BIODIVERSITEIT INLEIDING


BIODIVERSITEIT —

°

LINKS  

°

MARLEEN ->

https://www.facebook.com/pages/Biodivers/191640860881672


biodiversiteit diepzee.docx (463.9 KB)
BIODIVERSITEIT POOLZEEËN.docx (343.5 KB)
BIODIVERSITEIT.docx (796.1 KB)

 BIOGEOGRAPHY.docx (5.6 MB)

nieuwe soorten ontdekt.docx (2.1 MB)    —>  http://www.wetenschapsforum.nl/index.php/topic/70010-nieuwsberichten-over-de-ontdekking-van-nieuwe-soorten/page__st__90

RODE LIJST.docx (493.7 KB)
STREEPJESCODE VAN HET LEVEN.docx (95.5 KB)

1.- Een  reusachtige  varieteit

SYSTEMATIEK  

Alle levende wezens op deze planeet ( hoe reusachtig ook de  varieteit )   zijn  systematisch   inpasbaar  in een (aanvulbaar en herzienbaar ) classificatiesysteem dat men de  “geneste hierarchieeen ” noemt

2.- Evolutietheorie verklaart   de passende geneste hierarchieen in de biologie?

Alle soorten (1)van het aardse leven  zijn met  met elkaar verwant  door afkomst.

Uit één soort komen dus meerdere soorten voort, en zo krijg je een steeds groeiende boom van afstammingen.

Een tak leidt tot meerdere takken, en uit elk van die takken komen weer takjes.

Dit verklaart het patroon van  GENESTE  HIERARCHIEËN   dat we zowel op morfologisch als op genetisch niveau tegenkomen in elk facet van elk levend wezen. Deze patronen uiten zich in variaties in zichtbare eigenschappen, maar ook in varianten in de codering van genetisch materiaal dat zich niet uitdrukt in een organisme.

Degene die het eerste opmerkte dat alle leven op de planeet is onder te verdelen in geneste hierarchieen was overigens een creationist, een wetenschapper met de naam Karl Linnaeus.

Hij was degene die het eerst heeft bepaald dat de mens in dezelfde groep valt als de apen, en dat apen en mensen samen weer deel uitmaken van de groep der primaten, en primaten samen met een aantal andere groepen weer deel uitmaakten van de groep der zoogdieren, enzovoort.

http://gralgrathor.punt.nl/?pagefor=category_view_frontpage_10&pagenr=1

OPMERKINGEN  in de vorm van VOETNOTEN  en uitgebreid APPENDIX

(1a)

soorten ( volgens   het ” Biologisch Soortbegrip van  E Mayer ” ) zijn vooral( van toepassing op )  zich sexueel voortplantende populaties van organismen  …Bij asexuele (eencelligen  en  proto-celligen )zijn de grenzen  tussen de  “soorten ” diffuuser  …. Die laatsten   behoren  tot  de ( onzichtbare  ondergrondse ) wortels van  de boom des levens  en  zijn niet noodzakelijk ( of obligaat ) allemaal  van oorsprong   afkomstig van één  enkele     voorouder (Luca ) … ZE  kunnen  evengoed  takjes van verschillende abiogenetische (of zelfs kosmische )oorsprong  geweest  zijn  die tenslotte  ook gedeeltelijk samensmolten  tot de(zihtbare bovengrondse ) stam (endosymbiose ?) van de boom van het leven( en  die  in zijn kruin opnieuw uitwaaiert )    ….. De wortels van die boom  kunnen dus polyfylisch zijn geweest  , maar  de microscopische   afstammingslijnen ( door duplicatie van de “individuen   “) ervan  zijn later   (meerdere malen ?  ) samengesmolten  , terwijl andere lijnen ervan  de oorspronkelijke  groepen   als zodanig  verder bleven  zetten  tot de huidige dag  en nog steeds vrolijk aan  o.a.   HGT doen .. .

(1b)  …..Virussen blijken  de shuttles te kunnen zijn  die een vorm  van  natuurlijke  genetische manipulatie(s)   uitvoeren  …. want tenslotte is artificieele GM  ook gebaseerd  op die eigenschap van virussen  als  shuttle /drager/overbrenger  van “soort”vreemde genen   …..missschien is het leven niets anders  dan een voortdurende  “weverij van andere patronen door genendragers( zowel sexuele  recombinaties  aangevuld met  mutaties  op  overtollige  gen-duplicaten die daardoor nieuwe functies kunnen krijgen  ) en  incorporatie van “soort”vreemde genen aangebracht door  gendragers als(bijvoorbeeld )  virussen (want men in de GM biotechnologieen   VECTOREN   noemt )

Genetische modificatie

 

*Onlangs zijn we begonnen  de evolutie in eigen handen  te nemen  dmv  Genetische Modificaties ( vroeger =   genetische manipulatie =  Het wijzigen of het manipuleren van het genoom van een   organisme en dat   om een nieuw en beter  bruikbaar  biologisch systeem voor de aanmaak van gewenste (gen)produkten  te creeeren   .

Veel  methodes worden   gebruikt door genetische ingenieurs maar ze vallen(tegenwoordig vooral )  onder drie categorieen  :  de plasmiden-methode , de vector methode , en de biolistische methode .

Genetische modificatie (vroeger ook wel genetische manipulatie genoemd) is het veranderen van het genetisch materiaal van een levend wezen. Dat gebeurt door gerichte wijzigingen in het DNA, de drager van de erfelijke eigenschappen van elk organisme.

Er zijn verschillen in de techniek van genetische modificatie bij:

Ontstaan van genetische modificatie

Het knippen en plakken met erfelijk materiaal ligt aan de basis van de ontwikkeling van GGO’s. Eind jaren ’60 ontdekte men hoe bacteriën in staat waren om DNA in stukken te knippen. De bacteriën bleken enzymen te bezitten – ‘restrictie-enzymen genaamd’ – die bepaalde DNA-volgordes herkennen en die het DNA op die plek doormidden knippen.

Enkele voorbeelden van restrictie-enzymen en hun knipplaats

​Naam ​Knipplaats
​EcoRI ​GAATTC
​BamHI ​GGATCC

DNA afzonderen in een reageerbuis kon men al. Nu kon men ook door restrictie-enzymen genen uit dat DNA afzonderen. Naast restrictie-enzymen bleken bacteriën ook ‘plak-enzymen’ te bezitten, ligases genaamd, waarmee twee verschillende stukken DNA aan elkaar geplakt konden worden.

Genen knippen en plakken

DNA-fragmenten kunnen door enzymen geknipt worden. Deze ‘eiwitscharen’ knippen de DNA-helix op een bepaalde plaats in de code. Andere enzymen kunnen DNA-fragmenten dan weer aan elkaar lijmen.

Je kan dit proces het best vergelijken met de montage van een film. Zo kan je heel nauwkeurig een DNA-fragment of gen aan een organisme toevoegen of eruit verwijderen. En worden bestaande eigenschappen gewijzigd, fouten hersteld of een nieuw kenmerk aan een organisme gegeven.

Aangezien de genetische code door alle levende organismen gedeeld wordt, kunnen
genen van de ene soort naar een andere soort overgebracht worden. Zo kan je bijvoorbeeld een menselijk gen inbouwen in het DNA van een bacterie.

DNA-recombinatie in de natuur

Om nieuwe eigenschappen aan een organisme toe te voegen of bestaande kenmerken aan te passen, moet je de relevante code op een efficiënte manier in het organisme binnenbrengen. Dit gebeurt ook zo in de natuur. Bacteriën bijvoorbeeld gebruiken verscheidene methodes om genen uit te wisselen. Zo’n natuurlijke genentransfer gebeurt door plasmiden uit te wisselen. Plasmiden zijn kleine DNA-ringen die zichzelf kunnen kopiëren.

DNA-recombinatie in het labo

Van deze inventieve middelen maken ook wetenschappers gebruik. In het laboratorium kunnen biotechnologen plasmiden met behulp van enzymen openknippen, om er DNA in te voegen.
Ze laten de gewijzigde plasmiden weer door de bacteriën opnemen en krijgen zo genetisch gewijzigde bacteriën.
Het grote verschil met de natuurlijke uitwisseling van DNA is dat het proces in het laboratorium niet willekeurig verloopt. Enkel de gewenste stukjes DNA worden van het ene organisme naar het andere gebracht.

Technieken om nieuw DNA in een cel in te brengen

  • Plasmiden: ringvormige stukjes DNA die in bacteriën zitten en makkelijk onderling uit te wisselen zijn. Je vervangt bepaalde genen op het plasmide door de gewenste DNA-code.
  • Op maat gemaakte virussen: virusgenen worden weggeknipt en vervangen door het gewenste DNA, waarna het virus als een brave postbode de informatie in de cel aflevert.(vector methode ) Ook in de natuur kunnen virussen  stukken DNA van het ene op het andere organislme overbrengen  ( shuttlen )
  • Het genenkanon: minuscule goudbolletjes(ook wel wolfraam ) , bekleed met DNA, worden in de cellen geschoten.
  • Injectie: met een kleine injectienaald wordt DNA ingebracht in een pas bevruchte eicel.
Samen met het gewenste gen wordt een promotor aangebracht, die bepaalt waar, wanneer en in welke hoeveelheid het nieuwe eiwit wordt geproduceerd. Het eiwit is immers niet altijd in alle cellen nodig.

Van cel naar organisme

Het nieuwe DNA komt meestal in slechts enkele cellen terecht. Het komt er dus op aan om enkel die organismen over te houden waarbij de transformatie is gelukt. Daartoe wordt onder andere gebruik gemaakt van een gen voor antibiotica-resistentie, gekoppeld aan het nieuw in te brengen gen. Enkel de cellen die het nieuwe gen hebben opgenomen, zullen de antibiotica-behandeling overleven.

De kunst bestaat erin om uit een dergelijke cel een volledig organisme te laten groeien dat in alle cellen de nieuwe informatie bezit. Bij planten is dit relatief eenvoudig, omdat uit elke plantencel een volledig nieuwe plant kan groeien. Cellen van mensen en dieren zijn gespecialiseerd en kunnen niet zo makkelijk omgevormd worden tot stamcellen van waaruit een volledig nieuw organisme kan groeien.

Plasmiden Methode

Genetisch wijzigen van een bacterie

De meest gebruikte manier om het DNA van bacteriën te wijzigen is gebruik maken van plasmiden. Bacteriën hebben erfelijk materiaal in de vorm van een chromosoom en een plasmide. Een plasmide is een cirkelvormige gesloten DNA-streng. De hoeveelheid plasmiden in een bacterie kan variëren.

Je kan het DNA uit een bacterie afzonderen. Dit bestaat dan uit een mengsel van chromosomaal DNA en plasmide DNA. Omdat de twee soorten DNA in dichtheid van elkaar verschillen kan je ze van elkaar scheiden. Dit gebeurt in de praktijk door het DNA te centrifugeren in een suikergradiënt.

Zo kan je zuiver plasmide-DNA verkrijgen.

Je maakt een genetisch gewijzigde bacterie door deze stappen uit te voeren:

  1. Isoleren van het DNA uit het organisme waarvan je een gen in de bacterie wilt brengen.
  2. In stukken knippen van het DNA door een of meerdere restrictie-enzymen.
  3. Scheiden van de DNA stukjes op grootte door DNA-gelelectroforese.
  4. Het DNA stukje dat het gewenste gen bevat uit de gel halen.
  5. Dit DNA in een reageerbuis samenbrengen met het bacterieel plasmide dat je via een restrictie-enzym hebt opengeknipt. Hieraan een ligase-enzym toevoegen dat de twee verschillende DNA-stukken aan elkaar plakt. Het resultaat is een plasmide waarin een extra stuk DNA aanwezig is.
  6. Het plasmide wordt aan een oplossing met bacteriën toegevoegd waarvan de membraan (hun ‘schil’) poreus is gemaakt zodat het DNA in de vorm van plasmiden kan opnemen.
  7. Het resultaat is een genetisch gewijzigde bacterie die een plasmide bevat met een extra stuk DNA.

of m.a.w.

De eerste techniek van genetische manipulatie, de  plasmide methode is de meest bekende techniek van de drie en wordt algemeen gebruikt voor het veranderen van micro-organismen zoals bacteriën.

Binnen  de plasmidische   werkwijze wordt de  kleine ring   van  het zogenaamde DNA plasmide (doorgaans in bacteriën)  geplaatst in een container met speciale restrictie-enzymen die het DNA verknippen  op een bepaalde herkenbare sequentie.

Doorknipte sequenties van  een   plasmide    ( of uitgeknipte sequenties  van de in te bouwen sequentie uit een ander genoom  )creeren nieuwe  sticky ends ( de uiteinden van de opengeknipte ring  of de begin en eindpunten van het ”  eiwit schaar ” knipsel   )die terug kunnen samensmelten  als ze  daartoe   de kans krijgen  Een gewenste  stukje  kan er dus  eventueel  tussen worden geplakt als je het eraan toevoegt  , waardoor dus ook     “een plasmide  ring van DNA met extra inhoud”  kan onstaan  .

Nieuwe enzymen worden toegevoegd om de nieuw  aaneengeplakte stukken  DNA  te  cementen( lassen )   en   vervolgens  uitgezift ( geselekteerd ) op  moleculair gewicht.  Het zo gemanipuleerde  en uitgeselekteerde  gewenste resultaat wordt  dan toegevoegd    aan  een cultuur van levende bacteriën met bekend genoom, en mlet poreus gemaakte celwanden  , waarvan sommige  de vrij zwevende plasmiden zullen  beginnen uit te drukken ( omdat  ze opgenomen werden ) .

In het algemeen zal het DNA ingebracht in het plasmide niet alleen instructies voor het maken van een  nieuw  eiwit bevatten  , maar ook vergezeld zijn  van   antibiotica-resistente genen.

Deze resistentiegenen kunnen vervolgens worden gebruikt om de bacteriën die het plasmide  hebben  opgenomen en  diegenen die dat niet deden , van elkaar te scheiden  . De wetenschapper voegt gewoon de juiste antibiotica toe  , en de overlevenden  in die kweek  zullen  vrijwel gegarandeerd (behoudens spontane mutaties)  de nieuwe genen bezitten.

De  met succes veranderde bacteriënkweek  kan verder groeien en    reproduceren  Ze kunnen nu gebruikt worden in experimenten of te werk gesteld in de industrie.

Bovendien  mogen /kunnen   de bacteriën verder ontwikkelen onder invloed  van een  door  de wetenschapper gekontroleerde  en bepaalde “selectiedruk” die  de aanmaak van het gewenste eiwit (genprodukt ) voortrekt  ….. Door de kracht van natuurlijke selectie, zullen  de bacteriën geproduceerd  worden  na vele generaties beter  presteren dan de besten  van de vroegere   generaties.

Veel mensen   verzetten  zich sterk  tegen de  plasmide methode van  de “genetische manipulatie,”  omdat ze bang zijn dat de gemanipuleerde plasmiden worden overgebracht naar andere bacteriën die problemen veroorzaken …. Laterale genoverdracht van dit type komt  inderdaad veel voor in  het netwerk van  allerlei onderling verschillende  bacteriën, maar in het algemeen zullen de  door deze  plasmiden methode ontwikkelde  , bacteriën  niet in contact komen met natuurlijke bacteriën behalve in gecontroleerde omstandigheden( voor zover die controleerbaar zijn ) .

Gemanipuleerde  bacteriën die worden gebruikt in het  wild – bijvoorbeeld bacterieeen die gifstoffen / gifstorten  en/of   olie  kunnen   opruimen   – zijn wel gebaseerd op het   boven beschreven  algemeen model maar ze worden speciaal   ontwikkeld   voor een bepaald doel en in een bepaald gebied, en ze worden  zorgvuldig gecontroleerd door wetenschapper( tot en met ingebouwde restricties ) ….Maar  lekken door middel van  HGT en ontsnappen aan kontrole    blijft mogelijk  …

Toch   komen(evolueerden )  ook in gifstorten en bij olielekken in zee , op natuurlijke wijze  dergelijke bacterieen tot stand  ( Een alternatieve saneringsmethode   filtert die  bepaalde  opruim- bacterieen uit die  dodelijke   omgevingen  , en kweekt ze verder om ze in te zetten op  giftige plaatsen waar ze nog niet voorkomen  en/of bij rampen ……)

De Vector Methode

De tweede methode van de  gentechnologie wordt de vector methode genoemd  . Het is vergelijkbaar met het plasmide methode, maar de producten-producenten   worden direct in het gastheer  genoom  geplakt  via een virale vector.

De voorbereidende stappen zijn bijna precies hetzelfde: snijd het virale DNA en het in te voegen  DNA   eruit  met hetzelfde enzym, combineren de twee DNA-sequenties, en selekteer   desuccesvolle  ( gewenste)  plak resultaten

. Het enige verschil is dat grote delen van het virale DNA, zoals deze die  zijn virulentie veroorzaken, eerst verwijderd moeten worden of   het ontvangend zou erg  ziek kunnen worden  . Dit heeft bovendien nog een voordeel   – verwijdering van grote delen van het virale genoom kan extra “ruimte” creeeren  waarin nieuwe genen/sequenties  bij kunnen worden geplakt .

Zodra de nieuwe virale genomen zijn gemaakt, mogen ze  eiwit synthetiseren en   reproduceren. Vervolgens  worden de nieuwe virussen gebruikt om het   doelorganisme en/ of  een  specifieke cellulaire subset (bijvoorbeeld in een bacterie via een bacteriofaag, of in menselijke longcellen zoals wordt  verhoopt  bij de(toekomstige ) behandeling  van  cystische fibrose) mee te besmetten  . Het virus infecteert de doelcellen en bouwt   het   nieuw ontwikkelde gedeelte in ,  - in het genoom van de doelcel, die dan begint met het produceren en  verder afdrukken van de  de nieuwe sequentie.

Vaak  worden  ook  “marker genen” (  zoals genen voor antibiotische weerstand )bijgeplakt aan de  sequentie die door de vector moet worden overgebracht   opdat de wetenschappers  daarna zouden   kunnen testen op succesvolle introductie en expressie van de nieuwe genen. en DNA stukken  …..De uiteindelijke   gemanipuleerde(gast) organismen  worden  dan gebruikt  in experimenten en/of in de industrie. Deze techniek wordt ook bestudeerd als een mogelijke manier om genetische ziekten (zie genezen genetische manipulatie Debatten ).

Veel mensen bezwaar maken tegen deze vorm van genetische manipulatie en verwijzen daarbij  naar de onvoorspelbaarheid van de invoeging van het nieuwe DNA.

Dit kan interfereren met bestaande genen ‘functie.

Daarnaast voelen veel mensen voelen zich ongemakkelijk bij het idee van het opzettelijk besmetten van iemand met een virus, zelfs het een  “gehandicapt”  virus  is ( zoals ook  gebruikelijk bij   virale  inenting en   vaccinproduktie )

De  gen-gun methode (biolistische Methode)

De biolistische werkwijze, ook bekend als de gen-gun methode is een techniek die algemeen wordt gebruikt in de planten engineering  - bijvoorbeeld het inbouwen  van resistentie tegen pesticiden binnen het genoom van  een  gewild gewas. In deze techniek worden metaalbolletjes  (meestal wolfraam) bekleed met de gewenste DNA  afgevuurd op   plantencellen. De cellen die het DNA opnemen (opnieuw, wordt hier ook een   marker gen gebruikt  ) worden dan toegestaan ​​ uit  te groeien tot nieuwe planten, en/of   kunnen ook worden gekloneerd  om  meer van deze   genetisch identieke gewassen te telen.

Hoewel deze techniek veel minder   minder finesse  vertoont   dan de anderen, heeft het bewezen zeer effectief te zijn

Bezwaren tegen deze methode ontstaan ​​voor veel van de  reeds vermelde redenen: het  DNA stukje  kan worden ingebracht in een werkend gen en  duplicaten  van  het nieuw ingebrachte gen kunnen ook  worden opgenomen in het genoom van   wilde planten. Daarnaast wordt  deze  techniek vaak geassocieerde met  “genetisch gemodificeerde ” voedingsmiddellen   ” waar veel mensen een gloeiende  hekel aan hebben  .

Genetisch gewijzigde planten zijn een Gentse uitvinding

Eind jaren ’70 werkten onderzoekers aan de Gentse Universiteit onder leiding van de professoren Jeff Schell en Marc Van Montagu met de bodembacterie ‘Agrobacterium tumefaciens’. Deze bacteriën infecteren planten in de natuur en veroorzaken een soort van tumoren: de zogenaamde ‘kroongallen’.
De wetenschappers waren op zoek naar het ‘tumor-inducerend principe’ van de bacterie. Ze vroegen zich af hoe Agrobacterium de plant aanzette om kroongallen te vormen? Uiteindelijk bleek dat de bacterie een stukje van zijn eigen erfelijk materiaal overbrengt naar het DNA van de plant. Dit DNA bleek op een plasmide te liggen, dat de naam ‘Ti-plasmide’ kreeg (Tumor inducerend plasmide). Het overgedragen DNA zet de cellen aan tot ongecontroleerde celdeling en tot de productie van stoffen waar de bacterie zich mee kan voeden. Met andere woorden, de bacterie verplicht de plant om zijn voedsel aan te maken.
De professoren Jeff Schell en Marc Van Montagu beseften meteen dat ze een postbode hadden gevonden die hen in staat zou stellen om planten genetisch te wijzigen.
Door het stukje bacterieel DNA dat normaal naar de plant wordt overgedragen, te vervangen door een ander stukje DNA, was het mogelijk een extra eigenschap aan de plant te geven.
In januari 1983 stelden ze op een wetenschappelijk congres in Florida (VS) de eerste genetisch gewijzigde plant – een tabaksplant – voor.
Het Gentse labo was echter niet alleen. Zowel een onderzoeksgroep van de Universiteit van Washington als wetenschappers van de firma Monsanto hadden het Agrobacterium-systeem (op basis van de kennis van Jeff Schell en Marc Van Montagu) gebruikt om genetisch gewijzigde planten te maken.
Een genetisch gewijzigde plant maken, hoe doe je dat?
In het labo brengt men een stukje plantenweefsel samen met Agrobacterium. Men gebruikt niet de normale Agrobacterium van uit de natuur maar een gewijzigde versie. Deze nieuwe versie zal enkel dat stukje DNA overbrengen naar de plant dat de onderzoekers willen. Er zullen met andere woorden geen kroongallen meer gevormd worden. Agrobacterium infecteert de plantencellen en bouwt het DNA in het planten-DNA in.
In tegenstelling tot mens en dier, hebben planten de unieke eigenschap om uit 1 enkele plantencel een nieuwe plant te maken. (kloneren )
Wanneer men dus 1 plantencel genetisch kan wijzigen dan kan men hieruit een volledige, genetisch gewijzigde plant laten groeien. Soms gebeurt dit spontaan, in andere gevallen moet het proces gestimuleerd worden door het toevoegen van plantenhormonen die zorgen voor de aanmaak van wortels en bladeren.
Vandaag de dag zijn er naast de modificatie via Agrobacterium tumefaciens ook andere methoden om planten genetisch te wijzigen.
De belangrijkste is de ‘particle acceleration’ methode, soms ook wel ‘particle bombardment’ of het ‘genenkanon’ genoemd. Hiervoor worden minuscule goudbolletjes bedekt met het DNA dat je in de plant wilt introduceren.
Die goudbolletjes worden vervolgens onder hoge druk in het plantenweefsel ‘geschoten’.
Het DNA dringt in sommige gevallen door tot in de celkern waar het in een aantal gevallen spontaan ingebouwd wordt in het DNA van de plant.
Vervolgens wordt uit de getransformeerde cellen weer een volledige plant geregenereerd.
Tot op vandaag is de Agrobacterium-afhankelijke methode echter nog steeds de meest gebruikte en meest efficiënte manier om planten genetisch aan te passen. De Universiteit Gent kan dan ook met recht en rede aanzien worden als de bakermat van de plantenbiotechnologie.

Transgene dieren

Een genetisch gewijzigd dier kan op twee manieren worden gemaakt. De eerst uitgevonden en eenvoudigste manier is door in een bevruchte eicel met een heel dunne naald het DNA in te spuiten dat je in het erfelijk materiaal van het dier wilt inbouwen. Het dier bevat dus een extra stukje DNA, waarvan je van tevoren niet weet waar het in het erfelijk materiaal van het dier is terecht gekomen.
Een tweede manier maakt gebruik van zogenoemde embryonale stamcellen. Embryo’s van enkele dagen oud worden ‘geoogst’ en hieruit worden embryonale stamcellen gehaald. Deze stamcellen worden in een kweekschaaltje in leven gehouden.Je brengt hierop ‘homoloog DNA’ aan waarin wijzigingen zijn aangebracht. Homoloog betekent dat het DNA dezelfde DNA-volgorde kent als het DNA in het dier dat je wil wijzigen.
Eenmaal opgenomen in de stamcellen zoekt dit homoloog DNA zijn cellulaire kopie in de celkern op en wordt de modificatie aangebracht door uitwisseling (‘recombinatie’). Op die manier kan je bestaande genen uitschakelen, wijzigen of nieuwe eigenschappen toevoegen. De gemodificeerde embryonale stamcellen worden vervolgens geïnjecteerd in een embryo van enkele dagen oud (een ‘blastocyst’), mwaardoor dat embryo een mengeling van gemodificeerde en niet-gemodificeerde stamcellen heeft. Het embryo ontwikkelt zich vervolgens tot een volwassen individu waarvan een deel van de cellen genetisch gewijzigd is. Om een dier te krijgen dat in al zijn cellen genetisch gewijzigd is, volstaat het om een dier waarvan de geslachtscellen de wijziging dragen nakomelingen te laten krijgen.
Bronnen te vinden op     :
____________________________________________________________________________________________

SCHOMMELINGEN   IN DE GLOBALE   BIODIVERSITEIT  GEDURENDE GEOLOGISCHE PERIODES

Biodiversiteit sinds 1970 sterk verslechterd

 15 mei 2012  Caroline Kraaijvanger 2

Uit een rapport van het WNF blijkt dat de gemiddelde diersoort sinds 1970 dertig procent minder exemplaren telt.

Dat blijkt uit het Living Planet Report dat het WNF gisteren presenteerde. Het rapport is samengesteld met behulp van diverse organisaties en wetenschappelijk instanties. ESA, Zoologocial Society of London en Global Footprint Network, bijvoorbeeld. André Kuipers, astronaut in dienst van ESA en ambassadeur van het WNF presenteerde het rapport vanuit de ruimte.

Druk
In het rapport is te lezen hoe het met de aarde en al het leven dat zich daarop bevindt, staat. Een belangrijk onderdeel van het rapport is de Living Planet Index. Deze laat zien hoe het met de biodiversiteit is. De resultaten zijn wisselend, maar over het algemeen niet zo hoopgevend. Vooral soorten die in zoet water en in zee leven, hebben het moeilijk. Hun aantallen zijn respecievelijk met 35 en 25 procent gedaald. Tropische soorten hebben het ook moeilijk: hun aantallen zijn sinds 1970 met zo’n 60 procent gedaald. Soorten in gematigde gebieden doen het juist weer goed: hun aantallen stegen met 29 procent. Dat de tropische soorten het nu moeilijk hebben, is logisch: hun leefgebied wordt op dit moment verwoest. Het leefgebied van de soorten in gematigde klimaten, stond voor 1970 onder druk. De soorten herstellen zich nu.

We doen onszelf tekort
Het verlies van soorten heeft grote gevolgen voor een ecosysteem. Het raakt uit balans. En dat heeft niet alleen gevolgen voor dieren en planten, maar ook voor ons mensen. Wij zijn in grote mate afhankelijk van de oude ecosystemen. Ze voorzien ons van voedsel, water, grondstoffen (bijvoorbeeld hout) en medicijnen. Wanneer deze ecosystemen instorten, doen we eigenlijk ook onszelf tekort, zo is in het rapport te lezen. De klap van het instorten van een ecosysteem komt bovendien het hardst aan bij de armste mensen.

Voetafdruk
Ook blijken wij mensen nog steeds veel te veel van onze aarde te eisen. De ecologische voetafdruk van de mensheid is vijftig procent groter dan wat de aarde hebben kan. Dat komt voornamelijk door de uitstoot van CO2. Het rapport voorspelt dat onze voetafdruk nog verder gaat stijgen, vooral doordat mensen in de zogenoemde BRIICS-landen (Brazilië, Rusland, India, Indonesië, China en Zuid-Amerika) steeds meer te besteden hebben. Overigens draagt lang niet elk land even sterk bij aan de ecologische voetafdruk van de mensheid. De landen met de grootste ecologische voetafdruk zijn landen als Qatar, Denemarken, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit. Macedonië en Mongolië hebben een relatief kleine ecologische voetafdruk.

De ecologische voetafdruk van Nederland in vergelijking met de grootste vervuiler: Qatar. Afbeelding: WWF.
Meer water
Ook de waterschaarste neemt toe. Zo’n 2,7 miljard mensen leven in een gebied dat zeker één maand per jaar met waterschaarste te maken heeft.

Het rapport concludeert niet alleen dat onze aarde het lastig heeft. Het komt ook met tips om daar iets aan te doen. Bijvoorbeeld tips om zuiniger met energie of water om te gaan. Ook wordt er geadviseerd kritisch naar ons eten te kijken. Door bijvoorbeeld minder vlees te eten, kunnen we onze ecologische voetafdruk al flink verkleinen. Dat het rapport nu uitkomt, is trouwens ook geen toeval. De wetenschappers en idealisten achter het rapport hopen met hun werk invloed uit te oefenen op de Rio +20. Deze bijeenkomst van de Verenigde Naties vindt in juni plaats en duurzame ontwikkeling staat centraal.

Interactief

Benieuwd hoe soorten zich de laatste jaren ontwikkeld hebben? Met deze interactieve tool van het WNF kunt u het met eigen ogen zien. Reis door de tijd en zie hoe verschillende soorten het door de tijd heen moeilijker of juist makkelijker krijgen.

Wist u dat…

…verlies van natuur en cultuur hand in hand gaan?

Opwarmende aarde   en  biodiversiteit

04 september 2012 r Tim Kraaijvanger 2

Wanneer de aarde opwarmt zal uiteindelijk op zeer lange termijn( geologische tijd )    de  biodiversiteit  gaan  verhogen . Dit is de conclusie van een onderzoek van Britse wetenschappers.

Zij bestudeerden fossielen en geologische records.

Er zijn een paar punten om mee rekening te houden.

De wetenschappers  stellen   dat   globale  opwarming   eerst  gepaard gaat met uitsterven van  vele   bestaande soorten. Daarnaast is de (latere )verhoging van biodiversiteit afhankelijk van de evolutie van nieuwe soorten.

Dit proces duurt vaak miljoenen jaren.

De huidige opwarming van de aarde duurt nog niet lang genoeg om wereldwijde biodiversiteit te verrijken.

De snelheid van de huidige opwarming zorgt mogelijk voor een  groot verlies van biodiversiteit.

Dit laatste wisten we al, want dit was de conclusie van het Living Planet Report, dat WNF in mei 2012 presenteerde.

De wetenschappers van de universiteit van York, Glasgow en Leeds publiceerden hun onderzoek in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). De onderzoekers maakten gebruik van de gegevens van een eerder onderzoek en voegden nieuwe data toe. Zo keken zij o.a. naar de biodiversiteit van ongewervelde zeedieren in de afgelopen 540 miljoen jaar.

Opwarming aarde zorgt voor meer biodiversiteit

Geschreven op 5 september 2012 door KIJK-redactie ( en aangevuld  en bewerkt door mezelf )

Wereldbol NASA

Een nieuwe analyse van fossiele en geologische gegevens suggereert dat de biodiversiteit toeneemt als de aarde opwarmt. Dit betekent echter niet dat de massale uitstervingen van tegenwoordig in de toekomst worden teruggedraaid.Onderzoekers onderzochten het aantal tot nu toe bekende families van ongewervelde zeedieren en de temperaturen op het zeeoppervlak van de afgelopen 540 miljoen jaar. Ze kwamen tot de conclusie dat er bij hoge temperaturen meer biodiversiteit was en bij temperatuurdalingen juist minder. De studie, uitgevoerd door onderzoekers van de universiteiten van York, Glasgow en Leeds, spreekt eerder onderzoek over dezelfde tijdsperiode tegen. Deze oude analyse was gebaseerd op minder uitgebreide gegevens en concludeerde juist dat een opwarmend klimaat leidt tot een daling van de totale diversiteit.Betekent dit dan dat massale uitstervingen van tegenwoordig in de toekomst worden teruggedraaid? Nee. De toename van biodiversiteit hangt namelijk samen met de evolutie van nieuwe soorten over miljoenen jaren en het uitsterven van bestaande soorten. Volgens de wetenschappers krijgt de biodiversiteit op korte termijn geen boost, aangezien nieuwe levensvormen veel tijd nodig hebben om zich te ontwikkelen. Ze verwachten zelfs dat met het huidige tempo van uitstervende soorten de diversiteit alleen maar vermindert.Paradox“Tot nu toe leken de bevindingen een paradox”, zegt Alistair McGowan van de School of Geographical and Earth Sciences in Glasgow.“Eerdere ecologische studies toonden aan dat de soortenrijkdom toeneemt richting de evenaar, waar het warm is.” Maar als de temperatuur op aarde toeneemt ten gevolge van de klimaatverandering, zou de biodiversiteit juist afnemen.“Onze nieuwe resultaten weerleggen deze conclusies en komen overeen met het ecologische patroon”, aldus McGowan. –“De nieuwe gegevens vertellen ons  precies dat er in warme geologische perioden meer soorten uitsterven, maar ook meer soorten ontstaan”, vertelt Dr. Peter Mayhew van de universiteit van York. “Gezien over een lange(gerologische  )periode zorgen warme klimaten voor een toename van biodiversiteit.”“De onderzoeksresultaten laten zien dat een verhoogde temperatuur de biodiversiteit vergroot. Toch betekent dit niet automatisch dat de huidige opwarming van de aarde goed is voor bestaande soorten”, vertelt professor Tim Benton van de universiteit van Leeds.

“Pas over miljoenen jaren neemt de globale diversiteit toe ( nvtsjok  : extrapoleren we). Tot die tijd moeten we rekening houden met het uitsterven van  veel  soorten.(nvtsjok    :  indien al niet het  kompleet afsterven van alle complexe (meercellige ) leven  )”

De wetenschappers zijn er bovendien nog lang niet.

De volgende stap is een gedetailleerde analyse van de afgelopen (historische ) eeuwen. Dat geeft een betere kijk op wat de huidige klimaatverandering betekent voor de mensheid. … En niet over de vooruitzichten  voor de biodiv ersiteit in een aarde zonder de mens in de verre toekomst  …..  

Bron: PNAS, Nature, University of York

Beeld: NASA

Gerelateerde artikelen:

  1. Terugtrekkend ijs slecht nieuws voor biodiversiteit
  2. Meer ‘cane toads’ door klimaatverandering
  3. Klimaatverandering grotere impact op biodiversiteit?

Klimaatverandering grotere impact op biodiversiteit?

Geschreven op 23 juni 2012 door NP

Nizina Gletsjer

Verwacht wordt dat door het broeikaseffect veel soorten binnen 50 jaar zullen verdwijnen.
Maar dat zijn er misschien meer dan gedacht.  Als we in dit tempo broeikasgassen blijven uitstoten,dan stevenen  we  af op een ramp met mogelijke massa-uitstervingen.Maar hoeveel dieren zullen er worden bedreigd met uitsterving? Wetenschappers van de Universiteiten van Yale en Conneticut voorspellen met een nieuwe aanpak dat klimaatverandering een veel grotere impact heeft op de natuur dan tot nu toe is voorspeld.Volgens de huidige modellen zal in het jaar 2050 ongeveer 15 tot 37 procent van alle diersoorten zijn uitgestorven. Maar deze modellen kijken alleen naar de effecten op één bepaalde diersoort en houden geen rekening met de interactie tussen diersoorten, bijvoorbeeld tussen roofdier en prooi. Dit zou juist wel moeten worden meegenomen, stellen de Amerikaanse onderzoekers, omdat dier- en plantsoorten elkaar sterk beïnvloeden. Het gaat dan vooral om de soorten die binnen een bepaalde voedselketen vallen.Minder wolven, minder vegetatieOm hun punt te ondersteunen, halen de wetenschappers verschillende recente onderzoeken aan. Op het eiland Isle Royale (in Lake Superior, VS) bijvoorbeeld werden de winters strenger, waardoor de populatie wolven afnam. Doordat er minder roofdieren waren, konden de elanden op dat eiland zich rustig voortplanten. Maar meer elanden betekende ook minder vegetatie. Het kan dus zijn dat als een dier aan de top van de voedselketen uitsterft, ook andere dier- en plantensoorten verdwijnen.(= domino-effect )  This is a wolf, and a top predator, in Denali National Park, Alaska. Climate change is likely to have strong effects on top consumer species like these and, in turn, affect many more species within the natural community.

( zie ook  —> Het  slinken van de aanwezigheid van  top predators in een ecosysteem  :

http://www.biomedcentral.com/biome/preying-on-predators-trophic-cascade-unharmed-by-dingo-culling-to-protect-livestock/

http://www.frontiersinzoology.com/content/10/1/39

)

Foto: National Park Service

Een ander voorbeeld speelt zich af in Groenland. Toen de toendratemperaturen daar toenamen en er mede daardoor steeds minder muskusossen en kariboes (planteneters) in het gebied voorkwamen, nam de diversiteit van plantensoorten af en werd het ecosysteem instabiel. Ook hier leek het uitsterven van een prominente diersoort door klimaatverandering het ecosysteem te verzwakken.

In Arctic Greenland, studies show that without caribou and muskoxen, pictured here, as top herbivores, higher temperatures can lead to decreased diversity in tundra plants and, in turn, affect many other species dependent on them.

Foto: Eric Post/Penn State University

Volgens de onderzoekers spelen de interacties tussen de diersoorten dus wel degelijk een rol bij het voorspellen de effecten van klimaatveranderingen op de biodiversiteit, omdat er een soort sneeuwbaleffect ontstaat.

Misschien zullen de gevolgen van het opwarmen van de aarde grotere gevolgen hebben dan we nu denken.

Bronnen: Science, Yale University via EurekAlert!

Beeld: National Park Service

Bronmateriaal:
Research reveals contrasting consequences of a warmer Earth” - Universiteit van York

  • dit kan betekenen dat het einde voor de primaten er aan komt.Gemiddeld sterft er een zoogdierengroep  om de 25 miljoen jaar uit.

Over Tsjok De Clercq
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to BIODIVERSITEIT INLEIDING

  1. Pingback: WP EVODISKU INHOUD B | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 254 andere volgers

%d bloggers like this: