and Friends,” Think and Believe vol. 8, no. 1, January/February, p. 3.
  • — (1994) “Was Your Great-Great Grandpa An Ape?” Think and Believe vol. 11, no. 3, May/June, p. 3.
  • Nutting, Dave (1993) Personal communication to Jim Foley after public lecture in Ft. Collins, Colorado, November 14
  • Petersen, Dennis (2002) Unlocking the Mysteries of Creation.
  • Petersen, Dennis (2003) “Leashing the Storm,” a response to Answers in Genesis’s (2003) “Unleashing the Storm” (cited above), itself a critique of Petersen’s (2002) Unlocking the Mysteries of Creation. This document is available in PDF form from info@creationresearch.net.
  • Sharp, Douglas B. (1994) The Revolution Against Evolution. On the World Wide Web at http://www.rae.org/.
  • Taylor, Paul S. (1989) The Illustrated Origins Answer Book. Mesa, Ariz.: Films for Christ Association, Inc. First printing.
  • Weaver, Kenneth F. (1985) “The Search for Our Ancestors,” National Geographic vol. 168, no. 5 (November), pp. 560-623.
  • Willis, Tom (1987) “‘Lucy’ Goes to College,” Bible-Science Newsletter October, pp. 1-3.
  • — (n.d.) “Lucy Remains at College,” CSA News revised article reprint of Willis (1987).

Vertaler: Karen Coppens
Zie ook:

lees   verder  op   ;         australopithecus.docx (6.5 MB)NeanderthalsAustralopithecus robustus
In the 1930’s and 40’s, the first specimens of robust australopithicines were discovered in east and southern Africa. These discoveries and the ones that have followed have considerably complicated our view of the hominid family tree. These creatures, which are now classified into several distinct species, represent a line – or several lines – of hominids which evolved alongside early human species and undoubtedly interacted with them.

___________________________________________________________________________________________________

RECENT  =

Onze voorouder Lucy klom waarschijnlijk nog steeds in

bomen

Geschreven op 26 oktober 2012 om 15:00 uur door 2

Een nieuw onderzoek toont aan dat onze voorouders veel later uit de bomen kwamen zetten, dan wetenschappers altijd dachten. Zelfs Lucy, die al wel op twee benen liep, zou nog regelmatig in bomen hebben geklommen.

Dat schrijven wetenschappers in het blad Science. Ze baseren hun conclusie op het fossiel ‘Selam’. Dit zijn de fossiele resten van een kind dat tot de soort Australopithecus afarensis behoort. Velen van u kennen de soort waarschijnlijk dankzij de heel bekende vertegenwoordiger Lucy, een fossiel dat meer dan 35 jaar geleden in Ethiopië werd ontdekt.

Discussie
Lucy is al veelvuldig door onderzoekers bestudeerd. Door naar het skelet te kijken, kunnen onderzoekers meer vertellen over hoe A. afarensis zich iets meer dan drie miljoen jaar geleden voortbewoog. Uit eerdere onderzoeken bleek al dat de soort op twee benen kon lopen. Maar één prangende vraag bleef altijd onbeantwoord. “De vraag of Australopithecus afarensis enkel op twee benen liep of ook nog in bomen klom, bleef de afgelopen dertig jaar punt van discussie,” vertelt onderzoeker David Green.

De fossiele resten van Selam. Afbeelding: via Calacademy.org.

Schouderbladen
Dat wetenschappers het daar maar niet over eens konden worden, kwam doordat ze geen complete set schouderbladen van A. afarensis tot hun beschikking hadden. Schouderbladen kunnen ons een goed beeld geven van de bouw van Lucy en haar soortgenoten: waren het al echte mensachtigen of hadden ze nog een aapachtige bouw waarmee ze ook prima in bomen konden klimmen? “Omdat schouderbladen zo dun zijn als papier, fossiliseren ze zelden en wanneer ze fossiliseren, gebeurt dat vaak maar deels,” legt onderzoeker Zeresenay Alemseged uit. Toch hebben de onderzoekers nu hun handen weten te leggen op schouderbladen van A. afarensisen kunnen ze dus eindelijk iets zeggen over de wijze(n) waarop Lucy en haar soortgenoten zich voortbewogen.

Selam
De onderzoekers gebruikten daarvoor het fossiel Selam dat in 2000 werd teruggevonden. Het zijn de fossiele resten van een driejarige A. afarensis, een meisje dat 3,3 miljoen jaar geleden leefde. Het is het meest complete skelet dat ooit van A. afarensis is teruggevonden en ook de schouderbladen zijn bewaard gebleven. Green en Alemseged verwijderden de schouderbladen voorzichtig uit het omringende gesteente, bestudeerden ze en vergeleken ze met die van andere mensachtigen, waaronder Homo floresiensis, en twee volwassen A. afarensis. Ook werden de schouderbladen naast de schouderbladen van jonge en volwassen chimpansees, orang-oetans, gorilla’s en moderne mensen gelegd.

Aapachtig
Uit het onderzoek blijkt overduidelijk dat de schouderbladen van A. afarensis nog sterk op die van apen lijken. Dat wijst erop dat deze mensachtigen een ieder geval een deel van hun tijd nog in bomen doorbrachten.

Hoewel de schouderbladen aapachtig zijn, had A. afarensis onmiskenbaar ook mensachtige trekjes, zo benadrukken de onderzoekers. De heupen en voeten lijken bijvoorbeeld sterk op die van mensen en suggereren dat de soort al op twee benen kon lopen. “Deze nieuwe vondst bevestigt de centrale plaats die de soort van Lucy en Selam in de evolutie van de mens innemen,” stelt Alemseged. “Hoewel ze net als mensen op twee benen liepen, waren het goede klimmers. Hoewel ze niet volledig mens waren, waren ze overduidelijk wel hard op weg om dat te worden.”

zie ook

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Australopithecus SEDIBA
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.STERKFONTEIN 2010

afarensis_klaar2   <—pdf 

against creationists   <—-pdf

 

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

2 Responses to AUSTRALOPITHECUS

  1. Pingback: archaeopteryx « Tsjok's blog

  2. Pingback: blog network

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: